Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Welles-nietesspel over huishoudelijke hulp in Wmo-land

Jurjen Sietsema

Huishoudelijke hulp maakt deel uit van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), is de verantwoordelijkheid van gemeenten en mag dus niet worden afgeschaft of worden overgedragen aan particuliere partijen. Dit is in het kort de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste bestuursrechter in ons land, op 18 mei. De uitspraak en het banenverlies in de thuishulp waren voor vakbond FNV reden om onderzoek te laten doen naar het Wmo-beleid van gemeenten en dan met name de thuishulp.

De resultaten zijn niet mals. Uit het midden september gepubliceerde rapport blijkt onder andere dat meer dan driekwart van de 390 gemeenten in ons land ‘juridisch fout of (zeer) discutabel’ Wmo-beleid voert. Slechts 60 gemeenten hebben hun beleid op orde, terwijl van 27 gemeenten niet duidelijk is wat hun beleid precies inhoudt.

De opzet van het onderzoek is puur juridisch. Er wordt niet gekeken naar of beleid werkt en er bijvoorbeeld wel of geen klachten van cliënten zijn.

De FNV heeft alleen gekeken naar de juridische kant van het verhaal 

Waarom deze aanpak? ‘Wij hebben gekozen voor wat het beste te onderzoeken is en juridische afspraken liggen nu eenmaal vast en zijn het gemakkelijkst te toetsen,’ zegt FNV-woordvoerder Rogier Esselbrugge. Zijn collega Michael Wijlhuizen voegt eraan toe dat er een vervolg komt op dit onderzoek. ‘Daarin gaan we naar de tarieven kijken. Eén ding is je aan de wet houden, maar een tweede is natuurlijk hoe. Voor nu nam dat teveel tijd in beslag. Wel hopen we dat gemeenten dit probleem, waarbij echt tienduizenden cliënten zijn gekort op hun thuishulp, gaan oppakken en begrijpen dat ze hun beleid moeten aanpassen.’

Hoe reageren gemeenten op de resultaten van het onderzoek? Wijlhuizen: ‘Een aantal gemeenten heeft contact met ons gezocht. Sommigen zeggen “wat goed dat je het naar voren brengt, we gaan er naar kijken”. Maar anderen melden doodleuk dat ze het niet eens zijn met de uitspraak van de CRvB en het dus niet op hen van toepassing is. Daar zakt mijn broek wel van af, ja.’

Tussen papier en praktijk

De Zeeuwse gemeente Borsele komt slecht uit het onderzoek. Vooral omdat de gemeente, die op dit onderwerp samenwerkt in regioverband, de zorgaanbieders min of meer de vrije hand geeft bij het indiceren en het uitvoeren van de zorg. Fout, zegt het onderzoek. De gemeente is niet alleen maar budgethouder, maar moet actief betrokken zijn op het hele traject. Conny Miermans is namens de PvdA wethouder. Ze zegt dat ze een boek kan schrijven over de onderzoeksmethoden van de FNV. ‘In een ander onderzoek, naar de “meest sociale gemeenten” scoorden wij ook al laag. Dan krijg je zes of zeven vragen en kun je je vervolgens afvragen of zo’n onderzoek werkelijk representatief is. Ze meten een aantal dingen, maar kijken niet naar hoe we echt het doen. Dat vind ik zeer discutabel. Tot nog toe hebben we weinig klachten in de hele regio, maar dat doet er dus blijkbaar niet toe. Mensen kunnen bijvoorbeeld extra uren inkopen voor € 5 per uur. Daar wordt weinig gebruik van gemaakt, terwijl we dat wel promoten. Bovendien vragen we zorgaanbieders om problemen aan ons door te geven, zodat wij die kunnen oplossen. We zijn dus wel degelijk betrokken. Op grond van de CRvB-uitspraak gaan we ons beleid wel licht aanpassen. We doen het al, maar het staat nog niet goed op papier. Dat gaan we veranderen.’

Resultaat gericht indiceren

Ook de gemeente Veghel krijgt van de FNV een onvoldoende. De Brabantse gemeente, die net als Borsele in regioverband aanbesteedt, indiceert ‘resultaatgericht’. Bij deze ‘resultaat gerichte indicering’ leggen lokale overheden in contracten met zorgaanbieders vast welke resultaten er op gebieden als ‘dagelijkse organisatie van het huishouden’, ‘helpen bij de zelfverzorging’ of ‘boodschappen’ moeten worden behaald. De CRvB oordeelde dat er een duidelijke maatstaf moet zijn. En juist die maatstaf ontbreekt vaak.

Slechts 60 gemeenten hebben volgens de FNV hun huishoudelijke hulp op orde

In het blad Zorgvisie zegt aanbestedingsexpert en advocaat Tim Robbe dat gemeenten de uitspraak van de CRvB hadden kunnen zien aankomen. ‘Diverse lagere rechtbanken hadden namelijk al eerder soortgelijke uitspraken gedaan. Voor de bühne houden wethouders mooie praatjes dat zorgaanbieders de vrijheid moeten krijgen om maatwerk te leveren. Maar in de praktijk zien we dat zorgaanbieders de bezuinigingen op de Wmo afwentelen op burgers. Zorgorganisaties korten op het aantal uren zorg dat ze leveren of zetten goedkoper personeel in.’ 

Riny van Rinsum, die in Veghel zorg in zijn portefeuille heeft, schetst een ander verhaal. ‘Ik dacht dat de wet nu juist wat meer ruimte moest bieden aan gemeenten en zorgaanbieders. Bovendien hebben we tot nu toe weinig klachten gehad over de wijze waarop het nu werkt. Vreemd dat dit geen rol speelt in dat onderzoek en je beleid wordt weggezet als fout of zeer discutabel. Op grond van de uitspraak van de CRvB zijn we wel bezig om een en ander aan te passen, bijvoorbeeld door duidelijk te definiëren wat een “schoon huis” is.’

Van Rinsum legt uit dat er gekozen is voor een lumpsum financiering van de huishoudelijke hulp. ‘Aanbieders krijgen een vast bedrag per cliënt en op grond daarvan moeten ze een prestatie leveren. Daarnaast vragen we om een getekend contract tussen aanbieder en client waarin de zorg omschreven staat. Als men daar niet uitkomt dan komen wij als gemeente aan tafel om een oplossing te vinden. De ervaring leert trouwens dat cliënt en aanbieder er gewoon uit komen. Wij hebben ervoor gekozen om de aanbieder veel ruimte te geven, omdat zij weten wat er moet gebeuren.’ 

De CRvB vindt dat gemeenten cliënten op die manier de mogelijkheid ontnemen om bezwaar of beroep aan te tekenen. ‘Daarom gaan wij pas de indicatie toekennen, wanneer er een getekende verklaring van de cliënt en de aanbieder ligt. Die verklaring maakt vervolgens deel uit van ons besluit, zodat er ook weer bezwaar en beroep mogelijk is.’

Naar de rechter

Dat de praktijk weerbarstiger is, bleek vorig jaar. Toen diende een rechtszaak van een lichamelijk zwaar beperkte cliënt uit Veghel die via een ‘persoonlijk ondersteuningsplan’ van de zorgaanbieder van zes naar twee uur hulp werd teruggezet. Nadat ze bezwaar maakte, werd ze van het kastje naar de muur gestuurd. De gemeente Veghel verklaarde bij de rechter dat de zorgaanbieder uitvoert en de gemeente handhaaft. De rechter veegde dit verweer van tafel: ‘Zolang verweerder geen meetbare kwantitatieve en kwalitatieve normen met betrekking tot de te verlenen huishoudelijke zorg heeft geformuleerd valt niet goed in te zien welk voorschrift door een zorgaanbieder zou kunnen worden overtreden.’ Daarop droeg de rechter de gemeente Veghel op om binnen vier werkdagen de extra uren hulp te regelen in afwachting van een definitieve uitspraak op haar bezwaar.

Resultaatgericht indiceren mag niet, toch gebeurt het

Ouderenbond ANBO reageerde fel op de rechtszaak tegen de gemeente Veghel en riep de VNG op om in actie te komen. ANBO-jurist en beleidsmedewerker Liesbeth Boerwinkel: ‘Zorgaanbieders hebben dubbele petten op als ze zowel de hulpvraag als het aantal uren huishoudelijke hulp vaststellen. Een thuiszorgaanbieder mag dan het keukentafelgesprek voeren, zelfs als dit dezelfde organisatie is die de huishoudelijke hulp levert. Hetgeen absoluut niet de bedoeling van de wet is. De rechtbank Amsterdam bepaalde begin april dat alleen het bestuursorgaan, de gemeente, rechten en plichten van de cliënt mag vaststellen. Daarnaast ligt er natuurlijk, in de haag van uitspraken die er al zijn, de uitspraak van de CRvB.’ Kortom: de zorgaanbieder mag niet zelf bepalen hoeveel hulp iemand krijgt en wat de kwaliteit is. Dat is uitdrukkelijk aan de gemeente.

‘In het geval van de mevrouw die de rechtszaak heeft aangespannen hebben wij als gemeente wel degelijk onze verantwoordelijkheid genomen’, zegt Van Rinsum. ‘Het ging om een oude indicering. Er is na de rechtszaak en het bezwaar een nieuwe indicatie gekomen en sindsdien valt ze onder de lumpsum regeling. Dat betekent dus dat vaste bedrag. Daarvoor heeft ze inmiddels getekend en op basis daarvan krijgt ze hulp. Dat de zorgaanbieder bij ons veel ruimte krijgt, wil niet zeggen dat wij als gemeente niet meekijken. Dat doen we wel.’

Wel een pluim

Het is volgens de FNV niet alleen maar kommer en kwel. Een van de gemeenten, die het wel goed doet, is Amstelveen. Jeroen Brandes zit namens de PvdA in het college. ‘Het is overigens niet mijn portefeuille. Mijn VVDcollega Herbert Raat komt hier een groot deel van de eer toe. Hij heeft zich altijd heel sterk gemaakt voor de huishoudelijke hulp.’ Volgens Brandes is het in de basis heel simpel. ‘In de Wmo-nota staat dat je maatwerk moet leveren. Wij bieden daarom een zorggarantie. Dat gaat verder dan alleen huishoudelijke hulp. Veel gemeenten hebben op de huishoudelijke hulp een generieke korting toegepast waardoor veel mensen in de problemen zijn gekomen. Dat was bij ons niet nodig. Daarom hebben we gezegd dat we niet korten op de huishoudelijke hulp, maar we hebben wel gekeken hoe we het zo konden organiseren dat het voor alle partijen praktischer en efficiënter zou worden.’

‘We zijn in 2015 begonnen met de huishoudelijke hulp voor iedereen door te laten lopen. Daarbij zijn we wel wijkgerichter gaan werken. Daarnaast zijn we gaan “herindiceren” conform de Wmo-nota. De zorggarantie blijft, maar is wat je krijgt echt nodig of kun je bijvoorbeeld wat meer steun uit je omgeving krijgen? Dat betekende soms minder uren, maar in andere gevallen ook meer. Bij mensen van boven de 80 die al tien jaar huishoudelijke hulp krijgen hebben we niets veranderd. Je zou dus kunnen zeggen dat we dit niet hebben aangevlogen vanuit de cijfers, maar vanuit de mens en de Wmo-nota die er lag. Daarbij scheelt het natuurlijk wel dat we het, als het uit de hand zou lopen, financieel gezien zouden kunnen dragen.’

Het kan wel, bijvoorbeeld in Uden

Het Brabantse Uden doet het eveneens goed. PvdA-wethouder Gerrit Overmans moet even lachen als hij de conclusie uit het onderzoek hoort. ‘Wij hebben niet zoveel gewijzigd. Wij hadden drie categorieën huishoudelijke hulp, van heel eenvoudig met wat signalering en ondersteuning tot de regie overnemen in het gezin. Wel hebben we wat veranderd in de taakomschrijvingen en wat overgeheveld naar andere categorieën. Vervolgens hebben we een deel opnieuw aanbesteed. Zo is het wat goedkoper geworden in de ene categorie, terwijl we wat meer zijn gaan betalen voor de wat zwaardere ondersteuning. Inmiddels zijn we ook zover dat we iedereen opnieuw hebben geïndiceerd. Dat betekent, net als in Amstelveen, dat sommige mensen wat minder thuishulp krijgen, terwijl anderen er juist meer uren bij hebben gekregen en in de duurdere categorie zijn ingedeeld. Bovendien hebben we heel duidelijk kwaliteitseisen gesteld aan het personeel van de zorgaanbieders.’ Deze manier van werken heeft Uden veel opgeleverd.

Overmans zegt dat hij vond dat de transitie zacht moest landen. ‘Het is voor de mensen al ingewikkeld genoeg. Zo simpel is het. Daarom hanteren wij de menselijke maat in plaats van de harde cijfers, en dat betaalt zich uit.’

 

Afbeelding: Flip Franssen | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 3 November 2016
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Kirsten Verdel

Zelfstandige alphahulp grote verliezer

Lees artikel

Erica van Alfen, Johanna Bergervoet, Frank Huijink, Marie Beenackers, Anja van Duren

Arbeidsvoorwaarden zorgsector: goed dat Van Rijn zich ermee bemoeit!

Lees artikel

Jan Erik Keman

De non-discussie over de opgepotte ‘€ 1,2 miljard’

Lees artikel