Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Rekenkamercommissie: ja of nee

Agnes Wolbert & Martin Sagel

Zijn de dagen voor raadsleden in lokale rekenkamers geteld? Minister Plasterk kwam vlak voor het zomerreces met een actieplan om de rekenkamercommissie - de variant met raadsleden in de rekenkamer - af te schaffen. Dit zou de kwaliteit en professionaliteit van de rekenkamers ten goede komen. Daarnaast pleit hij ervoor om de rekenkamer vaker regionaal en dus op meer afstand te organiseren. Geldstroom, samenwerkingsverband en onderzoek zitten dan meer op hetzelfde niveau. De Vereniging voor Rekenkamers schaarde zich achter de plannen van Plasterk, terwijl belangenverenigingen voor raadsleden op de bres sprongen tégen de plannen. Lokaal Bestuur vroeg twee partijgenoten naar hun mening.

wolbert.pngAgnes Wolbert
PvdA-Tweede Kamerlid

Onafhankelijke rekenkamers zijn onmisbaar in een integer democratisch stelsel. Burgers in ons land mogen verwachten dat kritisch wordt gecontroleerd of het beleid dat het college van B&W voert doelmatig, doeltreffend en rechtmatig is. Om dergelijke controles met voldoende gezag te kunnen uitvoeren is een onafhankelijke en professionele rekenkamer noodzakelijk. Het veelgehoorde argument van de slager die zijn eigen vlees keurt, moet je op voorhand willen vermijden. En dat is precies wat wel gebeurt bij de rekenkamercommissies. Wanneer raadsleden zelf participeren wordt onderzoek en advies bemoeilijkt. Het brengt hen in een onmogelijke situatie waarin ze dubbele petten moeten dragen: als aanvrager en tegelijkertijd beantwoorder van een verzoek. Bij een onafhankelijke rekenkamer kunnen raadsleden - ook als ze niet betrokken zijn - gemakkelijker zélf vragen naar onderzoek over de effectiviteit van beleid en adviezen over bijsturingsmogelijkheden. Niet te onderschatten instrumenten in de gereedschapskist van raadsleden.

Los van het feit dat rekenkamers onafhankelijk moeten zijn, is het ook belangrijk ze bovengemeentelijk te gaan organiseren. Gemeenten zoeken bij de uitvoering van hun beleid steeds vaker samenwerking met andere gemeenten. De samenwerkingsverbanden en gemeenschappelijke regelingen die hierdoor ontstaan, laten zich door de lokale rekenkamers niet evalueren. De rekenkamers functioneren namelijk niet op hetzelfde niveau als de geldstromen. Een groot risico, zeker als je bedenkt dat het gemeentelijk budget door de decentralisaties bijna verdubbeld is.

Het veelgehoorde argument van de slager die zijn eigen vlees keurt, moet je op voorhand willen vermijden

Er is wat mij betreft nóg een argument om de rekenkamers boven het gemeentelijk niveau en meer op afstand te plaatsen. Professionaliteit, snelheid en scherpte zijn ook binnen de gemeenteraad steeds belangrijker. Toezicht op het college moet dan ook van grote kwaliteit zijn. Er wordt immers op weinig andere manieren gecontroleerd en ook de inspectie vanuit het Rijk is niet meer altijd in positie. Een rekenkamer die in een bepaalde regio voor een groep samenwerkende gemeenten actief is, kan het zich veroorloven de vereiste deskundigheid permanent in huis te halen. Daarmee hoeft ze niet noodgedwongen terug te vallen op het inhuren van externe bureaus, zoals de gemeentelijke rekenkamercommissies vaak wel moeten. Dit heeft een groot voordeel: de kwaliteit van de rapporten neemt toe omdat ze minder algemeenheden bevatten en allerlei nadelen aan de publiek-private samenwerking in de rekenkamers verdwijnen. De algemene rekenkamer voegde daar recentelijk nog aan toe, dat gemeentelijke/regionale rekenkamers de processen vervolgens zouden moeten standaardiseren zodat de onderlinge vergelijkbaarheid aan kwaliteit wint.

Kortom: burgers hebben er alle belang bij dat gemeenten de rekenkamerfunctie goed op orde hebben. Een gezamenlijke, regionale aanpak is hierbij noodzakelijk: gemeentelijk beleid gaat immers allang verder dan de gemeentegrenzen. Hetzelfde geldt voor de financieringsstromen. De professionaliteit en onafhankelijkheid van de rekenkamer moet onbetwist zijn. Want vergeet niet, voor raadsleden is een rekenkamer met gezag een ontzettend belangrijke partner in het duale bestel.

bij_rekenkamercommissie_martin_sagel.jpgMartin Sagel
Algemeen Bestuurslid Raadslid.nu
Fractievoorzitter PvdA Assen

Het lijkt erop dat minister Plasterk de motie van PvdA-Kamerlid Manon Fokke, om een actieplan op te stellen voor meer regionale rekenkamers, gebruikt als hefboom om meer te veranderen dan in de motie wordt gevraagd. Zo wordt het functioneren van de gemeentelijke rekenkamer(commissie) in zijn geheel tot inzet van het actieplan gemaakt en is er zelfs het idee om de rekenkamercommissie uit de Gemeentewet te schrappen.

In de ondersteunende brief van de minister wordt gesproken over ‘nogal wat’ gemeenten met een niet of nauwelijks functioneren rekenkamer. Dat verdient enige relativering. Uit het bijbehorende onderzoek blijkt namelijk dat het om slechts 20 gemeenten met zogeheten slapende rekenkamer(commissies) gaat. In hetzelfde onderzoek wordt het verdere functioneren van de rekenkamers positief beoordeeld. De vraag is dan ook of dit onderzoek aanleiding moet zijn voor dergelijke drastische, structurele en zelfs wettelijke bijstellingen.
Volgens mij is het veel belangrijker om raadsleden te helpen hun eigen mogelijkheden en hulpmiddelen meer, beter en effectiever in te zetten, waaronder het rekenkameronderzoek. Daarmee voorkom je dat raadsleden te laat ontdekken wat de waarde van goed rekenkameronderzoek is voor de uitvoering van hun werkzaamheden.
En laten we niet vergeten dat het fenomeen dualisme, en dus ook de rekenkamers, nog (relatief) jong zijn. Vanaf de invoering van het dualisme is weliswaar bijna 13 jaar verstreken, maar dat zijn nog steeds maar drie bestuursperioden.

Het is belangrijk om raadsleden te helpen hun eigen mogelijkheden en hulpmiddelen meer, beter en effectiever in te zetten

De veronderstelling dat de professionaliteit beter geborgd is als er geen raadsleden in de rekenkamer zitten, is een vreemde redenering. Het zou kunnen, maar garanties hierover kun je niet geven. Je kunt namelijk ook beredeneren dat de betrokkenheid bij de lokale problematiek minder is bij rekenkamers gevuld met deskundigen. Ook dat kan, maar hoeft niet.
Het plan om tot meer regionale rekenkamers te komen op hetzelfde niveau als de samenwerkingsverbanden is bovendien erg lastig. De samenstelling van het samenwerkingsverband verschilt immers vaak naar gelang het onderwerp. Op basis van welk samenwerkingsverband worden deze regionale rekenkamers dan samengesteld?
Het activeren van de slapende rekenkamer(commissies) is natuurlijk wenselijk maar dit kun je beter vanuit de betrokkenheid van de raadsleden doen dan door ze verder op afstand te plaatsen.
De rekenkamer(commissie) is een ontzettend belangrijk instrument in de toolkit van raadsleden. Dergelijke drastische wijzigingen moeten dan ook nooit van bovenaf opgelegd worden, maar altijd in overleg met raadsleden en hun vertegenwoordigers. Ga dus om de tafel met overkoepelende organen waarin raadsleden vertegenwoordigd zijn. Want deze stappen worden wel erg overhaast gezet!

 Foto: IStock

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 4 November 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Ton Langenhuyzen

Gemeentelijke rekenkamers

Lees artikel