Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Het succesrecept van de burgerbegroting

Kirsten Verdel

hofmanMaar liefst vijftien Nederlandse gemeenten zijn ermee aan het experimenteren: de burgerbegroting. Binnen de PvdA bestaat ook veel animo voor het concept, maar vaak worden buurtbudgetten en begrotingsmonitoring verward met een echte burgerbegroting. Dat is nu juist níet de bedoeling, aldus Joop Hofman van de Rode Wouw. Lokaal Bestuur sprak met hem.

Wat is er mis met buurtbudgetten en begrotingsmonitoring?
Niks, maar bij dat soort instrumenten blijven burgers vaak aan de zijlijn staan om advies te geven. Die adviezen leggen gemeenteraden vervolgens ook nog al eens naast zich neer. Van een goede burgerbegroting is sprake als er een besluitvormend proces is waarin burgers meedenken en onderhandelen over het verdelen van publieke geldbronnen. Zij maken zelf keuzes voor hun dorpen en wijken. De gemeenteraad bekrachtigt dat besluit. Het leuke van een burgerbegroting is dat burgers dus zelf producent van een begroting zijn, zelf verantwoordelijk worden en eigen oplossingen kiezen. Ze maken zelfs de meest vreemde coalities om zaken in wijk of dorp aan te pakken.' 

Burgerbegrotingen worden steeds populairder, merk je dat ook bij PvdA'ers?
Ja, nu wel. Lang zeiden bestuurders en volksvertegenwoordigers: “Maar we hebben toch het stadsbestuur al voor het opstellen van een begroting?” Dat is wel zo, maar voor een deel moeten gemeenschappen zichzelf natuurlijk ook kunnen redden. Dat kunnen ze prima. Sterker nog: dat kunnen ze soms zelfs beter dan het bestuur, dat toch verder weg staat.’

Wat is van belang bij het opstellen van een burgerbegroting?
Er zijn verschillende typen begrotingen. In Porto Alegre in Brazilië bijvoorbeeld prioriteren burgers het beleid, de gemeenteraad stelt vast. In Christchurch wordt een conceptbegroting beoordeeld. In ons eigen Deventer doen burgers zelf voorstellen, binnen een vast budget. Welke variant je ook kiest, het belangrijkste is dat het democratisch proces tussen burgers goed georganiseerd is. Het is van belang dat verschillende groepen mensen met elkaar in gesprek gaan. Alle perspectieven moeten aan de orde komen: van jongeren, ouderen, ondernemers, kunstenaars, noem maar op. Dat is dus iets anders dan een avond stickertjes plakken in een zaaltje, dan wordt het direct zo'n songfestivalachtig verhaal. De kwaliteit zit in het proces: het perspectief van de ander zien, en je daarin proberen te verplaatsen.’

Zie je een rode draad in de prioriteiten van Nederlandse burgers?
Dat verschilt natuurlijk, maar op dit moment staan zorg en sociale vraagstukken bovenaan de lijst. Bij onze zuiderburen in Antwerpen zie je ook mooi hoe het kan verschuiven. Drie jaar geleden werd ingezet op fietsvriendelijke straten. Dat was toen interessant, omdat het stadsbestuur juist inzette op meer auto's. Dit jaar gaat het bijvoorbeeld over huiswerkklassen, waarbij centraal staat of alle kinderen kunnen meekomen. Ook het langer thuis wonen van ouderen heeft daar nu prioriteit. Burgers maken daar in hun eigen burgerbegroting meer geld voor vrij dan de stad zelf.’

Met welk percentage van het totale gemeentebudget kun je eigenlijk schuiven?
‘Ik denk ongeveer 10 procent. De rest ligt vast, vaak door regelgeving vanuit het Rijk. Maar vergeet niet: de gemeenteraad gaat zelf ook maar over die 10 procent, niet over de rest. En zelfs als het om een heel klein percentage gaat, kan het wel degelijk impact hebben. 3 procent kan zomaar tientallen miljoenen euro's zijn.’

Hoe zorg je dat burgers uit alle lagen van de bevolking betrokken worden?
Dat is altijd lastig, net als bij ander participatiebeleid. Je moet extra investeren in doelgroepen die zelf niet snel aanschuiven. In Antwerpen is dat gebeurd, daar zie je nu dat er na die investering meer jongeren, vrouwen en mensen van buitenlandse komaf meedoen. Zorg bij die extra investeringen dat je geen aparte trajecten voor aparte groepen opstelt. Het gaat bij een burgerbegroting juist om het delen van ideeën met mensen die je normaal niet ontmoet.’

Wat moet je vooral níet doen als je een burgerbegroting op wilt laten stellen?
Geld van tevoren labelen: dit staat vast voor groen, dit voor veiligheid. Gemeentebesturen zijn snel geneigd te denken dat burgers het zelf niet kunnen. Er is een soort startangst. Kunnen mensen wel groen onderhouden, hebben ze de expertise wel in huis? Dan timmeren ze het traject bij voorbaat al dicht door ontzettend veel eisen te stellen. Maar burgers weten vaak heel goed waar ze mee bezig zijn. De kwaliteit is vaak zelfs hoger dan wat de gemeente zelf weet te leveren!’

Het concept burgerbegroting bestaat al lang, maar wordt nu pas echt populair. Welke veranderingen heb je gezien sinds de start?
Ik ben nu vier jaar bezig met het concept. Toen ik er zelf voor het eerst over hoorde, in Zuid-Amerika, dacht ik dat het een leuke, maar exotische bezigheid was. Tot ik zag dat het niet over geld ging, maar over hoe je met elkaar samenleeft. Dat werd bezegeld met geld. En het werkte! Zelfs de laagste sociale klassen in Brazilië doen er aan mee, waanzinnig! Toen ik dat in 2011 in Nederland vertelde, reageerden politici standaard met: “Leuk, maar niets voor ons.” Sinds eind 2015 is dat omgeslagen, wellicht door het succes van het meer nabije Antwerpen. Politici zien nu dat het kwaliteit oplevert, meer betrokkenheid. En het is vaak goedkoper en sneller.’

Wat is de belangrijkste les die je zelf geleerd hebt over burgerbegrotingen?
Dat gemeenten geen eigenaar zijn van een burgerbegroting. Ze zijn zelfs geen eigenaar van het proces dat tot het opstellen van een dergelijke begroting leidt. Je moet echt zorgen dat burgers dat allemaal zelf kunnen bepalen. Durf dus los te laten en te vertrouwen op de kracht van de inwoners van je stad, dorp of wijk. Nederlandse politici durven dat steeds meer. Neem de fractievoorzitter uit Oldebroek die in het vorige nummer van Lokaal Bestuur stelde dat politiek zich niet afspeelt tussen partijen, maar tussen mensen. Die snapt het. Politiek is niet een afwegingsproces in gemeentehuizen maar tussen mensen.’

Afbeelding: Shutterstock

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 2 Juni 2016
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Column Jacqueline: Het goede... en het slechte nieuws

Lees artikel

Jurjen Sietsema

Zelfredzaamheid burger schromelijk overschat

Lees artikel

Jan Chris de Boer

Laaggeletterdheid eindelijk op de agenda

Lees artikel