Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Raadsleden zonder invloed?

Joyce Sylvester

foto bij afgevaardigde joyce sylvesterDe voorbereidingen voor de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 zijn in volle gang. In veel gemeenten proberen scouts potentiële kandidaten te recruteren en tegelijkertijd worden door commissies inspirerende programma’s geschreven.

Kandidaatstellingscommissies zijn her en der reeds volop aan het werk met als doel om te komen tot aansprekende kandidatenlijsten. Het is dan aan de kiezer om een afweging te maken: welk programma van welke politieke partij spreekt het meest aan en aan welke kandidaat wordt uiteindelijk de stem gegeven? Na de verkiezingen zijn de uitslagen bekend en kunnen de gekozen kandidaten worden beëdigd. Zij vormen samen in de betreffende gemeente de nieuwe gemeenteraad en gaan verwachtingsvol aan de slag. Maar waar gaan de nieuwe raadsleden eigenlijk over? Waar kan de gemeenteraad nog invloed op uitoefenen? Het éne na het andere raadsvoorstel wordt geagendeerd, behandeld en in stemming gebracht, maar is de ingezette koers nog te wijzigen? Deze vraag wordt vrij snel na de verkiezingen veel gehoord. Met name bij raadsleden van de kleinere gemeenten. En de vraag is zeer terecht!
Al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt geworsteld met de inrichting van het binnenlands bestuur. Bij voortduring wordt vanuit de wetenschap en het openbaar bestuur zelf betoogd dat onze bestuurlijke organisatie op een meer adequate en effectieve wijze de maatschappelijke ontwikkelingen dient te volgen. Modernisering van het decentraal bestuur is hard nodig! Tot dusver zijn er om praktische redenen vooral ad hoc oplossingen gerealiseerd, zoals de WGR +, de Veiligheidsregio’s enzovoorts. Maar met deze incidentele constructies zijn de problemen van bestuurskracht, bestuurlijke drukte en democratische legitimatie alleen maar urgenter geworden. De raadsleden die zich de vraag stellen waar ze nu eigenlijk nog over gaan, lijken een punt te hebben. Op allerlei terreinen worden er steeds meer intergemeentelijke samenwerkingsvormen in het leven geroepen omdat gemeenten de wet niet alleen meer kunnen uitvoeren. Vroeger of later komt men er achter dat de invloed in het verlengd lokaal bestuur zeer beperkt is; uiteindelijk komt het neer op slechts één stem in het kapittel. En het einde is nog niet in zicht. De nu voorgenomen decentralisaties liggen onder het beslag van bezuinigingsoperaties binnen de rijksuitgaven. De overdracht van taken gaat structureel gepaard met een efficiencykorting op de bijbehorende middelen terwijl de decentralisaties zullen leiden tot een substantiële verhoging van de gemeentelijke uitgaven. Gemeenteraden krijgen daarvoor wel de rekening gepresenteerd en gaan er in feite niet meer over. Dit brengt met zich mee, dat de behoefte in een aantal kleinere gemeenten om te komen tot fusie en herindeling alleen maar toeneemt.
Het streven van het kabinet om te komen tot gemeenten met bij voorkeur 100.000 inwoners sluit goed bij deze behoefte aan. De vorming van landsdelen, als eerste door het samengaan van de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht, doet dat ook. De noodzaak om te komen tot schaalvergroting zal bij de kleinere gemeenten alleen maar toenemen met de vorming van deze landsdelen. Voor kleinere gemeenten zal het moeilijk zijn de belangen te behartigen in een landsdeel en omgekeerd zal het voor een landsdeel belastend zijn om veel kleine inliggende gemeenten te hebben. Vanuit een aantal kleinere gemeenten is de hoop erop gericht dat de recente ontwikkelingen zich zullen doorzetten. Het zal meer kleinere gemeenten er toe zetten om fusie- en herindeling te overwegen. Problemen van bestuurskracht, bestuurlijke drukte en de democratische legitimatie kunnen zo worden aangepakt. Raadsleden kunnen zo weer het gevoel krijgen dat ze gaan over het beleid van hun gemeente. En daar worden ze immers voor gekozen!

De auteur is Eerste Kamerlid voor de PvdA en waarnemend burgemeester van Naarden 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer