Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Laaggeletterdheid eindelijk op de agenda

Jan Chris de Boer

Laaggeletterdheid is een enorm probleem waarvoor tot voor kort relatief weinig aandacht was. In Nederland zijn er in de leeftijdsgroep 16 tot 65 jaar 1,3 miljoen mensen die slecht kunnen lezen en schrijven. Een groot deel daarvan heeft ook nog eens grote moeite met rekenen. Tellen we ook de laaggeletterde 65-plussers mee, dan gaat het om maar liefst 2,5 miljoen mensen. Wat zijn de gevolgen van laaggeletterdheid en, vooral, wat moet eraan worden gedaan?

Laaggeletterdheid is een begrip voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Analfabetisme valt daar niet onder. ‘Van een apotheker hoorde ik dat iemand medicijnen, bedoeld voor oraal gebruik, in zijn oren stopte,’ zegt het Drentse Statenlid Michel Berends. ‘Of dat iemand de omschrijving “driemaal daags één tablet begreep als eenmaal per dag drie tabletten. En dan heb je nog de groep die helemaal niets van de gebruiksaanwijzing snapt en daarom maar geen medicijnen slikt.’

Een kleine 10% van de Nederlanders tot 65 jaar is laaggeletterd. ‘In Drenthe is dat 12 tot 14%. Erg hoog, vind ik. En denk nu niet dat die groep voornamelijk bestaat uit vluchtelingen; driekwart bestaat uit mensen die hier geboren en getogen zijn,’ zegt Berends. Ook Kamerlid Kirsten van den Hul, woordvoerder onderwijs, vindt de percentages veel te hoog. ‘Elke laaggeletterde is er één teveel. Wie laaggeletterd is, heeft beperkte kansen op de arbeidsmarkt en staat ook maatschappelijk buitenspel. Ze leven vaak in een isolement en zijn op heel veel momenten afhankelijk van anderen.’

Zelfredzaamheid overschat

De WRR waarschuwde onlangs dat de overheid de zelfredzaamheid van burgers schromelijk overschat. Een belangrijke verklaring hiervoor is de laaggeletterdheid van veel burgers. Heel zorgelijk, vindt Berends. ‘De vaardigheden van veel burgers worden te hoog ingeschat met als gevolg een tweedeling. De overheid moet een vangnet leveren voor de zwakkeren. Dat gebeurt veel te weinig.’

 Als je laaggeletterde 65-plusser meerekent, gaat het om ruim 2,5 miljoen mensen

‘Ambtenaren en beleidsmakers komen uit een deel van de samenleving waarbinnen lees- en schrijfvaardigheid zo vanzelfsprekend is, dat soms vergeten wordt dat een substantieel deel van de bevolking die vaardigheden onvoldoende beheerst,’ denkt Van den Hul. Het Leidse raadslid Anna van den Boogaard vult aan dat overheden te veel vanuit de overheid denken. ‘Er wordt onterecht vanuit gegaan dat iedereen de formulieren begrijpt en dus ook goed invult. Wie een fout maakt, zal dus wel kwaadwillend zijn en willen frauderen. Vooral bij de bijstand leeft dat sentiment heel erg.’ De gevolgen zijn schrijnend. ‘Wij hebben in onze gemeente sociale wijkteams. Die hebben het heel druk. Als iemand hulp nodig heeft bij het invullen van formulieren, dan helpen ze. Maar er is geen tijd om het probleem aan te pakken zodat ze een volgende keer zelf die formulieren kunnen invullen.’

Oorzaak en gevolg

‘Ons onderwijs is teveel afgestemd op de gemiddelde leerling, zodat jongeren een eenmaal opgelopen achterstand bij het lezen en schrijven moeilijk nog kunnen inlopen,’ zegt Van den Hul. Daarnaast is er de wat oudere groep die al hun hele leven laaggeletterd is en nooit goed heeft leren lezen of schrijven. En tot slot worden mensen, die op latere leeftijd in Nederland zijn komen wonen, niet altijd bereikt met taalcursussen. Taalcursussen waar bovendien vaak een wachtlijst voor is. 

Alle laaggeletterden moeten in beeld komen, zodat vrijwilligers en professionals hulp kunnen bieden, vindt Van den Hul. ‘Dat zoveel jongeren laaggeletterd hun schoolloopbaan kunnen afsluiten, is natuurlijk volstrekt onacceptabel.’ Tegelijkertijd moet er volgens haar stevig worden geïnvesteerd in de taalvaardigheid van laaggeletterde volwassenen. Gemeenten, scholen en andere instellingen zoals Stichting Lezen & Schrijven zullen daarin het voortouw moeten nemen, maar ‘ook het Rijk kan niet volstaan met een afwachtende houding.’

Gemeenten moeten de leiding nemen, maar het Rijk heeft ook een taak

De Delftse fractievoorzitter Willy Tiekstra denkt eveneens dat de gemeente die aanpak op zich moet nemen. ‘Daar speelt het probleem zich immers af. Maar het Rijk heeft ook een belangrijke rol. Gemeenten moeten in staat worden gesteld om de laaggeletterdheid aan te pakken en belangrijke voorzieningen aan te merken als basisvoorzieningen. Alleen zo kan je voorkomen dat de verschillen tussen gemeenten groter worden.’

Van den Boogaard sluit zich daarbij aan. ‘Het is nu nog een droom, maar ik hoop dat het Rijk binnenkort alle gemeenten verplicht om het probleem van laaggeletterdheid aan te pakken. Er gebeuren absoluut goede dingen, maar het is allemaal behoorlijk vrijblijvend. Daardoor heb je ook gemeenten waar het niet op de agenda staat. Met alle gevolgen van dien: laaggeletterdheid is echt een serieus probleem en verdient een dwingende aanpak.’

Serieus op de agenda

Naast haar raadslidmaatschap werkt Van den Boogaard bij Lezen & Schrijven. Die in 2004 opgerichte stichting wil laaggeletterdheid voorkomen en verminderen en vraagt daarom aandacht voor het voorlezen aan kinderen. In de loop der jaren kwamen allerlei initiatieven van de grond, zoals Nederland Leest en het opzetten van taalhuizen, zegt het Leidse raadslid. ‘In taalhuizen worden mensen via een korte cursus opgeleid tot taalvrijwilliger die als doel heeft om laaggeletterden binnen vijf jaar geletterd te maken.’

In haar raadswerk richt Van den Boogaard zich geheel op het bestrijden van laaggeletterdheid. ‘En alle daaraan gerelateerde problemen als armoede en schulden. Ik durf niet te zeggen: dat en dat zijn de oorzaken van laaggeletterdheid. Het gaat bijna altijd om een combinatie van factoren.’

Leiden doet al wat, zegt van den Boogaard. ‘Veel, maar niet genoeg. Een integrale aanpak is echt noodzakelijk. Met alleen volwasseneneducatie kom je er niet. Je moet veel meer kijken naar de voorschoolse periode. En je moet iets doen aan alle problemen die met laaggeletterdheid te maken hebben. Schulden, armoede, sociaal isolement, onzekerheid, noem maar op.’

Schulden, armoede, sociaal isolement en onzekerheid zijn problemen die met laaggeletterdheid te maken hebben

In de Zuid-Hollandse gemeente Vlaardingen is het percentage laaggeletterden met 17% behoorlijk hoog. ‘Vlaardingen is van oudsher een arbeidersstad, dus daar ligt een gedeelte van de verklaring, legt fractievoorzitter Stefanie Solleveld uit. Bovendien denkt ze dat niet iedereen in beeld is bij de gemeente. ‘Het werkelijke percentage ligt dus hoger, ben ik bang.’

Ondanks het verdwijnen van het taalhuis om financiële redenen is ze optimistisch over het beleid van het college. Zo is er het Taalinformatiepunt, waar laaggeletterden kunnen aankloppen. ‘En sinds kort hebben we een cursus basisvaardigheden lezen en schrijven, inclusief computerlessen.’ Solleveld hoort positieve verhalen, maar voordat er cijfers zijn, houdt ze nog wel een slag om de arm. ‘De eerste tekenen zijn goed, maar de initiatieven lopen nog niet zo lang.’

In Delft is het nog even wachten op een evaluatie van het beleid. Maar fractievoorzitter Tiekstra is optimistisch gestemd. ‘De gemeente doet echt heel veel. Laaggeletterden krijgen taal- en rekenonderwijs, er is een taalhuis in de bibliotheek en bovendien heeft Delft het project “Taal op eigen kracht” opgezet. Bij ‘Taal op eigen kracht’ krijgen organisaties en stichtingen zelf de ruimte om een programma te bedenken en uit te voeren. De gemeente levert waar nodig hulp en geld. En het taalhuis is een enorm succes. De vrijwilligers zijn niet aan te slepen.’

Ook in Drenthe zijn inmiddels taalhuizen opgericht, meldt Berends. Het Statenlid heeft net zelf de eerste van vier bijeenkomsten van de cursus taalvrijwilliger achter de rug. Van de twintig deelnemers zijn er opvallend veel leraar. ‘Ik sprak een onderwijzer die op drie niveaus les moet geven aan een groep van 36 leerlingen. Drie niveaus! Dat is natuurlijk niet te doen.’ Volgens Berends ligt daar de kern van het probleem. ‘Maar liefst een kwart van de brugklassers heeft het leesniveau van een basisschoolleerling in groep 6. Wie laaggeletterdheid echt wil aanpakken, zal daar moeten beginnen. Hoe komt het dat zoveel leerlingen de basisschool laaggeletterd verlaten?’

 

Afbeelding: David Rozing | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 3
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jurjen Sietsema

Zelfredzaamheid burger schromelijk overschat

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Het goede... en het slechte nieuws

Lees artikel

Kirsten Verdel

Het succesrecept van de burgerbegroting

Lees artikel