Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Tips voor jouw eerste 100 dagen

Rutger Zwart & Allard Beck

Je bent gekozen in de gemeenteraad en hebt de ambitie een excellent raadslid te worden. Je wilt je kiezers niet teleurstellen en de komende vier jaar iets betekenen voor de stad. Een goed begin is het halve werk. Wat moet je de eerste honderd dagen doen om echt succesvol te worden? Tips van twee door de wol geverfde raadsleden.

Zo kun je het doen
Als raadslid sta je in je eerste honderd dagen voor een aantal fundamentele keuzes in je persoonlijke leven. Als je echt een excellent raadslid wilt worden, zit er niets anders op dan je partner, kinderen, huisdieren en vrienden van de hand te doen. Je verscheurt je seizoenkaart van Ajax en huurt of koopt een appartement. Je richt een werkkamer in met de meest moderne digitale apparatuur, je gaat korter werken en volgt een cursus snellezen. Je begint te werken aan een POP, een Persoonlijk Ontwikkelings Plan, en huurt een coach in. Daarnaast loop je het hele introductieprogramma van de griffie af, je bereidt met je coach alle vijftien voorlichtingsbijeenkomsten voor. Dat is immers het moment om vragen te stellen en jij wilt alleen maar de goede vragen stellen. Op advies van je coach heb je een doorlopende rekening genomen bij de slijter, die je ook in de avond mag bellen als de drank op is. Je huisarts is bereid je slaappillen en peppillen te geven en iedere ochtend ga je hardlopen. Als je dat allemaal hebt gedaan, ben je er klaar voor en heb je de eerste honderd dagen zinvol besteed.

Maar het kan ook anders
Je kunt natuurlijk ook besluiten op een andere manier een excellent raadslid te worden. Je vindt je partner, kinderen, huisdieren en vrienden toch te belangrijk om hen aan jouw ambitie op te offeren. Je vindt dat je alleen maar een excellent raadslid kunt worden als je een balans in je leven weet te vinden die het je mogelijk maakt weerstand te bieden aan de zuigkracht van de politiek. Je besluit dat je niet altijd overal bij hoeft te zijn, dat je gaat voor de kwaliteit en niet voor de kwantiteit. Je kiest voor collegialiteit en niet voor zelfpromoting. Je besluit het eerst allemaal eens rustig over je heen te laten komen. Je gaat op zoek naar gelijkgestemden en bekijkt samen hoe je al dat papier te lijf kunt gaan, welke envelop je niet opent en welke wel, naar welke vergadering je wel gaat en naar welke niet. Je gaat in je eerste honderd dagen op zoek naar de manier die het beste bij jou past om een excellent raadslid te worden. Als je dat allemaal hebt gedaan, heb je de basis gelegd in je persoonlijke leven die nodig is om in de raad resultaten te bereiken. Want in de politiek gaat het om resultaten. Debatteren is leuk, in de gemeenteraad of in de fractie, maar praatjes vullen geen gaatjes. Om het met het legendarische Amsterdamse raadslid/wethouder Jan Schaefer te zeggen: ‘In geouwehoer kun je niet wonen’.

Wat wil je bereiken?
Het is dan ook zaak om na je feestelijke installatie als raadslid niet alleen na te denken over de nieuwe balans in je persoonlijke leven maar je ook één cruciale vraag te stellen: wat wil ik de komende vier jaar bereiken? Wat wil ik over vier jaar tegen de kiezers en tegen mezelf kunnen zeggen als de vraag gesteld wordt: ‘En, wat heb je de afgelopen vier jaar bereikt? Wat heb je voor de stad en haar bewoners voor elkaar gekregen?’ Het beantwoorden van die cruciale vraag is niet zo eenvoudig. Het is goed om hiervoor de tijd te nemen en met fractiegenoten, partijgenoten en anderen erover te praten. Bezint eer ge begint. Maar na honderd dagen moet je een antwoord op hoofdlijnen geformuleerd hebben. De overige 1.350 dagen van het raadslidmaatschap heb je de tijd om je geformuleerde doelstellingen te realiseren.

Never a dull moment
Waarom is het zo belangrijk in het begin van je raadslidmaatschap doelen te formuleren? Het grote gevaar dat ieder raadslid bedreigt is meegezogen te worden in de dagelijkse stroom van op het eerste oog belangrijke din-gen. Als raadslid word je dagelijks overspoeld door informatie. Never a dull moment. Het college produceert een constante stroom van beleidsstukken, verantwoordingen en rapportages. Organisaties en instellingen overladen het raadslid met jaarverslagen, problemen en gevaren. De brievenbus en het postvak van het raadslid puilen altijd uit, om van de mailbox maar te zwijgen. Het bureau van het raadslid is al gauw bedolven onder stapels papier. Op het eerste oog is alles belangrijk: de krant, de nota van de provincie, de kadernotitie van het college, het opinieartikel in de krant, de vragen van collega’s van andere facties. Wie niet focust, loopt het gevaar met alles bezig te zijn en hierdoor niets te realiseren. Want het boeken van concrete resultaten vraagt om volharding, doorzettingsvermogen en soms ook: oogkleppen. De papierbak is het belangrijkste stuk meubilair in de werkkamer van het raadslid.

Weg leren kennen
In de eerste honderd dagen is het helemaal niet erg als je met de stroom meegaat. Je moet nog kennismaken met de werkwijze van de raad en je fractie. Je moet de weg leren kennen in het stad-huis en wennen aan je nieuwe rol in de stad. In deze ‘snuffelperiode’ is focussen nog niet nodig en kun je geleidelijk tot je selectie van te bereiken resultaten komen. Het selecteren van doelstellingen is niet een louter individuele aangelegenheid. In de eerste plaats is het verkiezingsprogramma van je partij het inhoudelijke kader waarbinnen je activiteiten als raadslid zich bewegen. Verder is het van groot belang tot welke prioriteiten de fractie heeft besloten. Dit proces voltrekt zich ook in de eerste honderd dagen van de fractie. Het resultaat hiervan is een werkplan van de fractie, waarin zijn opgenomen de inhoudelijke prioriteiten en de manier waarop de fractie deze doelen globaal denkt te bereiken. Uiteraard moeten de individuele prioriteiten van het raadslid, ook die van jou dus, aansluiten bij die van de fractie. Je zit immers niet in de raad om je eigen doelstellingen te realiseren, maar om een bijdrage te leveren aan het bereiken van de partij- en fractiedoelen.

Afstemming
Er moet dus een goede afstemming zijn tussen de doelstellingen van jou en je collega’s en die van de fractie als geheel. Dat betekent dat niet ieder fractielid zijn eigen ‘hobby’ zal kunnen uitvoeren. Integendeel, er moeten ook vervelende klussen gedaan  worden. Het kan voorkomen dat geen enkel fractielid voorkeur heeft voor het realiseren van een bepaald doel dat de fractie heeft geformuleerd. Maar dat doel zal toch moeten worden verwezenlijkt. Het kiezen van prioriteiten is dus niet een volstrekt individueel proces, maar moet in nauw overleg met je collega’s in de fractie gebeuren. Het is wel goed als je als raadslid een sterke persoonlijke drive hebt bij de doelstelling die je nastreeft. Persoonlijke drive zorgt ervoor dat je gemotiveerd bent om je doelen te realiseren. Zonder die persoonlijke motivatie is het erg moeilijk resultaat te boeken. Zelfonderzoek staat dus wel degelijk aan de basis van het proces dat leidt tot selectie van prioriteiten.

Persoonlijke doelen
Als de persoonlijke doelen in overleg met de fractie zijn geselecteerd, is het van belang deze ook op schrift te stellen. Maak een korte notitie – uiteraard niet langer dan één A4 – waarin je persoonlijke doelstellingen zijn geformuleerd. Zo’n document geeft je houvast. Elke maand lees je voor jezelf de notitie nog eens door. Vanzelf wordt dan duidelijk of je goed bezig bent. Aarzel niet om het roer om te gooien als blijkt dat je nog weinig bent opgeschoten bij het realiseren van je persoonlijke doelstellingen. Soms zijn rigoureuze maatregelen nodig. Stel je bij iedere uitnodiging voor een vergadering of bijeenkomst de vraag of die activiteit een nuttige bijdrage levert aan het realiseren van je doelstelling. Dit kan heel bevrijdend werken. In de notitie ga je ook globaal in op de manier waarop je je doelstellingen denkt te realiseren. Als je bijvoorbeeld als prioriteit formuleert ‘het tegengaan van voortijdige schooluitval’ moet je op hoofdlijnen weten wat je voor het bereiken van dit doel gaat doen. Je kunt de nadruk leggen op het controleren van het beleid zoals dat in de gemeente gevoerd wordt, je kunt nieuwe initiatieven nemen, bijvoorbeeld op basis van goede ervaringen in andere gemeenten, of je kunt er juist voor kiezen om te gaan praten met voortijdige schoolverlaters of hun ouders. De keuze van de aanpak heeft alles te maken met je persoonlijke voorkeuren van het raadslid en met je inschatting welke werkwijze het effectiefst is. In het plan van aanpak geef je globaal aan wat je voor ogen staat.

Naar buiten treden
Het is belangrijk om de prioriteiten die je hebt geformuleerd niet voor jezelf te houden. Het is verstandig al in een vroeg stadium met een doelstelling naar buiten te treden. Als je bijvoorbeeld als doelstelling hebt de schooluitval terug te dringen, kun je hierover in de plaatselijke krant of het afdelingsblad een artikeltje schrijven. Het is belangrijk dat de mensen in de stad die met dit onderwerp te maken hebben, weten dat jij je hiervoor wilt inzetten. Het gaat dan onder andere om de wethouder, de specialisten van de andere fracties, de ambtenaren die zich met het onderwerp bezighouden en uiteraard de scholen zelf. Iedereen in de stad moet weten dat jij je met dit onderwerp wilt bezighouden en doelstellingen wil realiseren. Dat betekent dus oriënterende gesprekken voeren met de belangrijkste partijen in de stad. Het is altijd verstandig die gesprekken niet alleen te voeren, maar een collega-fractielid mee te nemen. Het resultaat van deze oriënterende ronde is dat iedereen die bij het onderwerp betrokken is, weet dat je hiermee bezig bent en hierover aangesproken kan worden. Deze oriëntatieronde leidt ertoe dat je een globaal inzicht hebt in het lokale speelveld rond je prioriteiten. Het is duidelijk welke doelstellingen er liggen, wat het beleid van het college is en wat de cruciale succes- en faalfactoren zijn. Hiermee ben je klaar voor je rol in de komende jaren. Je zit in de startpositie om je kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rollen te spelen. Vanaf dit moment heb je je eigen agenda, los van de waan van de dag. Regelmatig koppel je je actuele bevindingen terug in de fractie en zo nodig kom je in de raad met een initiatiefvoorstel, stel je vragen aan de wethouder of kom je met een actuele motie.

Eigen agenda
Aan het eind van de eerste honderd dagen heb je je eigen agenda klaar. Je weet wat je de komende jaren te doen staat: het zoveel mogelijk realiseren van de doelstellingen die je zelf hebt geformuleerd. Het hebben van zo’n eigen agenda heeft grote voordelen. Je weet wat je wilt bereiken en wat je hiervoor moet doen. En nog belangrijker: je weet wat je mag láten. En dat is heel veel. Natuurlijk doen zich van tijd tot tijd in je gemeente zulke cruciale vraagstukken voor, dat je hieraan aandacht moet besteden. Maar dat gebeurt toch maar een paar keer per raadsperiode. Bij heel veel andere onderwerpen kun je volstaan met een globale behandeling. Vertrouw op de inschatting van je collega-fractieleden, op die van specialisten uit andere fracties of – zeker als je partij in het college vertegenwoordigd is – op het oordeel van de wethouder. Niet omdat je goedgelovig bent of omdat je lui bent aangelegd, maar omdat je resultaten wilt boeken. En daarvoor is zoals gezegd focus nodig en dat betekent automatisch ook loslaten.

Actualiseren
De eigen agenda die je na honderd dagen hebt geformuleerd, is van tijd tot tijd aan actualisering toe. De wereld staat immers na die eerste honderd dagen niet stil. Je gemeente krijgt te maken met nieuwe problemen die met voorrang aangepakt moeten worden, je eigen prioriteiten boeten aan belang in of de prioriteiten van de fractie veranderen. Het is daarom belangrijk om jaarlijks de geformuleerde doelstellingen te evalueren. Zijn de beoogde resultaten geboekt? Zijn de prioriteiten nog actueel? Zijn de doelstellingen wel realistisch gebleken? Passen de doelen nog in de strategie van de fractie? Ieder raadslid doet deze evaluatie individueel, maar zeker ook in samenhang met de fractie-evaluatie. Ook het werkplan van de fractie moet immers jaarlijks geactualiseerd worden. Op deze manier wordt de kans vergroot dat je na vier jaar resultaten hebt geboekt. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 4 April 2010
Reageer