Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Sociaal ondernemen werkt ook bij de gemeente

Jurjen Sietsema

montferland img 0284Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Een bedrijfsmodel waarbij niet winst, maar het algemeen belang het belangrijkste uitgangspunt is. Toch bestaat er zo’n model: social enterprises, oftewel sociaal ondernemen. Wat is het? Werkt het? En waarom zouden gemeenten er iets mee moeten? Montferland, een gemeente in Gelderland met 35.000 inwoners, geeft het goede voorbeeld met een cateringproject in het restaurant van het gemeentehuis.

Foto De Ziep

In Montferland werkt de gemeente succesvol samen met De Ziep, een school voor speciaal voortgezet onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, en Zozijn, een zorginstelling die dagbesteding biedt aan mensen met een beperking. Wethouder Ingrid Wolsing stond aan de wieg van het project. Hoe kwam zij op het spoor van social enterprises? ‘Niet. Dat is in elk geval niet onze aanvliegroute geweest. Wij kwamen er pas later achter dat waar wij mee bezig zijn onder die noemer valt. Ons eerste uitgangspunt was dat wij als gemeente vinden dat je een verantwoordelijkheid hebt om kwetsbare jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, een plek te geven. Ik had al regelmatig contact met De Ziep en Zozijn. Van De Ziep wist ik dat ze voortdurend op zoek zijn naar goede werk- en stageplekken voor hun leerlingen.’
‘Binnenkort openen we in Didam ons nieuwe gemeentehuis en ik dacht, het zou toch geweldig zijn als leerlingen van De Ziep bij ons de catering konden verzorgen. Dat deden ze al in de eigen school. We gingen daar als college wel eens eten of hielden daar een vergadering. Geleidelijk ontstond zo het idee om de leerlingen de catering in het gemeentehuis te laten verzorgen. Toen in het gemeentehuis een aantal mensen met pensioen ging, ontstond er ruimte om over een andere invulling van de catering na te denken. De eerste gedachte was om een externe cateraar in te huren. Toen heb ik voorgesteld om De Ziep in te schakelen en zo is het balletje gaan rollen.’

Vaardigheden gebruiken

‘Doen’, was de reactie van Margot Kleinpenning, directeur van De Ziep, toen ze het voorstel hoorde. ‘Ik zag meteen voordelen voor onze leerlingen. Het zijn jongeren met een verstandelijke beperking in de leeftijd van 12 tot 20 jaar. Door de lunches en diners die we op school organiseerden, leerden ze al vaardigheden als uitserveren en bedienen. Die vaardigheden kunnen ze nu gebruiken en verder uitbouwen in een echte werksituatie in de maatschappij.’
Zowel voor De Ziep als voor de gemeente was het project nieuw. Wethouder Wolsing: ‘We hadden aan het begin een mooi idee, maar wisten nog niet hoe we het moesten organiseren. Dat hebben we gaandeweg met elkaar ontdekt.’ Voor Margot Kleinpenning en haar mensen betekende het een fikse uitbreiding van het aantal uren dat de leerlingen actief zouden zijn. ‘Je moet ineens 52 weken per jaar aan de slag. Dat vraagt een flinke investering omdat onze leerlingen begeleiding nodig hebben en die moet worden betaald. We hadden al een kok in dienst genomen om onze leerlingen bepaalde vaardigheden te leren, maar daarnaast hebben ze vanwege verstandelijke beperking ook nog andere begeleiding nodig. Daarvoor moeten de begeleiders meer uren aanwezig zijn. Als school moet je bereid zijn om daarin te investeren, want we krijgen geen subsidie voor dit project.’
De gemeente mag dan geen subsidie verstrekken, ze investeert wel een relatief klein bedrag in het project, 70.000 euro om precies te zijn. Ingrid Wolsing: ‘We hebben ervoor gekozen om de prijzen in ons bedrijfsrestaurant laag te houden. Als je commerciële prijzen vraagt, zou het ons niets kosten. Dat wilden we niet.’

Gezamenlijk risico’s dragen

Zowel Ingrid Wolsing als Margot Kleinpenning hebben het gevoel dat ze aan het pionieren zijn in Didam. Margot: ‘We hebben veel met mensen van de gemeente gepraat en gekeken hoe we dit project passend konden maken. Toen kwam ik op het idee om Zozijn erbij te vragen. Zij zijn ook bijzonder ondernemend en staan midden in de maatschappij. Zij zouden dan kunnen bijspringen in de weken dat onze leerlingen vakantie hebben. Inmiddels werken onze leerlingen en de mensen van Zozijn samen in het bedrijfsrestaurant in het gemeentehuis. De begeleiding wisselt.’
Bij het opzetten van het project zijn De Ziep en de gemeente Montferland niet over één nacht ijs gegaan. Margot: ‘We hebben hulp gekregen van Caroline van der Sluis van het bedrijf Versbloed. Dat was nodig, want je stapt tenslotte in iets totaal nieuws. Caroline heeft het bedrijfsplan helpen schrijven, er een begroting onder gelegd, alle partijen driekwart jaar lang bij de praktische zaken begeleid en de voortgang van het project gecoördineerd.’  
Ingrid: ‘We hebben samen een aantal afspraken vastgelegd en ervoor gekozen om het werk voorzichtig op- en uit te bouwen. De avondcatering in het gemeentehuis doen we daarom bijvoorbeeld nog niet, maar de leerlingen worden wel ingezet op Koningsdag en bij de lintjesregen en straks bij de opening van het nieuwe gemeentehuis. En dat doen ze echt goed. Ze verzorgen nu vier dagen per week de lunch in het bedrijfsrestaurant van het gemeentehuis. Dat bouwen we voorzichtig verder uit.’

Bredere belangstelling

Het project van de gemeente Montferland, De Ziep en Zozijn kan inmiddels rekenen op nieuwe belangstelling. Ingrid: ‘Tegenover het gemeentehuis staat een groot bedrijf dat lucht kreeg van hoe wij de catering hadden georganiseerd. Zij zeiden dat ook te willen’. Margot: ‘We zijn in gesprek, maar we hebben wel gezegd dat we ons eerst willen focussen op het draaiend houden van wat er nu is. Na de zomervakantie gaan we het echt oppakken omdat we dit natuurlijk wel graag willen. Wie weet rolt er een stageplek uit bij dat bedrijf.’ 
Ondanks het enorme enthousiasme bij de leerlingen en de betrokken instellingen, tekent Ingrid Wolsing aan dat alles staat en valt met de mensen met wie je te maken hebt. ‘Alle betrokkenen moeten er wel vol voor gaan om er een succes van te maken. Het was voor alle partijen een sprong in het diepe. Het was een heel intensief traject en toch hebben we nu, na twee maanden, nog niets kunnen ontdekken waarvan we zeggen dat we het niet hadden moeten doen. De jongeren vinden het geweldig en in het gemeentehuis wordt meer gebruik gemaakt van het bedrijfsrestaurant dan daarvoor.’

Professioneel werk  

Hebben de jongeren er zelf ook iets aan? Margot: ‘Ze werken nu op vrijwillige basis maar het is denkbaar dat als ze voldoende capaciteiten hebben, ze doorstromen naar een vorm van betaald werk.’ Margot: ‘Dat kan bijvoorbeeld zijn als snijder of als afwasser in de horeca of misschien zelfs in de bediening. Ze kunnen de vaardigheden die ze nu opdoen bij het koken, snijden, het bereiden van lunches, het uitserveren en de bediening straks in een werksituatie in de maatschappij verder uitbouwen.’ Ingrid: ‘We zijn erg blij met de deelnemers aan dit project. Ze leveren kwaliteit en doen niet onder voor een professionele cateraar. Bovendien is het prachtig om te zien hoe enthousiast ze zelf zijn.’
Voor de gemeente Montferland, De Ziep en Zozijn is de eerste slag geslaagd. Ingrid Wolsing: ‘We willen graag vertellen hoe we dit hebben gedaan en hoe ook andere gemeenten er iets aan kunnen hebben. Andere gemeenten zijn daarom van harte welkom om eens bij ons te komen kijken.’

Wat zijn social enterprises? 

Sociaal ondernemen bestaat al wat langer dan vandaag. Vaak in combinatie met door de (lokale) overheid gesubsidieerde arbeidsre-integratieprojecten. Wat er nieuw is aan dit model, is dat de onderneming zelfvoorzienend is en daardoor in principe niet afhankelijk is van subsidies. 
In Europa is het fenomeen social enterprises inmiddels breed geaccepteerd. Nederland is er relatief laat bij en is bezig met een inhaalslag. De sector is echter nog steeds kleiner dan de overheid wenselijk vindt. Daarom zijn PvdA en VVD  begin dit jaar begonnen met een stimuleringscampagne. De Europese Unie heeft zelfs een definitie voor social enterprises opgesteld. Volgens het speciaal hiervoor opgerichte platform Social Enterprises NL heeft een social enterprise primair een maatschappelijke missie en realiseert ze die als zelfstandige onderneming die een dienst of product levert. De social enterprise is financieel zelfvoorzienend, dus niet of slechts zeer beperkt afhankelijk van giften of subsidies. En ze is sociaal, dat wil zeggen: het bedrijf is transparant, winst mag maar de vergoeding voor de aandeelhouders moet wel redelijk zijn,  bestuur en beleid moeten zijn gebaseerd op evenwichtige zeggenschap van alle betrokkenen en het bedrijf moet een fair beleid voeren en zich bewust van zijn ecologische voetafdruk.

Aanpassing regelgeving

Er is er een verschil tussen social enterprises en ondernemingen die participeren in (vaak zwaar gesubsidieerde) arbeidstoeleidingsprojecten, waarvan het meer dan eens de vraag is of ze voldoende effect hebben. Social enterprises nemen een positie in tussen de overheid, commerciële bedrijven en charitatieve instellingen. Het zal voor gemeenten misschien even wennen worden om op deze manier naar ondernemen te kijken, denkt Social Enterprises NL. De vanzelfsprekendheid van aanbesteden en subsidie verstrekken vervalt bij deze vorm van sociaal ondernemen. Dat brengt uitdagingen met zich mee, maar kan gemeenten en social enterprises een hoop opleveren. Wel moet de wet- en regelgeving worden aangepast. Zo moeten er speciale regels voor aanbesteding komen. Volgens Social Enterprises NL doet Nederland hierin nog te weinig.
Kapitaal aantrekken is voor social enterprises ook geen eenvoudige zaak omdat deze ondernemingen een maatschappelijke doelstelling hebben. Daarom zoekt de sector naar financiers die bereid zijn om de maatschappelijke meerwaarde mee te wegen in investeringsbeslissingen.
Als het gaat om kennis, kunde en talent, heeft Nederland ook nog een behoorlijke inhaalslag te maken. Om talent in aanraking te brengen met sociaal ondernemen, is het nodig om nieuwe opleidingen en specialisaties te ontwikkelen voor het hoger onderwijs. Bestaande opleidingen zouden nu al meer aandacht moeten besteden aan sociaal ondernemen.

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 7 Juli 2014
Reageer