Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Het is niet normaal...

Jan de Roos

Een MBO-leerling zit al zeven maanden in een Franse gevangenis. Maar de school weet van niks, omdat een vriendje voor hem al die tijd de presentielijst heeft getekend. Niemand die het opvalt. Eigenlijk geen wonder, want de docenten kennen de kinderen in hun klas niet eens. Vindt u dat normaal? Lodewijk Asscher, wethouder van onderwijs in Amsterdam, ook niet. Door een onderwijsoffensief wil hij aan dit soort wantoestanden een einde maken, vertelde hij in zijn Wibautlezing.

‘Er is in het onderwijs een huiveringwekkend pessimisme of misschien zelfs cynisme geslopen. We zijn dingen normaal gaan vinden die niet acceptabel zijn’, zei Lodewijk Asscher op donderdag 4 februari in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam. Honderd mensen waren daarheen gekomen om te luisteren naar de twaalfde Wibautlezing, georganiseerd door het Centrum voor Lokaal Bestuur. De toespraak, met als titel ‘De onzichtbare bouwput. Modern sociaal activisme’, ging vooral over lokaal onderwijsbeleid. Met dat onderwijs gaat het helemaal niet goed, vindt Asscher. Hij schudde een hele reeks verontrustende feiten uit zijn mouw. Kinderen van Turkse afkomst die de basisschool verlaten met een gemiddelde taalachterstand van twee jaar; er zijn er dus ook die vier jaar achterstand hebben. Kinderen die functioneel analfabeet zijn. MBO-opleidingen met een verzuimpercentage van 40, lesuitval en een falende administratie. Zwarte scholen die volgens de onderwijsinspectie minder mogen presteren dan witte scholen. Ouders die graag meegaan met het schoolreisje van hun kind maar geen zin hebben om eens kritisch te kijken naar de lesmethoden hun school gebruikt voor het wegwerken van taalachterstanden. ‘Het is niet normaal dat de segregatie in het onderwijs nog steeds toeneemt,’vond Asscher. ‘Het is niet normaal dat we miljarden aan onderwijsachterstandsbeleid hebben besteed zonder te kijken wat dat opleverde. En het is niet normaal dat we honderden miljoenen aan onderwijskwaliteitsbeleid uitgeven zonder harde afspraken over wat er moet gebeuren.’ Als sociaaldemocraat gelooft Asscher – net als zijn beroemde voorganger Wibaut – in de maakbaarheid van de samenleving. En dus weigert hij zich neer te leggen bij de geconstateerde gebreken en achterstanden. Ook als anderen vinden dat hij ‘er niet over gaat’. Ook als schoolbesturen dat niet fijn vinden. Als een kind onderweg naar school in een bouwput valt, is dat ook zijn probleem, al gaat hij formeel niet over het opbreken van de straat. ‘En dus bemoei ik me ermee. Politiek is de kunst om mogelijk te maken wat onmogelijk lijkt. Wie zich alleen bezig houdt met waar hij bevoegd voor is, ontloopt zijn grotere verantwoordelijkheid. En dat komt uiteindelijk keihard terug, in cynisme en wantrouwen in de politiek. Op lokaal niveau kunnen wethouders het gezag opbouwen waardoor geaccepteerd wordt dat ze zich bemoeien met dingen waar ze niet over gaan. Die bemoeienis leidt tot weerstand. Toen Asscher vorig jaar lijsten met schoolresultaten bekend wilde maken, om ouders inzicht te geven in de kwaliteit van de scholen, vroegen de schoolbesturen aan de minister dit te verbieden. De lijsten werden toch openbaar gemaakt. Dat helpt, het dwingt scholen beter hun best te doen. Ouders moeten zich volgens Asscher ook assertiever gaan gedragen. ‘De stem van ouders moet sterker worden. Ook in de besturen van onderwijsorganisaties.’ Dat zijn nu vaak ‘clubs van mensen die via coöptatie gelijkgestemden werven’. Ook bedrijven moeten zich meer bekommeren om het onderwijs, daar plukken ze tenslotte zelf ook de vruchten van. Wie het onderwijs wil verbeteren, moet niet bang zijn om ruzie te maken met de gevestigde belangen in het onderwijs. Belangrijk is dat er voor het hele land duidelijke normen komen voor de gewenste schoolprestaties. En als onderwijsverbeteringen geld kosten, moet dat ook worden vrijgemaakt. ‘Dan moeten we maar wat van ons aardgasgeld investeren in de toekomst van onze kinderen. Of een keertje minder op vakantie gaan.’ Bijzondere scholen die met een beroep op artikel 23 van de Grondwet geen inzicht willen geven in hun onderwijsaanpak en -resultaten, zijn bij Asscher aan het verkeerde adres. ‘De nationale gijzeling vanwege de grondwettelijke positie van het bijzonder onderwijs mag niet leiden tot het accepteren van scholen die geen verantwoording meer afleggen.’ Tot slot riep Asscher zijn collegawethouders, ouders en leraren op óók in actie te komen. ‘Ik wil dat u aan de slag gaat. Ik wil dat u zelf een Wibaut wordt.’ Zijn illustere voorganger zette zich immers al in voor ‘verheffing’ van de mensen.

Te voorzichtig
Politicoloog André Krouwel, die was gevraagd om de Wibautlezing van commentaar te voorzien, kon zich goed vinden in de ambitie en bevlogenheid van Asscher. Maar hij vond hem toch nog te voorzichtig. Asscher ging volgens hem teveel voorbij aan het ‘hoe dan?’ Hoe krijg je de leerlingen naar school, hoe zorg je voor de goede leerstof, voor de nodige voorzieningen, voor een veilige schoolomgeving, voor structuur op school? Met Asscher vond hij dat het dwingen van kinderen naar een bepaalde school te gaan niet werkt. ‘Wat wel werkt, is dat je zorgt voor zo klein mogelijke groepen, waardoor het contact tussen leraar en leerling sterker wordt. Steek daar je energie in, in plaats van in die vreselijke demotiverende onderwijsbureaucratie van managers.’ Krouwel noemde het ‘absurd’ dat we wel geld geven aan bijzondere scholen maar er niets over te zeggen hebben. ‘Er bestaat niet zoiets als recht op slecht onderwijs. Dus wat mij betreft: geen geld uit de staatsruif als met dat geld schade wordt aangericht aan goed onderwijs.’ Discussieleider Niesco Dubbelboer had nog een pikante vraag aan Asscher: ‘Hoe kunnen we jou met je verhaal over die bouwput vertrouwen als je zelf ook verantwoordelijk bent voor die andere bouwput, de Noord-Zuidlijn?’ Asscher: ‘Als politicus maak je fouten, maar we kunnen het ons niet permitteren om onze sociaaldemocratische idealen in de hoek te zetten omdat we in het verleden fouten hebben gemaakt. Een Chinees gezegde luidt: ‘het beste moment om een boom te planten is 20 jaar geleden.’ Ik wil vandaag die boom planten, daarom zit ik in de politiek.’

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 34 nr. 3 Maart 2010
Reageer