Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Verruiming lokaal belastinggebied: ja of nee

Jaqueline Dorenbos-de Hen en Paul Bordewijk

Gemeenten hebben sinds het begin van dit jaar een groot aantal taken van het Rijk overgenomen. Steeds vaker klinkt de roep dat gemeenten, in lijn met  de decentralisaties, ook meer eigen belastingen moeten kunnen heffen. Lokaal Bestuur vroeg twee PvdA'ers die daar verschillend over denken om hun argumenten op een rijtje te zetten.

JAQUELINE DORENBOS-DE HEN
WETHOUDER BEVERWIJK

Als wethouder financiën van de gemeente Beverwijk, een stad in de regio IJmond met 40.000 inwoners, ben ik voorstander van de verruiming van het lokaal belastinggebied. Ik denk dat het positief is dat gemeenten een grotere rol krijgen bij het verwerven van inkomsten. Beleidskeuzes kunnen doelmatiger gemaakt worden en college, gemeenteraad en burgers kunnen makkelijker een vinger aan de pols houden bij de balans tussen inkomsten en uitgaven. De begroting is hierdoor minder aan schommelingen onderhevig.
Tot nu toe is een gemeente voor een belangrijk deel van haar inkomsten afhankelijk van uitkeringen van het Rijk. Deze zijn niet van een constante omvang, maar worden enkele keren per jaar bijgesteld. Als het Rijk de meicirculaire uitbrengt, houdt de gemeente in de begroting voor de komende jaren rekening met de inkomsten die in deze circulaire opgegeven worden. Maar een circulaire later, in september, moet de begroting alweer bijgesteld worden. En in december nog een keer. Het kan echt tonnen schelen voor een gemeente met de omvang en het aantal inwoners van Beverwijk. Positief of negatief. Dit moet dan weer verwerkt worden in de begroting. Hierdoor wordt het steeds moeilijker voor een gemeente om de controle te houden op het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven. College en raad krijgen steeds weer wijzigingen voor hun neus. Je weet eigenlijk nooit echt waar je aan toe bent.

College en raad krijgen steeds weer wijzigingen voor hun neus. Je weet eigenlijk nooit echt waar je aan toe bent

De laatste jaren worden gemeenten bovendien geconfronteerd met veel nieuwe taken, maar de bijbehorende zak met geld is veel kleiner dan de Rijksoverheid zelf nodig had. De filosofie is dat gemeenten deze taken goedkoper kunnen uitvoeren, omdat ze dichter bij de burger staan en dus efficiënter werken. Maar dit lukt niet meteen in het eerste jaar. Er moet eerst een efficiencyslag gemaakt worden. Daarvoor heeft het Rijk echter geen financiële ruimte meegegeven.
Een eigen belastinggebied van voldoende omvang maakt het voor de gemeente mogelijk om de vele taken die we hebben goed uit te voeren. Dit is in het belang van onze inwoners. De gemeenteraad krijgt bovendien een betere mogelijkheid om keuzes te maken en daarover in gesprek te gaan met en verantwoording af te leggen aan de inwoners. Het lokaal bestuur wordt voor burgers transparanter, omdat er een duidelijke link is tussen de voorzieningen en wat ze daarvoor betalen.
Ik vind het heel belangrijk  dat een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied (via de ozb op woningen of door een ingezetenenheffing) niet leidt tot hogere lasten voor de inwoners. Landelijk opgelegde belastingen, zoals de loon- en inkomstenbelasting, moeten dus omlaag. De transparantie neemt toe als een verlaging van de eerste twee schijftarieven in de loon- en inkomstenbelasting gekoppeld wordt aan een verhoging van de ozb op woningen. Als dan ook het gebruikersdeel van de ozb weer ingevoerd wordt, kan de gemeente aan haar inwoners een duidelijke koppeling laten zien tussen het voorzieningenniveau en de kosten hiervan. De gemeenteraad kan met de inwoners in gesprek gaan als beleidskeuzes voor een verhoging of verlaging van de ozb zorgen. De betrokkenheid van de inwoners bij de lokale politiek en de beslissingen die in het stadhuis genomen worden zal hierdoor toenemen.

PAUL BORDEWIJK
OUD-WETHOUDER LEIDEN

Nu er door de drie decentralisaties veel meer geld omgaat bij gemeenten, wordt vaak geopperd dat de gemeente ook meer eigen belastingen moeten kunnen heffen. Maar of dat een goed idee is, hangt helemaal af van de uitvoering.
Op dit moment mag de gemeente slechts een beperkt aantal belastingen heffen. Voor zover het om echte belastingen gaat - niet om leges of afvalstoffenheffing -  zijn gemeenten vrij in de vaststelling van het tarief. Voor de ozb is er wel een afspraak gemaakt tussen VNG en Rijk. Gemeenten mogen de belasting (gezamenlijk) maar een bepaald percentage per jaar laten stijgen, de zogenaamde macronorm. Bij overschrijding kan het Rijk besluiten minder geld af te dragen aan het gemeentefonds. Alle gemeenten worden dan gekort. Ook de gemeenten die hun tarief verlaagd hebben. Dit is nog nooit voorgekomen. Gemeenten zouden er ter compensatie namelijk voor kunnen kiezen om hun eigen ozb-tarief te verhogen.
Ik pleit er daarom voor om de macronorm af te schaffen en gemeenten vrij te laten bij de vaststelling van hun tarieven. Vinden de burgers van een gemeente de eigen belasting te hoog, dan kan dit opgelost worden door extra te bezuinigen. Vinden ze het voorzieningenniveau te laag, dan kan er extra belasting geheven worden. Het huidige systeem biedt daarvoor genoeg ruimte: geen gemeente heeft de ozb teruggebracht naar nul.

Er komt meer druk op de gemeenteraad om te bezuinigen op voorzieningen voor de sociaal zwaksten

Tweede Kamerleden zijn vaak bang dat gemeenteraden ongeremd belasting gaan heffen zonder macronorm, maar juist de hoogte van de eigen heffingen is een belangrijk thema in de gemeentepolitiek. Bovendien is het vreemd dat Kamerleden het volste vertrouwen hebben in gemeenteraden bij de bezuinigingen op de zorg, maar niet bij de vaststelling van hun eigen belastingtarieven.
Hogere gemeentelijke belastingen geven gemeenten meer vrijheid en maken hen minder afhankelijkheid van het gemeentefonds, zo is de gedachte. Gemeenten compenseren een lagere uitkering uit het gemeentefonds vervolgens door de belastingtarieven te verhogen. De rijksbelastingen kunnen dan, bijvoorbeeld in het kader van het nieuwe belastingplan, omlaag. Dat soort plannen zijn er eerder geweest. De gedachte is dat de gemeentelijke belastingen veel zichtbaarder zijn dan de rijksbelastingen die het gemeentefonds voeden. Hierdoor zou er meer druk op gemeentebesturen liggen om te bezuinigen. Een rapport uit 1992 waarin dat bepleit werd heette dan ook Belastingen omlaag.
Zoiets valt goed te verdedigen wanneer de mensen die de belasting betalen daar ook van profiteren en daarover beslissen. Maar door de decentralisaties gaat een belangrijk deel van het gemeentelijk budget nu naar een beperkte groep zorgafhankelijke inwoners. Zij zitten vaak niet in de gemeenteraad, net als hun mantelzorgers. Die hebben het daar namelijk te druk voor. Je vindt in de gemeenteraad wel de bewoners van koophuizen, die de ozb betalen. Wanneer gemeenten afhankelijker worden van eigen belastingheffing, komt er meer druk op de gemeenteraad om te bezuinigen op voorzieningen waarvan mensen afhankelijk zijn die niet in de raad zitten.  
Een regime ontdaan van de macronorm geeft gemeenten volgens mij voldoende afwegingsruimte, terwijl een lagere uitkering uit het gemeentefonds vooral aanzet tot nieuwe bezuinigingen die ten koste gaan van de zwaksten in de samenleving. Niet doen dus.

Een uitgebreidere versie van dit artikel stond in B&G jaargang 42, nummer 2. 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 2 Juni 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jurjen Sietsema

Samsom en Asscher langs de lokale meetlat

Lees artikel

Kirsten Verdel

Zin en onzin van democratische vernieuwing

Lees artikel

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 39 nummer 2 juni 2015:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee