Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Oude Glorie: Jos van Kemenade (78)

Leonie Wildeman

Het eerste dat opvalt wanneer ik zijn werkkamer binnenloop, is een grote collectie pijpen. In de vensterbank, op het bureau, in een boekenkast. 'Ik loop soms tegen een bijzonder exemplaar aan en dan koop ik hem. Voor je het weet is het een verzameling.’ Ze staan er niet alleen voor de sier, want Jos van Kemenade, voormalig minister van Onderwijs, Tweede Kamerlid, burgemeester van Eindhoven en Commissaris van de koningin in Noord-Holland, is nog altijd een fervent pijproker. Nadat hij ons beide heeft voorzien van een glas fris, komt het blik met tabak tevoorschijn, wordt er een pijp leeggeschud en een nieuwe gevuld. Het interview kan beginnen.

Arts of ingenieur
Jos wordt in 1937 in het overwegend protestantse Amsterdam geboren. Toch gaat hij naar een katholieke basisschool.‘De familie van mijn vader komt uit het zuiden. Zij verhuisden naar Amsterdam in de hoop op meer werk voor mijn grootvader, die timmerman was. Als zuiderlingen waren zij natuurlijk KVP-aanhangers en ook mijn ouders stemden op de KVP. Al waren ze wel links en een beetje recalcitrant. Mijn vader was boekhouder. Wij behoorden dus tot de lage middenklasse. Als eerste in mijn familie kreeg ik de mogelijkheid om te studeren. Ik ben een kind van de sociale mobiliteit,maar wist niets van de universitaire wereld en kende maar twee beroepen die je kon uitoefenen na het behalen van je universitaire studie: arts of ingenieur. Omdat een baan als arts me niets leek,ging ik in Delft studeren. Al snel kwam ik erachter dat dit het ook niet was en ben ik verder gaan kijken. Ik was altijd al geïnteresseerd in politiek en schreef met regelmaat journalistieke stukken. Mijn keuze viel daarom op sociale wetenschappen, gecombineerd met een cursus journalistiek. Deze combinatie werd in Amsterdam en Nijmegen aangeboden. Amsterdam was de stad waar mijn ouders woonden en bovendien was de Universiteit van Amsterdam een rood bolwerk. Ik koos dus voor de Katholieke Universiteit Nijmegen.’
Als student is Jos lid van de KVP en zelfs nog een tijdje voorzitter van de Gelderse afdeling van hun jongerenvereniging: de JOKVP Gelderland. Maar wanneer het derde kabinet-Drees valt door toedoen van de KVP, zegt hij zijn lidmaatschap op en wordt in 1956 lid van de PvdA. ‘Ik had van huis uit geen band met de PvdA, maar ik vond dat de KVP zich schandelijk had gedragen richting Drees. Bovendien was ik niet te spreken over de JOKVP. Dat bleek vooral een gezelligheidsclubdie zich weinig met politiek bezighield. De PvdA kwam toen naar boven drijven als een goed alternatief. Ik werd een zogenaamd slapend lid.’

Standenonderwijs
Toch wordt hij al op zesendertigjarige leeftijd minister (1973). ‘Toen ik klaar was met studeren, heb ik het Instituut voor Toegepaste Sociologie opgericht. In die hoedanigheid kwam ik vaak in Den Haag enkwam ik ook in aanraking met het onderwijsbeleid van de PvdA,de onderwijscommissie van de Wiardi Beckman Stichting en de politieke top van de PvdA. Toenmalig Eerste Kamerlid Eef Steenbergen heeft kennelijk eens tegen Joop den Uyl gezegd: "Je moet eens naar die Van Kemenade kijken, dat lijkt me wel wat”. Op die manier kwam ik in aanraking met Joop den Uyl en werd ik al voor de verkiezingen door hem benaderd om in het schaduwkabinet plaats te nemen als minister van Onderwijs. Tijdens de formatie na de verkiezingen kwam Den Uyl bij mij terug. Ik twijfelde eerst wel, had geen idee waarin ik terecht zou komen. Ook mijn vrouw Anny stond niet te juichen. Maar ze zei uiteindelijk:"Je kunt wel vanaf de zijlijn commentaar hebben op het onderwijsbeleid, maar als ze je dan vragen om minister van Onderwijs te worden, moetje het ook maar gewoon doen!" En daar had ze natuurlijk gelijk in.'
'Toen ik eenmaal benoemd was als minister,veranderde er veel. Zo kreeg ik opeens een dienstauto met chauffeur. Ik zei nog: "Ik ben het gewend om met mijn eigen auto naar Den Haag te rijden", maar daar wilde de secretaris-generaal niets van weten. Ook privé veranderde er veel. Ik woonde het eerste jaar in Scheveningen, terwijl mijn vrouw en kinderen (Van Kemenade heeft een dochter en twee zoons, red.) nog in Nijmegen woonden. Ik miste veel van hun opvoeding. Voor de kinderen was mijn politieke loopbaan niet altijd makkelijk. Ze hadden er soms zelfs last van. Zo is mijn zoon eens in elkaar geslagen omdat wijeen PvdA-biljet voor ons raam hadden hangen.'
Het was voor Van Kemenade vanaf het begin duidelijk wat hij met het onderwijs wilde. Allereerst moest er een totaalvisie komen. 'Ik weet zeker dat ik tot mijn dood herinnerd zal worden als de man van de middenschool (het uitstellen van de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs naar vijftien of zestien jaar, red.), maar dat is een vereenvoudiging van de realiteit. De huidige basisschool werkt bijvoorbeeld nog altijd op dezelfde manier als het tijdens mijn ministerschap is ingediend. Dat de experimenten met de middenschool uiteindelijk zijn gestopt, vind ik erg jammer. De middenschool grijpt in op het standenonderwijs zoals we dit nog steeds kennen. Net als in mijn tijd als minister is er nog altijd veel weerstand tegen het doorbreken van het standenonderwijs. Hierdoor gaat veel talent verloren en blijft segregatie op jonge leeftijd bestaan.'

Huis van Thorbecke
Na een periode als kamerlid wordt Jos wederom minister van Onderwijs. Ditmaal in een van de kortst zittende kabinetten uit de Nederlandse geschiedenis: Van Agt II. Na het vallen van dit kabinet wordt hij genoemd als dé kroonprins binnen de PvdA, maar het loopt anders.'Nadat ik nog twee jaar in de Kamer heb gezeten, werd ik voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Ik zat daar nog maar vier jaar toen ze mij benaderden om burgemeester van Eindhoven te worden. Een interessante baan, omdat je ervoor alle lagen van de bevolking bent,terwijl je je als bestuurder bij de universiteit bezighoudt met een zeer beperkte uitsnede van de samenleving. Daarnaast was er ook nog een persoonlijke drijfveer: mijn grootvader was in het begin van de negentiende eeuwverdreven uit Eindhoven. Hij had een timmerbedrijf, maar kwam in conflict met de pastoor. Toen de pastoor de bevolking vanaf zijn preekstoel verbood nog langer naar het timmerbedrijf van Van Kemenade te gaan, was het gedaan met de zaken en zijn ze naar Amsterdam vertrokken. Zoals je je misschien kunt voorstellen, vond ik het een aantrekkelijk idee dat zijn kleinzoon nu als burgemeester terug zou komen in Eindhoven.'
Op zijn periode als burgemeester van Eindhoven kijkt Jos met gemengde gevoelens terug. 'Enerzijds is er veel bereikt en was de samenwerking en de sfeer in het college en met velen in de samenleving goed. Anderzijds was er een gespannen relatie met de secretaris. Dus toen ik na vier jaar gevraagd werd om Commissaris van de koningin te worden in Noord-Holland, was de keuze snel gemaakt. Bovendien zou ik, met een functie op provinciaal niveau, het hele huis van Thorbecke hebben bewoond.’
Als Commissaris van de koningin maakt Jos een roerige periode mee. Hij krijgt onder andere te maken met de Bijlmerramp, de cafébrand in Volendam en de Dakotaramp. Vooral die laatste staat in zijn geheugen gegrift. ‘Medewerkers van de provincie waren een dagje uit geweest. Ze hadden een retourvlucht naar Texel geregeld met een Dakotavliegtuig. Aan het einde van de dag zouden ze met hun gezinnen gaan barbecueën. De vrouwen en kinderen stonden al klaar om ze te verwelkomen, maar het vliegtuigje was in de Waddenzee neergestort. Een heel heftige periode.’

53 zetels
Als ik hem vraag naar de huidige staat van de PvdA,moet hij even nadenken. 'Een situatie met nog maar dertien zetels in de Tweede Kamer is voor mij ondenkbaar! Toen ik secretaris van de fractie was, hadden we 53 zetels.' Maar waar ligt het aan dat dit nu niet meer lukt? 'De samenleving is veranderd. Voor burgers is de politiek vaak minder herkenbaar geworden, omdat het aan duidelijke visies op de samenleving ontbreekt. Niet alleen bij de PvdA hoor, ook bij andere partijen. Toch is het te makkelijk om naar bepaalde mensen te wijzen. Het ligt echt niet aan Diederik, geen sprake van! We moeten eerst naar de wielen en de laadruimte kijken, voor we spreken over het vervangen van de chauffeur. Maar ik probeer me niet teveel op te winden over de huidige politiek. Ik kan wel van alles vinden, maar er is een nieuwe generatie die het moet gaan doen. Daar moet ik mij nietmeer te veel mee bemoeien.’

Josephus Antonius (Jos) van Kemenade
Geboren op 6 maart 1937 te Amsterdam
Opleiding en studie: Gymnasium aan het Sint Nicolaas Lyceum te Amsterdam (1949 -1955), Sociologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (1955-1960)
Functies:o.a. wetenschappelijk medewerker Sociologisch Instituut (1958-1965), directeur Instituut voor Toegepaste Sociologie (1965-1970), voorzitter college van bestuur Universiteit van Amsterdam (1984-1988) en buitengewoon hoogleraar bij de Katholieke Universiteit Nijmegen, Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit van Amsterdam.
Politiek: minister van Onderwijs (1973-1977 en 1981-1982), Tweede Kamerlid (1977-1981 en 1982-1984), burgemeester van Eindhoven (1988-1992), CdK Noord-Holland (1992-2002)
Publicaties: o.a. Democratie als opgave (2002), Wakken in het kroos (2003)

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 3 September 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jan de Roos

Oude Glorie: Jan de Roos (65)

Lees artikel