Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Politiek debat

Klaas de Vries

klaas de vriesAandacht voor een cultureel fenomeen: het Nederlandse Politieke Debat. Dat heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot iets unieks. Dat zag je vroeger niet, dat zie je verder nergens.

Het is een vast recept geworden, waarop variaties zijn toegestaan. Mits het maar leuk is, niet lang duurt en niet moeilijk wordt, maar dat spreekt vanzelf.

Voor de mensen die zo’n debat op ‘hun’ zender weten te organiseren en voor hen die zich er voor lenen is het kennelijk heel bevredigend. Voor anderen minder en voor mij helemaal niet. En ik vrees hoopvol dat ik daarin niet alleen sta.

Het schaamrood kleurt al gauw mijn kaken als ik er naar kijk. Ik kan het niet aanzien, het is zo vernederend en neerbuigend, het is volgens mij olie op het smeulende vuur van afkeer van de politiek.

Op Prinsjesdag waren ze er weer: de duiders, opiniemakers, verslaggevers van de omroepen, die uit hoofde van hun functieomschrijving en bijbehorend salaris de kijker moeten boeien en vasthouden en daarom proberen uit te stralen dat ze die politici wel doorhebben en dat zij zich als plaatsvervanger van het volk geen oor laten aannaaien. En ze houden het graag kort, want zo ingewikkeld is het landsbestuur niet. Zelf kunnen ze immers over al die problemen ook in tien seconden samenhangend praten, als ze tenminste de steun van een deskundige redactie hebben.

En daar staan ze dan: de lijsttrekkers of de fractievoorzitters of de kandidaat-premiers, in een kringetje op de buis. Af en toe mogen ze in een minuut de uit het hoofd geleerde teksten van korte afstand in elkaars gezicht blazen. Waarna ze elkaar ranselen met verwijten en verdachtmakingen, wetend dat daar altijd iets van blijft hangen, daarbij zonder enige gêne vergetend wat ze eerder zelf hebben aanbevolen of aangericht. En ze woekeren met de onzalige wetenschap dat de kiezer een kort geheugen heeft en het ook allemaal niet meer weet en zich daarom voorzichtigheidshalve eerder associeert met onbegrip en onvrede dan met een redelijk betoog, waarvoor ze natuurlijk hun collega’s ook geen kans geven.

En dan is er vaak ook nog ruimte voor panels die bij voorkeur bestaan uit mensen met een eigen politieke voorkeur die wel enig belang hebben bij winst of verlies van deze of gene, maar op basis van hun superieure deskundigheid winnaars en verliezers mogen aanwijzen. Na de uitzending slaan zij zich op de knieën omdat ze onopzichtig hun partij of zichzelf een dienst hebben kunnen bewijzen.

Typeert het voorgaande de realiteit? Of is het de impressie van een hoogst persoonlijke nachtmerrie? Waarom kunnen in andere landen wel serieuze debatten op de tv worden gevoerd? Merkel-Steinbruck? Hollande-Sarkozy? Obama-Romney? Komt dat omdat men daar de politiek serieuzer neemt? Of omdat men politici serieuzer neemt? Heeft men daar een hogere dunk van de bevolking? Of nemen politici in die landen elkaar en hun vak serieuzer?

In een afscheidscollege heb ik over deze dingen vorig jaar wat opmerkingen gemaakt. Voor de liefhebbers is die beschouwing te vinden op www.klaasdevries.nl. Enige aandacht heeft dat begrijpelijkerwijs niet getrokken. Te lang, te moeilijk. De centrale boodschap was dat de politiek zijn eigen kwaliteit moet bewaken, omdat anderen dat tussen de reclameblokken door niet zullen doen. Ook politieke concurrentie moet gereguleerd worden om de kwaliteit veilig te stellen en reguleren kunnen politici beter dan wie ook. Het is hun vak. Als zij het niet doen, regelt de commercie of het format van een amusementsprogramma het wel.

Volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen: voer een campagne die zoveel mogelijk recht doet aan het belang dat je wilt dienen. Dat is beter voor iedereen.     

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 11 November 2013
Reageer