Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Vooral gehandicapten krijgen het zwaar

Jan Chris de Boer

De regeling voor arbeidsongeschikte jongeren (Wajong) gaat flink op de schop. Er komt een herkeuring en elke jongere die niet volledig wordt afgekeurd, raakt de Wajongstatus kwijt en komt terecht in de gemeentelijke kaartenbak, samen met de bijstandsgerechtigden en mensen met een SW-indicatie. Aan de gemeenten vervolgens de taak deze drie groepen aan werk te helpen, waarbij ook specifieke aandacht moet zijn voor de jongeren met een handicap. Maar is het niet erg verleidelijk voor gemeenten zich juist te richten op de meest kansrijke groep zonder werk? Want zo kan het totaalbedrag aan bijstandsuitkeringen zo snel mogelijk worden teruggebracht. ‘De groep zonder perspectief op de arbeidsmarkt zal alleen maar groter worden.’

In december is de nieuwe Participatiewet naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin is ook geregeld wat er precies gaat gebeuren met de Wajongers. Op hoofdlijnen is de PvdA in de Tweede Kamer akkoord met de kabinetsplannen, zegt PvdA-Tweede Kamerlid John Kerstens. ‘In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat alle Wajongers opnieuw beoordeeld moeten worden. Dat was zeker niet ons idee. Maar als die herbeoordeling plaatsvindt, moet dat zeer zorgvuldig gebeuren. Wij vinden niet dat iedereen in de onderbroek voor de dokter moet verschijnen. Er is een grote groep Wajongers duurzaam en volledig arbeidsongeschikt. Die groep moet je kunnen herbeoordelen op basis van hun dossiers. Verder vindt de PvdA dat er een plan moet komen voor de mensen die vanuit de Wajong in de bijstand komen. Dat plan moet voorzien in een zachte landing. Want die overgang kan nogal grote gevolgen hebben voor betrokkenen. Denk alleen maar aan de Partner- en Vermogenstoets. Die kan heel vervelende gevolgen hebben. Uiteindelijk moet er wel geland worden, natuurlijk, maar we moeten geen brokken maken. En er moet hun een perspectief worden geboden.’

Geen geld voor jobcoaches

Het bieden van dat perspectief, dat is vanaf 2015 een taak van de gemeenten. Gaat dat de gemeenten wel lukken? Hans Spigt is sinds februari dit jaar wethouder van Utrecht en onder meer belast met arbeidsmarktbeleid. Iets meer dan drie jaar geleden zei hij, toen namens Besturen.nu, in een interview in Lokaal Bestuur zich zorgen te maken over de perspectieven van de Wajongers. Hij merkte toen op dat er nauwelijks mensen uit die categorie naar regulier werk werden geleid. En nu? Maakt hij zich nog steeds zorgen? ‘Ja. Gemeenten zijn op zich wel in staat zich op een juiste wijze voor deze mensen in te zetten. Er is wel geschikt werk voor hen te vinden. Maar daarmee zijn we er niet. We hebben het over een groep met over het algemeen een aangeboren handicap of een beperking die op jonge leeftijd is ontstaan of ontdekt. Die hebben begeleiding nodig op de werkvloer en daarbuiten. Daarvoor heb je jobcoaches, maar het vervelende is dat er flink wordt bezuinigd op de reïntegratie. Er is dus geen geld, in ieder geval onvoldoende, voor die coaches.’

Meer kansen

John Kerstens is positiever gestemd: ‘Ja, ik ben ervan overtuigd dat er meer kansen komen voor jongeren met een beperking op de arbeidsmarkt en dat het de gemeenten ook lukt hen naar die kansen te leiden. Er worden nu afspraken in cao’s gemaakt over het in dienst nemen van Wajongers. Daarmee is er sprake van een mentaliteitsverandering bij de ondernemers. Het is nog maar een begin, maar toch. Steeds meer bedrijven zien dat maatschappelijk verantwoord ondernemen niet ophoudt bij het schenken van Max Havelaarkoffie en het gebruiken van kringlooppapier. Bovendien hebben ze ook een stok achter de deur. Want als ze dit zelf niet regelen, dreigt staatssecretaris Jetta Klijnsma met de invoering van een verplicht quotum. Wij hameren er wel steeds op dat het voor bedrijven aantrekkelijk moet worden gemaakt jongeren met een beperking in dienst te nemen. Het mag niet zo zijn dat die ondernemer eerst zes loketten langs moet en dan nog eens drie meter aan papieren moet invullen. En wat de aanpak van de gemeenten betreft: één van de kenmerken van decentralisatie is dat je niet allerlei regels opstelt waarin is vastgelegd wat gemeenten wel moeten doen en wat niet mag.’

Geen kennis en capaciteit

Ina von Pickartz is bestuurder bij FNV Bondgenoten en werkzaam in Noord Nederland. De afgelopen zes jaar heeft ze zich voornamelijk gericht op uitkeringsgerechtigden. ‘De meeste gemeenten hebben noch de capaciteit, noch de kennis om Wajongers te bemiddelen naast al het andere wat er straks op hen afkomt. Vooral in het noorden van het land zullen we problemen krijgen, want hier ligt het percentage Wajongers ook nog eens vele malen hoger dan in het westen van het land.’

Enige jaren geleden ontstond in de SER Noord-Nederland het idee om in een aantal Noordelijke regio’s in samenwerking met FNV, een aantal Wajongers, vrijwilligers van reïntegratiebureaus en werkgevers invulling te laten geven aan cao-afspraken om Wajongers in te laten stromen. Maar deze projecten kwamen niet van de grond, vaak omdat het UWV er niet op ingespeeld was. De matching, waarvoor het UWV verantwoordelijk was, kwam niet tot stand. Von Pickartz: ‘Ik liep in die tijd bij een pas gestarte praktijk voor fysiotherapie. Mijn therapeute liep steeds weg om de telefoon op te nemen. Ik zei: waarom neem je daarvoor geen Wajonger? De praktijk was immers al rolstoelvriendelijk. Ze neemt contact op met het UWV, wordt doorverwezen naar de website, ze vult alle formulieren in en ze heeft nooit meer iets gehoord.’

Maar in de nieuwe opzet speelt het UWV geen rol meer. Waarom is Von Pickartz dan toch zo pessimistisch? ‘Elke Wajonger heeft een specifieke begeleiding nodig, je kunt er geen blauwdruk voor maken. Die kennis en het geld voor die begeleiding hebben de gemeenten niet. Bovendien: als zich een vacature aandient en je kunt zonder begeleiding iemand uit de bijstand aan werk helpen, of een gehandicapte die veel begeleiding nodig heeft? Dan lijkt mij dat de gemeente kiest voor de eerste oplossing.’

Laaghangend fruit

Ziet Hans Spigt dat ook gebeuren? ‘Het is natuurlijk gemakkelijk het laaghangende fruit het eerst te plukken. Ik zie het als een gevaar als gemeenten ervoor kiezen de beschikbare middelen vooral in te zetten voor het bemiddelen van de mensen die het meest kansrijk zijn. Want die kunnen zichzelf, desnoods met hulp van een uitzendbureau, ook redden. Op de korte termijn beperk je weliswaar het aantal bijstandsuitkeringen, maar tegelijk zorg je voor grote problemen voor de langere termijn. Je creëert dan namelijk een grote groep die al die tijd nog geen stapje verder is gekomen. In feite schrijf je mensen af. Een gemeente mag dat natuurlijk nooit doen, je moet het belang van elke burger voor ogen hebben. En je realiseren dat meedoen aan het arbeidsproces voor een gehandicapte en zijn omgeving van grote betekenis is.’

Von Pickartz is ook bang dat gemeenten straks gaan wachten op een vacature die past bij een gehandicapte in hun kaartenbak of het uitbesteden aan bijvoorbeeld uitzendbureaus die over het algemeen alleen maar tijdelijke oplossingen bieden met tijdelijke contracten. ‘Wij wilden het anders doen, door niet te kijken naar de beperkingen van een Wajonger maar naar haar of zijn mogelijkheden. Die mogelijkheden wilden wij centraal stellen. Maar ja, we kregen van het UWV geen zicht op het aanbod van mensen.’

Noorden in problemen

De FNV-bestuurder wees al op het relatief hoge percentage Wajongers in de noordelijke provincies. Hen aan passend werk helpen is niet alleen vanwege de omvang van de groep moeilijk, maar ook door de economische omstandigheden. ‘De werkloosheid in het noorden is hoger, de maakindustrie is er klein en daar komt nog eens bij dat gehandicapten weinig mobiel zijn. Juist hier moet je bijna altijd reizen om op je werk te kunnen komen.’

Uit recent onderzoek bleek ook nog eens dat maar liefst zeven gemeenten in Oost-Groningen in de top-10 staan van Nederlandse gemeenten met het hoogste percentage gehandicapten. Voor een groot deel dus toekomstige Wajongers. ‘Verontrustend’, noemt Von Pickartz de cijfers. Kerstens zegt dat uit het onderzoek blijkt ‘dat de situatie in dat gebied nog nijpender wordt’. Samen met het CDA heeft de PvdA een motie ingediend voor een regiospecifieke aanpak. ‘Die motie is aangenomen en we zullen ervoor zorgen dat het kabinet rekening houdt met die regionale verschillen.’

Spigt meldt dat de problematiek van het relatief grote aantal gehandicapten in het noorden al is besproken in het overleg van de vier grote steden. ‘Het kabinet moet goed kijken naar de regio’s. Hier in Utrecht gelden andere oplossingen dan in het noorden van het land. Met name Oost-Groningen is een probleemgebied. Als vier grote steden willen we kijken hoe we een bijdrage kunnen leveren. Een mogelijkheid is WSW-bedrijven te versterken door er publiek-private ondernemingen of coöperaties van te maken. Wij kunnen er dan voor zorgen dat werk uitbesteed wordt aan die ondernemingen. Natuurlijk ingewikkeld en lastig, maar ik vind dat er rekening moet worden gehouden met sociaaleconomisch zwakke regio’s.’

Verdringing

Von Pickartz noemt nóg een reden waarom zij er een zwaar hoofd in heeft dat gehandicapten straks, als ze onder het regime van de gemeenten vallen, gemakkelijker aan werk kunnen worden geholpen. ‘Er is sprake van een enorme verdringing op de arbeidsmarkt. Mensen met een bijstandsuitkering nemen in het kader van het opdoen van werkervaring het werk uit handen van mensen die een contract hadden bij een bedrijf. En ik heb zelf geconstateerd dat een werkloze psycholoog, een werkloze filosoof en een werkloze personeelsfunctionaris nu bus- of taxichauffeur zijn. Wat een verspilling van talenten! Ook in callcentra en de detailhandel werken veel hoger opgeleiden onder hun niveau. Werkgevers kunnen steeds goedkopere arbeidskrachten krijgen. Ze krijgen nu zelfs voor niks een half jaar mensen met een bijstandsuitkering in het kader van opdoen van werkervaring. Een tegenprestatie vragen voor een uitkering vind ik niet erg, maar nu vindt er een verdringing aan de onderkant plaats. De groep zonder perspectief op de arbeidsmarkt zal alleen maar groter worden. De druk aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt daardoor zo hoog, dat daar voor gehandicapten niet tegenop te concurreren valt. Dat maakt die gehandicapten een leven lang afhankelijk van een uitkering, een lage uitkering. Ze weten dat er niets langskomt waarmee ze iets kunnen met hun opleiding of passie. Ze weten dat ze zijn afgeschreven.’

Kerstens vindt de uitspraken van Von Pickartz ‘wel erg negatief’. ‘Er komen nota bene 125.000 extra banen bij. Juist voor deze mensen.’ Haar zorgen over verdringing deelt hij grotendeels: ‘In de Tweede Kamer heb ik aangedrongen op een onderzoek naar de praktijk van vandaag de dag als het gaat om zaken als verdringing. Ik maak me sterk voor heldere spelregels, zodat gemeente en bijstandsgerechtigde weten wat ze van elkaar kunnen verwachten.’    

Geen vacature, toch werk

FNV-bestuurder Ina von Pickartz is bang dat gemeenten straks gaan zitten wachten op een vacature die past bij iemand met een beperking. Ze wijst er op, dat het in de praktijk regelmatig anders gaat.

‘Ik ken het voorbeeld van een goed opgeleide verpleegkundige met een vorm van autisme. Hij kreeg werk op een ziekenhuisafdeling, maar dat ging helemaal niet. Al die contacten met al die verschillende mensen… In plaats van dat hij werd afgekeurd en thuis zou komen te zitten, is het personeel van die afdeling bij elkaar gaan zitten om over een oplossing te praten. De uitkomst was dat hij een eigen kantoortje kreeg en alle dossiergegevens van het overige personeel in de computer zette en bovendien de behandelwijze controleerde. Veel personeelsleden, vooral de ouderen met weinig verstand van computers, vonden dat juist het vervelendste van hun werk. Ze vonden het belangrijker aan het bed te werken dan op de computer. Het was dus een oplossing waar iedereen blij mee was.’

In het tweede geval gaat het om een consultancybedrijf waar een werknemer vroeg of er geen plek was voor zijn gehandicapte buurmeisje dat een horecaopleiding volgde. Er was geen kantine; het personeel ging in de middagpauze ergens in de stad eten. Maar het meisje mocht toch komen en als ze ’s morgens koffie rond bracht, vroeg ze het personeel of er belangstelling was voor een lekkere lunch. Het gevolg was dat het personeel in de pauze in het bedrijf bleef, de contacten onderling een stuk hechter werden en de samenwerking verbeterde. Dit bedrijf is dus verder gegaan met dit meisje en verdient haar kosten terug door de betere arbeidsprestaties. Twee voorbeelden waarbij gehandicapten vast werk hebben gevonden terwijl er geen vacature was.’

 

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 2 Februari 2014
Reageer

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 38 nummer 2 februari 2014:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee