Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Inkomensgrens voor WMO juist asociaal

Aad Burger e.a.

Het vorige nummer van Lokaal Bestuur maakte melding van een artikel in dagblad Trouw, waarin de PvdA-wethouders Nicole Teeuwen (Houten) en Theo Maas (Someren) zich namens het WMO-netwerk van het CLB bezorgd toonden over de uitvoering van het zorgakkoord, met name de langdurige zorg. Zij vinden dat er inkomens- en vermogensgrenzen voor de WMO zouden moeten gelden. De PvdA-werkgroep Zorg & Welzijn Utrecht is het daar niet mee eens. Het hanteren van dergelijke grenzen is volgens haar niet alleen in strijd met de wet, het is ook asociaal.

In het artikel ‘PvdA-wethouders in het nieuws’ lezen we dat het grootste bezwaar van Teeuwen en Maas tegen het zorgakkoord is dat gemeenten te weinig ruimte wordt geboden om inkomens- en vermogensgrenzen voor zorg te hanteren. ‘Wie zorg nodig heeft, moet zorg krijgen. Maar wie zijn eigen zorg kán betalen, móet het wat ons betreft ook zelf betalen,’ schrijven ze. ‘Als je in een riante villa woont en een goed gevulde portemonnee hebt, vinden wij het onterecht dat de gemeente jouw traplift bekostigt. Wij vragen dus om solidariteit, zodat het systeem houdbaar en betrouwbaar blijft.’

Als leden van de werkgroep Zorg & Welzijn van de PvdA in Utrecht willen wij een tegengeluid laten horen. Hoewel wij uiteraard de roep om solidariteit van harte steunen, zijn we het met een hantering van inkomens- en vermogensgrenzen niet eens. Die houden namelijk geen rekening met de grote verschillen in draagkracht en hebben daardoor vaak een asociaal effect.
In de gemeente Utrecht is in de WMO-verordening geregeld dat onder andere voor een traplift een eigen bijdrage verschuldigd is. Die wordt volgens de rijksregeling berekend door het Centraal Administratiekantoor (CAK) waarbij rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen volgens het draagkrachtprincipe. Daarbij wordt een glijdende schaal gehanteerd: hoe meer men kán betalen, hoe meer men betaalt. De genoemde bewoner van een riante villa plus gevulde beurs betaalt in Utrecht over een periode van drie jaar de hele traplift zelf. Het gevolg is dat sommige mensen in Utrecht zo’n traplift helemaal zelf regelen, wat soms sneller gaat en goedkoper is. Anderen, die ook een grote draagkracht hebben, maar het moeilijk vinden zoiets als een traplift zelf goed te regelen, vragen het wel aan bij de gemeente. Die regelt het voor hen, maar daarna betalen zij zelf het hele bedrag via het CAK. Mensen met een middeninkomen (hoog of laag) betalen op basis van draagkracht een deel zelf. Tot zover de Utrechtse praktijk.
De eigen bijdrage is nu al mogelijk en wij zijn er een voorstander van. De door Teeuwen en Maas bepleite inkomens- en vermogensgrenzen zijn dat niet (daarvoor zou de WMO gewijzigd moeten worden). Die grenzen, zoals ze helaas door een aantal gemeenten zijn toegepast, zijn door de Centrale Raad van Beroep in januari 2012 verboden omdat ze in strijd zijn met de wet. Ze zijn ook asociaal, omdat mensen met een inkomen of vermogen dat juist boven zo’n grens komt, evenveel moeten betalen als mensen die er echt warmpjes bij zitten en ook veel meer dan mensen die net onder de grens zitten.
Wij pleiten daarom met kracht voor de glijdende schaal van de eigen bijdrage en tegen de inkomens- en vermogensgrenzen. Gemeenten die (in strijd met de WMO) wel grenzen hebben gehanteerd, legden die bovendien niet in de richting van de ‘rijken’ maar bij 110 of 120 procent van het minimumloon. En dat pakt slecht uit voor mensen die niet het volle pond kunnen betalen en financiële ondersteuning beslist nodig hebben. 
Wij zijn blij dat de gemeente Utrecht het door ons bepleite standpunt van de eigen bijdrage met een glijdende schaal heeft opgepikt en een enkele bepaling, waarbij inkomensgrenzen werden gehanteerd, uit de WMO-verordening heeft geschrapt. Nu het WMO-netwerk van het CLB nog.

Namens de PvdA-werkgroep Zorg & Welzijn gemeente Utrecht: Aad Burger (lid en tevens lid van de Cliëntenraad WMO-voorzieningen), Sytse Koopmans (gemeenteraadslid) en Jan Piebe Tjepkema (voorzitter)

Foto: Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 10 Oktober 2013
Reageer