Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Jeugdzorg en gemeenten: voorlopig een ongelukkig huwelijk

Erwin Buter

De wachtlijsten worden langer, de tekorten bij gemeenten nemen toe en jeugdpsychiaters willen zelfs de hele decentralisatie in de jeugdzorg terugdraaien. Intussen kondigt demissionair staatssecretaris Martin van Rijn steeds weer nieuwe maatregelen aan om de problemen te lijf te gaan. Was die transitie wel een goed idee?

Ze heeft er soms buikpijn van, zegt ze zelf. Als toenmalig wethouder in Tilburg stond Marieke Moorman mede aan de wieg van het plan om de jeugdzorg weg te halen bij de provincie en onder te brengen bij gemeenten. In 2015 kregen de gemeenten na een lange aanloop de verantwoordelijkheid, taken en budget overgedragen met als opdracht de jeugdzorg te vernieuwen. Maar de overgang verloopt sindsdien allesbehalve soepel.

De problemen worden niet alleen veroorzaakt door de op gelegde bezuiniging van 15%, tekende Binnenlands Bestuur recent op na een rondgang langs gemeenten. Ambtenaren en hulpverleners weten elkaar slecht te vinden omdat iedere gemeente er een eigen beleid met verschillende soorten administraties op nahoudt. Hierdoor zien hulpverleners door de bomen het bos niet meer. Sommige gemeenten kiezen voor goedkope oplossingen en roepen te laat specialistische hulp in. In andere gevallen zijn wijkteams te veel met administratie bezig en te weinig in de wijk te vinden. En in sommige gemeenten is er ineens meer vraag naar jeugdhulp.

‘De overgang van de jeugdzorg is veel ingewikkelder dan we destijds hadden verwacht’

Tegenwoordig is Moorman burgemeester van het Brabantse Bernheze. Ze is nog steeds lid van de VNG-commissie die de decentralisatie van de jeugdzorg begeleidt. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten publiceerde eerder dit jaar zelf een rapport waarin bijna een kwart van de gemeenten zegt forse tekorten op het budget voor jeugdzorg te verwachten. Verder constateerden de onderzoekers dat voor een aantal gemeenten de omvang en het tempo van de transitie veel te hoog is.

Moorman: ‘De overgang van de jeugdzorg is veel ingewikkelder dan we destijds hadden ver wacht. Het rapport is daarin pijnlijk confronterend.’ Toch staat de gedachte achter de zogeheten decentralisatie nog steeds overeind, zegt ze. ‘De jeugdzorg hoort bij gemeenten thuis. Kinderen kunnen we op die manier eerder en dichter bij huis helpen, daarvan ben ik overtuigd.’ En, de niet-specialistische hulp aan kinderen is volgens haar aantoonbaar succesvol. ‘Ik zie kortere lijnen tussen hulpverleners en het gezin, waardoor kinderen eerder en beter geholpen worden. Het lokale netwerk is versterkt. De huisarts wordt nu ook eerder en beter betrokken. Hier gaat het gewoon beter.’

Zware gevallen

Dat geldt echter niet voor de specialistische hulp, waarbij kinderen uit huis worden geplaatst of intensieve (psychiatrische) begeleiding nodig hebben. Nog steeds tekenen media schrijnende verhalen op. Onlangs nog haalde een wanhoopskreet van een vader van een zestienjarig meisje op Facebook de reguliere media. Zijn dochter is suïcidaal, maar wacht al maanden tot ze de juiste behandeling kan krijgen, de vader was ten einde raad.

Moorman: ‘Daar gaat het nog steeds mis. De wachtlijsten voor specialistische zorg lopen op, het budget hiervoor is te laag. We moeten niet meteen denken dat meer geld de oplossing is. Het lijkt mij beter dat gemeenten beter met elkaar gaan samenwerken om eerder problemen te signaleren en aan te pakken. Een oplossing is om de regionale specialisten eerder en meer te betrekken in de wijkteams. We moeten niet de illusie hebben dat we de grote problemen lokaal kunnen oplossen.’

Ze krijgt bijval van Hans Spigt. De voorzitter van Jeugdzorg Nederland, belangenbehartiger van aanbieders in de jeugdzorg, ziet grote verschillen tussen gemeenten en hun wijkteams. ‘De wijkteams doen goed werk en zitten dicht op de samenleving, maar zijn niet altijd de oplossing voor ieder probleem. In zware gevallen zit je nu eenmaal met ingewikkelde problemen die de juiste begeleiding verdienen en dat gaat een wijkteam te boven.’

‘Wachtlijsten liepen op, dus hebben we als gemeente gezegd: we plussen bij. Maar dat is geen structurele oplossing’

Spigt was eerder PvdA-wethouder in Dordrecht en Utrecht. Hij geeft een advies aan de (toekomstige) raadsleden. Gemeenten werken in een regio samen in de specialistische zorg. De raadsleden zouden er vol gens hem goed op moeten toezien dat hun gemeente regionale afspraken maakt hoe en op welke manier de gemeente met hun budgetten omgaan. ‘Dat is immers niet in 388 afzonderlijke gemeenten te regelen.’ Nederland is als het gaat om de jeugdzorg onderverdeeld in 42 regio’s. ‘We zien dat de vraag naar het aantal bedden en ook de urgente plaatsingen toeneemt. Dat kan zo maar eens komen doordat wijkteams te laat beseffen dat ze het zelf niet aankunnen en te lang hebben gewacht met het inroepen van zwaardere hulp. Ik ben daarom een groot voorstander om specialistische zorg al eerder in wijkteams te krijgen.’

Spigts verhaal lijkt op dat in een rapport van de Kinderombudsvrouw over de jeugdzorg. Die vertelt van Romy, een meisje van 16. Ze had ernstige problemen vanwege een laag zelfbeeld en ze had dringend hulp nodig. Terwijl de casemanager van het wijkteam nog overleg voerde met collega’s over een mogelijk logeeradres in het weekend verwondde zij tijdens een woedeaanval een ander meisje. Ze werd in de crisisopvang geplaatst. Volgens de moeder was de escalatie voorkomen geweest als de gemeente eerder zwaardere hulp had ingeroepen. De Kinderombudsvrouw zegt in haar rapport signalen te ontvangen dat dit geval niet op zichzelf staat.

'Er is een extra impuls nodig'

Spigt pleit voor meer geld van het Rijk. ‘We willen terecht vernieuwing en daar zijn we als branche ook mee bezig. Maar dat kost geld. De tarieven die de gemeenten betalen, zijn nu te laag. Er is 15% bezuinigd, dat is te veel gebleken omdat er tegelijkertijd vernieuwd moet worden. Er is een extra impuls nodig.’

Die mogelijkheid is er incidenteel ook, zegt burgemeester Moorman. Gemeenten kunnen nu al het surplus dat bijvoorbeeld in de Wmo ontstaat inzetten om tekorten in de jeugdzorg weg te werken – en vice versa. ‘We zagen in Bernheze dat het niet goed ging, de wachtlijsten liepen op. Dus hebben we als gemeente in het voorjaar gezegd: we plussen bij. Dat ging om 8 ton in twee jaar. Geld dat elders over was in het sociaal domein. In onze regio werken 17 gemeenten samen. Je hebt het dan al gauw over miljoenen om regionale wachtlijsten weg te werken.’ Maar ze zegt ook dat het geen structurele oplossing is. Op een gegeven moment is de bodem bij de gemeenten in zicht en zal het Rijk moeten bijspringen.

Zorg om de hoek

Fouad Sidali is als wethouder ver antwoordelijk voor de jeugdzorg in Culemborg en maakt de overgang van nabij mee. Volgens hem is het voor de bewoners van de stad ‘heel goed dat de zorg om de hoek’ beschikbaar is. ‘Je kunt de gemeente direct aanspreken, voorzieningen als het wijkteam zijn dichtbij. En als bewoner kun je je eigen bestuurders en gemeenteraad benaderen over hoe het gaat. Zij beschikken immers over het budget. Dat is een hele verbetering met de provincies die daarvoor met alle goede bedoelingen de verantwoordelijkheid droegen.’

‘Wat beter gaat? De aansluiting tus sen wat we noemen nulde-, eerste- en tweedelijnszorg. Over en weer kennen vrijwilligers en professionals elkaar nu beter en wordt er steeds meer maatwerk geleverd. De overdracht van de jeugdzorg heeft alle partijen bewust gemaakt dat samenwerken noodzaak is om goede ondersteuning te kunnen bieden.’ De landelijke bezuinigingen helpen echter niet en ook instellingen die de vraag niet aankunnen of niet goed kunnen inspelen op de vraag zijn een groot probleem. ‘Denk aan wachtlijsten in de specialistische jeugdzorg.’

Culemborg heeft sociale wijkteams op locatie. In deze wijkteams komen verschillende disciplines samen: wijkverpleegkundigen, algemeen- en schoolmaatschappelijk werkers, jeugdhulpverleners, orthopedagogen, welzijnswerkers en vrijwilligers. Sociale wijkteams zitten in de wijk en opereren vanuit een wijkcentrum of een zorgvoorziening. Ook werken ze intensief samen met het lokale onderwijs, (wijk) agenten, schuldhulpverleners, en welzijnswerkers om problemen vroegtijdig te signaleren.

‘Draai de decentralisatie nu niet weer terug. Dit duurt gewoon tien jaar’

Volgens Sidali heeft Den Haag on derschat hoe groot deze operatie voor gemeenten is. ‘Er werd onder hoge druk gewerkt aan het goed laten lopen van zorg. Burgers mochten immers niet de dupe worden van de overgang. Verder is voor gemeenten de administratieve druk erg groot. De gemeenten zullen wisselende ervaringen hebben omdat budgetten soms wel, soms niet uitkwamen. Den Haag moet beseffen dat zo’n operatie tijd nodig heeft, maar ook dat bij decentralisatie “loslaten” hoort.’

Loslaten, dat betekent ook dat het Rijk niet alle lokale problemen oplossen, maar wel kan ingrijpen als het gaat om de wachtlijsten. ‘Het komt zeker voor dat onze gemeente niet iedereen snel kan plaatsen in zorg. Sommige vormen van zorg zijn nu eenmaal schaars en kennen wachtlijsten. Dat zit niet in de fi nanciering maar in de beperkte beschikbaarheid. We lijken nu met ons budget uit te komen, maar we zijn er niet zeker van of dat op termijn zo blijft. Ik pleit ervoor dat de situatie goed wordt gemonitord (voor en door alle gemeenten) en dat de landelijke overheid bereid is daar objectief naar te kijken en ernaar te handelen.’

Doorgaan of terugdraaien

De vraag is hoe de overheid moet handelen. Gezien alle problemen is het niet verwonderlijk dat de kinderpsychiaters inmiddels zeggen dat de decentralisatie moet worden teruggedraaid. Dat is echt niet de oplossing, roepen VNG, Jeugdzorg Nederland en wethouder Sidali in koor. ‘Kinderen zijn echt beter af, omdat de zorg die ze nodig hebben op hen is toegerust en zo veel mogelijk dicht bij huis,’ aldus Sidali. ‘Om een voorbeeld te noemen: in het onderwijs vallen leerlingen nogal eens uit door allerlei oorzaken. Daar kunnen veel zaken aan ten grondslag liggen. Echtscheidingsproblematiek van ouders, faalangst bij jongeren, stoornissen, gebrek aan motivatie. In die gevallen is het fi jn dat er breed kan worden gekeken naar die problematiek en dat je kunt schakelen tussen verschillende instanties en hulpverleners. Van jeugdarts naar maatschappelijk werker of inschakeling van de orthopedagoog of psycholoog. De kloof tussen zorg en onderwijs kan alleen verkleind worden als partijen op lokaal niveau de samenwerking zoeken. Decentralisatie bevordert dat.’

'Kinderen zijn nu echt beter af'

Het laatste woord is aan Jopie Nooren, sinds 2015 senator voor de PvdA en woordvoerder zorg. Ook zij staat nog steeds ach ter de decentralisatie, al erkent ze ook dat het nog niet in iedere gemeente goed gaat: ‘Het kost tijd om dit soort omvangrijke veranderingen goed te laten lopen. Maar ga nu niet weer de andere kant op. Dit duurt gewoon tien jaar.’ Gemeenten maken volgens haar het verschil door oplossingen op maat te bieden, door kind en gezin centraal te stellen ‘en niet de regels’. Onder het motto 1 gezin – 1 plan – 1 hulpverlener krijgen gezinnen te maken met een hulpverlener die de ruimte krijgt haar of zijn werk te doen, zo dichtbij mogelijk. ‘Voor het ene kind en gezin sluit wat in de gemeente geboden aan bij wat nodig is, voor het andere kind is een gespecialiseerde bovenregionale voorziening nodig. Maar de regie hoort op een plek, bij de gemeente. Die is verantwoordelijk voor haar kinderen.

 

Afbeelding: Nationale Beeldbank

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 3
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jan Chris de Boer

Oplopende tekorten en groeiende wachtlijsten in de jeugdzorg

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Boekhoudersstad Almere

Lees artikel

Kirsten Verdel

Jeugdzorg & het Pieter van Vollenhovensyndroom

Lees artikel