Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Twitterspreekuur ook middel om burger zelf te activeren

Kirsten Verdel

Digitale burgerparticipatie anno 2013 staat vooral in het teken van Twitter, Facebook,  online enquêtes en kleinschalige projecten waar gemeenten budgetten voor vrijmaken die door bewoners vrij besteed mogen worden. We spraken drie politici over Twitterspreekuren en andere vormen van digitale participatie in hun gemeente.

Wie: Amarins Komduur-Daems
Wat: raadslid in Pijnacker-Nootdorp

 Wat vind je van digitale burgerparticipatie?

‘Het is misschien wel een van de meest directe manieren van interactie. De afgelopen jaren is de manier waarop de gemeenteraad communiceert erg veranderd. Er is veel directere feedback dan voorheen. Vooral via Twitter, maar bijvoorbeeld ook via de website van de lokale krant. Reacties onder artikelen zijn vaak vrij zuur en recht voor z'n raap, maar er staat wel wat veel mensen denken. Zo geven die digitale middelen een andere kijk op zaken. Je krijgt informatie die je normaal niet zou horen van mensen die naar de publieke tribune komen of ons bellen.’

Zijn die online reacties wel representatief?
‘Nee, en dat moet je jezelf ook altijd voorhouden. Twitteraars zijn over het algemeen ietsje ouder, tussen de 30 en de 50 jaar, en meestal wat hoger opgeleid. Geen dwarsdoorsnede van het dorp dus, maar hun opmerkingen houden je scherp.’

Wat vind je van twitterspreekuren?
‘Het is typisch een voorbeeld van nieuwe media gebruiken op een oude manier. Je vraagt namelijk op een vast tijdstip om interactie, terwijl Twitter bedoeld is om iets te zeggen of te lezen op een verloren moment waarop je niets te doen hebt. Als je ergens mee zit moet je dat op elk moment kwijt kunnen. Mensen houden zich ook niet aan de tijden van het spreekuur. Alleen als er echt iets speelt, is het soms wel druk omdat mensen weten dat ze dan in ieder geval direct antwoord krijgen.’

Doet Pijnacker-Nootdorp meer met digitale burgerparticipatie?

‘Drie jaar geleden hadden we een enquête over gemeentelijke bezuinigingen die je ook online kon invullen, maar dat is geen echte digitale participatie. We zouden wel meer kunnen doen, bijvoorbeeld vaker peilingen op de gemeentelijke website zetten. Soms reageren amper 70 mensen op een peiling van een lokale krant, maar dat wordt dan wel gebruikt in raadsvergaderingen. Daar kunnen en moeten we misschien meer mee doen. Voor ons lokale PvdA-verkiezingsprogramma gebruiken we nu wel stellingen op LinkedIn.’

Wat verwacht je van een eventuele uitbreiding van het aanbod van digitale burgerparticipatie?

‘Het kan nuttig zijn om extra informatie van burgers te krijgen of hen juist te informeren. Wat ik wel merk is dat de informatiefase voor burgers vaak oninteressant is. Als je ze om hun mening vraagt terwijl een thema nog niet heel actueel is, hoor je ze niet. Pas als er al een besluit genomen is en ze een probleem ervaren dóór dat besluit, worden ze wakker. Soms is het lastig een discussie op gang te krijgen voordat een onderwerp actueel is.’

Wat als je burgers om advies vraagt, maar ze willen iets anders dan de politici?

‘Ja, dat hoort erbij. Je moet vooraf goed laten weten wat je met hun advies gaat doen: is het inderdaad slechts een advies, of is het een bindend referendum? Management van verwachtingen is essentieel.’

Kun je alle typen onderwerpen in burgerparticipatietrajecten doen?

‘Ik vind van niet. Ingewikkelde dossiers zitten vaak in een kader. Neem de bijstandsuitkering: de vraag of mensen in ruil voor die uitkering iets moeten doen is te complex om in een peiling te gebruiken. Het is immers lekker makkelijk oordelen over iemand anders. Als raadslid maak je echter afwegingen waarbij je alle kanten van een verhaal probeert mee te nemen. De manier van omgaan met een uitkering is vaak onderdeel van een veel complexer geheel aan beleid om mensen te activeren. Niet alles is zomaar te versimpelen tot een eenduidige ja/nee vraag. Dat moet je dus ook niet willen.’

 

Wie: Tjerk Bruinsma
Wat: burgemeester van Vlaardingen


Je houdt zelf een Twitterspreekuur. Wat zijn je ervaringen daarmee?

‘Mijn Twitterspreekuur is onderdeel van een bredere communicatiestrategie. Het spreekuur houd ik elke laatste maandag van de maand en ik zie het als een aanvulling op het gewone spreekuur. Ik heb het idee meegenomen uit Groningen, waar ik als wethouder ook al met een spreekuur werkte. Nu doet het hele college van B&W in Vlaardingen er aan mee. Alle leden van het college houden elke maandag van 4 tot 5 spreekuur. En ik dus ook een Twitterspreekuur. Elke maand weer ben ik verrast over hoe goed het werkt. Er worden over zeer uitleenlopende zaken vragen gesteld. Soms kan ik iets niet zelf beantwoorden, dan heb ik echt even hulp van een collega of ambtenaar nodig. Maar dat komt altijd goed.’

Wat voor vragen krijg je zoal?

‘Echt van alles. Over veiligheid, verkeer, overlast, zelfs over de reden waarom er geen plastic hoesje meer wordt gegeven bij de ID-kaart. Dat blijkt wegbezuinigd te zijn. Je merkt het, van groot tot klein, alles komt voor. Twitter is natuurlijk een snel medium, dus een vraag is snel gesteld.’

Gaat het altijd om vragen waarbij burgers iets van de gemeente willen?
‘Iemand vroeg afgelopen winter tijdens het spreekuur: ‘Waarom hebben we eigenlijk geen ijsbaan in Vlaardingen? Doe daar eens wat aan.’ Ik reageerde met een tegenvraag: ‘Zijn er nog vrijwilligers die daar aan willen werken?’ Want tja, waarom zou de gemeente dat per se moeten doen? Ik deed dus een beroep op het eigen initiatief en verantwoordelijkheid van burgers en dat werd opgepikt: een aantal vrijwilligers zette een stuk grond onder water. Het werkt dus ook andersom: dat je burgers actief kunt krijgen in plaats van de overheid. De ‘civil society’ is wat dat betreft natuurlijk een begrip dat weer helemaal in de mode is, deels ook door de bezuinigingen.’

Worden er ook wel eens heel ingewikkelde vragen gesteld?

‘Het is meer dat je soms vragen krijgt die alleen door een beleidswijziging op te lossen zijn. Zo vroeg iemand zich af waarom er maar twee parkeervergunningen per adres afgegeven worden, terwijl er op zijn adres in verband met werk toch echt drie vergunningen nodig waren. Ik gaf aan dat daar het beleid echt voor veranderd zou moeten worden en dat hij zou moeten komen inspreken in de raad om daar voor te pleiten. Dat heeft hij gedaan!’

Je klinkt heel positief over Twitter

‘Jazeker, en niet alleen over het spreekuur. Twitteren als zodanig is denk ik goed voor bestuurders. In het begin was ik huiverig. Er zitten nog steeds niet heel veel burgemeesters op Twitter. Maar het is een manier van verantwoording afleggen en je kunt er allerlei oproepen doen. Dat niet alleen, als ik graag wil dat journalisten iets oppakken, meld ik het gewoon op Twitter. Binnen 10 minuten heeft mijn hoofd communicatie die journalisten dan doorgaans aan de lijn.’

Doet Vlaardingen aan digitale burgerparticipatie waarbij burgers ook echt beslissingsbevoegdheid krijgen?

‘We houden vooral enquêtes onder een vast panel van 1500 mensen. Ik doe daar zelf ook aan mee, om een beeld te krijgen van hoe dat gaat. Meer dan dat hebben we nog niet gedaan. Ik ben er wel positief over. Je moet alleen uitkijken welke onderwerpen je dan voorlegt. Een eendimensionaal ja/nee, zoals bij een referendum, is vaak te kort door de bocht. En nee-stemmers zijn vaak veel makkelijker te mobiliseren. Dus zij gaan stemmen. Dat is een van de problemen bij moderne media: een reactie is zo gegeven, met name een negatieve.’

 

Wie: Houkje Rijpstra
Wat: wethouder in Tytsjerksteradiel

Ook jij houdt een Twitterspreekuur. Bevalt dat?

‘Ik ben er na precies een jaar alweer mee gestopt! Ik had van het idee gehoord van een collega-wethouder uit Pijnacker-Nootdorp, niet van Amarins dus. Ik was meteen enthousiast, want ik ben altijd bezig met de vraag hoe ik als wethouder zo toegankelijk mogelijk kan zijn. Een gewoon spreekuur is uit de tijd. Daar kwam op een gegeven moment ook niemand meer. Dus dachten we in Tytsjerksteradiel: laten we het proberen via Twitter. Je hoeft het alleen maar aan te kondigen en je kunt gewoon beginnen. Tot mijn verbazing bleek alleen al die aankondiging veel aandacht te genereren. Veel media in Friesland deden er verslag van. Ik kreeg bij het eerste spreekuur meteen veel vragen. Dát kreeg ook weer media aandacht, dus dat was een mooie start. Al in het begin merkte iemand overigens op dat Twitter bij uitstek níet het medium is om voor een spreekuur te gebruiken, want Twitter is 24/7. Maar het leek mij handig om in ieder geval een vast tijdstip te hebben waarop mensen direct antwoord konden krijgen op hun vragen. Buiten het spreekuur om kregen ze dat natuurlijk ook, maar dan kon het wat langer duren.’

Waarom ben je er weer mee gestopt?

‘Ik merkte dat het vaak dezelfde mensen waren die vragen stelden. Er kwamen ook geen nieuwe mensen bij. Althans, niet tijdens het spreekuur. Daar buiten ging het prima. Na een jaar heb ik gezegd: het heeft in een behoefte voorzien, maar jullie weten nu wel dat ik altijd beschikbaar ben, dus het specifieke spreekuur wordt afgeschaft. Dat heeft gelukkig niet betekend dat mensen mij nu als inactief zien. Integendeel, ik word ook wel de ‘Twitterwethouder van Friesland’ genoemd.’

Is de rest van het college ook gaan twitteren?

‘Het was de bedoeling dat iedereen het zou gaan doen als ik er positief over was. Ik bén er positief over, maar toch ziet niet iedereen er nut en noodzaak van in. Mensen kunnen ook wel een mailtje sturen of gewoon langskomen, hoor je dan al snel. Ik vind zelf dat Twitter ontzettend laagdrempelig is, het is op die manier heel makkelijk voor burgers om iets aan een bestuurder te vragen.’

 

Draai je het ook om, stel je vanuit je functie ook vragen aan volgers?
‘Ja. Ik ben wethouder van sociale zaken, dus legde ik op een gegeven moment tijdens het Twitterspreekuur de inkomenstoets voor huishoudens van het kabinet Rutte I voor. Ik wilde wel eens weten wat mensen daarvan vonden. Ook dan zag je overigens steeds weer dezelfde mensen die reageerden.’

 

Hoe komt dat die groep niet wisselde of groeide?
‘Twitter is toch een bepaalde categorie mensen. Maar het ging wel om - vaak jonge - mensen die anders niet bij het politieke proces betrokken zouden zijn. Je zag ze niet op bijeenkomsten of raadsvergaderingen.’

Wat doet Tytsjerksteradiel nog meer online?

‘Kort geleden hebben we een digitaal platform opgezet waar alle dorpen in de gemeente kansrijke projecten konden aanmelden. Er zijn een stuk of twaalf projecten ingediend, waarvan er door een online stemming drie zijn uitgekozen. Voor elk project is 40.000 euro beschikbaar. Er waren uiteraard wel kaders gesteld. Zo moest er draagvlak zijn binnen de dorpen zelf, nog voordat de plannen ingediend mochten worden en de projectorganisatoren moeten zelf ook een bijdrage leveren aan hun projecten, financieel of anderszins.’

Wat hebben jullie er van geleerd?
‘Wat opvalt is hoe groot de verschillen tussen de dorpen zijn. Het ene dorp is heel positief en constructief, het andere dorp is wantrouwend en denkt dat het een verkapte bezuinigingsmaatregel is. Ook is de creativiteit is in het ene dorp anders dan in het andere. Er is dus geen model dat overal toepasbaar is.’

 

Tien tips 

1. Wees actief op social media, het verrijkt je kennis.
2. Je hóeft niet alleen functioneel of privé te twitteren, een mix kan ook. 

3. Twitter of Facebook niet als je een vergadering voorzit.

4. Als je echt iets wilt weten, vraag het gewoon. Gebruik ‘the wisdom of the crowd’.
5. Koppel Twitter en Facebook of LinkedIn aan elkaar. Dat scheelt tijd.

6. Reageer altijd, ook al lukt dat niet direct.
7. Zorg dat een tweet of ander online bericht maar voor één uitleg vatbaar is.

8. Neem de tijd om een goede participatievorm te kiezen. Experimenteer.
9. Wees er op bedacht dat burgers en andere partijen argwanend kunnen zijn.
10. Wees open en eerlijk, stel vooraf duidelijke kaders.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer