Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Gilles Borrie (88)

Oude Glorie

p6036041GILLES BORRIE (88)

Ooit wandelde hij in het Amsterdamse Vondelpark met ‘tante Jet’, de socialistische dichteres en politica Henriëtte Roland Holst. Prominente PvdA-politici als Willem Drees, Sicco Mansholt en Joop den Uyl heeft hij goed gekend. En CDA-politicus Dries van Agt en wielrenner Wim Breukink, de vader van Eric, waren zijn fietsvrienden. Maar zijn racefiets heeft Gilles Borrie, oud-burgemeester van Eindhoven, weggedaan. ‘Daar kan ik op mijn leeftijd niks meer mee. Het lopen gaat ook niet meer zo goed, sinds ik gevallen ben en een nieuwe heup heb.’ Maar hij is een tevreden man, die kan terugkijken op een mooie en lange loopbaan in het openbaar bestuur.
Samen met zijn vrouw Hetty, een voormalige onderwijzeres, woont Gilles Borrie in de Karpen, een villawijk aan de rand van Eindhoven. Bij binnenkomst valt meteen de grote boekenkast in de hal op. Ook op zijn werkkamer wemelt het van de boeken. Veel daarvan gaat over literatuur en geschiedenis. Borrie is een groot bewonderaar van Frederik van Eeden en Herman Gorter. Zelf heeft hij ook een flink aantal publicaties op zijn naam staan. Zo beschreef hij de levens van grootheden uit de socialistische gemeentepolitiek, zoals de Amsterdamse wethouders Floor Wibaut en Monne de Miranda en de journalist en politicus Pieter Lodewijk Tak, Wibauts beste vriend.

Lokale politiek

Borrie maakte al vroeg kennis met de lokale politiek. ‘Mijn vader was een gereedschapsdraaier die zich opwerkte tot kleine zelfstandige. Hij was vrijzinnig-democraat en nam mij als jongen geregeld mee naar de raadsvergaderingen in Bergen op Zoom, waar we toen woonden. Mijn ouders waren bevriend met Henk Walder, die voor de oorlog de voorzitter van de plaatselijke SDAP-fractie was. Mijn vader was zó met politiek bezig, dat men hem in Bergen het vierentwintigste raadslid noemde. Toen ik eind jaren dertig op de Rijks HBS zat, ging ik zelf vaak op bezoek bij het rode raadslid Johan Schuijl. Hij was de eerste arbeider met wie ik in aanraking kwam. Van hem leende ik de vierdelige Gedenkschriften van Pieter Jelles Troelstra.’
Als student economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam neemt Gilles kort na de oorlog deel aan een Vlamkamp, genoemd naar het links-socialistische blad De Vlam, dat in de oorlog als verzetsblad het licht zag. In 1948 sluit hij zich als 23-jarige aan bij de PvdA - vorig jaar kreeg hij de Willem Drees-penning wegens zijn 65-jarig lidmaatschap - en wordt hij actief in de Nieuwe Koers, de jongerenorganisatie van de partij. Als voorzitter van de Rotterdamse afdeling van de sociaaldemocratische studentenorganisatie Politeia ontmoet hij linkse kopstukken als Willem Schermerhorn, Jacques de Kadt, Koos Vorrink en Willem Banning. ‘De wandeling met Henriëtte Roland Holst in 1949 zal ik nooit vergeten. Het was kort voor haar tachtigste verjaardag. Tom Rot, één van de leiders van de Vlamkampen, ging elke week een paar keer met haar wandelen. Toen ik bij hem logeerde, vroeg hij mij of ik dat een keer van hem wilde overnemen. Tijdens de wandeling in het Vondelpark spraken we over Van Eeden en Gorter, wiens gedichten zij met haar bevende stem uit het hoofd citeerde. Dat heeft me zeer ontroerd.’

Joop den Uyl

Nadat hij zijn studie heeft voltooid, werkt Borrie korte tijd op de gemeentesecretarie van Ridderkerk en enkele jaren als ‘commies-redacteur’ bij het Instituut voor Bestuurswetenschappen in Den Haag, dat aan de VNG is gelieerd. In 1955 wordt hij wetenschappelijk medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, waar Joop den Uyl de scepter zwaait. ‘Het werk bij de WBS was destijds in secties verdeeld, waarbij ik verantwoordelijk was voor gemeentepolitiek, volkshuisvesting, agrarische zaken en middenstandszaken. Ook deed ik de redactie van De Gemeente, de voorloper van Lokaal Bestuur. Voor Den Uyl heb ik altijd grote bewondering gehad. Hij was de primus inter pares. Ik zag hem bijna dagelijks. Een man met een enorme werkkracht, een meeslepend politicus met een brede kennis en visie. Zijn sociale kant was minder goed ontwikkeld. Naar je privéleven vroeg hij eigenlijk nooit, en in de vijf jaar dat ik bij de WBS heb gewerkt, zijn we maar één keer samen met de medewerkers uit eten geweest.’ Door zijn contacten met gemeentebestuurders krijgt Borrie belangstelling voor een functie in het openbaar bestuur. Hij wil burgemeester worden. Een goed idee, vindt Joop den Uyl. Huib Franssen, de burgemeesterslobbyist van de PvdA, doet een goed woordje voor hem bij zijn vriend en partijgenoot Jaap Cramer, commissaris van de koningin in Drenthe. In 1960 kan Borrie aan de slag in Sleen, een gemeente van 6.500 inwoners. Daarna zullen nog burgemeestersposten volgen in Tiel, Rheden en Eindhoven. Aan alle vier denkt hij met plezier terug. ‘Het meest toch aan Rheden, een gemeente met veel natuurschoon, waar ik samen met mijn jonge gezin prachtig woonde. Ik had er ook heel goede vrienden, zoals Wim Breukink, de directeur van de Gazelle-fabrieken die mijn fietskameraad werd. In Eindhoven vond ik vooral de internationale contacten (China en Japan) interessant. Toen ik net in Eindhoven zat kwam het bericht dat de Bijenkorf zou worden gesloten. Uiteindelijk is het gelukt die toch voor de stad te behouden.’
Zes jaar geleden schreef Borrie een boek over zijn herinneringen en ontmoetingen. Het valt niet mee om daar iets negatiefs in te ontdekken. Als ik hem vraag of hij dan nooit vervelende dingen heeft meegemaakt als burgemeester, blijft het aanvankelijk stil. Dan noemt hij de problemen rond het regionale woonwagenkamp in Tiel, begin jaren zeventig. ‘Daar was veel criminaliteit. De politie moest er met getrokken pistool de orde handhaven. Dat was wel een moeilijke periode.’    

Kameraadschap

Terughoudend is Borrie in zijn oordeel over de PvdA nu. ‘Als je geen verantwoordelijkheid meer draagt, is het gemakkelijk praten. Daarom zal ik in het openbaar geen kritiek op de partij uitoefenen. Wat ik wel mis in de partij, is de kameraadschap. Vroeger gingen we echt als vrienden met elkaar om. Ik heb het idee dat die binding er niet meer is. En ik vind het heel treurig als partijgenoten een scheve schaats rijden, de boel financieel bedonderen.’
Van de weinige schrijvende burgemeesters is Borrie met stip de productiefste. Als burgemeester van Sleen werkte hij in zijn ‘Wibaut-kamertje’ op zolder vaak tot in de vroege uurtjes aan zijn eerste biografie, waarop hij in 1968 promoveerde.  Het bronnenonderzoek voor het boek deed hij op zaterdag - boterhammen mee - bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, terwijl zijn vrouw ging winkelen. Zijn favoriete boek? ‘Dat is moeilijk hoor, maar misschien toch dat over De Miranda, die in 1942 is doodgemarteld in kamp Amersfoort. Ik denk nog vaak aan wat hij heeft meegemaakt.’ De stroom publicaties lijkt nu opgedroogd, zijn gezondheid laat het niet meer toe op pad te gaan. ‘Eigenlijk had ik best schrijver kunnen worden’, mijmert Borrie. Als ik zeg dat hij daar aardig in geslaagd is, glimlacht hij tevreden.

 

Dr. Gilles Willem Benjamin Borrie

Geboren op 26 september 1925 te Bergen op Zoom
Opleiding en studie: Rijks HBS Bergen op Zoom (1938-1944), economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam (1945-1952)
Functies: oorlogsvrijwilliger bij de Prinses Irenebrigade (1944-1945), secretarieambtenaar in Ridderkerk (1952-1953), commies-redacteur Instituut voor Bestuurswetenschappen VNG (1953-1955), wetenschappelijk medewerker Wiardi Beckman Stichting en redactiesecretaris De Gemeente (1955-1960),  burgemeester van Sleen (1960-1968), Tiel (1968-1973), Rheden (1973-1979) en Eindhoven (1979-1987).
Politiek: o.a. lid partijbestuur PvdA (1962-1968),  Statenlid Gelderland (1972-1978)
Overig: o.a. bestuurslid Orde van Vrijmetselaren (1975-1979) en voorzitter curatorium Anne Frank Stichting (1980-1986).
Publicaties: o.a. biografieën van F.M. Wibaut (1968), P.L. Tak (1973/2006), S.R. de Miranda (1993) en M.A. Reinalda (2005), Het leven als een te voltooien bouwwerk (vijf biografieën van vrijmetselaren, 2000), Herinneringen en ontmoetingen (2008)

TEKST EN FOTO: JAN DE ROOS

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 7 Juli 2014
Reageer