Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Oude Glorie

Jan Erik Keman

‘In de nadagen van mijn politieke loopbaan ben ik gaan burgemeesteren. En ik moet zeggen, dat is ontzettend goed bevallen. Haast jammer, dat ik daar niet eerder aan begonnen ben.’ Aan het woord is Tineke Netelenbos, die behalve haar waarnemend burgemeesterschap in Oud-Beijerland, Haarlemmermeer en Ede natuurlijk vooral bekendheid geniet vanwege haar periode in Den Haag. Eerst als Kamerlid, daarna staatssecretaris en vervolgens als minister in de twee Paarse kabinetten.

‘Het contact met de burger is heel direct. Met van alles: van mensen die last hebben van lawaaiige terrassen tot bewoners die zich druk maken over het fluitje van de scheidsrechter, iedereen klopt aan. En het leuke is: je kan helpen en ziet meteen resultaat.’ Zeker in tijden van onzekerheid over de toenemende globalisering en de immense ontevredenheid over de afstandelijke politiek van het Binnenhof en Brussel, ziet Netelenbos een rol voor de lokale overheid. ‘De kiezer is op drift en voelt zich vervreemd van het establishment. Dat zie je eigenlijk wereldwijd, zeker in Nederland. Op lokaal vlak is dat veel minder. De burgemeester is nog gewoon een bondgenoot. Kijk alleen al naar het Rotterdamse. Maakt niet uit wie je spreekt, iedereen is lovend. Aboutaleb is als burgemeester veel beter in staat om te binden dan een willekeurige minister.’

Heilige koe

Dat binden in de praktijk lastig is, weet Netelenbos als geen ander. Nu had ze niet de makkelijkste onderwerpen: de auto, de trein en het onderwijs. ‘Het kwartje van Kok dateert van weet ik niet hoe lang geleden, maar als De Telegraaf het in een bijzin noemt, kun je er nog steeds van op aan, dat hele volksstammen in opstand komen. Precies die weerstand heeft het rekeningrijden uiteindelijk genekt.’ Met het idee van de gebruiker betaalt, was en is niet zoveel mis. Al helemaal niet, nu de kwestie van duurzaamheid steeds urgenter wordt. ‘In Duitsland hebben ze het ingevoerd voor vrachtwagens en nu zijn de personenauto’s aan de beurt. Nou, in mijn tijd verzekerde mijn Duitse collega me over die auto’s: “Nu niet, nooit niet.” In de jaren negentig waren we pioniers, momenteel hobbelen we ergens achteraan.’ Ideeënarmoede is het dus niet, eerder het tegendeel: ‘Als we in Nederland een goed idee hebben, willen we alles in één keer. Je zag het met het elektronisch patiëntendossier en dus ook met het rekeningrijden. Terwijl ze het in Duitsland gefaseerd en met brede politieke steun hebben aangepakt.’

Geen spijt

Achteraf is het makkelijk praten, maar nee als het over haar maatregelen in het onderwijs gaat, zou Netelenbos weinig anders doen. ‘Ja, misschien de naam. Studiehuis was nogal ongelukkig gekozen. Dat gaf een verkeerd idee. Maar meer maatwerk in het lespakket is alleen maar goed. Destijds was het gemiddelde  maatgevend in alles. Ik heb nooit begrepen waarom iemand die een wiskundeknobbel heeft, hetzelfde aantal uren aan dat vak moet besteden als een doorsnee alfa. Daar help je niemand mee, de hoog- en de laagvlieger niet.’ Het valt haar wel op, dat de discussie van begin jaren negentig nu opnieuw woedt. ‘Sterker het vraagstuk is nu actueler dan toen. Die gelijke kansen en betere selectie voor het voortgezet onderwijs wilden we ondervangen met het vmbo. Voorkomen dat scholieren in een uniforme trechter terecht komen. Maar je ziet nu juist het tegenovergestelde. De selectie voor de middelbare school was altijd al vroeg in Nederland. Maar in mijn tijd had je nog de brugklas van één of twee jaar. Die is nagenoeg verdwenen.’

'Dat je op twaalfjarige leeftijd al bepaalt dat iemand loodgieter wordt, gaat er bij mij niet in‘

Ik snap niet dat de Nederlandse bevolking dat accepteert. Niet iedereen kan alles, maar dat je op twaalfjarige leeftijd al bepaalt dat iemand loodgieter wordt, gaat er bij mij niet in. Toen niet en nu nog steeds niet.’ Na de belerende woorden van de commissie-Dijsselbloem durft de politiek niet meer aan het stelsel te zitten. Meer dan jammer, want van de scholen zelf hoef je geen systeemwijziging te verwachten bijvoorbeeld. ‘Ik ben indertijd begonnen met het publiceren van inspectiegegevens, zodat ouders beter een keuze konden maken. Daar was toen veel behoefte aan. Maar nu zie je gebeuren dat die openbare gegevens tegen ouders gaan werken. Scholen dekken zich in en bedenken strategieën hoe ze hun resultaten kunnen oppoetsen: de selectie strenger en leerlingen met slechte cijfers zo snel mogelijk naar andere scholen sturen.’ ‘De enige, die dit soort onwenselijk gedrag de kop in kan drukken, is de politiek,’ stelt Netelenbos.

Tegelijkertijd is ze niet dogmatisch als het gaat om overheidsregulering. ‘Als het niet nodig is, dan liever niet.’ Ook als het gaat om het verzelfstandigen van de NS denkt ze niet dat dat verkeerd was. ‘Mensen zijn vergeten hoe slecht het was toen. Ja, nu wil de NS weer in de regio gaan rijden, maar indertijd dreigden de boemellijnen te verdwijnen. Een monopolist is nooit goed. De NS was log en leverde slechte service.’

Met een hijgende concurrent in de nek is de dienstverlening het best gediend, denkt Netelenbos. En of dat nu privaat of publiek geregeld is, maakt niet zoveel uit. ‘De overheid is er voor de kaders, de doelstellingen. En moet waar nodig - ook internationaal - sturend optreden. In mijn huidige functie als voorzitter van het Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders merk ik weer hoe belangrijk dat is. Uiteraard zien we de noodzaak van CO2-reductie, en daarom is het jammer dat we uit het Klimaatakkoord van Parijs gelaten zijn. Met steun van landen als China, India en Japan blijven vervuilende reders de norm: wie duurzamer en dus duurder wil, verliest de concurrentieslag daarom nog steeds.’ 

Basisinkomen

Dat de overgang naar een duurzamere manier van leven er uiteindelijk zal komen, lijdt geen twijfel. ‘Over tien jaar, misschien wel minder rijden we allemaal elektrisch. En zelfsturend hè. Dat scheelt ook enorm met de doorstroming.’ Reden tot optimisme is er dus zeker, maar tegelijkertijd stelt het ons voor nieuwe vragen. ‘We staan aan de vooravond van een nieuwe technologische revolutie: de robotisering. Dat heeft grote consequenties voor de arbeidsmarkt. Juist de lagere middeninkomens moeten er aan geloven. Met de zelfrijdende auto wordt de rijschoolhouder overbodig en ook de bankmedewerkers zijn hun baan niet zeker met het internet bankieren. Nu het nog niet te laat is, moet je daar een antwoord op vinden, vind ik. Zo nodig onorthodox. Als PvdA’er ben ik nooit zo voor het basisinkomen geweest, maar wie weet: misschien is de tijd wel rijp.'

 

Afbeelding: KVNR

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 3 November 2016
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Leonie Wildeman

Jong Talent: Constantijn Jansen op de Haar

Lees artikel

Leonie Wildeman

Jenny Sleurink-Rabbinge (78)

Lees artikel

Kirsten Verdel

Sharon Dijksma: 'Het Klimaatakkoord van Parijs is echt een keerpunt in de geschiedenis'

Lees artikel