Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Hard, hard, hard...

Jacqueline Kalk

Zo voelt de klap die de kiezer ons heeft gegeven. Een ander woord kunnen we er niet voor vinden. Door deze verkiezingen zijn we in de Staten van 107 zetels naar 63 zetels gegaan. Voor de tweede keer een uitslag die niet verdiend is voor de mensen waarover het ging, de Statenleden en de waterschappers. Statenverkiezingen en gemeenteraadsverkiezingen zijn altijd zogenaamde tweede orde verkiezingen. Maar dat was deze keer wel in extreme mate het geval. De inzet van de verkiezingen was de samenstelling van de Eerste Kamer. Hierdoor is de Eerste Kamer definitief een politieke arena voor politieke besluiten geworden. De media berichten gaan dan ook vooral over de gevolgen van de uitslag voor de samenstelling van de Eerste Kamer. Door deze uitslag heeft het kabinet de stem van nog meer partijen nodig om voorstellen door de Eerste Kamer te loodsen. Daardoor lijkt het alsof de versplintering in de politiek een steeds groter fenomeen aan het worden is, maar klopt dat ook voor de uitslag van de Statenverkiezingen? Zijn ook daar bredere coalities nodig? En zijn we als PvdA definitief de status van de grootste linkse partij kwijt? En dan hebben we het nog niet eens gehad over het opkomstpercentage. Met een opkomst van 47,5 procent is die historisch  laag.

SP-rood
Hoeveel kiezers hebben hun stem op de PvdA uitgebracht? We zetten per provincie het percentage PvdA-kiezers van 2015 af tegen 2011:

 grafiek 1

In alle provincies is er sprake van een fors verlies. Waar in 2011 nog 19,1% van de Nederlanders op de PvdA stemde, ligt dit percentage in 2015 op 10 procent. Brabant en Limburg scoren traditiegetrouw het slechtst, daar is het aantal mensen dat op de PvdA stemt nog geen 8 procent. Maar het meest opvallende is het verlies in Groningen en Drenthe, respectievelijk min 12 procent en min 11 procent. In deze provincies speelden, naast de landelijke politiek, een aantal provinciale thema's een belangrijke rol: windmolens, het aardbevingsdossier, werkloosheid en het sluiten van de SW-bedrijven. Het noorden is niet langer het rode noorden van de PvdA, zoveel is duidelijk. Maar is het dan het rode noorden van de SP geworden?

De positie van de PvdA ten opzichte van de SP in 2011:

 grafiek2

De positie van de PvdA ten opzichte van de SP in 2015:

 grafiek3

 De SP is in zeven van de twaalf provincies groter geworden dan de PvdA. We kunnen dusniet langer claimen dat wij de grootste linkse partij zijn. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een andere linkse partij op deze schaal groter is geworden dan de PvdA. Voor nieuwe verkiezingen zal dit een belangrijk gegeven worden. Immers veel mensen stemmen vanuit strategische overwegingen op de grootste partij op links of rechts, om te voorkomen dat hun stem bij één van de kleine partijen terecht komt en daardoor relatief van minder betekenis is. Dit strategische voordeel ligt bij de volgende verkiezingen misschien wel bij de SP.

Middenmoter
De vraag welke positie een partij inneemt ten opzichte van de andere partijen is interessant omdat het in de regel de grootste partij is die het initiatief neemt bij de collegeonderhandelingen. Hieronder een overzicht van de positie van de PvdA in relatie tot de grootste partij per provincie en de positie van de SP als – landelijk gezien – de grootste linkse partij:

tabel ps

* In Flevoland ging de PvdA uiteindelijk terug naar 3 zetels. Er waren 5 stemmen te weinig voor een restzetel. Die ging naar de SP.
In deze rangorde is de PvdA, met uitzondering van de noordelijke provincies, een middenmoter geworden. Nergens zijn wij de grootste geworden of gebleven. Deze ontwikkeling is vergelijkbaar met de lokale verhoudingen na de gemeenteraadsverkiezingenvan 2014. Dit betekent ook dat we, net als lokaal, in veel provincies inwisselbaar zijn geworden voor andere partijen wanneer we kijken naar het zetelaantal. 

Rol PVV
Zijn alle kansen op coalitiedeelname dan verkeken? Daarvoor moeten we kijken hoeveel partijen er per provincie nodig zijn om tot een meerderheid te kunnen komen. In vier provincies (Utrecht, Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg) zijn er drie partijen nodig voor een meerderheid. In alle andere provincies zijn er minimaal vier partijen nodig om een college te kunnen vormen. Een volledig links college behoort nergens tot de mogelijkheden, terwijl rechtse colleges een optie zijn in bijvoorbeeld Overijssel, Gelderland, Flevoland, Utrecht, Zuid-Holland en Zeeland. In veel provincies hangt de coalitieonderhandeling af van de opstelling ten opzichte van de PVV. In de aanloop naar de verkiezingen is door veel partijen de samenwerking met de PVV uitgesloten. De vraag is, gelet op het aantalzetels dat de PVV heeft verworven, of partijen zich hieraan zullen houden. Als de PVV inderdaad buitengesloten wordt, zijn er in veel provincies meer partijen nodig om tot een meerderheid in de Staten te komen. Bredere coalities zijn dan niet een gevolg van verdergaande versnippering maar een gevolg van het aantal zetels dat de PVV in de Staten heeft en het buitensluiten van deze partij.

De grootste
Het zijn droevige tijden. De samenstelling van de Eerste Kamer was de inzet van deze verkiezingen. Waar provinciale thema’s wél een rol speelden, zoals de windmolens in het noorden, het openbaar vervoer in Zeeland en de spaartegoeden van Gelderland, waren die niet in ons voordeel. Ook de kwesties binnen de VVD, met Van Rey, Verheijen en Opstelten,hebben het tij niet kunnen keren. Aan de mensen die campagne hebben gevoerd heeft het niet gelegen, maar helaas is er geen enkele positieve uitzondering te noemen. Of we moeten Urk al noemen. Daar wisten we het verlies te beperken tot maar 0,2 procent. Hulde!Ook in de steden verloor de PvdA. In Amsterdam ging de partij 13,3 procent achteruit, in Rotterdam verloren we 12,3 procent, in Enschede was het verlies 12 procent, in Zaanstad 11,5 procent en in Den Haag 10 procent.

De grootste klappen kregen we in Pekela (-20,5 procent), Menterwolde (-19,3 procent), Veendam (-19,2 procent), Appingedam (-18,1 procent), Oldambt (-17,5 procent) en Bellingwedde (-17,1 procent). Allemaal Groninger gemeenten waar werkloosheid, aardbevingen en krimp een belangrijke rol spelen. Volgens de PvdA Groningen worden we in dit gebied afgerekend op het feit dat we een bestuurderspartij zijn. De SP profiteert daarvan. Na gisteren zijn we nog in acht gemeenten de grootste partij. Wij feliciteren Middelburg, Deventer, Borger-Odoorn (ex aequo met de VVD, die wel iets meer stemmen heeft), Assen, Leeuwarden, Heerenveen, Opsterland en Winsum.

En wat was de uitslag van de waterschapsverkiezingen? Een stuk minder dramatisch in ieder geval! Meer hierover is te lezen via:http://www.lokaalbestuur.nl/lokaal_bestuur/artikel/t/verlies_pvda_in_waterschappen_blijft_beperkt/bron/nieuwsbrief 

Op de foto: een teleurgestelde Jeroen Dijsselbloem bij de PvdA-uitslagenavond
Foto: Brabants Dagblad

Uit publicatie Nieuwsbrief, 22 maart 2015

Gerelateerde artikelen:

Leonie Wildeman

Verlies en veerkracht op uitslagenavond

Lees artikel

Jan de Roos en Leonie Wildeman

Lijsttrekkers: Na de dreun strijdbaar voorwaarts!

Lees artikel

Jacqueline Kalk

Het einde van de bestuurderspartij

Lees artikel