Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Krimpgemeenten worstelen met scholensluiting

Voor het gemeentelijk onderwijsbeleid is geen blauwdruk te maken. Daarvoor zijn de verschillen te groot, zelfs tussen plattelandsgemeenten met veel kernen. Hoe is de staat van de gebouwen? Hoe is de leeftijdsopbouw van het docentenkorps? Is er sprake van krimp of slechts een geringe afname van het leerlingenaantal. Elke situatie vraagt een eigen aanpak. Toch een belangrijke tip: ‘Wees voorbereid op de toekomst en ga zo snel mogelijk de gesprekken aan!’

Wie: Jacob Bruintjes jacob_bruintjes.jpg
Wat: Wethouder in Borger-Odoorn

In oktober 2008 kreeg de Drentse gemeente Borger-Odoorn (26.000 inwoners) te horen dat het openbaar onderwijs dat jaar afstevende op een tekort van één miljoen euro. Een jaar eerder was er al een verlies van 4 ton.
‘Het schoolbestuur had niet in de gaten dat het om een structureel probleem ging’, antwoordt onderwijswethouder Jacob Bruintjes op de vraag wat er gedaan is om de uitgaven te beteugelen. ‘Het geld dat een school per leerling van het Rijk krijgt, is gebaseerd op het landelijk gemiddelde salaris van het onderwijspersoneel. Wij zitten in een gebied waar steeds minder kinderen worden geboren. Verscheidene scholen hadden het aantal groepen al teruggebracht en in het onderwijs geldt het principe ‘last in, first out’. Daardoor was een relatief oud en dus relatief duur onderwijsteam ontstaan. Aan salaris werd per jaar een half miljoen euro meer betaald dan aan vergoeding van het Rijk werd ontvangen. Het tweede probleem betrof de bekostiging van de gebouwen door het Rijk. Dan hebben we het over de vergoeding voor verwarming, verlichting, schoonmaak, stoffering, dat soort zaken. Als je als school minder dan 125 leerlingen hebt, dan is die vergoeding niet voldoende. Het bleek dat er aan de gebouwen 2 ton meer werd uitgegeven dan dat er aan vergoeding binnenkwam. En ten derde hadden we het probleem van de krimp. Voor een gemiddelde groepsgrootte van 30 leerlingen heb je acht lokalen en acht leerkrachten nodig. Voor een gemiddelde groepsgrootte van 20 ook. Maar de vergoeding van het Rijk is gebaseerd op het totaal aantal leerlingen. Ga je van 30 naar 20, krijg je een derde minder. Maar je kosten voor lokalen en leerkrachten blijven hetzelfde. Je inkomsten dalen, maar aan de kostenkant kun je nauwelijks iets doen. Je kunt niet zeggen: we hebben minder leerlingen, dus we zetten de verwarming een paar graden lager.’

U kon waarschijnlijk niets anders dan de kleinste scholen opheffen.

‘Nou, eerst hebben we uitgebreide discussies met onder andere de gemeenteraad gevoerd over de minimumeisen die wij wilden stellen aan scholen. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we in de drie grotere kernen een brede school, een kernschool met peuterwerk en opvang, wilden met daaromheen dorpsscholen met alleen een onderwijstaak. De drie kernscholen hebben nu samen met de omliggende dorpsscholen één directeur en één onderwijsteam. Verder hebben we gezegd dat een school minimaal vier groepen moet tellen en minimaal 50 leerlingen. Een school met 50 leerlingen kan financieel niet rondkomen, maar als je daarnaast grotere scholen hebt, lukt je dat wel. In 2008 hadden we zestien openbare basisscholen en nu nog twaalf. Drie scholen hebben we moeten sluiten en twee scholen zijn samengevoegd tot één.’

Hoe ging dat? Was er begrip?

‘Er was ontzettend veel emotie. En het heeft de PvdA bij de raadsverkiezingen van 2010 ook zeker een zetel gekost. We kregen toen duidelijk minder stemmen in de dorpen waar we scholen wilden sluiten. Ik had graag ook meer tijd gehad, maar om financiële redenen moesten we snel handelen. Als we die scholen niet hadden gesloten, hadden we een blijvend tekort gehad van 7 ton per jaar. Dat had de gemeente moeten opbrengen en dan hadden we jaarlijks ook nog zo’n 350.000 euro aan het christelijk basisonderwijs moeten betalen. Dat gaf druk en daarom was er te weinig tijd voor gesprekken met alle betrokkenen. Maar nu hebben we een goed beeld. We kennen het aantal geboorten, dus we weten nu hoeveel leerlingen groep 1 over vier jaar zal tellen. Ik roep andere krimpgemeenten met veel kernen op zich tijdig op deze wijze voor te bereiden. Want ze krijgen gegarandeerd te maken met het probleem waarmee wij geconfronteerd zijn. Wees voorbereid op de toekomst en ga zo snel mogelijk de gesprekken aan!’

Wie: Lies Oldenhof
Wat: Fractievoorzitter in Loppersum


De Groningse gemeente Loppersum (10.000 inwoners) is niet echt een krimpgemeente, maar het aantal leerlingen op de basisscholen loopt wel gestaag terug. Reden voor het college en het schoolbestuur van het openbaar onderwijs om in te grijpen: de scholen in de kleinste dorpen moeten dicht en in de grootste kernen moeten brede scholen komen. Oppositiepartij PvdA kraakte het plan en kreeg uiteindelijk steun van alle raadsfracties. Fractievoorzitter Lies Oldenhof vertelt wat er mis is met het plan. ‘Ten eerste is het plan zonder enig overleg met de ouders tot stand gekomen en onder de noemer van behoud van onderwijskwaliteit gepresenteerd. Ten tweede maakten college en schoolbestuur een grote inschattingsfout. Men dacht de ouders een plezier te doen door brede scholen met buitenschoolse opvang op te zetten. Maar mensen in dorpen zitten daar helemaal niet op te wachten. Daar regelen de mensen de opvang zelf. Dat gebeurt door een buurvouw, een familielid of een mede-ouder. Dit plan was helemaal geen oplossing voor de kleinescholenproblematiek. Een voorbeeld: voorgesteld werd een school in Zeerijp te sluiten terwijl daar meer kinderen naar toegaan dan naar een school in Loppersum die het college wel wilde openhouden. Er zat geen enkele logica in.’

Op welke punten verschilt de visie van de PvdA wezenlijk met die van het college en het schoolbestuur.

‘De school in Zeerijp die ik net noemde willen wij niet sluiten. Er zitten 75 kinderen op! Veel meer dan de wettelijke ondergrens van 23, hoewel ik die ondergrens wel erg laag vind. Wij vinden dat de schoolvoorziening op het platteland zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. Dat kan mede als een openbare school met een christelijke school gaat fuseren. Dat is in onze gemeente al in twee gevallen gaande. Ten tweede willen we geen enorme investeringen in brede scholen. Je kunt wat betreft toekomstige leerlingenaantallen maar vier jaar écht vooruit kijken. Dat rechtvaardigt geen grote investeringen in gebouwen. Loppersum is geen typische krimpgemeente zoals Delfzijl. Dat komt, denk ik, omdat we een aantrekkelijk woonklimaat hebben, niet zo ver van de stad Groningen. Als je, zoals college en schoolbestuur voorstelden, de scholen in de kleine kernen gaat sluiten, zal er zeker krimp volgen. Het hebben van een brede school, we noemen dat hier ‘brede kindvoorziening’, is voor mensen geen reden om hier te komen wonen. Dan blijven ze wel in de stad. Het sluiten van dorpsscholen is wel een reden om niet naar de gemeente Loppersum te verhuizen. Want de school is de ziel van een dorp.’

De hele raad heeft zich tegen de plannen van het college en het schoolbestuur uitgesproken. Wat nu?

‘Dat is natuurlijk een afgang voor het college. Het plan heeft ook geleid tot een conflict tussen het college en het schoolbestuur enerzijds en de betrokken ouders anderzijds. Er is inmiddels een bemiddelaar aan de slag geweest. De situatie is nu zo dat ze elkaar begrijpen, maar ze hebben elkaar nog niet gevonden. Het is duidelijk, zeker nu de raad tegen is, dat er een nieuw plan moet komen. Een plan dat niet achter de tekentafel wordt gemaakt, zoals nu gebeurd is, maar een plan waarbij de ouders betrokken zijn. Verder zou ik zeggen: je kunt steeds vier jaar vooruit kijken, dus zorg er voor dat je die werkelijkheid steeds een stapje voor bent. En zorg bovendien voor een beter personeelsbeleid. Want het openbaar basisonderwijs heeft in Loppersum een gemiddeld ziekteverzuim van meer dan 10 procent. Dat kost veel extra geld.’


Intussen in Groningen…

Wie: Elly Pastoor
Wat: (Demissionair) wethouder van Onderwijs

Op de agenda van de onderwijswethouder van Groningen (190.000 inwoners) staan heel andere punten. De stad, met één van de oudste universiteiten van het land, heeft een naam hoog te houden als het gaat om onderwijsvernieuwing. Wethouder Elly Pastoor, op de dag van het interview één dag demissionair als gevolg van de ‘tramcrisis’, legt uit. ‘Groningen heeft altijd voorop gelopen. We hadden hier de eerste middenschool, die nog altijd prominent aanwezig is. En we hebben de vensterschool ontwikkeld, in feite de voorloper van de brede school. Acht jaar geleden begonnen we met het technasium, een idee van PvdA-lid Judith Lechner. Een technasium houdt in dat op Havo en Vwo op een andere manier aandacht wordt geschonken aan techniek. Er wordt veel aandacht besteed aan onderzoeksvaardigheid en de bedoeling is de interesse voor techniek te bevorderen. Leerlingen krijgen te maken met vraagstukken die actueel zijn en er wordt nauw samengewerkt met het bedrijfsleven. Er zijn inmiddels zo’n zeventig technasia in Nederland, dus je kunt spreken van een succes. Het zou mooi zijn als een technasium ook een apart diploma mag uitreiken. De toegevoegde waarde wordt dan duidelijker.’

En nu wilt u het principe van het technasium ook gaan toepassen op het basisonderwijs.

‘Ja, in eerste instantie doen twee basisscholen mee. Basisscholen die werken vanuit de technasiumgedachte noemen we kubusscholen. We hopen dat dit leidt tot meer interesse voor bèta-studies of een technische opleiding op een ROC. We doen dit heel bewust, want vanuit de techniek is er een grote vraag naar arbeidskrachten. Op alle niveaus, van loodgieter tot kenniscentrummedewerker. De roep om mensen in deze sector zal de komende tijd alleen maar toenemen.’

U wilt Groningen als onderwijsstad een extra impuls geven. Hoe wilt u dat gaan doen?

‘We hebben hier de laatste tijd een aantal debatten gehad over onderwijsvernieuwing. Daarmee hebben we in feite vrijplaatsen gecreëerd voor liefhebbers van onderwijs. Initiatieven van onderop hebben we bij elkaar gebracht. Daardoor is er een nieuwe beweging ontstaan die nieuwe impulsen geeft aan ons motto Groningen Onderwijsstad. Als wethouder probeer ik deze ontwikkeling te stimuleren, te faciliteren en te ondersteunen. De directieven moeten niet van de wethouder komen, maar vanuit de samenwerking, vanuit die nieuwe beweging.’

Groningen wil dé onderwijsstad van Nederland worden. U wilt het maximale uit álle kinderen halen en excellente leerkrachten voor de klas. Hoe denkt u dat laatste te kunnen bereiken?

‘Als je na de Pabo nog een universitaire studie afrondt, kun je dan spreken van een excellente leerkracht? Wij willen eigenlijk iets anders. Wat wij willen, zijn leerkrachten die in staat zijn de leerlingen aan zich te binden en hun iets leren vanuit een doordacht pedagogisch-didactisch perspectief. Leerkrachten die direct van de Pabo komen, weten vaak niet zo goed om te gaan met leerlingen die een andere aanpak, een andere benadering vragen. Met de Hanzehogeschool hebben we nu afgesproken dat hieraan meer aandacht wordt besteed tijdens de opleiding. Maar ook de mensen die nu al voor de klas staan, kunnen naar een hoger plan worden getild. Zo hebben we leerkrachten en sociaal-pedagogische medewerkers samen geschoold met het oog op de verlengde schooldag. Dat is succesvol gebleken. Leerlingen gaan beter presteren. En we hebben hiermee voorkomen dat een bepaalde school het predicaat zwakke school heeft gekregen.’

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 36 nr. 11 November 2012
Reageer