Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Marith Rebel

Afgevaardigde

Allereerst een bekentenis: het lokale bestuur was voor mij tot voor kort een wereld die ik niet goed kende. Want laat ik eerlijk zijn: ik ben nu ruim 200 dagen Tweede Kamerlid, maar heb vóór die tijd geen lokale ervaring opgedaan in de partij. Ik volgde een bijzondere route, zoals ik het zelf omschrijf.

Toen het kabinet Rutte-I viel, nam ik de intuïtieve beslissing om te solliciteren voor een plek op de landelijke PvdA-lijst. Waarom? Omdat ik als huisarts in Amsterdam Nieuw West de afgelopen jaren zag wat de crisis betekende en welke gevolgen de gedoogconstructie van het kabinet Rutte-I concreet had voor mijn patiënten. Omdat in de wijk waar ik werkte mensen 17 jaar langer in ongezondheid leven en 7 jaar eerder doodgaan dan mensen die binnen de ring wonen. Ik zag de broertjes van de top 600, de vaders die hun werk kwijtraakten, de oude Amsterdammers die er moeite mee hadden  dat de buurt waar zij trots op waren veranderde en verpauperde. Ik zag als huisarts dat gezondheid het grootste goed is van mensen en dat mijn patiënten zorgen hadden over de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg. En ik vroeg me af of er in Den Haag wel voldoende mensen waren die wisten hoe de zorg werkt en hoe het is om te leven zoals in Amsterdam Nieuw West. Naïef? Misschien. Aanmatigend? Misschien ook wel. Gemotiveerd? Zeker.

Tijdens de gesprekken die ik heb gevoerd nadat ik had gesolliciteerd, werd mij gevraagd waarom ik deze stap had gezet en niet had gekozen voor het lokale bestuur. Mijn antwoord was dat ik dacht in Den Haag meer te kunnen doen. Toen ik in juni 2012 terechtkwam op plek 46 op de landelijke lijst, leek het onwaarschijnlijk dat ik ook werkelijk in  de Tweede Kamer terecht zou komen. Het was een plek die mij de kans bood ervaring op te doen binnen de partij. Een kans om mijn meerwaarde te laten zien en om bij een volgende verkiezing misschien wel hoger op de lijst te eindigen. Hoe anders is het gelopen, sinds september vorig jaar ben ik Kamerlid.

In de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen heb ik op veel plekken in het land kennis mogen maken met onze lokale bestuurders. Ik heb gezien hoe ze werken, hoe zij de lokale problemen aanpakken en de uitdagingen in hun dorp, stad of regio aangingen. Ik zag deskundige en betrokken wethouders, raadsleden, leden en vrijwilligers van de partij, in Venlo, Haarlem, Hollands Kroon en op Terschelling. In hoog tempo maakte ik kennis met de structuur van het lokale bestuur. En pas nu besef ik goed hoe belangrijk het lokale bestuur is, en hoe kwetsbaar. Na 19 maart is het voor veel lokale fracties zaak de wonden te likken en zich te herpakken. Het verlies is vaak groot. Veel ervaring gaat verloren, velen kunnen hun inspanningen van de afgelopen jaren in het lokale bestuur niet op dezelfde wijze voortzetten. Dat is een zware klap.

Ik realiseer mij dondersgoed dat het nu ook aan mij is om nog harder te werken, om het waar te maken op landelijk niveau. Om ervoor te zorgen dat lokaal de omschakeling op een belangrijk dossier als de zorg gemaakt kan worden. En hoe belangrijk het is dat we als fractie laten zien waarom er echt goede redenen zijn om te kiezen voor de Partij van de Arbeid.

Ik heb kunnen zien wat onze lokale mensen de afgelopen jaren hebben gedaan in hun dorp, hun stad, hun regio. En ik realiseer me dat ik daar, toen ik solliciteerde voor de landelijke lijst, redelijk gemakkelijk aan voorbij gegaan ben. Aanmatigend? Ja, misschien wel. Dus bij deze mijn excuses. En mijn belofte: ik zal mijn uiterste best doen om goed werk te leveren in Den Haag. Ik wil leren, investeren en luisteren. Waarom ik voor NIX18 ben en hoe ik toch probeer te komen tot een hanteerbaar coffeeshopbeleid. Hoe ik door in te zetten op het ontmoedigen van roken juist mijn oude patiënten aan meer gezonde jaren wil helpen. Ik kan dat alleen maar goed doen als ik de ervaring van lokale bestuurders, de mensen die voor onze partij in het hele land actief zijn, mag gebruiken. Zodat lokaal bestuur en de nationale politiek dicht bij elkaar staan, wij elkaar versterken en geen onbekende zijn voor elkaar.

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 4 April 2014
Reageer