Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Wethouder: een onzekere toekomst

Ranjith Clemminck

‘Het is dubbel. De PvdA vindt terecht dat je je als wethouder committeert voor vier jaar. Toch moet je ruim voor het einde van je wethouderschap erop geattendeerd worden dat je actief met je loopbaan bezig moet zijn’. Aldus één van de deelnemers aan een enquête van het Centrum voor Lokaal Bestuur onder oud-wethouders. Onderzoeker Ranjith Clemminck, politiek historicus en politicoloog, constateert dat het beeld van lang zittende, aan het pluche klevende wethouders niet klopt. Evenmin als het beeld dat het wethouderschap een impuls is voor je verdere loopbaan. Duidelijk wordt verder dat het belangrijk is dat je al vóór je aantreden nadenkt over je toekomst na het wethouderschap.

Het wethouderschap is een onzekere baan. Sinds de verkiezingen van 2010 is 14% van de PvdA-wethouders tussentijds gestopt. In verreweg de meeste gevallen ligt de oorzaak van het terugtreden in een politiek conflict binnen het college of de coalitie. Het dualisme heeft het politieke speelveld van een wethouder complexer gemaakt. Wethouders zijn als bestuurders vertegenwoordigers van hun gemeente en als politicus boegbeelden van de lokale PvdA. Daarnaast is de politieke cultuur veranderd. Publieke verantwoording, afrekening en de opkomst van populistische lokale partijen heeft de positie van wethouders onzekerder gemaakt.

Die onzekerheid heeft een daling van de gemiddelde zittingsduur van wethouders tot gevolg. Tot aan 2006 waren wethouders gemiddeld 4,9 jaar in functie. Nu, een verkiezing later, is dat  gemiddelde gedaald tot 4,7 jaar. Voor een deel is dit verklaarbaar door teleurstellende verkiezingsuitslagen. Zo daalde het aantal wethouders in deze periode met 46% ten opzichte van de periode 2006-2010. Maar verkiezingsuitslagen alleen bieden niet voldoende verklaring voor de steeds kortere zittingsduur van wethouders. Steeds meer wethouders, ook van andere partijen, halen simpelweg de eindstreep niet. De politieke risico’s zijn groter geworden. Dat leidt tot een groter aantal wethouders dat tussentijds stopt.

Ongeveer 32% van de oud-wethouders geeft aan te zijn gestopt als wethouder om redenen die te maken hebben met hun werk of verwachtingen van de functie. Binnen deze groep wordt het vaakst de onplezierige samenwerking met de eigen fractie genoemd (20%). Het dualisme, stellen sommige oud-wethouders, heeft geleid tot een te grote kloof. Voor enkele wethouders was de onplezierige samenwerking zelfs de belangrijkste reden om (tussentijds) te stoppen.

Persoonlijke motieven spelen ook een belangrijke rol. Het vaakst wordt de eigen gezondheid of die van de partner genoemd. Verschillende oud-wethouders noemen het wethouderschap ‘zwaar’ en ‘slopend’. Gemiddeld geven wethouders aan ruim 54 uur per week aan de slag te zijn. Duidelijk is dat het wethouderschap als zeer intensief en zwaar werd ervaren. Deze werkdruk, gecombineerd met de hoge gemiddelde leeftijd (58,5 jaar) van wethouders, maakt voor velen twee zittingsperioden te zwaar.

Veel voldoening

Ondanks de grote werkdruk en de onzekere toekomst laten de oud-wethouders weten dat het werk van wethouder waardevol is en veel voldoening geeft. Spijt dat ze aan de klus zijn begonnen hebben de meeste dan ook niet. Het is belangrijk dat wethouders goed voorbereid zijn bij aanvang van hun functie. Voor ruim 67% was de belangrijkste leerschool de tijd als raadslid, specifieke scholing volgde slechts 12%. Terugkijkend zijn de meeste wethouders tevreden over hun voorbereiding op hun baan. Gemiddeld gaven de oud-wethouders hun voorbereiding het cijfer 7,1.

Geen boost voor je carrière

Zo goed als de wethouders zich voorbereid voelden op hun functie, zo weinig voorbereid waren ze op hun loopbaan na het wethouderschap. Slechts 17% van hen was tijdens het wethouderschap bezig met het vervolg op hun carrière. Het wethouderschap eist alle tijd en aandacht op, tijd voor reflectie of de vraag naar de toekomstige loopbaan wordt er amper gemaakt. Dit geldt zeker voor wethouders die na een periode door willen gaan, en natuurlijk  voor wethouders die tussentijds vanwege een politiek conflict moesten stoppen. Verschillende respondenten van de enquête stellen dat het CLB een belangrijke rol kan spelen bij het bewust maken van de tijdelijkheid van het wethouderschap, het onzekere toekomstperspectief en de noodzaak om steeds de aansluiting met de arbeidsmarkt te behouden.

Bijna 72% van de ondervraagde oud-wethouders stellen dat voorgaande werkervaring het belangrijkste is voor het vinden van een baan, een conclusie waar ook andere onderzoeken op wijzen. In het algemeen keer je terug op het niveau waarop je de arbeidsmarkt hebt verlaten toen je wethouder werd. Minder wethouders keren terug naar het bedrijfsleven, maar kiezen voor een zelfstandig bestaan. Het imago van politici (61%) en de leeftijd (51%) worden het vaakst genoemd als negatieve factoren bij het zoeken naar een baan.

Hoe snel en makkelijk vinden de oud-wethouders een nieuwe werkplek? Meer dan 33% maakt direct de overstap van wethouder naar een nieuwe baan. Daarnaast gaat 11% met pensioen. Voor bijna 10% duurde het vinden van een baan langer dan een jaar. Van de gestopte wethouders tussen 2006 en nu zit ongeveer 20% nog altijd zonder werk. Werkgevers in het bedrijfsleven hebben volgens de ondervraagden te weinig zicht op de werkzaamheden van wethouders. Het gevolg is een onderwaardering van de kwaliteiten en ervaringen van wethouders.

Diep gat

Veel oud-wethouders missen na het wethouderschap belangstelling vanuit de partij. Na jaren van inzet en commitment aan de partij valt het zwaar om afstand te doen van de politieke arena. De contacten met de partij, collega’s en het CLB verminderen en gaan voor sommigen volledig verloren. Oud-wethouders voelen zich in een aantal gevallen door ‘de partij’ in de steek gelaten. Met hun kennis, ervaring en enthousiasme willen ze graag van waarde blijven voor de PvdA. De gemiste waardering vinden ze spijtig.

Het vorig jaar opgerichte netwerk oud-bestuurders van het CLB probeert het contact met oud-bestuurders te behouden. De bijeenkomsten van dit netwerk worden als ‘fijn’ en ‘nuttig’ ervaren. Anderen zijn onbekend met het netwerk en hebben ‘het gevoel dat door de partij weinig wordt gedaan voor oud-wethouders’. Persoonlijk contact vanuit afdeling, gewest en de landelijke PvdA is belangrijk wanneer wethouders stoppen. Dan kan geïnventariseerd worden op welke manier oud-wethouders behoefte hebben aan steun, advies en informatie. En hoe de kennis en ervaring blijvend kan worden ingezet in de partij. Er valt nog veel te verbeteren. Verwachtingen moeten echter ook reëel zijn, ‘de partij’ kan het vervolg op de carrière niet voor haar oud-wethouders regelen maar slechts ondersteunend zijn bij de zoektocht in het vinden van een nieuwe bestemming.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 36 nr. 7 Juli-augustus 2012
Reageer