Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Neem in gemeenschappelijke regeling niet alles voor zoete koek aan

Els Boers

De gemeenschappelijke regeling zou voor middelgrote en kleine gemeenten hét instrument zijn om de decentralisaties goed te kunnen uitvoeren. Per definitie zouden die gemeenten dat niet zelfstandig kunnen. Maar klopt dit wel? Zijn gemeenschappelijke regelingen onmisbaar? Of zijn ze in de praktijk vooral een blok aan het been?  En wat zijn dan de alternatieven? Een handreiking aan raadsleden en wethouders.

Kleine gemeenten laten zich wellicht  aanpraten dat zij niet veel zelfstandig kunnen. Provincies adviseren deze gemeenten om vooral mee te doen met een gemeenschappelijke regeling. Maar wat als de provincie vervolgens zelf ook meedoet aan die regelingen? Dan wordt de rolverdeling tussen provincie en gemeente een stuk minder helder. Wie gaat dan precies waarover? Wat ligt bij de regeling, wat ligt bij de gemeente zelf en waar gaat de provincie over? Vragen en onduidelijkheid alom!

Een recent voorbeeld laat zien waartoe deze onduidelijkheid kan leiden. Bij de Drechtsteden hadden de diverse gemeenten van de gemeenschappelijke regeling een verschillend idee over de verplichte ouderbijdrage voor de jeugd-ggz. De gemeenschappelijke regeling dacht met een meerderheid te kunnen bepalenwat alle deelnemende gemeenten moesten doen. Gelukkig kwam iemand op het idee om zich eens te verdiepen in het hoe en wat van de regeling. Toen bleek dat dit besluit niet binnen de gemeenschappelijke regeling, maar door alle afzonderlijke gemeenten gemaakt kon worden.

Minister Plasterk gelooft dat politici weten waar zij het over hebben. Volgens hem kennen zij de Wet gemeenschappelijke regelingen. De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger. Niet alle raadsleden en wethouders hebben precies op het netvlies hoe deze wet in elkaar zit en, zoals uit het voorbeeld blijkt, is het vaak ook niet helemaal duidelijk welke verantwoordelijkheid waar ligt.

Vaak zijn gemeenschappelijke regelingen erg omvangrijk, met tientallen deelnemers. De vraag is of het oorspronkelijke doel daarmee bereikt wordt. Zijn gemeenschappelijke regelingen van beperktere omvang niet beter om kwaliteit en efficiency te behalen? Of, nog een stap verder, is het voor een kleine gemeente zelfs beter om helemaal niet deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling? Juist omdat we meer gebruik willen maken van de kennis en kunde van de eigen inwoners. Dichtbij de inwoners betekent toch ook dat er korte lijnen moeten zijn? Hoe verhoudt dit zich tot omvangrijke gemeenschappelijke regelingen?

Houd altijd in je achterhoofd of het doel spoort met jullie eigen gemeentelijk belang

Mogelijkheden 

Wat nu als je raadslid of wethouder bent en je gemeente neemt al deel aan verschillende gemeenschappelijke regelingen? Het gevoel dat je niets meer kunt, zal overheersen. Maar dat is niet nodig. Er zijn verschillende mogelijkheden om het anders te doen.

Houd alle gemeenschappelijke regelingen eens tegen het licht en bedenk welk doel deze regelingen precies dienen. En dan niet een algemeen doel, maar het specifieke doel voor jouw gemeente. Het vraagt op zich al even bezinning om dat helder te krijgen. Formuleer daarnaast nog een aantal subdoelen die voor jouw gemeente belangrijk zijn. Breng vervolgens in kaart of er voldoende kennis en kunde in de gemeentelijke organisatie zit en of er een mogelijkheid is om iemand in te huren. Een deskundige kan bijvoorbeeld tijdelijk of parttime bij twee of drie gemeenten in dienst genomen worden. Soms zijn er verschillende deskundigheden nodig, die onmogelijk allemaal in dienst kunnen zijn van de gemeente, maar die wel geregeld nodig zijn. Het dienstverband kan dan in een gemeenschappelijk orgaan gegoten worden. Dat is de meest simpele vorm van een gemeenschappelijke regeling. Ambtenaren worden dan uitgewisseld. Het is belangrijk om in het

gemeenschappelijk orgaan duidelijke afspraken te maken. Wie doet wat in de regeling en hoe worden de financiële en personele bijdragen verdeeld? Het is echt geen must dat iedere deelnemer hetzelfde levert of afneemt. Binnen een regeling kunnen afzonderlijke afspraken gemaakt worden met de deelnemers, dit geldt voor zowel de rechten als de plichten. Dus ga niet klakkeloos akkoord met het voorstel dat vanuit de regeling komt, maar maak een goede afweging voor de situatie in jouw gemeente. Het college is gebaat bij een kritische raad die hem dwingt om vooral op de belangen van de eigen gemeente te letten en niet teveel mee te gaan met de andere deelnemers.
Vergeet tot slot ook niet te kijken naar wat er precies in de regeling staat. Is alles helder geregeld? Wat wordt er bijvoorbeeld gedaan als een van de deelnemende gemeenten besluit uit de regeling te stappen of als de regeling opgeheven wordt? Is daar ook over nagedacht? Dit is uiteraard voor alle deelnemers belangrijk. Is het niet geregeld, dien er dan een voorstel voor in.

Pijn

De pijn bij raadsleden en wethouders zit vooral bij de gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam met een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het zogenaamde verlengde bestuur. Vooral als er veel deelnemers zijn, kunnen politici zich overruled voelen. De praktijk laat zien dat de gemeenteraden de besluitvorming vooral overlaten aan het college en dat de verantwoordelijke wethouder denkt dat er toch niet geluisterd zal worden als hij met kritiek komt. 'De meerderheid heeft beslist, daar zullen we ons bij neer moeten leggen'. Voor veel raadsleden een bekende zin als er verantwoording in de raad wordt afgelegd. Maar klopt dit wel? Uit het voorbeeld van de Drechtsteden bleek al dat dit niet altijd opgaat. En, ook al gaat een gemeente er niet meer zelf over, er kan altijd ingezet worden op een uitzondering. Ook bij een regeling in de vorm van een openbaar lichaam kan er een onderscheid gemaakt worden tussen de rechten en plichten van de verschillende deelnemers. Meestal draait het om de geldelijke bijdrage. Juist bij grote gemeenschappelijke regelingen laat de praktijk zien dat er vaak extra geld nodig is, terwijl het waarschijnlijk voor menig deelnemer een subdoel is dat de geleverde diensten goedkoper moeten zijn in de regeling dan wanneer de gemeente het zelf doet. Het moet in ieder geval duidelijk zijn welke kwaliteit voor welke prijs geleverd wordt, zodat er een goede afweging gemaakt kan worden. 

Vraagtekens

Wees als wethouder en raadslid dus kritisch en neem niet alles voor zoete koek aan. Het gaat tenslotte om jullie eigen begroting, die momenteel voor een groot deel naar gemeenschappelijke regelingen gaat. Het kan zijn dat de verschillende deelnemers andere zaken belangrijk vinden, maar je staat vast niet alleen met je kritiek. Informeer eens bij andere deelnemers of zij dezelfde vraagtekens hebben. Misschien is het zelfs mogelijk om jullie inbreng te bundelen. Dit geldt zowel voor de collegeleden als de gemeenteraden. Laat je voldoende voorlichten, door de gemeenschappelijke regeling, een ambtenaar en de wethouder. Wellicht kun je als gemeenteraad een werkgroep vormen en contact zoeken met de gemeenteraden van andere deelnemers.

Fijn advies

Je zult wel denken, wat een fijn advies, alsof ik niet genoeg te doen heb! En er zijn zoveel gemeenschappelijke regelingen dat het voor onze gemeenteraad niet haalbaar is om ze allemaal grondig te bestuderen. Dat hoeft uiteraard ook niet en je hoeft ze zeker niet allemaal in één keer te onderzoeken. Maak allereerst een schifting tussen regelingen waarvan je al weet dat daar niets mis mee is, regelingen die niet omvangrijk zijn en grote gemeenschappelijke regelingen. Bij de laatste twee categorieën kun je nog een onderscheid maken tussen de gemeenschappelijke organen (uitwisseling van ambtenaren) en de openbare lichamen (de regelingen met een AB en DB). Daarnaast zou je ook nog een verzoek tot onderzoek door de rekenkamer of rekenkamercommissie kunnen indienen. Of je kunt met de gemeenteraden van andere deelnemers afspraken maken.

Kritisch blijven

Is de gemeenschappelijke regeling altijd de oplossing? Wellicht minder vaak dan we denken. In ieder geval is het aan jou als raadslid of wethouder om zeer kritisch te zijn en te blijven en je niet van alles aan te laten praten. Houd altijd in je achterhoofd wat het doel is en wat jullie als gemeente of raad echt belangrijk vinden. Leg je niet neer bij de meerderheid maar bepaal zelf wat jullie voor elkaar willen krijgen en zorg dat je daar medestanders voor vindt. Er is dus zeker winst te behalen door onderling contact tussen de gemeenteraden. En dan natuurlijk wel rechtstreeks en niet via allerlei tussenkanalen, want dat geeft alleen maar ruis.

Els Boers is eigenaar van Krachtig Lokaal Bestuur; www.krachtiglokaalbestuur.nl  en auteur van onder andere De wet gemeenschappelijke regelingen helder uitgelegd (ISBN 978 90 12 39424 6)

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 2 Juni 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

GR, weg ermee!

Lees artikel

Leonie Wildeman

Over lantaarnpalen, depolitisering van het lokaal bestuur en de platworm

Lees artikel

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 39 nummer 2 juni 2015:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee