Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Te oud voor de arbeidsmarkt en te jong voor pensioen

Marjolein Wessels

De tijd dat je op je 58e met een ferme handdruk en een fraai horloge je werkplek verliet om van je pensioen te genieten, is wel voorbij. De 50-plussers van tegenwoordig staan volop in het leven. Ze zijn fit, actief en leveren een stevige bijdrage aan de economie. Totdat ze hun baan verliezen, want eenmaal werkloos komen ze moeilijk weer aan de slag. Hoe zorgen we ervoor dat ook deze groep tot zijn pensioen met plezier aan de slag gaat?

‘De marktpositie van 50-plussers is niet goed,’ stelt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de universiteit van Tilburg. ‘Werkgevers geven de voorkeur aan jongere mensen. De oudere heeft geen goed imago; werkgevers denken dat ze duur zijn, vaker ziek en minder flexibel dan hun jongere collega’s. Dat beeld is maar beperkt op de werkelijkheid gestoeld, maar het zorgt – vooral in combinatie met de Nederlandse wetgeving rond ziekteverzuim – voor een onaantrekkelijk beeld. Werknemers moeten personeel bij ziekte twee jaar doorbetalen. Ook de transitievergoeding is hoger bij oudere werknemers.’

Dat zijn risico’s die een werkgever liever niet neemt, zegt Wilthagen. De gevorderde leeftijd is niet eens de bepalende factor. ‘Het aantal 65-plussers op de arbeidsmarkt is de laatste tijd toegenomen. Voor deze groep gelden andere regels; zij hoeven maar twaalf weken doorbetaald te worden bij ziekte. Het zit meer in regels en risico’s. Het zou helpen om deze regels door te trekken naar 55-plussers. Dat vergroot de kansen voor deze groep.’

De gevorderde leeftijd is vaak niet eens de bepalende factor

Daarnaast zijn veel 50-plussers werkloos geraakt doordat hun functie is komen te vervallen. ‘Ze komen uit verdwijnende beroepen. Vaak hebben ze ook niet veel recente opleiding op zak. Daardoor is er sprake van een mismatch met de huidige arbeidsmarkt. In combinatie met de strenge regels rond ziekteverzuim wordt deze groep uit de markt geprijsd en dat is tragisch.’

Meesterbeurs, herwaardering en herscholing

Volgens Wilthagen zit de oplossing in een combinatie van factoren. ‘Het helpt als bedrijven langer vrijblijvend kennis kunnen maken met ouderen. Als je binnen bent bij een bedrijf en kunt laten zien wat je in huis hebt, zijn je kansen veel beter. Wij hebben daarom de meesterbeurs ontwikkeld voor ouderen: oudere bijstandsgerechtigden krijgen een beurs om zes maanden mee te draaien in een bedrijf. Dat helpt om hun competenties te verbeteren, maar vergroot ook het netwerk en daarmee de kans op een baan.’

Wilthagen pleit voor een parallelle economie met banen waarin mensen nuttig werk doen in kleinere, beter behapbare banen. ‘We leven tegenwoordig in een topsporteconomie: mensen zijn óf superdruk in een zware baan, óf werkloos.’ Er zit weinig tussen. De paradox van deze samenleving is dat er veel werk te doen is, maar offi cieel is het geen werk. ‘Denk maar aan de receptie in een verzorgingshuis die is wegbezuinigd. Dat is jammer voor de bewoners en hun bezoek, maar ook omdat het werk is dat mensen goed kunnen doen om er weer in te komen op de arbeidsmarkt.’

Het risico op verdringing is geen reden om niet te experimenteren

Dat soort werk moet je weer creëren, bij de overheid en in het bedrijfsleven. ‘In Groningen staat een grote kozijnenfabriek voor de productie van standaard kozijnen,’ zegt Wilthagen. ‘Ze hebben er een klein bedrijfje bij opgericht voor kozijnen op maat. Daar werken mensen die wat meer tijd nodig hebben. Als ze er een tijdje gewerkt hebben, kunnen ze naar de grote fabriek. Zo zijn mensen nuttig bezig en groeien ze naar werk. De 50-plusser hoeft niet thuis te zitten met een uitkering, maar kan zich blijven ontwikkelen.’

Het risico op verdringing moet dit soort initiatieven volgens Wilthagen niet in de weg staan. ‘Je moet alert blijven, want er is altijd een risico op verdringing en uitbuiting. Maar er moet ook wat aan dit probleem gebeuren. Deze mensen zijn al verdrongen, want die zitten werkloos thuis. De urgentie is groot.’

Eindhoven

Hoewel de economie in Eindhoven het goed doet, neemt het aantal mensen in de bijstand toe. Met extra aandacht en concrete maatregelen helpt wethouder Staf Depla 50-plussers weer richting de arbeidsmarkt. ‘Het is een combinatie van instrumenten inzetten en aandacht geven. Als je al lang aan de kant staat, bescherm je jezelf tegen de volgende afwijzing. Met aandacht kun je mensen dan toch weer motiveren.’

Eindhoven nodigt mensen die nog acht maanden WW te gaan hebben uit voor een bijeenkomst om ze voor te bereiden op de bijstand. Vervolgens wordt ingezet op begeleiding bij solliciteren, met extra aandacht voor de financieel zwakste deelnemers. ‘Dat heeft een geweldig rendement. Het aantal mensen dat aan het werk komt, verdubbelt. Dit is voor mensen van alle leeftijden, maar 50-plussers hebben een groot aandeel in deze groep.’

Om het risico op ziekteverzuim te verkleinen heeft Eindhoven een low risk polis in het leven geroepen. ‘Werkgevers die met ons afspreken mensen aan te nemen uit de bijstand, kunnen een low risk polis krijgen,’ legt Depla uit. ‘Hierbij neemt de gemeente het risico over dat je iemand twee jaar moet doorbetalen op basis van de ziektewet. Het gekke is dat er niet eens zoveel gebruik van wordt gemaakt. Kennelijk is dit toch niet het grootste knelpunt.’ Daarnaast kan de werkgever kosten voor om- en bijscholing deels door de gemeente vergoed krijgen.

De gemeente Eindhoven probeert met werkgevers 55-plussers aan het werk te helpen 

Samen met de werkgevers in Eindhoven werkt Depla aan het dichten van de kloof tussen de topsporteconomie en de mensen die werkloos thuis zitten. ‘We hebben veel goede werkgevers in Eindhoven. Zo is er hier een bedrijf dat metaal bewerkt en alleen maar werkt met participatiebanen en mensen met loonkostensubsidie. En we hebben een schoonmaakbedrijf waar mensen terecht kunnen die lang in de bijstand hebben gezeten. Ze beginnen met kleine baantjes en kunnen er zo weer in groeien. Werkgevers moeten zich realiseren dat niet iedereen vol gas aan de slag kan. Ze moeten kijken hoe je met een kleine investering weer waardevolle medewerkers krijgt.’

Ook Depla wil zich niet laten tegenhouden door het spookbeeld van verdringing. ‘Elke maand dat je langer werkloos bent, is het moeilijker om op de arbeidsmarkt terug te komen. Maar onder het motto “geen verdringing” helpt niemand je. Economisch is het niet handig; er is veel werk te doen en er staan veel mensen langs de kant. Als je niets doet, gaan we straks mensen van buiten halen, terwijl ze hier zijn.’

Deventer

‘Alles boven de 50 is niet meer hip en happening. Dat zorgt voor moedeloosheid,’ merkt wethouder Jan Jaap Kolkman in Deventer. 50-plussers hadden een ander beeld van hun loopbaan. ‘Ze dachten dat ze voor hun zestigste zouden stoppen met werken. Dat beeld moet worden bijgesteld. Wij moeten ze laten zien dat er nog steeds potentie zit. Langer door werken kan ook leuk zijn.’

Oprechte aandacht helpt om de motivatie terug te krijgen. ‘We hebben sinds januari 2016 alle 55-plussers in de bijstand uitgenodigd. In groepsbijeenkomsten gaan we met ze in gesprek. Daarmee vragen we hoe het gaat en of mensen uit de voeten kunnen met de bijstandsregels. Van daaruit kijken we of er stappen te zetten zijn. Bijna iedereen is actief: met vrijwilligerswerk, mantelzorg, in kleine baantjes of als zzp’er. Nu hebben we voor wie daar behoefte aan heeft individuele trajecten opgestart. De animo is groot.’ En het heeft effect, zegt Kolkman. ‘We begonnen met een groep van zestig mensen, waarvan een kwart alweer is begonnen met werk.’

Vooral familiebedrijven en mkb'ers hebben graag een divers personeelsbestand

Ook de mensen van rond de vijftig krijgen speciale aandacht, benadrukt Kolkman. ‘Tegenwoordig heb je op die leeftijd nog een kleine twintig jaar te gaan. Dan heb je dus nog best mogelijkheden om een nieuw vak te leren. Zo hebben twee mensen die zich hebben laten omscholen tot lasser via ons een plek gevonden bij een machinefabriek. Het leuke hiervan is dat ook werkgevers het interessant vinden. Vooral familiebedrijven en mkb’ers hebben graag een divers personeelsbestand, die willen echt niet alleen de twintigers leren lassen.’

Haarlem

‘In Haarlem lopen veel projecten voor en door mensen uit de doelgroep,’ vertelt wethouder Joyce Langenacker. Zo hebben we in Haarlem sociale coöperaties opgericht waar gewerkt wordt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. ‘Dat biedt veel kansen aan bijvoorbeeld oudere allochtone vrouwen die langdurig werkloos zijn. In de coöperaties doen ze werk dat vaak gericht is op koken, zoals catering en wijkrestaurants. Het zijn kleinschalige manieren om te kijken wat bij ze past. Zo kunnen ze weer zelfvertrouwen opbouwen, kijken wat ze kunnen, en vanuit daar in dienst komen bij bedrijven.’

De gemeente Haarlem start binnenkort met de Werkestafette, opgezet door hetisnetwerken.nl. ‘In Amsterdam is dit project al succesvol ingezet: 80% van de deelnemers kwam hiermee aan het werk. Ik hoop dat het bij ons ook zo goed gaat,’ vertelt Langenacker. ‘We selecteren dertig werkzoekenden, die een intensief traject van zeven weken volgen. Ze werken in groepen die elkaar onderling coachen en helpen, met ondersteuning van professionals. In workshops kijken ze wat ze willen en kunnen. Als je uit een functie komt die er niet meer is, moet je afscheid nemen van die baan waar je goed in was. Soms is dat ook een rouwproces, je moet bereid zijn om iets anders te gaan doen. Vanaf daar gaan we opbouwen. In zeven weken tijd moet je naar een baan kunnen, of naar passende werkzaamheden.’

De bijstandsregels zijn nu wel te streng

Ook het re-integratiebeleid van Haarlem is aangepast. ‘Eerder ging de aandacht vooral naar kansrijke werkzoekenden. Een jaar geleden hebben we in onze koersnota een andere aanpak vastgelegd: we besteden nu weer aandacht aan alle mensen in bijstand. Het gaat om bijna 4.000 mensen in totaal. Binnen die groep is de helft 50-plus. We roepen iedereen weer op voor een gesprek. Daarbij houden we het aantal personen per klantmanager behapbaar. Op die manier kunnen we meer maatwerk leveren.’

Langenacker loopt wel tegen de strenge regels aan. ‘Het zou ons helpen als we ruimte kregen om regelluw te kunnen opereren. We zijn bezig met het experimenteren met ondernemen vanuit de bijstand. Als blijkt dat iemand vanuit de uitkering een kansrijk plan heeft voor een eigen onderneming, hebben we daarvoor mogelijkheden. Maar ze vinden het eng om iets te beginnen, uit angst dat ze frauderen en worden beboet. Mensen worden zo tegengehouden om wat te ondernemen. We proberen kijken of je ze een jaar met rust kan laten: ga maar eens wat proberen, zonder dat je uitkering wordt gekort. Als je mensen een beetje rust en ruimte geeft, pakken ze echt wel wat aan.’

 

Afbeelding: Herman Engbers | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 3
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Onbemiddelbaar op je 55ste

Lees artikel

Jan Chris de Boer

Hoofdbrekens over Participatiewet

Lees artikel

Ton Langenhuyzen

Op zoek naar samenwerking UWV en gemeenten

Lees artikel