Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Oude Glorie: John Wevers

Jan Erik Keman

‘Ik weet het nog goed. Negen, tien jaar was ik. Met de trein naar mijn tante in Maastricht. Niet dat ik toen al ten volste de waarde van deze stedelijke agglomeratie besefte, maar voor een jongetje uit Heerlen was het nogal wat. Urenlang verdwalen in die bochtige middeleeuwse straatjes, en dan ineens sta je aan de Maas. Dat heeft een diepe indruk op me gemaakt.’ Aan het woord is John Wevers, gedurende twintig jaar – tussen 1974 en 1994 - wethouder wonen in Maastricht.

Midden jaren zestig was de Limburgse hoofdstad ingedut. En dat niet alleen. ‘De Stokstraat was weliswaar van de sloophamer gered, maar er waren nog wel meer gebieden in de binnenstad die nauwelijks te beschrijven waren,’ zegt Wevers. ‘Ten oosten van de Boschstraat-Oost bij de Sfinxfabriek bijvoorbeeld. De pastoor vond het zo erg dat hij de klokken van de Sint Matthiaskerk net zo lang liet luiden totdat de autoriteiten polshoogte kwamen nemen. Onder andere de gouverneur. Nou, die wist niet wat hij zag: hele gezinnen in verkrotte kamers, baby’s in kartonnen dozen, en vuil en armoe overal. Echt verschrikkelijk, hij vertrok met tranen in de ogen.’

‘Op het gemeentehuis vonden ze het na de restauratie van de Stokstraat wel genoeg met de binnenstad,’ herinnert Wevers zich. ‘De aandacht lag bij nieuwe buurten aan de rand van de stad. Daar moesten ook de bewoners van die krotten heen. De binnenstad zou dan voor andere functies gebruikt worden. Helemaal verkeerd. Ze hadden zich laten inspireren door de City. Nu was ik toevallig net in Londen geweest en daar kon je in het weekend echt een kanon afschieten. Zo levenloos. Alleen maar lege kantoorgebouwen, totaal geen gebied om in te leven.’

De barricaden

Wevers wilde die woningarme plannen koste wat kost tegenhouden. ‘Eerst bij D66, maar die partij trok in de begintijd veel politieke avonturiers. Mensen die dachten even snel in de gemeenteraad te komen. Weinig productief, vond ik. Ik hield het daar dus vrij snel voor gezien en heb samen met gelijkgestemden de actiegroep B4 (Belangenbehartiging Binnenstadsbewoners, red.) opgericht. Dat was in die tijd echt in de mode. In Amsterdam had je de protesten tegen de sloop van de Nieuwmarkt, en in Groningen had je de activistische wethouder Max van den Berg. Die wist daar heel wat voor elkaar te krijgen. Ik dacht, die moeten we hier in Maastricht uitnodigen.’

Zo gezegd, zo gedaan. Van den Berg reisde af naar het zuiden. ‘Van tevoren hebben we nog even een hapje gegeten. We konden het goed vinden. Bij het dessert stelde Max me de vraag hoe ik al die idealen van me eigenlijk dacht te gaan verwezenlijken. Want actievoeren is leuk, maar wie echt verandering wil, moet de politiek in. Dat heeft me wel aan het denken gezet. Hij had natuurlijk gewoon gelijk.’

Activist in de politiek

Wevers meldde zich aan bij de PvdA. Onervaren, maar niet zonder doel. Nog geen drie maanden later koos de raad hem als wethouder. ‘Daar zat ik dan, de actievoerder met een enorme stapel dossiers op zijn bureau. Aan inwerken werd niet gedaan. Binnen een week stond ik al te debatteren met de raad. Niet met de minsten bovendien. Over de erfpacht lag ik meerdere malen overhoop met Max Moszkowicz die namens de VVD in de raad zat. Het is mijn stellige overtuiging dat grond ten dienste moet staan van de gemeenschap. Het mag daarom niet ten prooi vallen aan speculanten. Dat kan je alleen voorkomen als de grond van de gemeenschap, de overheid dus, is. Als liberaal moest Moszkowicz daar natuurlijk weinig van hebben en dat liet hij weten ook. Echt op de persoon, dossiers had hij vaak niet gelezen.’

Veel trok Wevers zich daar niet van aan. ‘Uiteraard ben ik aan de slag gegaan met de Boschstraat-Oost. Dat onzalige woningarme plan was voorlopig geblokkeerd, maar mijn ideeën moesten nog wel ontworpen worden. Dus met wonen als hoofdfunctie en de Maasboulevard eromheen. De architecten waar ik het mee besprak hadden aan een half woord genoeg en kwamen al snel met een uitstekend ontwerp. Niet alleen stond wonen centraal, ook hadden ze voor nieuwe woonvormen gekozen. Zo hadden de woningen aan beide kanten voordeuren en woonkamerramen. Bovendien waren er naar Engels voorbeeld dakstraten in het ontwerp opgenomen. Echt uniek, zoiets was in Maastricht en de rest van Nederland nog niet eerder vertoond.’

Korte lijntjes

‘Je kan lokaal hoog of laag springen, maar als je landelijk wordt tegengewerkt heb je als wethouder een probleem,’ zegt Wevers. Korte lijntjes met het kabinet maken het werk heel wat gemakkelijker. ‘Wat dat betreft zat het in die begintijd mee. Gruijters die ik nog kende vanuit mijn tijd bij D66 was inmiddels minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Hij was enthousiast over het plan en wilde het zelfs subsidiëren. Tijdens een onderonsje wist ik hem ervan te overtuigen erfpacht op te nemen als subsidievoorwaarde. Op die manier was de erfpacht voor de gemeenteraad een voldongen feit en had ik de VVD buitenspel gezet.’

Ook met zijn collega-wethouders wonen kon Wevers het vinden. ‘Adri Duivesteijn had een clubje wethouders wonen om zich heen verzameld. Ik zat daarbij. Samen met ambtenaren, architecten en mensen van woningcorporaties gingen we om de beurt bij elkaar op bezoek. Het was de bedoeling dat we fris en vrij commentaar konden leveren op elkaars plannen. De ontvangst in Maastricht herinner ik me nog als de dag van gisteren. We brachten een bezoek aan het gebied dat later het Herdenkingsplein zou moeten gaan heten. Onze gemeentelijke stedenbouwkundige die nogal een fan was van woonerven leidde ons rond. Vertelde vol trots over het “kruip door, sluip door”- ontwerp. Prachtig allemaal, maar vroeg een collega: “Waar is dat plein eigenlijk?” Stonden we mooi met onze mond vol tanden, want dat was niet duidelijk in het plan opgenomen.’

Neoliberalisme dominant

Terugkijkend op die jaren zeventig zaten de omstandigheden mee. Economisch, maar vooral politiek. De maakbaarheidsgedachte was nog springlevend, terwijl het neoliberale denken nauwelijks weerklank vond. ‘Ergens in de jaren tachtig veranderde dat. Internationaal natuurlijk met Thatcher en Reagan aan het roer, maar in Nederland merkte je dat er een andere wind ging waaien. Politiek ging het steeds meer over de kracht van de vrije markt, en maatschappelijk over de ontplooiing van het individu. Ook de woningbouw raakte er door besmet. Ruimtelijke ordening werd weggezet als linkse hobby, terwijl men “het overlaten aan de markt” heiligverklaarde.’

In Maastricht wist Wevers het neoliberale gedachtengoed met het nodige kunst- en vliegwerk nog even buiten de deur te houden. ‘Gewoon door de koers aan te houden die we in de jaren zeventig hadden uitgestippeld.’ Dat het niet altijd van harte ging, mag een understatement genoemd worden. ‘Gezapigheid en zwijgen hoorden eeuwenlang tot de Maastrichtse politieke cultuur. Wie een eigen standpunt durfde in te nemen, werd al snel beticht van “moeilijk doen”.’ Nu hielp het wel dat de aanpak van Wevers zijn vruchten afwierp. ‘Van een slaperige en vervallen binnenstad naar een gezellig stadsdeel waar geleefd en gewoond wordt. Die radicale transformatie kon iedereen met eigen ogen zien.’

Maar uiteindelijk raakte ook het Maastricht van Wevers geïnfecteerd door het neoliberale gedachtengoed. ‘Sinds ik twintig jaar geleden afscheid nam, is er veel veranderd. Ik zou het graag anders zien, maar het is er niet beter op geworden. Gemengde wijken waar verschillende inkomens wonen verdwijnen, eengezinswoningen zijn omgevormd tot studentenhuizen en grote anonieme winkelketens bepalen het straatbeeld. En waar de binnenstad onder mijn bewind een plek werd van bewoners én bezoekers, lijken het faciliteren en aantrekken van studenten, toeristen en bezoekers van een- of meerdaagse evenementen leidend geworden. Tekens worden er nieuwe grenzen overschreden. Ik vraag me af wanneer er weer een wethouder opstaat die zegt: “En nu is het genoeg.”’

Meer weten? John Wevers publiceerde in 2016 zijn memoires ‘Eigenwijs in Maastricht’. Hierin kijkt hij terug op zijn bewogen wethouderschap. 

 

Afbeelding: Jan Erik Keman 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 3
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Kirsten Verdel

Bewust een wijk laten verloederen, een goed idee!

Lees artikel

Marjolein Wessels

Langer thuis wonen: op zich goed, maar tempo ligt te hoog

Lees artikel

Kirsten Verdel

Tussen kannibalisering, leegstand en pop-up stores: de nieuwe binnenstad

Lees artikel