Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Uitstekend onderhandeld

Jacqueline Kalk & Jan Erik Keman

Analyse PvdA in de nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten.

Met de onverwachte nieuwkomer FvD en de verdere vervlakking van het partijlandschap waren de coalitieonderhandelingen ditmaal buitengewoon complex en duurde het vaak wat langer dan voorheen. Maar ruim tweeënhalve maand na de verkiezingen zijn de meeste onderhandelaars eruit. Grote vraag is natuurlijk: hoe deed de PvdA het? Waar besturen we mee en waar vallen we buiten de boot?

Om direct maar een einde aan de spanning te maken. Zoals het er nu naar uitziet, schuiven we ditmaal in 10 provincies aan. Een plus van vier ten opzichte van 2015. Waar de PvdA in 2015 niet deelnam in Zuid-Holland, Friesland, Groningen, Utrecht, Overijssel en Flevoland (in die laatste provincie zit de PvdA sinds 2018 in het college, red.), is er in 2019 vooralsnog in Limburg en Zuid-Holland geen zicht op een sociaal-democratische inbreng in het college. In Flevoland zijn de gesprekken door het late afhaken van het FvD nog in een beginnend stadium, maar praat de PvdA wel mee. Alleen in Limburg doet de PvdA zeker niet mee, terwijl het door het recente klappen van de onderhandelingen tussen FvD, VVD, CDA en CU-SGP in Zuid-Holland nog onduidelijk is welke partijen daar het college van Gedeputeerde Staten gaan vormen.

Met links en door het midden

grafiek_linkse_partijen_in_college.png

Van de linkse en progressieve partijen neemt de PvdA deel in de meeste colleges. GroenLinks levert in 7 provincies gedeputeerden, terwijl D66 er 5 overhoudt. De slechte uitslag van de SP vertaalt zich in de collegedeelname. Waar de partij in 2015 nog in 5 provincies meebestuurde, verdwijnen de socialisten nu geheel uit het provinciebestuur. Afgezien van Zuid-Holland waar nog geen duidelijkheid bestaat over de toekomstige coalitie en Noord-Brabant waar de SP en de PvdA in de vorige periode samen in de coalitie zaten, lijkt de PvdA haar plek als bestuurderspartij weer in te nemen. In Groningen, Friesland en Flevoland is dat het geval. 

Opvallend is dat de PvdA in alle provincies waar GroenLinks in het college zit meebestuurt. Hetzelfde geldt voor D66. Anders dan in gemeenteland waar één progressieve partij in een verder conservatief college regelmatig de norm is, weten de progressieve partijen elkaar in de provincie dus te vinden. Alleen in Overijssel, Friesland en Zeeland schuift de PvdA als enige progressieve partner in een verder rechts dan wel confessioneel college aan.

Vervlakking, het progressieve motorblok en de groei van populistisch rechts

Nu is het de vraag waar dat precies aan ligt. Een niet onbelangrijk gedeelte zal politiek inhoudelijk te verklaren zijn. In een later stadium zal het Centrum voor Bestuur de collegeprogramma’s uitgebreid analyseren, maar zeker is dat de PvdA, D66 en GroenLinks het op een aantal belangrijke provinciale terreinen als de energietransitie, natuur en openbaar vervoer goed met elkaar kunnen vinden.

Toch is dat niet de enig denkbare verklaring. Het aantal coalitiepartijen is vergeleken met 2015 namelijk behoorlijk toegenomen. Terwijl er in 2015 in 11 provincies vierpartijencoalities waren, bestaan nu alleen nog de coalities van Friesland, Zeeland en Noord-Holland uit vier partijen. In de rest zijn vijf of zelfs zes partijen (Groningen en n.a.w. Flevoland) nodig voor een meerderheid.

grafiek_coalitiepartijen.pngZoals we al bij de analyse van de verkiezingsuitslag constateerden, is er eerder sprake van een verdere vervlakking dan van een verdere versplintering in de provincies. Het verschil tussen de partijen wordt steeds kleiner. Dat geldt zeker voor D66 (7,8%), GroenLinks (10,8%) en de PvdA (8,5%). D66 is niet echt klein en GroenLinks niet echt groot. De VVD en het CDA zijn met 14% en 11% wel groter, maar zijn ook samen nog mijlenver van een meerderheid. Omdat alle Staten kiezen voor meerderheidscoalities moeten de middelgrote partijen het met elkaar doen.

Dit wordt nog eens versterkt door de groei van populistisch rechts. Hoewel de groei van het FvD voor een deel ten koste ging van de PVV, is het totale aandeel populistisch rechts (FvD en PVV) sterk gestegen: van 11,7% in 2015 naar 21,5% in 2019. Het FvD wist meer niet-stemmers te mobiliseren en snoepte bovendien stemmen van het CDA en de VVD af. Omdat het FvD en PVV voor zowel de PvdA, D66 als GroenLinks onaanvaardbaar als coalitiepartner zijn en in nagenoeg alle provincies minimaal één van deze progressieve partijen nodig is voor een meerderheid, valt ruim een vijfde af.

Er kan maar uit een kleine vijver gevist worden 

Tel daar de zetels van kleine partijen als DENK, PvdD, 50PLUS en SP (samen goed voor zo’n 15% van het electoraat) bij op en je ziet dat de vijver waaruit gevist kan worden over het algemeen heel klein is. Naast de al genoemde partijen op rechts en links, leveren alleen de ChristenUnie (5 provincies), SGP (2 provincies) en de Fryske Nasjonale Partij gedeputeerden. Los van de PvdA zijn de VVD en het CDA hofleverancier. Beide partijen zijn voorlopig in 10 provincies vertegenwoordigd. De VVD valt alleen in Utrecht buiten de boot, terwijl het CDA in Noord-Holland de komende vier jaar oppositie zal moeten voeren. In 8 van de 10 provincies gaat de PvdA dus samen met de VVD én het CDA besturen.

Extraparlementair experimenteren in Limburg?

De vreemde eend in de bijt blijft vooralsnog Limburg. Onder leiding van CDA’er Ger Koopmans en VVD’er Karin Straus is daar gekozen voor een bijzondere extraparlementaire constructie. Allereerst is hier geen normaal coalitieakkoord gesloten, maar zullen de gedeputeerden de komende vier jaar voor de in ‘het collegeprogramma’ geformuleerde ‘uitgangspunten’ wisselende meerderheden zoeken. Daarnaast zullen de gedeputeerden niet ‘namens een politieke partij deelnemen, maar op basis van de persoonlijke kwaliteiten’ vorm geven aan dit collegeprogramma.

Of het college in Limburg echt extraparlementair is valt te bezien

Het idee is dat er hierdoor geen sprake zal zijn van een ‘coalitie en oppositie in traditionele zin’. Een raadsbreed akkoord, maar dan op provinciaal niveau dus. De vraag is of er in Limburg ook daadwerkelijk een extraparlementair college komt. Als de voortekenen niet bedriegen, blijft het toch vooral bij mooie woorden. Zo gaan vijf van de zeven gedeputeerden namens een landelijke en rechtse partij (2 van het CDA, VVD, FvD en PVV) in het college zitten, heeft de PvdA bij monde van fractievoorzitter Jasper Kutzelaers al aangegeven het ‘knetterrechtse motorblok’ niet te zullen steunen en vinden ook GroenLinks en D66 de huidige samenstelling van het extraparlementaire college maar niets. Zij willen onder meer gedeputeerden die daadwerkelijk van buitenaf komen. Bij GroenLinks brak bovendien een rel uit, omdat oud-Statenlid van GroenLinks Carla Brugman één van de kandidaat-gedeputeerden is. Als het aan de huidige GroenLinks Statenfractie ligt, wordt zij hierom geroyeerd. 

Desondanks lijkt het college er te komen. Op 28 juni wordt het collegeprogramma voorgelegd aan de Staten. En extraparlementair of niet: VVD, FvD, CDA en PVV kunnen met 28 van de 47 zetels bogen op een ruime meerderheid. 

Aandeel vrouwelijke gedeputeerden blijft achter

Dan de man-vrouw verhouding in de nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten. In hoeverre wordt het glazen plafond in het provinciebestuur doorbroken? Bij de Commissarissen van de Koning valt in ieder geval nog heel wat werk te verrichten: van de 12 is alleen onze eigen Jetta Klijnsma vrouw. Ook onder de gedeputeerden blijft het vrouwelijke aandeel achter. Van de 57 gedeputeerden in de 10 coalities die nu bekend zijn, zijn er 14 vrouw. Dat komt neer op 24,6%. De provincie blijft dus ook in 2019 een mannenbolwerk.

Van de 14 is alleen de Zeeuwse Anita Pijpelink van de PvdA. Dat is net zo weinig als in 2015, maar toen had de PvdA 6 gedeputeerden. Procentueel neemt het aantal vrouwelijke PvdA-gedeputeerden af. Bij de waterschappen zien we juist een toename van het aantal PvdA-vrouwen in het dagelijks bestuur. Maar liefst 4 van de 7 nieuwe dagelijkse bestuurders in de waterschappen zijn vrouw. Ook als we het aandeel gedeputeerden vergelijken met de PvdA-wethouders valt het verschil op: 37% vrouwelijke wethouders tegenover 10% vrouwelijke gedeputeerden.

Meer vrouwen in de Staten, minder in de colleges

Terug naar het totaalbeeld. Slechts een kwart van de bestuurders in de provincie is dus vrouw. Is dit goed of slecht in verhouding tot het aantal vrouwelijke politici in andere bestuurslagen? Niet echt, we zien daar een vergelijkbaar beeld. Van de raads- en Statenleden is iets meer dan 30% vrouw. Het aandeel vrouwelijke wethouders blijft met 26% net als het aantal gedeputeerden iets achter. Wel ligt het aandeel vrouwelijke commissarissen van de Koning (8%) veel lager dan het aandeel vrouwelijke burgemeesters (26%).

Al met al is er de laatste jaren een stijging te zien van het aantal vrouwelijke politici. Na de gemeenteraadsverkiezingen zagen we een lichte stijging. Dat kwam onder meer door de actie #stemopeenvrouw, waardoor meer vrouwen met voorkeursstemmen in de raad kwamen. Ook na de afgelopen verkiezingen van maart zitten er weer meer vrouwen in de Staten. Er is echter één grote maar: bij de gedeputeerden neemt het aandeel dit keer juist af. Waar in de vorige periode nog 29,5% vrouw was, lijkt dat nu dus een kwart te worden. De verschillen tussen de provincies zijn groot: terwijl in Groningen de helft vrouw is, bestaat het college van de buurprovincie Drenthe uitsluitend uit mannen.

grafiek vrouwelijke gedeputeerden

Het aandeel vrouwen in de politiek is nog lang niet evenredig. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar waarom dat zo is. Als verklarende factoren worden onder andere genoemd: lastig te combineren met werk en zorgtaken, grote tijdsbeslag van de functies, de hardheid van de politiek, het idee om je extra te moeten bewijzen, het kandidaatstellingsproces en de mannelijke cultuur binnen de politiek.

Een algehele verklaring is er dus niet en het zal per partij verschillen welke factoren dominant zijn. Hetzelfde geldt voor de mogelijke oplossingen. Ook hier zijn inmiddels veel adviezen verschenen. Zo wordt er gedacht aan het invoeren van quota voor vrouwen in de top, meer ondersteuningsgroepen voor vrouwen en rolmodellen. Als PvdA hebben we daarnaast nog de richtlijn om kandidatenlijsten samen te stellen op basis van het om-en-om principe. Deze richtlijn geldt voor alle bestuurslagen, maar de uiteindelijke bestuurderskeuze blijven aan het gewest of de afdeling zelf. Op basis van de kwaliteiten van kandidaten dragen zij de bestuurders voor. En daardoor kan het zijn, dat weliswaar 41 van de 114 wethouders en 4 van de 7 dagelijkse bestuurders in het waterschap vrouw zijn, maar er maar één vrouwelijke gedeputeerde is.

Uitstekend onderhandeld

Onze onderhandelaars hebben het gewoon goed gedaan. Met minder Statenleden meer gedeputeerden die bovendien allemaal een uitstekende staat van dienst hebben en een mooie portefeuille in de wacht hebben gesleept. Het rode en sociale geluid zal daardoor de komende vier jaar meer in de provincies doorklinken dan de afgelopen periode. Maar zoals gezegd blijft het aandeel vrouwelijke gedeputeerden sterk achter. Hoe we ervoor kunnen zorgen dat dat glazen plafond eindelijk eens aan diggelen gaat, blijft dus een vraag waar we ons de komende tijd mee bezig moeten houden.

 

Zoals gezegd zal het CLB deze zomer de coalitieakkoorden uitgebreid tegen het licht houden. Over twee weken volgt bovendien nog een soortgelijke analyse over de waterschappen.

 

Afbeelding: Gerard Til | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Nieuwsbrief, 16 juni 2019

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Het kan verkeren

Lees artikel

Sofie Kuilman

Onderhandelingsresultaten per provincie

Lees artikel

Kirsten Verdel

Toeval of niet: meer dan helft PvdA-waterschapsbestuurders is vrouw

Lees artikel