Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Hou de politiek in de wethouder

Jurjen Sietsema

Professionalisering van het ambt, depolitisering en waardengedreven wethouderschap.  Het Centrum voor Lokaal Bestuur nodigde begin november enkele wethouders uit om over deze onderwerpen met elkaar in gesprek te gaan. Aan tafel zaten Nieske Ketelaar (Smallingerland), Jan Jaap Kolkman (Deventer), Johan Kruithof (Apeldoorn), Ronald Vennik (Velsen) en Jacqueline Kalk (secretaris CLB). Het gesprek vormt de opmaat voor een breder onderzoek naar het onderscheidend vermogen van PvdA-wethouders dat het CLB in 2016 zal uitvoeren.

De depolitisering van het wethoudersambtbegint steeds duidelijkere vormen aan te nemen. Gemeenten als Hellendoorn en Heerlen hebben wethouders die hun werk doen voor meerdere partijen en in enkele andere gemeenten zijn wethouders actief die niet partijgebonden zijn en soms niet eens in de betreffende gemeente wonen. Er is zelfs nog een derde variant in de maak waarbij één wethouder voor meerdere gemeenten werkt.

Maar, kun je eigenlijk wel waardengedreven zijn als je niet lokaal geworteld bent of als je wethouder bent voor meerdere partijen? En hoe ziet de waardengedreven wethouder er eigenlijk uit? Hoe manifesteert hij of zij zich? Twee PvdA-wethouders (Ronald Vennik en Hans Adriani) stelden onlangs, op verzoek van het CLB-bestuur, een manifest op waarin ze alle sociaaldemocratische volksvertegenwoordigers en bestuurders oproepen om het idee van de politiek geëngageerde en lokaal verankerde, waardengedreven wethouder te ondersteunen.‘Hou de politiek in de wethouder!’

groepsfoto.jpg

Drijfveren
Ronald
: ‘Het manifest dat Hans en ik geschreven hebben,sluit aan bij het Van Waarde-verhaal. Dat verhaal moetde rode draad worden in ons handelen. Het is een goed hulpmiddel voor lokale PvdA-politici om voor zichzelf een lijn uit te zetten. Hoe kijk je naar bepaalde zaken en hoe wil je hiermee omgaan? Als je echt in de geest van Van Waarde een gemeente wilt besturen en politiek wilt bedrijven, dan past daar geen bedrijfskundige politicus bij die op een zakelijke manier de boel runt. Soms is het misschien het verwachtingspatroon van de gemeente, maar geef daar niet aan toe! Breng het PvdA-geluid over het voetlicht,zodat de samenleving ziet dat wij op de juiste manier het verschil maken.’

Jan Jaap: ‘Laatst kreeg ik tijdens een discussie de vraag wat nu eigenlijk mijn drijfveren zijn. Ik had een duidelijk antwoord: maatschappelijke participatie, sociale stijging en emancipatie. Als norm vind ik die drie erg belangrijk. In de afgelopen 20 à 30 jaar is het meritocratische karakter van onze samenleving sterk veranderd. De netwerken waarin mensen zich begeven zijn verstard. Zo’n 70% van de bevolking heeft geen contact meer met de andere 30% en andersom. De doorstroming is voor een deel gestold. Netwerken sluiten niet meer op elkaar aan waardoor er karikatuurbeelden ontstaan van de andere groep. Het organiseren van verbinding vind ik een van onze belangrijkste opdrachten.’

Jan Jaap: Als het om waarden gaat, voel ik mij nog steeds een kleinzoon van Joop den Uyl

Johan: ‘Jan Jaap heeft het over sociale stijging. Misschien ben ik ouderwets, maar ik noem het toch nog steeds liever verheffing. In de praktijk vind ik het lastig om daar handen en voeten aan te geven.’

Ronald: ‘Daar zitten lokaal inderdaad nogal wat haken en ogen aan. Denk bijvoorbeeld aan de muziekschool of het kunstencentrum. Die heb je om mensen op een laagdrempelige manier de gelegenheid te geven om aan kunst en cultuur te doen. Tegelijkertijd zie jedat er allerlei mensen lessen volgen die dat prima zelf kunnen betalen, terwijl de mensen die je er echt mee wilt bereiken om de een of andere reden op één hand te tellen zijn. De vraag is op een gegeven moment hoeveel geld je nog wilt steken in een organisatie die niet kan waarmaken wat je hoopte te bereiken.Als we het hebben over de emancipatie van arbeiders en of die is voltooid, dan zie ik tegenwoordig arbeiders die ervoor kiezen om voor 60 euro naar De Toppers te gaan in plaats van naar de schouwburg voor 35 euro. In dat opzicht is het misschien voltooid, maar in ieder tijdsgewricht blijf je natuurlijkmensen houden die overal buiten vallen. Het is onze verantwoordelijkheid om erachter te komen welke mensen dit zijn en wat we kunnen doen. Dat is voor mij een belangrijke drijfveer.’

Nieske: ‘Wat mij betreft moet je constant zoeken naar een evenwicht tussen paternalisme en mensen zelf verantwoordelijkheid geven. Ik vind het belangrijk dat al onze 55.000 inwoners van kunst en cultuur kunnen genieten en het zelf kunnen maken of doen. Net als dat voor sport geldt. Daar investeer je als lokale overheid in. Wat ik dan sociaaldemocratisch van waarde vind, is dat je daarbij kijkt of het niet alleen bereikbaar is voor de happy few. Het moet ook bereikbaar zijn voor die groep inwoners die, als wij er met zijn allen niet een beetje om denken, volledig aan de kant blijft staan. Met name jongeren of kinderen kunnendoor deze mogelijkheden op een goede manier worden aangesprokenop het ontwikkelen van hun talenten of kansen.’

PvdA vs. D66
Jacqueline:
‘Wat is op dit moment het meest kenmerkende verschil tussen jou als PvdA-wethouder en je collega van bijvoorbeeld D66?’

Nieske: ‘Ik zit er veel meer bovenop dat zaken laagdrempelig blijven. Dat betekent een goed aanbod, een goed vestigingsklimaat maar ook een goed verenigingsleven en stimuleringsregelingen om kinderen in een armoedesituatie toch naar bijvoorbeeld muziekles of sport toe te laten gaan.’

Johan:‘Rondom minimabeleid heb je de nodige knoppen waar je als wethouder aan kunt draaien. Ik vind dat we dat ook royaal moeten doen. Tegelijkertijd merk ik bij mijzelf de neigingom cultuur met een kleine c een duwtje te geven richting cultuur met een grote C. Ik vind het belangrijk om mijn eigen waarden kritisch te blijven onderzoeken.’

Johan: In de praktijk vind ik het lastig om handen en voeten te geven aan het begrip verheffing

Ronald: ‘Hoe vul je dit concreet in? De gemeentelijke invloed op onderwijs is bijvoorbeeld erg klein. Hoe doe jij dat anders dan de D66-wethouder?’

Johan: ‘Op een paar manieren.Je kunt als wethouder het onderwerp voortdurend agenderen. Daar is best veel ruimte voor. Bijvoorbeeld door te hameren op specifieke vormen van onderwijs zoals techniekonderwijs voor meiden of onderwijs over radicalisering. Bovendien probeer ik elke vrijdagmorgen les te geven op het mbo om de binding met dat onderwijs overeind te houden. Ik vind dat belangrijk voor ons als centrumgemeente.Maar ook op een dossier als voortijdig schoolverlaten kun je zichtbaarheid organiseren. Ik vind het heel belangrijk om onderwijs, terwijl dat maar voor een klein deel van ons als gemeente is, toch groot te maken. Het is ons onderwijs, voor onze kinderen en het gaat over onze toekomstverwachtingen voor die kinderen.’

Ronald:‘Hoe zou die D66’er daar anders in acteren?’

Johan: ‘Die discussie begint al met de keuze die je maakt om vooral energie te steken in excellentie of in het creëren van gelijkheid en gelijkwaardige kansen. Zet je een integraal kindcentrum neer of een nieuw gymnasium? Ik kies voor een integraal kindcentrum. Dat zijn wezenlijk andere keuzes dan een D66-wethouder maakt.’

Technocraat
De wethouder die voor meerdere gemeenten of partijen werkt wordt ingebracht. Wat vinden de gespreksdeelnemers van dit voorstel?

Johan: ‘Dat vind ik bijna ondenkbaar.’

Ronald: ‘Een gesprek als dit zou dan onmogelijk zijn. Je werkt in een college vanuit verschillende politieke kleurenen vanuit respect. Je politieke waarden moeten naar voren kunnen komen. Een collega-wethouder zal zich altijd afvragen wat ik van een onderwerp vind.’

Johan: ‘Elke lokale binding is weg.’

Ronald: ‘Dan zit er een technocraat tegenover de raad die toch al moeite heeft om zich te profileren.’

Ronald: Als je echt in de geest van Van Waarde politik wilt bedrijven, past daar geen bedrijfskundige politicus bij

Johan: ‘Eigenlijk zou je het als experiment gewoon eens moeten uitproberen om te laten zien hoe fout het is.’

Jan Jaap: ‘Maar mochten we dit ooit gaan doen, dan moet het Van Waarde-verhaal het uitgangspunt blijven. In de waardengedreven samenleving, moet de PvdA-wethouder echt het verschil maken. En omdat we het verschil maken, hebben we er alle belang bij om technocratie te bestrijden. Daar ligt wat mij betreft de essentie. Waarom? Omdat ik geloof in onze aanpak. Wij hebben een visie. Eerst de mens, dan de financiën.’

Ronald: ‘Ik ben wethouder financiën geweest en ik weet dat ik niet altijd zo in die discussie zat. Het is natuurlijk het verdelen van schaarste wat je doet. Je kunt wel zeggen dat het niet financieel gestuurd is, maar het zijn schaarstevraagstukken waar je continu keuzes in moet maken. Vervolgens bepalen je waarden hoe je die schaarste eerlijk verdeelt. Zoals je ook ziet bij de decentralisaties.’

Nieske: ‘Als PvdA zijn we vanaf het begin voor de decentralisaties geweest.We wilden het sociale domein juist naar de lokale politiek verplaatsen, omdat je als lokale politicus je wortels in de samenleving hebt en weet wat er speelt. Dat er nu een wetsvoorstel gemaakt moet worden om bepaalde zaken weer centraal te oormerken, staat hier natuurlijk haaks op!’

Johan: ‘Als je het sociaal domein lokaal regelt dan moet ook de politiek van Den Haag naar de gemeente verschuiven. Anders wordt de politieke discussie in Den Haag gevoerd en zou een technocraat het in een gemeente uitvoeren. Dan wordt het allemaal erg vreemd. Stop dan ook maar met verkiezingen, zou ik zeggen, en zet maar managers neer.’

Jacqueline: ‘De politieke discussie wordt natuurlijk nog voor het grootste deel in Den Haag gevoerd.’

Johan: ‘Wat mij betreft nog teveel. Als je niet oppast, ben je als gemeentestraks niet meer dan een uitvoeringsloket en moet je alleen maar bezuinigingen doorvoeren.’

Jan Jaap: ‘Je kunt je afvragen hoe het dan nog zit met je democratische legitimatie.’

Politiekloos
Jacqueline:
‘Als je kijkt naar de ontwikkelingen op het gebied van democratische vernieuwing, dan is dat allemaal vrij politiekloos. Denk bijvoorbeeld aan de Democratic Challenge of de D1000 van het programma Lokale Democratie in Beweging. Hoe kijken jullie daar tegenaan?’

Ronald: ‘Ik geloof niet zo in dat soort bewegingen. Ik denk dat mensen wel in beweging komen als ze het gevoel hebben dat iets betekenisvol voor hen is.’

Jan Jaap: ‘Wij zijn een van de zes gemeenten die met ‘Werkplaats MaakdeBuurt’ van Niesco Dubbelboer (oud-Kamerlid en mede-initiatiefnemer Nieuwe Democratie, red.) in de weer zijn. Het is geïnitieerd door Ronald Plasterk. Die is bezig met een soort bottom-up beweging.’

Jacqueline: ‘Maar dat hebben jullie, met de Deventer wijkaanpak, toch allang?’

Jan Jaap: ‘Ja, maar dit kan nog verbeterd worden. We hebben nu bijvoorbeeld een groep mensen die een stuk grond hebben gekocht met behulp van crowdfunding. Er lag een woonbestemming op vanuit een corporatie maar nu wordt het een speeltuin. Ze hebben 50.000 euro opgehaald en de corporatie doet er de boekwaarde, nog eens 50.000 euro, bij.’

Nieske: ‘Wij zijn bezig met een woonwijk waar mensen zelf meedenken over hoe hun wijk eruit komt te zien. En op een van onze industrieterreinen is een bedrijvenvereniging opgericht die zelf plannen mag maken. Maar dit wil niet zeggen dat wij helemaal niets meer doen. Als overheid hebben we natuurlijk ook ideeën over wat we wel of niet willen toestaan. Je hebt een aantal randvoorwaarden vanuit je maatschappijvisie en vanuit je politieke visie. Daarmee sla je depiketpaaltjes waarbinnen de plannen zich moet bewegen. Daar moet je ook helder over zijn, vind ik. Het is niet: u vraagt, wij draaien.’

Johan: ‘Die maatschappijvisie en die politieke visie is één, maar ik verbeeld mij dat ik ook een soort innerlijke drijfveer heb die past bij de sociaaldemocratie. Ik heb van mijn ouders meegekregen dat als je één mens redt, je de hele wereld redt. Of dat specifiek sociaaldemocratisch is weet ik niet, maar ik voel me er wel heel goed bij en kan dit in mijn ambt heel goed kwijt.’

Nieske: ‘Wil je waardengedreven wethouder zijn dan moet je dergelijke persoonlijke drijfveren hebben.’

Nieske: Ik zoek mijn professionaliteit niet uitsluitend binnen de partij

Jan Jaap: ‘Ik heb in Deventer gezegd; als je vindt dat ik niet het verschil kan maken, moet je direct afscheid van me nemen.’

Jacqueline: ‘Vanuit bijvoorbeeld de wethoudersvereniging wordt de nadruk gelegd op het verder professionaliseren van het wethouderschap. Wat vinden jullie daarvan?’

Nieske: ‘Er is niks mis mee om het wethouderschap te professionaliseren.’

Jacqueline: ‘Zijn jullie dan niet professioneel genoeg?’

Nieske: ‘Ik zoek mijn professionaliteit niet uitsluitend binnen de partij.’

Jan Jaap: ‘Terecht!’

Nieske: ‘Ik vind dat ik een goede bestuurder ben omdat ik niet werk vanuit de gedachte dat ik het allemaal wel weet. Als ik dat zou doen, sta ik via een bananenschil binnen drie jaar weer buiten. Professionaliteit is zeker belangrijk voor bestuurders. Je moet natuurlijk wel wat in je mars hebben om een gemeente te kunnen runnen. Je moet beschikken over een goede portie boerenverstand en gedreven zijn om je partij-idealen in een bestuurlijke omgeving werkelijkheid te maken. Bovendien moeteen waardengedreven bestuurder een goede kijk op zichzelf hebben en openstaan voor feedback op zijn of haar handelen.’

Jan Jaap: ‘Wat ook belangrijk is, is dat je weet hoe je het ambtelijke en bestuurlijke spel speelt. Dat is belangrijk om je doel te bereiken. Dat je de mechanismen snel door hebt. Daarbij is een politieke partij verantwoordelijk voor het zoeken en inzetten van de juiste mensen. Eenwethoudersvereniging is dan irrelevant, omdat een wethouder per definitie een politiek bestuurder is. En als het om waarden gaat, voel ik mij nog steeds een kleinzoon van Joop den Uyl.’

Foto's: Jurjen Sietsema

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 39 nr. 4 November 2015
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Jaargang 38 nr.12

Lees artikel

Jeroen Fritz, Louis de la Combé, Carine Bloemhoff, Jacqueline Kalk

De waardengedreven Kadernota

Lees artikel

Mieke de Wit

#Expeditie 6: Participatie maar geen perspectief

Lees artikel