Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

'Niemand houdt nog van ons'

Joop van den Berg en Hélène Oppatja

img 4348Winst in Leeuwarden is mooi, maar het is geen geruststelling voor wat ons op 19 maart te wachten staat. Ook als de PvdA het straks goed doet, is meedoen aan het college nog niet vanzelfsprekend. Sterker nog: tenzij de PvdA onmisbaar is voor de collegevorming, zal zij in de regel de oppositie worden ingestuurd. En als de partij lokaal op veel plekken buiten de deur komt te staan, zal dat ook landelijk haar positie ernstig beschadigen, waarschuwen Joop van den Berg (oud-Eerste Kamerlid) en Hélène Oppatja (raadslid en oud-wethouder van Alphen aan den Rijn).

Hélène Oppatja (rechts) samen met Diederik Samsom op verkiezingspad bij de herindelingsverkiezingen in Alphen in november 2013. Foto Ali Mousava

In Alphen aan den Rijn liep het dus niet zo goed af als in Leeuwarden, waarover Lokaal Bestuur in een vorig nummer opgetogen berichtte. De PvdA behaalde in de drie gemeenten die vanaf 2014 het nieuwe Alphen vormen 10 procent van de stemmen, tegen 12,5 procent in het oude Alphen in 2010. In relatieve zin een heel behoorlijk resultaat; gelet op nationale peilingen had het heel wat slechter gekund. Het leverde vier zetels op in een raad van 39 zetels, in een fusiegemeente met meer dan 100.000 inwoners. De positie van links was in het oude Alphen al nooit heel sterk, maar in het nieuwe Alphen, dat er dankzij Boskoop en Rijnwoude vooral landelijk gebied bij heeft gekregen, is de overmacht van rechts wel heel groot. Ondanks alle fragmentatie hebben de lokale partijen samen met CDA en VVD en D66  29 van de 39 zetels, ongeveer driekwart dus. 

De kans dat de PvdA een ruime plek in het college van B&W zou krijgen was dus al niet groot. Naar achteraf duidelijk is geworden, is de PvdA nooit als reële optie ter sprake geweest. Eigenaardig genoeg gold dat wel voor de SP, die nog enige tijd aan de onderhandelingen over een collegeprogramma heeft deelgenomen, maar aan het einde daarvan toch afhaakte omdat zij te weinig van haar eigen aspiraties terug zag. Zij werd vervangen door de ChristenUnie, die daardoor weer kon terugkeren in het college, ondanks haar drie zetels.
Dankzij het dramatische verlies van de VVD werd het CDA weer de grootste (of liever: minst kleine) partij. Het CDA vormde een college samen met de lokale partij Nieuw Elan, de VVD, D66 en de CU. Nieuw Elan is een door Gerard van As, oud-wethouder van de VVD in Alphen en oud-Kamerlid van Fortuyns LPF, opgerichte partij die vanaf 2010 van de bestrijding van VVD en CDA ongeveer haar levenswerk had gemaakt. Totdat deze drie na de jongste verkiezingen in elkaars armen vielen.

Buiten de deur gezet

Opnieuw is dus in een grote gemeente de Partij van de Arbeid zonder omhaal - vooral: zonder zelfs een poging tot gesprek - buiten de deur gezet. En dat terwijl de sociaaldemocraten sinds 1945 vrijwel constant deel hebben uitgemaakt van het Alphense college. ‘Niemand houdt nog van ons’, zo leek het in Alphen aan den Rijn. Het verschijnsel is echter niet uniek. Op veel meer plaatsen in Nederland zijn sinds 2010 colleges in alle soorten en maten  gevormd met slechts één gemeenschappelijk kenmerk: de afwezigheid van de PvdA daarin. Denk aan Leiden, Arnhem, Amersfoort (althans tijdelijk), Dordrecht, Breda, Leiderdorp en  zelfs Pekela. Die ‘trend’ zette zich bij de provinciale collegevorming in 2011 voort, in Noord-Brabant, Overijssel en Zuid-Holland. Soms ging het om zuiver rechtse colleges. Op een belangrijk aantal plekken ging echter de SP wel aan colleges deelnemen met uitsluiting van de PvdA. In elk geval trad op lokaal en provinciaal vlak al het verschijnsel op, dat de PvdA als één partij van links wordt gezien en niet als dé partij van links. Voor ons moet dat al alarmerend genoeg zijn.

Weerzin

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart is het van belang het duidelijke signaal van Alphen uiterst serieus te nemen en ervan uit te gaan dat de weerzin tegen de PvdA in het lokale bestuur van Nederland sinds 2010 niet is verdwenen en zelfs verder om zich heen kan grijpen. Die stemming wordt bevorderd door twee factoren: de zwakke verkiezingsscores, die de PvdA voor de collegevorming niet langer onmisbaar maken,  en de geringe liefde voor de PvdA als partner in het lokale bestuur.
Sinds eind jaren tachtig is de positie van zowel CDA als PvdA in Nederland structureel verzwakt. De PvdA is, enkele uitzonderingen zoals Amsterdam daargelaten, niet langer ‘incontournable’ zoals onze zuiderburen dat uitdrukken: een voor collegevorming onontkoombare partij.
Wij poneren daarom de volgende, nogal onaangename stelling: Tenzij de PvdA voor de collegevorming onmisbaar is, zal zij als regel de oppositie worden ingestuurd, onder aanvoering van CDA, D66 en vooral de lokale partijen en met lijdelijke medewerking van de VVD.
De vraag is: hoe komt dat? Het antwoord moet grondig worden onderzocht, maar het is mogelijk er vast over te speculeren.

1. Het ineenzakken van de twee grote volkspartijen heeft ruimte geschapen voor lokale, merendeels populistische partijen die in de gemeentepolitiek een uitgesproken hekel aan de PvdA hebben, omdat zij die bij uitstek zien als het lokale machtsbolwerk waartegen lokalo’s het moeten opnemen. De kans die de PvdA, vooral in Rotterdam, in 2010 had om deze kloof te overbruggen, heeft zij helaas laten liggen. Niet alleen in Rotterdam is die onwil geregistreerd.

2. Deze uitgesproken wrok wordt op het lokale vlak al geruime tijd gedeeld door D66, dat zich door sociaaldemocratische gemeentebestuurders te vaak mishandeld heeft gevoeld, vaak ook mishandeld ís. Het is wrok die is terug te voeren op de nogal zelfingenomen machtsaanspraken van de PvdA, die decennia lang in de stedelijke gemeenten de richtinggevende maar ook de alles en iedereen dominerende kracht is geweest.

3. Door de ervaringen met ‘paars’ heeft het CDA op veel plekken al een geduchte hekel aan de sociaaldemocratie overgehouden. De ervaringen met het kabinet-Balkenende IV en vooral de kabinetscrisis van 2010 hebben die wrok en het gevoel van verraad er niet minder op gemaakt. De bijna rancuneuze houding die Maxime Verhagen in dat jaar tijdens de kabinetsformatie jegens de PvdA demonstreerde, was geen incidentele uitval maar een gevoel dat breder bleek te leven in het CDA. Terecht of ten onrechte, daar valt over te twisten; belangrijker is het, te constateren dat die weerzin er is. Voorts, dat die zich intussen van het nationale naar het lokale en provinciale vlak heeft verplaatst.

4. Wat die wijd verspreide wrok heeft gevoed, zijn niet zozeer de overtuigingen van en in de PvdA, maar het bijna provocerende vertoon van intellectuele superioriteit, de wel slimme maar ook opzettelijk slopende stijl van onderhandelingen en het wel erg grote geloof in het belang van programma-akkoorden, een ietwat giftig relict van de ‘programmacolleges’ van de jaren zeventig. Zodra de PvdA niet onmisbaar is, wordt het verleidelijk haar maar niet voor gesprek uit te nodigen.

Beslissende moment

Is dat voor ons reden om totaal van karakter te veranderen? Dat zal niet eens lukken, zeker niet op de korte termijn. Voor de komende verkiezingen is alvast essentieel, dat die worden gezien als een beslissend moment voor de lokale macht van de partij en daarmee tevens voor haar invloed in de landelijke politiek. Als zij lokaal op veel plekken buiten de deur komt te staan - eventueel zelfs in Amsterdam en Rotterdam - dan zal dat haar positie ook landelijk ernstig beschadigen. Raadsverkiezingen ‘erbij doen’, zoals eerder wel is gebeurd, zou weinig minder dan rampzalig zijn. Nog een geluk dat wij een partijvoorzitter hebben die deze verkiezingen niet licht opvat.
Daarvoor is een reden temeer. De Partij van de Arbeid werkt parlementair mee aan drie enorme decentralisatieoperaties in het sociale domein, die raken aan de bestaanszekerheid van de bevolking. Wij zullen toch niet meemaken dat straks het beleid is gedecentraliseerd, maar dat de lokale PvdA er geen vat meer op heeft? Dat dus, wat nu in Alphen  aan den Rijn op het punt staat werkelijkheid te worden?

Alliantievorming

Op langere termijn zal de partij meer werk moeten maken van alliantievorming met andere verwante partijen op het lokale vlak. Daarmee wordt zij minder kwetsbaar, maar draagt zij ook bij aan een remedie tegen de ernstigste kwaal van de lokale democratie, haar volledige fragmentatie.
Als het gaat om de verkiezingen van 19 maart is de opdracht duidelijk: een resultaat behalen dat de partij onmisbaar maakt voor succesvolle collegevorming.
Dat is minder moeilijk dan het lijkt. De uitslag van 2010 was geen goede en het moet te doen zijn om, zoals in Leeuwarden, boven het resultaat van dat jaar uit te komen. Temeer, omdat nu ook de positieve kanten van het regeringsbeleid geleidelijk zichtbaar worden en er, wat de economische crisis betreft, licht is aan het einde van de tunnel.
De campagne voor 19 maart kan bovendien gebruikt worden, niet alleen om de eigen boodschap over het voetlicht te brengen, maar ook om vrienden te maken, in en buiten de politieke arena. Als maar duidelijk is hoeveel er voor ons op het spel staat, is de kans des te groter dat wij het op 19 maart gaan redden.

Zie ook het artikel ‘Dertien tips voor de coalitieonderhandelingen’ elders in dit nummer. 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 3 Maart 2014
Reageer

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 38 nummer 3 maart 2014:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee