Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Solidariteit: ook tussen de provincies?

Harriët van Domselaar

In de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van volgend voorjaar heeft een werkgroep van het Centrum Lokaal Bestuur een basisprogramma gemaakt. In het voorwoord daarvan staat onder meer: in het kader van de solidariteit tussen provincies en bewoners is de PvdA voorstander van het verevenen en nivelleren van de vermogens van verschillende provincies tot aanvaardbare verschillen. Dat heeft binnen de partij nogal wat tongen losgemaakt. Zowel in de ‘arme’ als in de ‘rijke’ provincies. Lokaal Bestuur sprak met de gedeputeerden Ard van der Tuuk (Drenthe) en Peter van Dijk (Limburg).

nbb foto 216679 3264x2448Kun je straks aan de mate van onderhoud van het fietspad zien in welke provincie je bent?
Foto Nationale Beeldbank
 

Peter van Dijk, gedeputeerde Limburg:
‘Het gaat om wat je met dat geld dóet’

‘Laat ik duidelijk zijn over dit onderwerp: het Rijk heeft bij de nieuwe verdeling van het Provinciefonds vanaf 2012 een vermogensmaatstaf ingevoerd, waarbij de provincies met een groter vermogen geld inleveren ten gunste van provincies met een kleiner vermogen. Limburg draagt hierdoor jaarlijks al 24 miljoen bij ten bate van minder vermogende provincies. In die zin is herverdeling dus al een feit. Wat mij betreft moet de discussie zich dan ook richten op wat de provinciale bestuurslaag dóet met de investeringskracht die ze op dit moment heeft. In Limburg proberen we met deze middelen in elk geval een bijdrage te leveren aan structuurversterking en het duurzaam oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken.’

Geen schoonheidsprijs


‘Het thema komt binnen onze partij nu ineens op tafel naar aanleiding van het door een werkgroep van het CLB opgestelde ‘basisprogramma’ voor de PS-verkiezingen. In mijn ogen verdient de manier waarop de werkgroep dit heeft geagendeerd geen schoonheidsprijs. Eventuele fundamentele kwesties dienen op het niveau van de partij - zoals congres of politieke ledenraad - te worden besproken en niet in de marge van een door de gewesten als vrijblijvend te gebruiken basisprogramma. Dat is bedoeld als voorzet, als hulpmiddel voor het opstellen van de provinciale verkiezingsprogramma’s. Uiteraard is het niet op iedere provincie even goed van toepassing, omwille van regionale verschillen. Maar het is niet de bedoeling dat daar PvdA-standpunten in worden verwoord die niet eerst zijn bediscussieerd en draagvlak hebben binnen de partij. En dan is ook de plaats die het onderwerp heeft gekregen in het basisprogramma mijns inziens niet goed. Het staat nu namelijk in de inleiding, die dan door onze partijleider ondertekend zal moeten worden. Dat zou impliceren dat het een landelijk, breed gedragen PvdA-standpunt is, en dat is het dus niet..’

Idealen


‘Limburg heeft de afgelopen maanden 380 miljoen euro besteed aan ruim tien grote structuurversterkende projecten. Juist met de besteding van dat geld halen we onze sociaaldemocratische doelstellingen op het gebied van werk, zorg, onderwijs en arbeidsmarkt. Onze idealen verwezenlijken, daar is toch niks mis mee? Bovendien is de winst die we bij de verkoop van de nutsbedrijven gemaakt hebben, mede te danken aan onze inwoners, die daar klant waren of daar gewerkt hebben en dus een groot aandeel hadden in het succes van dat bedrijf. Daar kunnen zij nu - als Limburgers - van mee profiteren. Dat is toch mooi?’
‘Ik vind het genoemde zinnetje in het basisprogramma ook in electoraal opzicht een heel vreemde stellingname. Immers: het zou toch van de gekke zijn om met dit punt in de campagne de boer op te gaan? In plaats van de successen van het beleid of nieuwe plannen aan de kiezer over te brengen moet worden verkondigd dat de PvdA gaat voor herverdeling. Dus: voor afroming van de vermogens en bestedingsmogelijkheden voor de - in mijn geval - Limburgse overheid. Het hoe en waarom van het nivelleren van de vermogens van de provincies wordt bovendien  in het hele basisprogramma nergens verder beargumenteerd.’

Hamvraag


‘De hamvraag bij de onderlinge verschillen zou moeten zijn of burgers er slechter of beter van worden. Een sociaaldemocratische opgave zou kunnen zijn om te bevorderen dat burgers door de optelsom van de bemoeienis van diverse overheden zoveel mogelijk gelijk behandeld worden in dit land. Dat lijkt me echter een heel ingewikkelde puzzel. Maar het is een wat simplistische gedachte dat we die gelijkheid tussen burgers, waar je ook woont in Nederland, kunt bevorderen door het nivelleren van vermogens voor overheden. En even onzalig, en kort door de bocht, om te denken dit te kunnen doen door verevening van het Provinciefonds. Naar mijn mening betreft het hier dus een enigszins verwrongen toepassing van het begrip solidariteit. ’

Samenwerking


‘Gelukkig staan er in dezelfde inleiding van het basisprogramma ook de volgende zinnen: ‘zeker in krimpregio’s ligt er een taak voor het provinciale bestuur om in samenwerking met gemeenten en het maatschappelijk middenveld de toegankelijkheid en kwaliteit van voorzieningen te borgen’. En: ‘De komende jaren is het stimuleren van de regionale economie en werkgelegenheid dé opgave voor de provincie. Intense samenwerking met de lokale overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties en het onderwijs, zal hiervoor noodzakelijk zijn.’ Dat is precies waar we - naast het uitvoeren van onze kerntaken - in Limburg mee bezig zijn. Rijk en gemeenten moeten bezuinigen ja. Drastisch zelfs. Dat heeft consequenties voor de samenleving. De rol van de provincie is dan ook aan verandering onderhevig.  We zijn initiator, verbinder, kennismakelaar. En juist nu de rijksoverheid krap bij kas zit, komt het maar al te goed van pas dat de provincie in staat is om door cofinanciering belangrijke ontwikkelingen toch door te laten gaan. Limburg heeft er voor gekozen om de Essent-gelden deels weg te zetten om dividendinkomsten te compenseren, maar ook om een gedeelte offensief in te zetten om grote maatschappelijke problemen op te lossen. Zoals het versterken van de regionale economie, de infrastructuur, de kwaliteit van voorzieningen in zorg en onderwijs. Tegen de achtergrond van bevolkingskrimp, vergrijzing, ontgroening en het verkleinen van sociaaldemocratische verschillen. Dat is toch mooi? En goed voor onze burgers? Dáár gaat het volgens mij uiteindelijk om.’

Hoe werkt de verdeling?

Sinds 2012 wordt bij de verdeling van de middelen uit het provinciefonds rekening gehouden met de vermogens die de 12 provincies hebben uit (voormalig) bezit van energiebedrijven. Het Rijk heeft bepaald dat deze vermogensposities worden bevroren. Dat wil zeggen dat de besteding van die vermogens door provincies ten behoeve van bijvoorbeeld structuurversterkende projecten, niet leidt tot een verlaging van de berekende vermogens voor die provincies. Dus zelfs als het totale vermogen zou zijn uitgegeven dan gaat het Rijk er bij de verdeling van het Provinciefonds nog steeds van uit dat die vermogens bij de provincies, zoals bij de start berekend, beschikbaar zijn.

Voor de verdeling wordt 35 procent van de energievermogens meegeteld. Het Rijk heeft bepaald dat wordt aangenomen dat de provincies daar 3 procent rendement per jaar over behalen. Deze uitgangspunten liggen vast sinds 2012 en gelden voor onbepaalde tijd. Dat betekent ook dat elke provincie ieder jaar een vaste korting op haar Provinciefondsuitkering krijgt voor deze vermogensmaatstaf. Omdat de vermogensposities fors verschillen per provincie, verschillen ook de jaarlijkse kortingen fors. Limburg wordt jaarlijks voor 23,8 miljoen gekort, terwijl Flevoland een jaarlijkse (landelijk laagste) korting van 0,1 miljoen heeft. Gelderland heeft overigens de hoogste jaarlijkse korting van 57,1 miljoen. De korting in verband met de vermogensmaatstaf betekent dat het Rijk bij de verdeling van het Provinciefonds rekening houdt met de mogelijkheden van provincies om ook met hun vermogens inkomsten te generen en zo een deel van de lasten van hun taken te dekken. Dat betekent dat ‘rijke’ provincies voor hun taken minder fondsgeld krijgen dan ‘arme’ provincies.

 

Ard van der Tuuk, gedeputeerde Drenthe:
‘Wij zijn toch de partij van solidariteit?’

‘Voordat de energiebedrijven overgingen naar private partijen- op hun eigen initiatief overigens - waren er geen extreme financiële verschillen tussen provincies. We zijn in een val getrapt. Logisch dat provincies die hun aandelen goed kunnen cashen daarin mee zijn gegaan, want ze hebben er flink wat aan over gehouden. Uiteraard zou ik dat ook gedaan hebben als ik in hun schoenen stond. Maar het is wel allemaal op basis van toevalligheden, dat zij nu zoveel geld hebben. Provincies met veel stromend water, waren uitermate geschikt voor de vestiging van energiecentrales en kregen daardoor ooit veel aandelen. Drenthe heeft bos, heide en schapen, maar geen grote rivieren. Een simpel geval van geografische pech hebben dus. Geen eigen verdienste van de nu ‘rijke’ provincies, maar gewoon geografisch toeval. Bovendien heeft niemand voorzien dat de verkoop van de energiebedrijven te zijner tijd zoveel miljarden op zou leveren.’

 
Verdeelsleutel

‘Als PvdA’er zeg ik vervolgens: waar blijven we in dit geval met onze stelling ‘deling van kennis, macht en inkomen’? Wij zijn toch de partij van solidariteit; nationaal en internationaal? We hebben vijf jaar geleden al eens over de herverdeling van provinciale vermogens gesproken, toen nog ten tijde van een ander kabinet, maar die discussie is op niets uitgelopen. Blijkbaar wordt het onderwerp nu dus weer uit de kast getrokken. Dat zal te maken hebben met het feit dat we ons nu in economisch moeilijke tijden bevinden. Dat vind ik zo gek nog niet. Het valt dan namelijk extra op dat er op de ene plek miljarden liggen en op de andere plek miljoenen te kort zijn. Maar ook nu weer is het woord solidariteit gemakkelijker uit te spreken dan in de praktijk te brengen blijkbaar. De ‘rijke’ provincies doen overigens wel hun best om hun vermogen op economische aanjagende wijze te investeren, maar heel formeel is men dan weer aan een maximum gebonden volgens de Wet HOF (Houdbare Overheid Financiën, red.). Met wat meer oog en hart voor hun armere collega’s zou er een mooie verdeelsleutel gemaakt kunnen worden, zodat we in onze eigen regio de economie kunnen aanjagen en goede dingen kunnen doen voor de samenhang in de samenleving.’

Verlanglijst

‘Ik snap heel goed dat er gedacht wordt: ieder voor zich en ieder een eigen verantwoordelijkheid voor de eigen provincie, maar toch… Juist nu, met bijvoorbeeld overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten, waarbij geschreeuwd wordt om extra geld, zou het Rijk wat mij betreft moeten ingrijpen. En als dat zou gebeuren? Als Drenthe extra geld zou krijgen? Nou, dan heb ik een flinke verlanglijst hoor. Waaronder een financieringsstructuur voor kleine zelfstandigen, waarvan wij er in Drenthe veel hebben. Maar ook onderhoud van de natuur, wegen en fietspaden, en de ondersteuning van culturele instellingen staan hoog op de lijst. Zodat ik de burgers in ons gebied dezelfde mogelijkheden kan voorschotelen als in Brabant of Limburg. Onze Commissaris van de Koning Jacques Tichelaar zei al eens: ‘Het kan toch niet zo zijn, dat je straks aan de staat van de wegen en fietspaden kunt zien in welke provincie je bent?’’

 
Gemeenschapsgeld


‘De financiële ongelijkheid tussen een handvol provincies die hun energiebedrijven te gelde hebben gemaakt en armlastige provincies die niet over dergelijke reserves beschikken, zou niet mogen bestaan. Een provincie als Drenthe heeft de pech dat ze nooit een energiebedrijf heeft gehad. En let wel: we hebben het wel over gemeenschapsgeld. Gemeenschapsgeld overigens dat op meer plekken op spaarrekeningen staat bij organisaties en instellingen. Vreemd dat we dit toestaan in financieel moeilijke tijden, waarin weer over vermogensbelasting voor particulieren wordt gesproken. En vergis je niet: de vermogens die dan belast gaan worden zijn zo’n beetje de overwaarde van een gemiddelde huizenbezitter. Het laatste woord is er nog niet over gesproken denk ik. Hoop ik. Zéker binnen onze eigen partij.’

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 9 September 2014
Reageer