Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Ongelijkheid in het onderwijs als politieke keuze

Jan Erik Keman

Het sociaal-democratische ideaal van verheffing lijkt op sterven na dood. Waar de sociale mobiliteit in de jaren na de oorlog steeds sterker toenam, is de kans, dat een promovendus een kapper als vader heeft, momenteel vrij klein. De universiteit is steeds meer een enclave van witte studenten met hoogopgeleide ouders. Het gaat al vroeg mis. Niet alleen het opleidingsniveau van je ouders blijkt bepalend te zijn, ook de kwaliteit van de basisschool, die je bezoekt, is doorslaggevend voor je kansen later. Wie naar een zwakke basisschool gaat, is de sigaar. In Nederland is die kansenongelijkheid bovendien groter dan elders, constateerde de Onderwijsinspectie recent. Nergens anders in Europa zijn de kwaliteitsverschillen tussen scholen zo groot als hier.

In dit alles staan wethouders onderwijs grotendeels buitenspel. Als ‘chef stenen’ gaan zij immers niet over de inhoud van het onderwijs. Sinds de schoolstrijd van een eeuw geleden ligt de macht bij de schoolbesturen, het ministerie en de Onderwijsinspectie. Toch kloppen ouders vaak aan bij de gemeente wanneer het misgaat. ‘Frustrerend is dat wel,’ zegt de Meppelse wethouder Koos de Vos. ‘Als je in je gemeente een zwakke of zelfs zeer zwakke basisschool hebt, kun je niet direct ingrijpen. Terwijl het vaak om heel triviale zaken gaat als een leraar die ziek uitvalt en niet meteen vervangen kan worden. Als gemeente zou je daar in theorie snel en doortastend kunnen handelen.’

De Vos: 'Hele groepen jongeren blijven achter, dat is onverteerbaar.'

Meppel is volgens de onderwijsmonitor een gemiddelde gemeente. ‘De echt grootstedelijke problematiek hebben we hier niet. En ook de krimp die je in andere plattelandsgemeenten ziet, is hier minder groot.’ Desalniettemin maakt De Vos zich zorgen. ‘Emancipatie is een groot goed. Iedereen moet mee kunnen doen en dezelfde kansen krijgen, daarin ligt de taak van het onderwijs. Nu zie je dat dat niet lukt. Hele groepen jongeren blijven achter. Vanuit PvdA-perspectief vind ik dat onverteerbaar.’

‘Als wethouder heb ik dan misschien weinig te zeggen over het basis- en voortgezet onderwijs, voor het voorschoolse traject geldt dat niet,’ aldus De Vos. Dit terwijl kinderen juist vaak al in de eerste zes jaar van hun leven achterstand oplopen. ‘Denk aan taalachterstanden bij kinderen met een migrantenachtergrond. Met extra geld voor de voorschoolse begeleiding en lesmateriaal om achterstanden te voorkomen, hopen we ieder kind in Meppel een eerlijke kans te bieden.’

Partij van het onderwijs

Ook in Amsterdam zijn er zorgen om de kansenongelijkheid,  geeft raadslid Sofyan Mbarki aan. ‘D66 profileert zich altijd als de onderwijspartij, maar eerlijk gezegd zie ik vooral een wethouder, die naar anderen wijst: de schoolbesturen, de minister en onderwijsinspectie. Zelf blijft Simone Kukenheim op afstand, en biedt ze scholen en leraren geld aan om naar eigen voorkeur in te zetten in het onderwijs . Of dit geld ook ten goede komt aan de leerlingen, die het extra hard nodig hebben, is moeilijk te achterhalen. Geen enkele twijfel over de intentie, maar ik geloof niet dat dit de manier is.'

Tot 2012 was dat wel anders. Als wethouder onderwijs zette Lodewijk Asscher alles op alles om zwakke scholen te bestrijden. Met resultaat: het aantal zwakke basisscholen nam sterk af. Ook nu nog telt Amsterdam relatief weinig zwakke scholen. ‘Maar dat betekent niet, dat het de goede kant op gaat. Wanneer een school slecht presteert, wordt de bal automatisch bij het bestuur gelegd. Soms is dat terecht, maar soms ligt het probleem veel dieper, bijvoorbeeld bij de slechte cultuur die al jaren op een school heerst. Dan moet je als wethouder gewoon durven ingrijpen.’

Mbarki: 'Als wethouder onderwijs moet je durven ingrijpen.'

Mbarki verwacht een assertieve houding van het college. ‘Als je al van een wethouder van stenen kon spreken, is dat nu zeker niet meer het geval. Als wethouder jeugd ben je verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Dat is één op één verbonden met het onderwijs. Als wethouder moet je daarom een spil zijn. Iemand die boven de verschillende belangengroepen waakt over alle leerlingen. Ook over die probleemgevallen die door de verschillende schoolbesturen keer op keer geweigerd worden.’

‘Als lokaal bestuur kan je zeker een rol spelen,’ geeft Arnold Keijzer aan. Als wethouder in Maassluis zit hij regelmatig met de schoolbesturen om tafel. ‘Over de inhoud ga ik niet, maar je kan scholen wel op weg helpen. Bijvoorbeeld om problemen vroegtijdig te signaleren. Daarom lopen er nu gezinscoaches op de scholen rond. Zij kennen leerlingen en hun gezinssituatie en kunnen in samenspraak met de school en wijkteams preventief handelen. Als het thuis uit de hand dreigt te lopen en de school dat weet, kan daar rekening mee worden gehouden.’

Politiek en opvoeding

Natuurlijk kan je als overheid niet alle problemen wegnemen. Een belangrijke reden voor de kansenongelijkheid ligt in de opvoeding. Sommige ouders zijn heel actief betrokken bij de schoolcarrière van hun kinderen, terwijl anderen ervoor kiezen zich afzijdig te houden. ‘Je zag dat in het verleden vaak bij allochtone ouders,’ zegt De Vos. ‘Die bemoeiden zich eigenlijk nauwelijks met de school. Kwamen niet naar ouderavonden en controleerden niet of hun kinderen wel huiswerk maakte. Die kinderen liepen daardoor meteen een achterstand op. Met de derde generatie komt daar gelukkig voorzichtig verandering in. Als gemeente moet je er alles aan doen om die ouders te bereiken, vind ik.’

Wanneer ouders zich actief bemoeien met de leerprestaties, heeft dat bovendien een positief effect voor het schooladvies en daarmee voor de latere schoolloopbaan. Vaak hoogopgeleide ouders gaan niet mee in het ‘te lage’ schooladvies en zetten leraren onder druk om het te veranderen. Omgekeerd krijgen kinderen van ouders, die zich weinig op school laten zien, in verhouding met de objectieve eindtoets vaak een relatief laag advies. Hoeveel belang er wordt gehecht aan die eindtoetsen en schooladviezen is dus van directe invloed op de kansenongelijkheid.

Keijzer: 'Ook scholen willen dat iedere leerling op het juiste niveau les krijgt.'

In dat kader is het opmerkelijk, dat deze kabinetsperiode de eindtoets naar later in het jaar is verschoven. Hierdoor weegt het schooladvies veel zwaarder dan voorheen. Dat het advies van de school vaak afwijkt van de latere leerprestaties, zien ze in Maassluis ook. 'Het is natuurlijk niet zo, dat de scholen een ander doel hebben,' zegt Keijzer. 'In feite willen we allemaal hetzelfde: dat iedereen op het juiste niveau les krijgt. Om erachter te komen of leerlingen het juiste schooladvies krijgen, volgen we leerlingen nu drie jaar. Vanaf groep acht tot en met het derde jaar van de middelbare school. Dan vergelijken we het schooladvies met de realiteit: zitten die leerlingen op het juiste niveau of wijkt het in negatieve zin af?’ Uiteindelijk kunnen die cijfers gebruikt worden om de kansenongelijkheid te bestrijden, hoopt Keijzer.

Een ander probleem is het stapelen, zegt Mbarki. ‘Van het vmbo naar de havo, of van hbo naar de universiteit. Hoe makkelijker dat gaat, hoe meer je de kansenongelijkheid bestrijdt.’ Nu verdwijnen brede scholengemeenschappen en stellen scholen steeds vaker aanvullende toelatingseisen, terwijl de landelijke politiek apathisch toekijkt.

‘Als je als overheid de regie niet pakt, doet niemand het,’ vreest het raadslid. ‘Ik kan me bijvoorbeeld behoorlijk kwaad maken over mbo-instellingen, die ondanks het al jaren slechte arbeidsmarktperspectief bepaalde studies blijven aanbieden. Sociaal juridische dienstverlening of bedrijfsadministratief medewerker klinkt natuurlijk super interessant en trekt veel jongeren. Echt een cashcow en dus marktaandeel voor scholen, maar die studenten komen bedrogen uit: niemand vindt een baan. En zo zijn er nog tig voorbeelden te bedenken van populaire opleidingen met nul baankansen. Als gemeente mag je vervolgens voor al deze jonge mensen een omscholingstraject aanbieden. Je kan dan zeggen: “Het is de vrijheid van onderwijs, we laten het aan de scholen en de ouders.” Maar wie help je daar precies mee? Nee, als je de partij van het onderwijs wil zijn, dan moet je je ook daar tegenaan bemoeien.’

 

Afbeelding: Nationale Beeldbank

 

Uit publicatie Nieuwsbrief, 30 april 2017

Gerelateerde artikelen:

Wouter van der Schaaf

Meer mensen mondig maken anno 2016

Lees artikel

Kirsten Verdel

10.000 kinderen thuis: gênant, en vooral onnodig

Lees artikel

Kirsten Verdel

Hoe de politiek uit Amsterdam verdwijnt

Lees artikel