Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Participatiewet is georganiseerd wantrouwen

Jurjen Sietsema

Loonwaardemetingen, indicaties, de Quotumwet, het doelgroepenregister; de bedoeling van de vorig jaar ingevoerde Participatiewet is goed, maar waarom toch al die regels en bureaucratie? Lokaal Bestuur vroeg Ina Hol (directeur WerkBedrijf Rijk van Nijmegen) en Roeland van der Schaaf (wethouder Arbeidsmarkt van Groningen) naar hun ervaringen in het afgelopen jaar. ‘Verschillende elementen in de wet geven de indruk dat Den Haag de ondernemers en de professionals in het veld niet vertrouwt.’ WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, een gemeenschappelijke regeling van Nijmegen en zes omliggende gemeenten, wordt regelmatig genoemd als een goed voorbeeld van hoe de Participatiewet moet worden uitgevoerd. Wat maakt dit werkbedrijf bijzonder. Directeur Ina Hol: ‘Wij hebben een duidelijke regio, een goede wil om samen te werken, een juridische entiteit en een goede collectieve ambitie. We weten wat de doelen zijn en op welke manier we die doelen willen bereiken. Verder verbinden we alle lokale initiatieven aan de lokale kansen, we hebben een duidelijke wil samen de kansen te pakken. Daarmee voorkom je structuurdiscussies.’

Hoorndol
Waar heeft dat inmiddels toe geleid? ‘Het effect is dat wij de geest van de Participatiewet uitvoeren. We bieden dienstverlening voor mensen met een loonwaarde van 1 procent tot en met 100 procent. Ondernemers zijn nu meer tevreden over de dienstverlening. Hiervoor hadden ze te maken met heel veel uitvoeringsinstanties en die kwamen allemaal langs met precies dezelfde vragen. Hoorndol werden ze ervan. Nu hebben ze maar één aanspreekpunt. Wanneer ze ruimte hebben voor een kracht uit onze doelgroep dan krijgen ze degene die het beste past. Dat is ons criterium. Daarbij kiezen we niet eerst tussen een wajonger of een sw’er. Nee, de ondernemer krijgt gewoon de beste oplossing. Al met al hebben we hierdoor de bureaucratie sterk verminderd.’
Hol plaatst wel nadrukkelijk kanttekeningen bij de Participatiewet. Eentje daarvan is de Quotumwet. Deze wet treedt in werking als het bedrijfsleven te weinig mensen met een achterstand in dienst neemt. Voor 2027 moeten bedrijven minimaal 100.000 mensen uit de doelgroep in dienst nemen en de overheden 25.000. Hol: ‘Het is helemaal niet nodig werkgevers te verplichten mensen met een achterstand in dienst te nemen. Dat willen ze namelijk best doen, maar daarvoor is wel een goede aanpak nodig. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en daarbij is het dus handig dat ze maar één aanspreekpunt hebben, zoals wij het nu hebben geregeld. Bij ons heeft snoepfabriek Look-O-Look de productielijnen dusdanig ingesteld en de begeleiding zo aangepast dat er nu mensen uit de doelgroep kunnen werken. Verder zijn er twee bedrijven die activiteiten terughalen uit Polen zodat het werk hier kan worden gedaan door mensen met een achterstand. Dan heb je het over tientallen mensen die we kunnen plaatsen. Daarom vind ik dreigen met een Quotumwet een blijk van wantrouwen.'

Nieuwe etiketjes
Hol is ook kritisch over de doelgroepenregistratie, waarbij mensen met een bepaalde mate van beperking worden geïndiceerd. ‘Daarmee plakken we opnieuw etiketjes. Dat is nooit goed als je wilt dat Nederland maatschappelijk verantwoord onderneemt. Ik vind dat je aan de professionals over moet laten wat iemand wel en niet kan. Schrap deze maatregel, want ook dit is een teken van wantrouwen. Zorg juist voor vertrouwen! Met de Participatiewet hebben we er zaken als de loonwaardemetingen, indicaties, de Quotumwet, de doelgroepenregistratie en loonkostensubsidie bijgekregen. Die elementen geven de indruk dat Den Haag de ondernemers en de professionals in het veld niet helemaal vertrouwt. Bovendien, als ik al die termen laat vallen bij ondernemers, zeggen ze al gauw: “laat maar”. Ik vind dat we er een streep door moeten zetten en het moeten overlaten aan de professionals en de ondernemers. Nu vormen al die regels voor ons een belemmering. Die indicatiestellingen betekenen dat je onderscheid maakt tussen mensen met een beperking. Dat moet je juist niet doen. Wat je wel moet doen, is het ontdekken van hun talenten en daarmee een interactie op gang brengen met de werkgevers. Met die nieuwe indicatiestellingen creëer je weer nieuwe vormen van beschutte werkplekken met aparte beloningen. Je creëert nieuwe hokken en daar ben ik op tegen. Dat hebben we ook helemaal niet nodig. Zonder dat systeem kan Nederland ook prima uit de voeten met de Participatiewet. Ook hier geldt dus: jammer dat Den Haag dit signaal van wantrouwen afgeeft.’

Filantropie? Echt niet
Hol wil onze Haagse politici nog een tip aan de hand doen: ‘We hebben in Nederland veel instanties die zich met hetzelfde werk bezighouden: UWV, gemeenten, werkbedrijven, UWV Werkbedrijf en in sommige gemeenten zelfs nog meer organisaties. Zorg dat die organisaties ineenvloeien, maak er één landschap van. Want veel ondernemers weten niet meer waar ze terecht kunnen.’
Welke resultaten heeft de Nijmeegse aanpak nog meer opgeleverd? ‘Er zijn een aantal mooie initiatieven ontstaan. Zo hebben we een horecaproject voor mensen met een lage productiviteit ensw-groepsdetacheringen bij reguliere bedrijven, bijvoorbeeld in de schoonmaak. En bij de Radboud Universiteit Nijmegen zijn mensen uit de doelgroep aan de slag gegaan met het digitaliseren van allerlei informatie.’ Ook mensen met autisme kunnen soms gemakkelijk aan werk worden geholpen. Zo blijkt dat sommigen uitblinken in bijvoorbeeld natuurkunde en anderen op ICT-gebied, vertelt Hol. Op hun werkplek moet natuurlijk wel rekening worden gehouden met hun beperking. ‘Dat ondernemers mensen met een achterstand werk bieden, heeft niets met filantropie te maken. Er zijn wel veel ondernemers met een sociaal hart, maar uiteindelijk wil niemand dat de winst lijdt onder het inzetten van deze mensen. En nu blijkt dat dit ook helemaal niet het geval is. Tot voor kort waren ondernemers grotendeels onbekend met mensen met een achterstand. Nu zijn veel van hen dik tevreden over hun prestaties. Ze praten hierover gelukkig ook onderling.’
Ondanks de kritiekpunten is Hol wel blij met de bedoeling van de Participatiewet: ‘Ik geloof dat iedereen beter af is met een baan bij een regulier bedrijf. Lokale overheden moeten ook geen werkgevertje willen spelen. Bovendien is het ziekteverzuim in sociale werkvoorzieningen hoog. Hebben deze sw’ers eenmaal werkkleding aan met het logo van hun nieuwe bedrijf, dan zie je ze groeien.’

Experimenten met bijstand
‘Er is niet zoveel mis met de Participatiewet, al zijn er wel verbeterpunten’, zegt de Groningse PvdA-wethouder Roeland van der Schaaf. ‘Wat ons betreft had de wet flexibeler mogen zijn. Zo willen wij graag samen met de gemeenten Utrecht, Wageningen en Tilburg een experiment starten waarbij mensen in de bijstand bijvoorbeeld tien uur per week mogen werken en het geld mogen houden. Dus zonder dat er wordt gekort op de uitkering. Wij denken dat deze mensen dan betere kansen krijgen op de arbeidsmarkt. We zijn hierover al een tijdje in gesprek met het ministerie, want volgens de wet mag het niet. Die gesprekken lopen plezierig, maar het probleem is dat de VVD hier anders over denkt dan de PvdA. Iets anders is dat de communicatie met het UWV niet altijd optimaal is. Vaak horen we het wel wanneer er een wajonger is geplaatst, maar of het gaat om een nieuwe plaatsing of vervanging van een andere wajonger horen we vaak niet of pas veel later. Als arbeidsmarktregio hebben we daardoor geen goed beeld van het aantal geplaatste wajongers en dus kunnen we in ons beleid ook niet sturen.’

Effectief werken
Evenals Hol vindt Van der Schaaf dat de wet de uitvoerders te veel beperkingen oplegt: ‘De bureaucratie en de regelgeving staan effectief werken in de weg. Meer regelruimte voor de arbeidsmarktregio zou helpen. Ik sta helemaal achter de gedachte van de Participatiewet. Meedoen aan de samenleving spreekt mij aan. Maar dat moet je wel breed zien, vind ik. Meedoen betekent niet alleen dat je geld verdient, ook vrijwilligerswerk is een bijdrage aan de samenleving en bovendien een opstap naar betaald werk. Maar gemeenten en arbeidsmarktregio’s zouden meer resultaat boeken met minder regeldruk en minder nadruk op het voorkomen van fraude. De wet is nogal administratief en dat werkt belemmerend, ze is meer beperkend dan stimulerend. De uitvoerders kunnen meer vrijheid best aan. Nu is het hele systeem een georganiseerd wantrouwen.’
Hoe staat het met de taakstelling van de gemeente Groningen? ‘Wij doen het goed. Vorig jaar hebben we meer mensen kunnen plaatsen dan we als doel hadden gesteld en ik ben ervan overtuigd dat we ook dit jaar de doelstelling halen.’ Ziet Van der Schaaf de Quotumwet ook als wantrouwen? ‘Nee, natuurlijk is het onze ambitie dat deze wet niet in werking hoeft te treden, maar ik vermoed dat de plaatsing van mensen met een achterstand een stuk langzamer zou gaan zonder de dreiging van deze wet.’

Aan de slag
Staatssecretaris Jetta Klijnsma is politiek verantwoordelijk voor de Participatiewet. Een aantal kritiekpunten van Hol en Van der Schaaf herkent ze: ‘De uitvoering van de Participatiewet is ruim een jaar op gang en we leren al doende. Eind 2015 heb ik de Tweede Kamer gemeld dat we de uitvoering simpeler gaan maken door minder regels te hanteren bij de verstrekking van loonkostensubsidies en de bepaling van het doelgroepenregister. Deze vereenvoudiging helpt de mensen in het veld.’
Klijnsma vraagt om geduld bij de bestuurders en professionals die betrokken zijn bij de uitvoering van de wet: ‘Het idee achter de Participatiewet is dat we anders gaan kijken naar mensen met een arbeidsbeperking. We moeten op een nieuwe manier goed werk, het liefst bij een reguliere werkgever, voor deze groep gaan organiseren. Dit vraagt om een cultuuromslag bij alle betrokkenen; werkgevers, gemeenten, UWV en arbeidsbeperkten. We zijn op weg, alleen vergt het een paar jaar voordat we de positieve gevolgen volledig zien. De energie in het land is gelukkig goed.’
Onderdeel van de Participatiewet is de opzet van 35 arbeidsmarktregio’s waarbinnen gemeenten en het UWV samenwerken om mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. Klijnsma: ‘Het is de bedoeling om er één landschap van te maken. Die samenwerkingsverbanden ontwikkelen zich en worden snel beter en bekender bij regionale werkgevers. Nijmegen is blijkbaar al erg ver, dat is te prijzen. In veel andere regio’s zijn ze ook bezig met het opzetten van één aanspreekpunt voor werkgevers. Dat vind ik mooi nieuws.’
Vanzelfsprekend verdedigt de staatssecretaris de Quotumwet: ‘Dat is een stok achter de deur. Ik vind die wet logisch, want ons doel is voldoende banen voor mensen met een arbeidsbeperking bij werkgevers. Het liefst zonder Quotumwet en als we samen - werkgevers, gemeenten, UWV, arbeidsbeperkten en ik op de achtergrond - de schouders eronder zetten, komt dat goed. Ik zeg: aan de slag voor die banen!’

Afbeelding: Hollandse Hoogte/Marcel van den Bergh

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 1 Maart 2016
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Ton Langenhuyzen

Verdringing op de arbeidsmarkt door tegenprestatie in de bijstand

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Het goede... en het slechte nieuws

Lees artikel

Jan Chris de Boer

Hoofdbrekens over Participatiewet

Lees artikel