Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Over een muis in de tuin, een paaltjesnota en regelcoaches

Jan Chris de Boer

De regelgeving en het vergunningenbeleid in Nederland drijven ondernemers soms tot wanhoop. Tenminste, dat beweren die ondernemers zelf. Het gaat niet alleen om landelijke regels en vergunningen, ook gemeenten en instanties als het UWV kunnen er wat van. Je wordt als ondernemer tegengewerkt, je kunt je ondernemerschap niet ontplooien en daardoor ontstaat geen nieuwe werkgelegenheid. Zeggen die ondernemers. Is het echt zo erg? ‘Het duurt langer een regel af te schaffen dan een nieuwe te maken.’

Remco Boas is internetondernemer, uitbater van een eetcafé in stadsdeel Zuid van Amsterdam én voorzitter van de Rode Ondernemers in de PvdA. Klopt het dat ondernemers in hun ondernemerschap worden belemmerd door regels en…  De vraag kan niet afgemaakt worden; Boas stroomt leeg als een ballon. Een greep uit zijn schier eindeloze opsomming van praktijkvoorbeelden, die hij overigens op persoonlijke titel geeft. 

Over zijn vuilcontainer: ‘Die moest ik van de deelraadgemeente achter in de tuin van mijn eetcafé zetten. Maar toen een achterbuurman vier huizen verderop een muis in zijn tuin ontdekte, werd meteen een link gelegd met mijn container. Iemand van handhaving zei dat ik geen container in de achtertuin mocht hebben. Terwijl zijn collega dat juist had voorgeschreven. Dan zet ik ’m maar voor op de stoep, zei ik. Mocht niet. Binnen in het café dan? Mocht niet volgens de Voedsel- en Warenwet. Uiteindelijk heb ik geregeld dat de container elke dag geleegd wordt, want het ding mag wel voor op de stoep staan als op die dag de ophaaldienst langskomt.’

Over zijn kerstboom: ‘Voor het café is een plantsoentje en daar wilde ik een kerstboom neerzetten. Vooral ook leuk voor de buurt. Ik wilde de allergrootste die ik kon krijgen. Mocht niet van de deelgemeente, want de voorschriften gaven maximaal 7 meter aan. Bovendien moest er een vergunning worden aangevraagd, minimaal 13 weken tevoren. Nou, dat lukte me, maar vervolgens moest ik ruim 100 euro leges betalen. Toen kreeg ik ineens te horen dat ik voor de lampjes in de boom een aparte vergunning moest aanvragen. Was ik nog eens iets van 100 euro aan leges kwijt. Uiteindelijk stond die boom er en ik had vanuit de zaak een elektriciteitskabel over de weg gespannen voor de lampjes. Komt er een handhavingsambtenaar kijken en die vraagt me: waar is uw vergunning voor die kabel? Die had ik dus niet. Maar, zegt die ambtenaar, u had toestemming voor die kabel bij ons moeten aanvragen. Want zo’n kabel kan door de wind gaan resoneren en daar kunnen de buren last van hebben. “En wat nu?”, vroeg ik. “Dat is uw zaak”, zei de ambtenaar.’

Over de crew van GTST: ‘De mensen van GTST wilden een gezellige avond in mijn eetcafé. Hartstikke leuk, natuurlijk. Voor mij, maar ook voor de buurt. Want de mensen zien dan die acteurs en actrices door de straat lopen. Ik naar de deelraadgemeente om een ontheffing aan te vragen voor het geluid, want ik voorzag dat ik die avond boven mijn toegestane norm zou uitkomen. Maar ik kon geen ontheffing aanvragen. Dat moest minimaal 28 dagen van tevoren en de GTST-avond was over 26 dagen. Dan denk ik: waarom kun je een aanvraag voor een vergunning wel in 28 dagen behandelen en niet in 26 dagen.’

Lachwekkend

En zo heeft Boas volgens eigen zeggen wel dertig voorbeelden. ‘Lachwekkend’, noemt hij de opstelling van de ambtenaren. ‘Ik kan bijna niet wachten tot de stadsdeelraden zijn afgeschaft. Want deze gemeente heeft ‘mag niet’ voor in de mond liggen. De landelijke partijen pleiten voor minder ambtenaren, maar ik ben juist voor meer. Maar dan ambtenaren die het bedrijfsleven en bewoners adviseren, helpen en ondersteunen. De ambtenaren hier zitten alleen maar te corrigeren, straffen en economische groei tegen te werken. Ik zou graag zien dat de mentaliteit van de ambtenaren verandert. Zij moeten er zijn voor hun inwoners en hun bedrijven. Zaken in de dienstverlenende sector hebben niet veel te maken met de gemeente. De horeca juist wel. Toen ik een jaar of tien was, heb ik eens gezegd: als ik groot ben, wil ik een eetcafé. Dat ik hier nog steeds zit met m’n bedrijf, komt omdat dit het mooiste is wat ik ooit gedaan heb. Maar als ik stop, komt dat puur en alleen door de ambtenarij op Stadsdeel Zuid.’

Formulierenbrigade

Jan Hamming was wethouder in Tilburg en is nu burgemeester van Heusden. Hij geeft onmiddellijk toe dat de regeldichtheid in ons land ‘enorm’ is. ‘Dat is niet alleen belemmerend voor het bedrijfsleven, maar ook voor burgers. Zit je in de bijstand en je kunt vier weken aan de slag bij een bedrijf, dan moet je daarna opnieuw alle formulieren invullen om weer voor een bijstandsuitkering in aanmerking te kunnen komen. Daar moeten we van af.’

In zijn eigen gemeente is volgens Hamming sprake van een trendbreuk. ‘Ons motto is nu: wat kunnen we doen ongeacht de regels. Als bewoners iets in een buurt willen dat volgens het bestemmingsplan of andere regels niet kan, laten we de buurt stemmen over het voorstel. Is de meerderheid voor, dan wordt het uitgevoerd. Ondanks de regels, dus. Datzelfde geldt voor het bedrijfsleven. Voor vestiging op een bedrijventerrein hadden we hier complete boekwerken liggen met voorwaarden en verboden. De hoogte van de dakgoten was er in geregeld, de kleurstelling van het gebouw, noem maar op. Er waren ondernemers die klaagden: met zoveel regels en beperkingen kunnen we ons daar niet gaan vestigen. Dus hebben we al die beperkingen overboord gegooid en hebben we gezegd: laten we er op vertrouwen dat het een mooi gebouw wordt. En zo niet: dan moeten we dat maar accepteren. Hier op het gemeentehuis is het inmiddels een gewoonte geworden: elke dag weer kijken we hoe we regels kunnen afschaffen. Onze doelstelling is dat we minstens één regel per week afschaffen.’’

‘We moeten af van al die formulierenbrigades. Ik sprak een gezin dat met allerlei problemen te maken had, ook financiële. Er kwamen wel twintig verschillende organisaties over de vloer; ze waren er spuugzat van. Ik vroeg: is er iemand die u vertrouwt. Nee, zeiden ze. De verweesde samenleving, waar Pim Fortuyn het over had, doet nog steeds opgeld.’

Dramatisch

Hamming heeft een verklaring voor de regeldichtheid: ‘Het meest dramatische wat ik wat betreft regels heb meegemaakt, dat was in Tilburg, was een paaltjesnota. Tig pagina’s over waar wel en waar geen paaltjes mogen staan. Dan hebben we het over paaltjes die het bijvoorbeeld automobilisten onmogelijk maken een bepaald weggetje in te rijden. Ik dacht: we zijn volkomen doorgeslagen. Zo’n nota komt voort uit een klacht. Zoals elke nota met nieuwe regeltjes. Blijkbaar was er in Tilburg iets misgegaan met een paaltje. Maar zo’n nota lost uiteindelijk het probleem niet op. Daarom moeten we ook af van de reflex: u heeft een probleem en wij lossen het op. Nee, een probleem moeten we samen oplossen. En met nieuwe regels los je geen enkel probleem op. Het vraagt allemaal wel een andere manier van denken, dat we veel meer overlaten aan de burgers en de ondernemers en dat we hun ons vertrouwen schenken. Bestuurders en ambtenaren van gemeenten moeten ‘mogelijkmakers’ worden en we moeten af van de afdeling ‘nee zeggen’ en de afdeling ‘regeltjes’.’

Een soepeler bejegening van ondernemers door de gemeente heeft volgens Hamming ook als voordeel dat je als gemeente niet meer als tegenstander, maar als partner wordt gezien. ‘En goede contacten met het bedrijfsleven zijn voor gemeenten van enorm belang.’

Het gemakkelijker omgaan met of afschaffen van regels vraagt volgens Hamming wel om leiderschap. ‘Je gaat weerstand ondervinden, ook van je eigen ambtenaren. Want je kunt je doel alleen bereiken door flink aan de boom te schudden. Je wilt natuurlijk geen onbetrouwbare overheid zijn, maar je gaat wel, vooral ook wat betreft de landelijke regels, de grenzen opzoeken. Dat gaat je op kritiek komen te staan en daar moet je tegen kunnen.’

Tandje erbij

Mei Li Vos is Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Zij vindt de kritiek van de ondernemers terecht. ‘Ik denk meteen aan de succesvolle ZZP’er die mensen in dienst wil nemen maar daarvoor een enorme bak met formulieren moet invullen. Het klopt: wij maken het mensen moeilijk en duur om ondernemer te zijn. We zijn wel slagen aan het maken om het gemakkelijk te maken, maar er kan nog wel een tandje bij.’

Toch is volgens haar de regelgeving en het vergunningenbeleid niet de grootste ergernis van ondernemers. ‘In de gesprekken die ik met het bedrijfsleven voer, staat dat op plaats 3. Duidelijk op 1 staat loondoorbetaling bij ziekte. Een werkgever moet nu maximaal twee jaar doorbetalen bij ziekte en dat is voor een groot aantal, vooral kleinere ondernemers, een enorme last. In ons verkiezingsprogramma stond dan ook dat deze verplichting wordt teruggebracht naar 1 jaar. Op plaats 2 staat het ontslagrecht, maar daar ben ik het niet mee eens. Als je als werkgever je huiswerk goed doet, je houdt bijvoorbeeld regelmatig functioneringsgesprekken, je doet dat goed en eerlijk, dan hoeven er geen problemen te zijn als je iemand moet ontslaan omdat hij niet goed functioneert.’

Regelgeving en vergunningen staan bij Vos op de tweede plaats: ‘Sommige bedrijfstakken hebben met enorm veel vergunningen te maken, zowel landelijke als gemeentelijke. Dat betekent erg hoge administratieve lasten. Wij willen het heel graag gemakkelijker maken, maar als puntje bij paaltje komt, dan duurt het langer een regel af te schaffen dan een nieuwe te maken. Dat is niet altijd de schuld van de overheden. Zo wilden wij de Aanbestedingswet simpeler maken, maar daar kwamen de ondernemers tegen in opstand. Zij wilden juist meer duidelijkheid en dus meer bepalingen.’

Rompslomp

Vos wil dat vooral de kleinere ondernemers meer worden geholpen: ‘Ook die hebben te maken met een enorme vracht aan formulieren die ingevuld moet worden. En dat moeten ze zelf, naast hun eigenlijke werk, doen. Want ze hebben daarvoor geen functionaris in dienst. Ze kunnen het hun accountant laten doen, maar dat kost weer handen vol geld. Dus zou er een soort regelcoach moeten komen die dit voor hen doet. Waarom is die er niet? Het is wellicht iets voor de gemeente om dat te regelen. Een ambtenaar die als regelcoach kleine ondernemers helpt met al die administratieve rompslomp. Een ambtenaar die dus ook de ZZP’er helpt als die personeel wil aannemen.’

Op de derde plaats van ergernissen – in dit geval is ‘zorgen’ meer op z’n plaats – op het lijstje van Vos staat de recessie. ‘En dan komt vooral naar voren dat men de belasting op arbeid erg hoog vindt. Er zijn ook nu ondernemers die extra mensen kunnen gebruiken, maar de kosten weerhouden hen. Alle partijen willen wel de lasten op arbeid verlagen, maar de vraag waar je dan de belastinginkomsten vandaan haalt, is lastig te beantwoorden. Elke extra belasting heeft zo zijn nadelen, al vinden wij dat vervuiling belasten de minste negatieve neveneffecten heeft. Maar ja, andere partijen en veel bedrijven vinden milieubelastingen weer niet wenselijk. Zoals Joop den Uyl al zei: de marges zijn zeer smal.’

Op de foto: Remco Boas
Foto: Katja Mali

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 2 Februari 2014
Reageer

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 38 nummer 2 februari 2014:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee