Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

'Hou het klein. Laat zien wat de PvdA Lokaal kan betekenen'

Jurjen Sietsema

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 kreeg de PvdA een enorme optater. Er gingen bijna 400 zetels verloren en een maand later moesten zo’n 100 wethouders het veld ruimen. Hoe is het, ruim een jaar na die catastrofale gebeurtenissen, gesteld met de lokale PvdA? Heeft ze hinder van de malaise waarin de partij landelijk verkeert, en hoe gaat ze daarmee om? Lokaal Bestuur legde het oor te luisteren bij partijgenoten in Culemborg, Gouda en Cuijk. We spaken ook met PvdA’ers in Rotterdam en Amsterdam, waar bestuurs- en gebiedscommissies in de plaats kwamen van de stadsdelen en deelgemeenten.

Culemborg

In Culemborg was het nieuwe college geen lang leven beschoren. Het sneuvelde kort nadat het gevormd was, een twijfelachtige primeur. De PvdA, tot dan toe in de oppositie, schoof aan bij de collegeonderhandelingen. Haar wethouderskandidaat: Fouad Sidali. Een buitenstaander met een passend profiel voor Culemborg, waar al lange tijd conflicten zijn tussen jongeren van Marokkaanse en  Molukse afkomst en waar in het sociale domein veel uitdagingen liggen. ‘De PvdA had al laten weten na de verkiezingen wederom in de oppositiebanken te willen plaatsnemen, maar VVD en D66 vroegen ons om aan de nieuwe coalitie mee te doen’, vertelt Fouad. ‘Wij worden hier gezien als een stabiele partij waarmee je afspraken kunt maken. Een partij die goed weet hoe je een stad bestuurt en door samenwerking toch aan de voor de PvdA belangrijke punten weet te werken. Wij weten hoe ver we kunnen gaan en wat we anderen moeten bieden om met ons samen te willen werken. Het vertrekpunt,  ook van het college, is de Culemborger. In het sociaal domein hebben we in het afgelopen jaar al veel binnengehaald voor de stad.’

‘Culemborg is een kleine stad met grootstedelijke problemen. Jeugdcriminaliteit, schoolverlating, jeugdwerkloosheid, jeugdzorg, jongeren met een licht verstandelijke beperking en multiprobleemgezinnen zijn thema’s die hier gemiddeld een grotere rol spelen dan in andere gemeenten in de omgeving. Er is, na de clashes tussen de Marokkaanse en Molukse jongeren (2010–2012, red.), al flink beleid op gevoerd, maar het kan nog beter. Mijn doel is om echt het verschil te maken, om jongeren een plek te bieden in de gemeente. Met name als het gaat om het ontwikkelen van hun talenten, ondanks de omgeving waarin ze moeten opgroeien. Daarnaast willen we de jeugd die ontspoort en niet meer thuis kan wonen, om welke reden dan ook, een thuis  geven.’

In het sociale domein hebben we in Culemborg al veel binnengehaald

Wat merkt Fouad in Culemborg van de landelijke dip van de PvdA? ‘Erg weinig. We worden hier heel serieus genomen. De PvdA-kiezer is blij dat we weer meedoen in Culemborg. De afgelopen vier jaar was dat niet zo. Met alleen VVD en D66 heb je een heel ander geluid in het sociaal domein.’

Van het landelijke beeld dat er van de PvdA heerst, trekt Fouad zich niet zo veel aan. ‘Lokaal heb je mensen nodig waarmee burgers zich kunnen identificeren. Dat is nu het geval. Ik probeer de mensen altijd zo dicht mogelijk bij me te houden. Wat landelijk gebeurt is misschien heel pijnlijk, maar laten we nu eens kijken wat we lokaal voor elkaar kunnen betekenen. Er komen allerlei nieuwe regels op ons af en wij moeten het met elkaar zien te rooien. Ik houd het daarom heel klein. Mensen die alleen maar naar Den Haag wijzen of naar de eigen partij, missen volgens mij een kans om juist te laten zien wat de PvdA lokaal kan betekenen.’

Gouda

In Gouda werd de PvdA, na jarenlang de eerste te zijn geweest, de tweede partij. Zij ging van zeven naar vijf zetels. Grote winnaar was D66. Marion Suijker,tot aan de verkiezingen wethouder, is nu fractievoorzitter. ‘Mijn eigen keuze, want er zit nog steeds een PvdA-wethouder in het college. Ik ben acht jaar wethouder geweest en heb altijd gezegd dat je dat niet langer moet doen. Nu zit ik in de raad.’

‘De PvdA doet mee in Gouda maar de onderhandelingen waren moeizaam. Op een gegeven moment ging een van de partijen met de oppositie praten om te zien of er een gelegenheidscoalitie mogelijk was. Een coup die op niets uitliep. Uiteindelijk kwam er een college van vijf partijen. We zijn tevreden met het collegeakkoord. De PvdA heeft  de portefeuilles sociale zaken en wonen. We wilden niet bezuinigen op het armoedebeleid en op de aanpak van de jeugdwerkloosheid, en dat is gelukt.’

Het landelijk beleid raakt Marion wel, zegt ze. ‘Als ik hier in Gouda bij mensen aan de deur sta gaat het wel, maar in de media of op straat? Waar wij als partij staan in die bed, bad, brood discussie bijvoorbeeld, komt niet echt uit de verf in de media. Dat maakt het ook op lokaal niveau ingewikkeld. De zorg is een knelpunt, vooral de problemen met de pgb’s en de jeugdzorg. We nemen best wel iets af van mensen. We leggen als PvdA niet voldoende uit waarom we bepaalde beslissingen nemen en daardoor haken mensen af.’

Cuijk

In Cuijk verloor de PvdA in 2014 een van de twee zetels. Toch bleek al na de eerste verkenningsronde voor het vormen van een coalitie, dat PvdA, CDA, VVD en de lokale partij Algemeen Belang Cuijk zoveel vertrouwen in elkaar hadden dat ze er snel uit waren. Rob Poel werd wethouder voor de PvdA. ‘Een van de grote winnaars in Cuijk was nieuwkomer SP. Een partij waarmee prima te praten valt. Ze zijn bijzonder constructief, maar hebben een informatieachterstand. Wij als PvdA hebben zoveel kennis, ervaring en een goede verstandhouding met de andere partijen dat wij, denk ik, een logischer keuze waren. Voor een meerderheid hadden ze ons namelijk niet hoeven vragen.’Silvia Derks is het enige PvdA-raadslid in Cuijk. Zij is blij met de gang van zaken in het eerste jaar na de verkiezingen. ‘Wij worden als een volwaardige partner gezien, in het college én in de raad. Bovendien zijn veel van de elementen uit ons verkiezingsprogramma overgenomen in het coalitieakkoord. Rob is kritisch en weet feilloos (juridische) mazen te duiden en die krachtig te verwoorden. Altijd lastig als je zo iemand in de oppositie hebt zitten, maar in de coalitie is die kritische blik juist een belangrijk voordeel: je blijft scherp, kunt betere kwaliteit leveren en de oppositie vóór zijn.’

Heeft Rob last van het landelijke beleid? ‘Niet echt. We voeren lokaal beleid uit met oog voor de menselijke maat. Vooral in het sociale domein is dat belangrijk. Toch is het jammer dat we als PvdA landelijk maar niet goed over het voetlicht krijgen dat we moeilijke beslissingen nemen voor de lange termijn. Beslissingen die nu misschien niet altijd even prettig zijn. Mensen vergeten dat er een regering zit van twee partijen die na de verkiezingen tot elkaar veroordeeld waren. Dan is het geven en nemen en is het jammer dat mensen vinden dat de PvdA, met name in het sociale domein, teveel weggeeft.’

Het is jammer dat mensen vinden dat de PvdA landelijk teveel weggeeft

Hoe zien Rob en Silvia de komende periode in Cuijk? Silvia: ‘Het lukt ons op dit moment prima om ons geluid te laten horen. Zowel in het college als in de raad.’ Rob: ‘Ik probeer op alle beleidsterreinen, en met name op de portefeuilles waar ik zelf verantwoordelijk voor ben, hard te werken, helder en consequent te zijn en de menselijke maat te hanteren. Op die manier werken we eraan om in elk geval die tweede zetel in 2018 weer terug te krijgen.’

Intussen in Rotterdam en Amsterdam 

Met de komst van de nieuwe gemeenteraden na de verkiezingen in 2014 verdwenen de stadsdelen in Amsterdam en de deelgemeenten in Rotterdam. In Amsterdam kwamen er  bestuurscommissies voor in de plaats, in Rotterdam gebiedscommissies. Wat zijn de verschillen met een jaar geleden en is het er beter op geworden?

‘Wat mij betreft niet’, zegt Paulette Verbist, vicevoorzitter van de Rotterdamse gebiedscommissie Kralingen/Crooswijk.  Twee wijken met verschillende gezichten: Kralingen met zijn hogere inkomens, het Kralingse Bos en de mooie statige huizen, Crooswijk met zijn hoge werkloosheid, armoede en sociale isolatie.

‘Wij waren een bestuurslaag en zijn nu een adviesorgaan. Dat is heel iets anders. Als deelgemeente hadden we een budget van zo’n 30 miljoen euro waarover we zelf mochten beslissen. Nu adviseren wij het gemeentebestuur, organiserenwe participatie bij adviesaanvragen en verdelen we een budget van een half miljoen euro voor bewonersinitiatieven.’

Toch is de gebiedscommissie volgens Paulette een achteruitgang. ‘Als deelgemeente wisten we precies wat er in de wijk of de buurt gebeurde. Dat kan de gemeenteraad niet. De deelgemeente was actief en had contacten tot in de haarvaten van de samenleving. Daardoor was het mogelijk om exact te analyseren wat de behoeften van een wijk of buurt waren. Dat is nu een stuk moeilijker.’

Hoe ver gaat de adviesbevoegdheid van de gebiedscommissie in Rotterdam? ‘Dat is vastgelegd in een verordening. Wat wij nu, na een jaar, al zien, is dat met name het college probeert om dat wat er in de verordening staat, af te zwakken. Een voorbeeld: er staat in de verordening dat de gebiedscommissie bevoegd is om gekwalificeerd advies te geven. Daar mag alleen van afgeweken worden op grond van heel heldere argumenten. Daarnaast mag ongevraagd geadviseerd worden. Dat betekent dat we op elk terrein in ons gebied tegen de gemeenteraad mogen zeggen wat we ervan vinden. Op zich kunnen wij daar als gebiedscommissie prima mee leven, maar wij merken dat het gemeentebestuur dit nogal lastig vindt. Er worden veel gekwalificeerde adviezen uitgebracht waar ze iets mee moeten, en dat 14 keer, want zoveel gebiedscommissies zijn er. Ze vragen daarom steeds vaker niet om advies, maar om ‘een reactie’ of om ‘suggesties’. Op die manier proberen ze onder de verordening uit te komen.’

Wat kun je dan nog doen als gebiedscommissie? ‘Zorgen dat je heel veel kennis hebt van je buurt of wijk. Alle partijen kennen en in kaart brengen wat het probleem is. We kunnen niet veel meer dan lobbyen en zaken bij raadsleden en wethouders onder de aandacht brengen. Zo proberen wij om ons adviesrecht om te zetten in concrete activiteiten.’

Zoeken

‘Het is nog wel zoeken’, zegt Marijn van Ballegooijen, lid van het dagelijksbestuur van de bestuurscommissie Zuid in Amsterdam. ‘Amsterdam heeft het heel anders  aangepakt dan Rotterdam. De bestuurscommissies hier hebben vergaande bevoegdheden, een groot budget (200 miljoen euro per commissie) en een groot ambtenarenapparaat (600 per stadsdeel). Er is wel gecentraliseerd, maar toch nog heel veel kracht en ambtelijke kwaliteit in de stadsdelen. Wij kunnen via lokale procedures nog steeds snel handelen. Daarvoor hoeven wij niet te lobbyen bij het college of bij de raad.’

Waarin is het dan nog zoeken? ‘In advies op formele stukken. Het is nog zoeken naar een goede manier om als bestuurscommissie input te leveren zonder het log te maken, maar ik heb er vertrouwen in dat het goed komt.’

Komen de uitgangspunten van de PvdA nog goed uit de verf in de bestuurscommissies? ‘Zeker. Bestuurscommissies hebben de opdracht om met bewoners te praten. Daardoor ontstaat er een soort lente: er komen nieuwe vormen van bewonersparticipatie. We zijn echt in gesprek met de bewoners. Die nieuwe aandacht voor het samen met de bewoners maken van de buurt en de wijk, is ons op het lijf geschreven.’

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 2 Juni 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Wouter van der Schaaf

Afdelingen op weg naar maart 2017 (en 2018)

Lees artikel

Jan Erik Keman

Ideeën shoppen met de sociaal-democratische beginselen in het achterhoofd

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Blik vooruit

Lees artikel

Verder in deze uitgave van Lokaal Bestuur
Jaargang 39 nummer 2 juni 2015:

Lees deze artikelen in Lokaal Bestuur:

download pdf word nu abonnee