Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Margreeth de Boer (75)

Oude Glorie

margreeth de boer nieuwe fotoZeijen is een rustiek dorpje even boven Assen, met amper 700 inwoners. Het wemelt er van de monumentale Saksische boerderijen. In één daarvan, die dateert uit 1774, woont Margreeth de Boer, samen met haar man Hans Keuning (1926), musicus en oprichter/directeur van het Instituut voor Creatieve Ontwikkeling. ‘We wonen hier nu ruim twintig jaar, en genieten elke dag van deze prachtige plek. Soms komen reeën een kijkje nemen in onze tuin’, vertelt Margreeth, terwijl ze mijn collega Leonie en mij naar een prachtige ruimte leidt. Het blijkt de voormalige schaapskooi te zijn, die nu vooral wordt gebruikt als gastenverblijf en speelruimte voor haar vier kleinkinderen. Maar de politiek is nooit afwezig in huize De Boer. ‘Hans is al bijna 60 jaar PvdA-lid. Zelf ben ik op mijn negentiende lid geworden. Wij behoren dus zogezegd tot het gestaalde kader. En ik ben er trots op dat ook mijn zoon en mijn dochter lid van de partij zijn.’

Passie voor milieu en ruimtelijke ordening

Terwijl ze thee inschenkt, vertelt ze zonder opsmuk over haar lange politieke loopbaan. Margreeth heeft zo’n beetje alle functies in het openbaar bestuur vervuld. Ze was raadslid in Wormer, Statenlid en gedeputeerde in Noord-Holland, Commissaris van de koningin in Drenthe, minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu in het eerste kabinet-Kok, Tweede Kamerlid,  burgemeester van Leeuwarden en waarnemend burgemeester van Hoogeveen. Als ik constateer dat eigenlijk alleen een wethouderschap ontbreekt, glimlacht ze. ‘Dat had ik óók nog kunnen worden, in 1974 in Wormer. Maar ik heb het niet gedaan. Het paste toen niet, ik had een gezin met opgroeiende kinderen. In die tijd was het overdag voor de kinderen zorgen en ’s avonds vergaderen.’ Haar aantreden in 1970 als raadslid in de kleine Noord-Hollandse gemeente, zal ze niet gauw vergeten. ‘Bij mijn installatie zat er een vrouw op de tribune, die in onvervalst Zaans zei: “Wat mot dat waif met die dikke boik hier?” Een week later beviel ik van mijn eerste kind.’ Ze bladert in de map met vergeelde knipsels en toespraken. ‘Eén van mijn eerste daden was dat ik vragen heb gesteld over het gebruik van pesticiden bij de onkruidbestrijding. Ook toen was ik dus al met het milieu bezig.’ Milieu, ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn passies van Margreeth. ‘Ik ben een echte ruimtelijke ordenaar. Het welzijn van mensen wordt mede bepaald door hun fysieke omgeving. Anno 2014 bestaat RO als sturingsmechanisme niet meer. In mijn tijd als gedeputeerde (1987-1993) heb ik me intensief bezig gehouden met de ruimtelijke inrichting van het gebied rond Amsterdam. De stad liep leeg, en we zochten naar bouwlocaties om dat tegen te gaan. In het oostelijk havengebied zijn we begonnen met planvorming, sanering en woningbouw. Ik heb me altijd verzet tegen het bouwen in het landelijk gebied ten noorden van de stad.’ Energie steekt Margreeth ook in het verbeteren van de relatie tussen groeistad Almere en Amsterdam, dat zich bedreigd voelt. ‘Het was haat en nijd tussen die twee, ook in partijgenootschappelijk verband.’

Nostalgische Friezin

In 1993 verruilt De Boer het drukke Noord-Holland voor het rustige Drenthe, waar ze Commissaris van de koningin wordt. Een cultuurschok? ‘Nee, zo heb ik dat niet ervaren, al is de schaal en de problematiek natuurlijk heel anders. De kans om wat noordelijker aan de slag te gaan, wilde ik me niet laten ontgaan. Weliswaar ben ik in Amsterdam geboren, maar mijn ouders kwamen uit Friesland. Eind 1929, toen de economische crisis uitbrak, waren ze naar Sloten vertrokken, omdat daar voor mijn vader makkelijker werk te vinden was. Ik kom uit een echt arbeidersgezin. Mijn vader was boerenknecht. Later is hij amanuensis bij de universiteit in Nijmegen geworden. Zelf ben ik altijd een beetje een nostalgische Friezin gebleven.’ Margreeth is nog maar anderhalf jaar werkzaam in Drenthe als er vanuit de partij druk op haar wordt uitgeoefend om te solliciteren naar het burgemeesterschap van Amsterdam. ‘Ik heb er een nacht wakker van gelegen, maar besloot het niet te doen. Vervelend was wel, dat uitlekte dat ik was benaderd.’ Korte tijd later klopt de PvdA opnieuw bij haar aan: of ze minister van Vrom wil worden in het kabinet-Kok. ‘Ik moest binnen één dag beslissen en heb ja gezegd. Mijn Haagse jaren waren een ontzettend boeiende periode. De onderhandelingen met de VS en Japan die tot het wereldklimaatverdrag van Kyoto (1997) hebben geleid, beschouw ik als een hoogtepunt. Ook heb ik veel kunnen doen aan de mestwetgeving en de verbetering van de drinkwaterkwaliteit. Heel lastig waren de grote problemen rond Schiphol. Ik had grote moeite met de ongebreidelde uitbreiding van de luchthaven. Voor mij was dat een reden om in 1998 niet verder te gaan als minister. Maar we hebben veel bereikt, en ik ben een bevoorrecht mens dat ik dat allemaal heb mogen meemaken.’ De Nederlandse taal dankt trouwens nog een woord aan de minister: onthaasting. ‘In mijn nieuwjaarstoespraak voor ambtenaren signaleerde ik in januari 1997 dat veel ambtenaren door de enorme hoeveelheid werk stress opliepen en soms overspannen raakten. Mijn pleidooi voor onthaasting haalde onbedoeld de pers. De telefoon stond roodgloeiend. We zijn ons sindsdien toch wel meer bewust geworden van dit probleem, denk ik.’
Nadat ze de Haagse arena heeft verlaten, is Margreeth nog een aantal jaren actief als burgemeester. Eerst in Leeuwarden, waar PvdA-burgemeester Loekie van Maren-van Balen het veld moest ruimen. ‘Het is altijd droevig als iemand moet vertrekken. Het geeft ook veel onrust, maar het is gelukt de rust en stabiliteit te herstellen. Dat ik de Friese mentaliteit goed ken, heeft daarbij denk ik wel geholpen. Voor mij is deze periode een cadeautje geweest. Ook in Hoogeveen heb ik later als waarnemend burgemeester een plezierige tijd gehad.’

Gemeenschapszin

Ook in de PvdA zelf heeft Margreeth altijd haar rol gespeeld. Zij was voorzitter van een commissie die in 2002 de partij onder het vergrootglas legde in het rapport De kaasstolp aan diggelen. Het pittige oordeel daarin over de in zichzelf gekeerde partij, nam niet iedereen haar in dank af. ‘Anno 2014 gaat het weer om heel andere dingen. Ik vind dat de partij haar infrastructuur moet verbeteren. Gekozen vertegenwoordigers en bestuurders moeten hun gezicht meer laten zien in de afdelingen en op gewestelijke bijeenkomsten. Om verantwoording af te leggen, maar vooral ook om te luisteren en de discussie aan te gaan met onze achterban. Je zult zien dat mensen het dan veel plezieriger vinden om naar zo’n bijeenkomst te komen.’
Margreeth is geen zwartkijker, eerder blijmoedig en optimistisch. ‘Maar ik maak me wel zorgen over de sociale cohesie. Een verhaal over inkomenspolitiek is mooi, maar niet voldoende. Het gaat erom dat mensen zich gerespecteerd voelen. Nieuwe Nederlanders moeten zich hier thuis voelen en zich verbonden weten met andere Nederlanders. Willem Banning, partijideoloog en medeoprichter van de PvdA, schreef al in 1938 in zijn boek Hedendaagse sociale bewegingen heel behartigenswaardige dingen over gemeenschapszin. Hij liet zien hoe belangrijk dat is. Die gemeenschapsgedachte hebben we later helaas laten varen. We stopten wel veel geld in stadsvernieuwing, maar investeerden onvoldoende in de sociale samenhang in wijken. De sociale pijler werd de zwakke schakel in het grote stedenbeleid. Mijn vurige wens is, dat we die gemeenschapszin weer terugbrengen in het hart van de sociaaldemocratie.’

Margaretha (Margreeth) de Boer
Geboren op 16 april 1939 te Amsterdam
Opleiding en studie
: Mulo (1951-1955) en Sociale Akademie De Karthuizer (1966-1969) in Amsterdam
Werk:
informatrice Nederlandse Jeugdherbergcentrale (1955-1960), hoofd PZ Sociale Werkvoorziening Amsterdam (1980-1983), hoofd Sociale Werkvoorziening Zaanstad (1983-1987)
Politiek:
raadslid Wormer (1970-1978), Statenlid (1978-1993) en gedeputeerde (1987-1993) in Noord-Holland, CdK Drenthe (1993-1994), minister Vrom (1994-1998), Tweede-Kamerlid (1998-2001), burgemeester Leeuwarden (2001-2004 en (wnd.) Hoogeveen (2010-2011)
Publicaties: o.a. rapport De kaasstolp aan diggelen (PvdA, 2002), Wibautlezing De kwaliteit van het bestaan anno 2003  (CLB, 2003)       

TEKST EN FOTO: JAN DE ROOS

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 11 November 2014
Reageer