Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Grenzen van de landbouw bereikt

Erwin Buter

Dat de intensieve landbouw in Nederland tegen haar grenzen aanloopt, daarover zijn vriend en vijand het eens. Maar hoe de toekomst eruit moet zien, is nog geen uitgemaakte zaak. 

Kom bij voorzitter van LTO Nederland Marc Calon niet aan met de uitwassen in de landbouw. Ook hij ergert zich aan berichten over grootschalige mestfraude, zoals onlangs aan het licht kwam in Limburg en Noord-Brabant. ‘Zulke knoeiers accepteren we niet meer. Het schaadt de goedwillende collega’s. We moeten echt naar zero tolerance als het gaat om fraude en bedrog.’

Maar om nu meteen de hele landbouw over een kam te scheren of zelfs geheel af te schrijven gaat de voorman te ver. ‘De landbouw in Nederland is net als het mkb een heterogene sector. Je hebt boeren die vee houden, akkerbouwers en tuinders of een combinatie ervan. Daar zitten biologische boerenbedrijven bij en boeren die met kunstlicht groenten telen. En mensen die ernaast ook nog eens andere activiteiten hebben als een zorgboerderij of een camping.’

Calon: Er zijn misstanden in de landbouw, zoals in iedere andere sector

Calon verbouwt zelf suikerbieten en graan in Groningen, en doet daarnaast aan natuurontwikkeling. Tien jaar deed hij ook andere dingen. Hij was namens de PvdA gedeputeerde in Groningen en daarna voorzitter van de vereniging van woningcorporaties Aedes. Begin dit jaar stapte de boerenzoon over naar LTO, waar hij voorzitter werd. Naar eigen zeggen is de landbouw goed voor 600.000 directe en indirecte banen, en met bijna € 100 mrd de grootste exporteur van Nederland. Dat is een aandeel van 20% van de totale uitvoer. Calon schuift aan bij alle belangrijke overleggen, zoals tijdens de kabinetsformatie. En toen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onlangs in de media pleitte voor een deltaplan voor de landbouw ging hij even langs bij PBL-directeur Hans Mommaas.

Deltaplan

Mommaas constateerde in een interview met NRC Handelsblad een spagaat voor de Nederlandse landbouw. Aan de ene kant moet de Nederlandse boer mee op de wereldmarkt en aan de andere kant loopt hij in Nederland tegen fysieke grenzen aan, met alle uitwassen van dien: fraude met mest, duizenden varkens die bij een stalbrand sterven, en de ziekmakende uitstoot van stikstof en andere meststoffen. Een deltaplan zou de landbouw kunnen redden, maar dan moeten beleidsmakers en boeren wel eerst weten welke richting het op moet. Wordt het saneren zoals bij de Twentse textielsector en gaan we over naar duurzame productie voor de lokale markt of blijft het bij toenemende schaalvergroting?

Mommaas wilde geen nadere toelichting aan CLB geven, maar krijgt bijval van Herman Lelieveldt – ‘alles wat het Planbureau zegt is goed!’. De docent aan de Roosevelt Academy in Middelburg schreef vorig jaar het boek de Voedselparadox. Hoewel we nu nog nooit zoveel over lekker en gezond voedsel hebben gelezen, gepraat en gedacht, verandert er niet aan ons landbouwsysteem. ‘Onze landbouw is sinds Sicco Mansholt gebouwd op bulk, zoveel mogelijk produceren. We zijn daar hyperefficiënt in met onze technologie, kunstmest en logistieke voordelen. National Geographic kopte niet voor niets vol bewondering dat dit kleine landje de wereld voedt. De wetenschappers van Wageningen waren in de wolken!’ Maar er is een keerzijde aan dat succes. Het probleem van de intensieve landbouw en veehouderij is volgens de docent dat er een sector is ontstaan die enorm vervuilend is ‘en zelfs ziekmakend’. Lelieveldt: ‘We halen een groot deel van ons veevoer uit Latijns-Amerika, houden hier zoveel mogelijk koeien, varkens en kippen en verkopen vervolgens het overgrote merendeel van het vlees buiten de grenzen. Maar de mest en de uitstoot blijft in Nederland, met alle gevolgen voor mens en dier.’

Lelieveldt: Er wordt nog steeds gekozen voor kwantiteit in plaats van kwaliteit

Waarom, zegt Lelieveldt, kiezen we nog steeds voor kwantiteit ofwel enorme hoeveelheden? ‘Om steeds effi ciënter te produceren voor de wereldmarkt moet je als boer steeds groter worden. Dat verlies je in ons land op de lange termijn. Varkenshouders worden gewoon gedwongen om de boel te belazeren om er nog mee te kunnen, kijk naar de mestfraude in Limburg. Nederland loopt tegen de nationale grenzen aan. Dit systeem moeten we niet tegen elke prijs in stand willen houden.’

Volgens Lelieveldt zijn er twee grote voedselproblemen: vlees aan de ene kant en suiker en vetten aan de andere kant. Hij pleit voor het afbouwen van de intensieve sector en wil bijvoorbeeld alleen nog maar kwaliteitsvlees. ‘In Frankrijk en Italië heb je al veel meer herkomstgaranties bij het vlees dat je koopt. Zo weet je wat je eet. De consument vraagt erom, zo’n momentum moet je ook in Nederland grijpen. Bij ons is het aandeel duurzaam voedsel in tien jaar tijd gestegen van 2,5 naar 10%. Dat laat zien dat er een markt is.’

Stadsstaat

Calon noemt dat laatste zo: Nederlandse boeren gaan hoger in de ‘waardeketen’ zitten. ‘Dat betekent inderdaad bijvoorbeeld kwaliteitsvlees.’ Agrariërs kijken dus hoe ze hun marge kunnen verhogen. De LTO-voorzitter wijst op de bloementelers: ‘De rozen worden tegenwoordig niet meer in Nederland, maar in Kenia gekweekt. We halen nu stekjes van meer winstgevende Bromelia’s uit Japan en kweken ze hier verder. En melk is er niet alleen meer voor melk, maar ook voor toetjes, babyvoeding en medicinale toepassingen.’

Calon voorspelt dat de omvang van de landbouw in Nederland blijft bestaan zoals we die nu kennen. ‘We hebben het juiste klimaat, de ligging in de vruchtbare delta met een uitstekende logistiek. We zijn en blijven een stadsstaat die in parken produceert voor de export.’ Natuurlijk, zegt hij, bedrijven zullen veranderen. Iedere dag verdwijnen drie boeren, maar de omvang van de landbouw neemt niet af. Andere nemen hun rechten vaak over. De schaalgrootte blijft daarmee toenemen. ‘Ook in de toekomst zal een gezin een boerderij runnen, maar die is zo groot geworden dat je naar een andere eigendomsstructuur zal gaan met bijvoorbeeld meerdere aandeelhouders. Je kunt zo’n bedrijf niet meer overerven op je kinderen.’

Wissink: De grote vraag is wat mensen nog acceptabel vinden

Gaat die trend niet nog meer ten koste van het milieu en omgeving zoals velen beweren? Met het woord megastallen heeft Calon niets op. ‘Ik zie nieuwe boeren die van drie kleinere stallen naar een grote stal gaan met een gelijk aantal dieren. Juist zo’n nieuwe stal met de modernste technieken is goed voor de reductie van afvalstoffen en daarmee de omgeving. En natuurlijk moet dat passen in de omgeving. Als gedeputeerde keek ik al met landschapsarchitecten naar de inpassing van nieuwe gebouwen in de omgeving.’

Het PBL heeft volgens hem gelijk dat de emissie van fosfaten naar beneden moet. ‘Maar ik ben het niet eens de analyse dat je dan vooral moet handhaven op de regels. Want dan krijg je ontduiking. Ook met de helft van het aantal dieren los je het niet op. We zien fosfaat nu als boosdoener, maar in de wereld is er een tekort aan fosfaat. Alle kippenmest gaat nu al naar Frankrijk. Je moet het zien als grondstof.’

Let wel, zegt Calon, de landbouw is de enige sector die voldoet aan de klimaatdoelstellingen. In 2016 kwam 42% van de Nederlandse duurzaam opgewekte energie van tuinders en boeren. ‘Geef ons nog een paar jaar. Het kan wel.’

Wat vindt de omgeving?

Vanuit het boerenstandpunt klinkt dit heel logisch. Ook het Overijsselse Statenlid en woordvoerder landbouw Annemieke Wissink zegt dat schaalvergroting niet per se slecht hoeft te zijn. ‘Psychologisch voelt dat misschien niet altijd oké, maar grote bedrijven zijn niet per definitie minder diervriendelijk en kunnen betaalbaar de samenleving voeden. Want biologisch is niet voor iedereen betaalbaar. Voor wie dat wel zich kan veroorloven ontstaat een stroming boeren die zich toelegt op kleinschalige, grondgebonden bedrijven met hoogwaardige producten. Bij ons zie je agrariërs die hun koeien naar klassieke muziek laten luisteren voor hun welbevinden. Ik ben geen voorstander van het een of ander. De grote vraag is wat mensen nog acceptabel vinden.’

Wissink: Het is jammer dat Wet-veedichtheid niet doorgaat

De provincie, zegt ze, kan in deze discussie vooral sturen op de omgeving. Hoe ziet een modern, groot bedrijf er straks uit en past dit in de omgeving. ‘Je wilt dit niet hebben in een kleinschalig landschap en hoe zit het met het ontsluitingsverkeer? Passen al die vrachtwagens nog wel op de weg?’ Dit voorjaar sprak Lokaal Bestuur met toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam, die de Wet-veedichtheid in voorbereiding had, waarin het aantal dieren in Nederland wordt gereguleerd. Het nieuwe kabinet heeft dit voorstel inmiddels ingetrokken. Wissink: ‘Die wet had ons als provincie echt geholpen, dan had je kunnen sturen op aantallen. We hebben te maken met gezondheidsproblemen, onder andere door ziekteverwekkers, fijnstof en ammoniak die de boerderijen uitstoten. De oplossing is minder dieren, al is dat geen doel op zich. Want waar ik ook mee te maken heb zijn al die boerengezinnen die worden getroffen. Daar mag je als sociaaldemocraat ook niet de ogen voor sluiten.’

In Overijssel zit dezelfde coalitie van VVD, CDA, D66 en CU als in Den Haag. Daarom ziet Wissink niet zo snel iets veranderen aan het huidige beleid. ‘Het belang van de boeren is zo verankerd in het bestuur.’ Kleine overwinningen zijn er wel, zoals met boeren werken aan nieuwe natuurgebieden. ‘Zoals in Liederholthuis in Salland. Samen met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de boeren zorgen we dat daar weer meer weidevogels komen.’ De boeren geven een deel van hun weiden op om er weer natuur van te maken. Zij kunnen vrijwillig meedoen aan het beheer van deze gronden waar ze dan weer een subsidie voor krijgen.

Minder insecten

In buurprovincie Drenthe trekt de agrarische sector een ‘zware wissel’ op de omgeving, zegt Statenlid Maaike Bakker. ‘Uit recent onderzoek bleek dat in een aantal natuurgebieden de insectenstand met 75% is teruggelopen door het gebruik van insecticiden. De grondwaterstand is op verzoek van de landbouw nog veel te laag. Dat leidt tot verdroging van ons veengebied en daarmee een uitstoot van CO2. En ook de ammoniak heeft desastreuse gevolgen voor de natuurgebieden.’

Bakker: Een deltaplan kan de boeren helpen een ommezwaai te maken

En dus moet er volgens Bakker nog veel veranderen in de sector. ‘Er zijn boeren die biologisch gaan boeren, maar daarvoor is veel meer landbouwgrond nodig om eenzelfde opbrengst te krijgen. Gelukkig wordt er ook gekeken naar verduurzaming van de traditionele landbouw. Denk aan zonnepanelen, zuiniger spuiten met behulp van GPS en zogeheten serrestallen waardoor minder antibiotica wordt gebruikt.’ Het Deltaplan, dat het PBL opperde, kan de boeren helpen een ommezwaai te maken, denkt Bakker. Al heeft ze wel moeite met het idee om boeren uit te kopen. ‘In andere bedrijfstakken helpen we ook geen ondernemers die onvoldoende innoveren en daardoor de boot missen. Maar als de opgekochte boerenbedrijven gegarandeerd ingezet gaan worden voor een duurzame landbouw, zou je daaraan kunnen denken.’

Olifant

We sluiten af met onderzoeker Lelieveldt. Hij noemt vlees ‘de olifant in de kamer waar niemand over durft te praten’. Waarom beginnen we niet met de btw op vlees te verhogen van 6 (of 9) naar 21%, vraagt hij zich af: ‘De overheid heeft een rol. Onze landbouw is ziekmakend. Het is triest dat het nieuwe kabinet voedsel niet op het netvlies heeft. Ja, er is een landbouwminister gekomen, maar dat kwam doordat de CU nog een post moest krijgen. Maar ik zie Schouten na alle crises en rapporten nog niet zo snel iets doen.’

Lelieveldt: Vlees is de olifant in de kamer waar niemand over durft te praten

Gelukkig, zegt hij, kunnen ook lokale en regionale bestuurders een verschil maken. Zelf wil hij niet meer aan de kant staan. Hij is lid geworden van de PvdA en staat nu op nummer vier van de kandidatenlijst van de Middelburgse PvdA. ‘Breng voedsel de stad in met stadslandbouw en voedselonderwijs. Schooltuintjes komen voorzichtig weer op. Laat kinderen kennis maken met voedsel en de herkomst ervan. Laat ouderen zelf weer koken. Zo kan je sturen op het veranderen van gedrag.’

 

Afbeelding: Tom van Limpt | Hollandse Hoogte

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 4
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jacqueline Kalk

Hebzucht in een digitaal jasje

Lees artikel

Jan Chris de Boer

Lokale kwesties, geen anticampagne en uit de bubbel

Lees artikel

Kirsten Verdel

Trouw aan de mensen en de idealen

Lees artikel