Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Verkeerd moment

Jacqueline Kalk

Nog voor het zomerreces behandelt de Eerste Kamer het voorstel om onder andere het aantal gemeenteraadsleden te verminderen op basis van de zogenaamde dualiseringscorrectie.
Als je al lang meedraait, weet je direct wat hiermee bedoeld wordt, maar gemeenteraadsleden van na 2006 zullen toch even moeten nadenken. Vroeger, in het monistische stelsel, maakten wethouders deel uit van de raad. Sinds de dualisering is dit niet meer zo maar bij de invoering is het aantal raadsleden niet verminderd. Vanaf 2002 was het  én het volledige aantal raadsleden én daarnaast de wethouders.
De dualiseringscorrectie, het woord zegt het al, wil deze ‘weeffout’ herstellen en het aantal volksvertegenwoordigers en wethouders verminderen. Dit past natuurlijk in de meer algemene wens van de regering om het aantal politici te verkleinen.
Voor het CLB is het altijd een wat lastige kwestie om je actief in te mengen. Voordat je het weet krijg je het verwijt dat je alleen preekt voor eigen parochie en je vraagt de slager toch ook niet zijn eigen vlees te keuren?
Dat nemen we nu maar even voor lief. De vraag is: waarom zou je nu, in deze periode, het aantal lokale volksvertegenwoordigers en bestuurders willen verminderen? Het argument ‘omdat we dat toen hebben nagelaten’ klopt, maar de wereld van toen is een andere dan de wereld van nu. Sinds 2002 zijn er minder gemeenten, meer samenwerkingsverbanden en wordt er een groter beroep op politici gedaan. Wij, de PvdA, willen ook politici die zichtbaar en aanspreekbaar zijn, die de straat op gaan en als het nodig is op de barricaden staan. Daarnaast krijgt de lokale overheid vanaf 2015 een geheel ander gezicht. De decentralisaties brengen nieuwe taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Dit vraagt veel van onze lokale politici. Nog meer dan we nu al vragen. Hoe je als raadslid straks het college controleert bij de uitvoering van deze nieuwe taken en met alle samenwerkingsverbanden en -regio’s zal een ingewikkelde zoektocht worden. En dat gaan we dan doen met minder mensen.
Waar hebben we het dan over? In een gemeente van 23.000 inwoners zijn er 19 volksvertegenwoordigers, in een gemeente van 100.000 inwoners 39 raadsleden en maximaal zijn het er 45. Dat zijn er niet zoveel, als je bedenkt dat ze de rol van volksvertegenwoordiger mogen invullen, de kaders moeten stellen voor de jeugdzorg, voor de zorg voor ouderen, voor de bijstand, voor de toegang tot het SW-bedrijf, voor de brandweer, voor de GGZ, de onderwijshuisvesting, de aanpak van de jeugdwerkloosheid, de openbare ruimte, het onderhoud van bruggen en wegen, de wijkontwikkeling en ga zo maar door. Van deze mensen verwachten we heel veel. Behalve dat ze het beleid vaststellen, moeten ze ook controleren of de juiste dingen zijn gedaan met beperkt beschikbare middelen. Nieuwe taken erbij, minder geld maar wel torenhoge verwachtingen dat het lokaal allemaal beter kan. En net in deze tijd willen wij het aantal volksvertegenwoordigers verminderen.
Wordt daarmee een probleem opgelost of een nieuw of bestaand probleem vergroot? De spreekwoordelijke kloof tussen burger en politiek zal er niet mee worden verkleind. De besparing die het oplevert, is maar een druppel op de gloeiende plaat in relatie tot het totaal van de bezuinigingen. Door de fusies tussen gemeenten wordt het aantal volksvertegenwoordigers in absolute aantallen al gestaag minder. Deze beweging zal zich doorzetten. Dat betekent dat het voorstel om de dualiseringscorrectie nu, twaalf jaar later, toch nog in te voeren alleen zal leiden tot een kleinere elite van volksvertegenwoordigers die een steeds grotere groep kiezers vertegenwoordigen. Hoe sympathiek het idee van de correctie ook is, het is een slechte timing om dat juist nu te doen.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 7 Juli 2013
Reageer