Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Gemeenten worstelen met regie op scholen

Kirsten Verdel

Eind oktober meldde de NOS een onderzoek in handen te hebben waaruit bleek dat scholen maar liefst 6,9 miljard euro nodig hebben voor achterstallig onderhoud van hun gebouwen. Scholen krijgen momenteel geld voor onderhoud van het Rijk, via hun gemeente. In 2015 komt het buitenonderhoud in handen van de schoolbesturen. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor onder meer nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvesting van een school. De kosten die daarmee zijn gemoeid, blijven voor rekening van de gemeente. Lokaal Bestuur sprak met enkele PvdA-politici over de voor- en nadelen van wat in bestuurdersjargon  ‘doordecentralisatie’ heet.

Wie: Richard Blankenstein
Wat: Raadslid in Breda

Hoe is de financiering van onderwijshuisvesting in Breda geregeld?

‘In 2006 was de situatie in Breda zo dat scholen individueel een plan konden inleveren om in aanmerking te komen voor een renovatie van een school. Over dat systeem was veel onvrede, het was onduidelijk waarom de ene school wel en de andere geen geld kreeg. We werkten met een vrij starre verordening: alles moest precies binnen een hokje passen en dan kregen scholen daar een bedrag voor. Een speciaal technieklokaal moest bijvoorbeeld binnen bepaalde maatstaven passen, om het zo eerlijk mogelijk te doen. Een aanvraag doen kostte veel energie en werd vaak afgewezen omdat er te weinig geld was. Daardoor ontstonden veel noodlokalen, waarvan sommige er wel tien jaar stonden. Daar kwam nog bij dat elke school een beetje hetzelfde profiel had, dus voor scholieren was weinig te kiezen. Er moest dus iets gebeuren.’

Wat hebben jullie toen gedaan?
‘De gemeente heeft de scholen gevraagd om het idee van doordecentralisatie te onderzoeken. Voorwaarden waren dat scholen een duidelijk profiel moesten krijgen, dat er een zorgstructuur om alle scholen heen moest komen, dat huisvesting meer was dan alleen onderwijs en dat er een goede aansluiting van het VMBO op het MBO moest komen. Er werd besloten om een coöperatie te vormen, waar alle gemeentelijke middelen aan zouden worden overgedragen.’

Breda startte dus in feite al vóór de nieuwe wet met doordecentralisatie. Wat was het voordeel van zo'n coöperatie?

‘Die maakt het mogelijk om makkelijker een groot bedrag te lenen waardoor in één keer een groot investeringsbedrag beschikbaar komt. Individuele scholen zouden dat niet voor elkaar kunnen krijgen. We werken nu vier jaar met het nieuwe systeem en alle noodlokalen zijn weg en scholen hebben een duidelijk profiel gekregen. Ook is het nu mogelijk om dat eerdergenoemde technieklokaal veel specifieker aan te kleden. We zijn heel tevreden over hoe het nu werkt. We krijgen zelfs mensen uit andere steden op bezoek die komen kijken hoe wij het geregeld hebben.’

Van wie leent de coöperatie dat geld?
‘Van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Daar kan dat heel goedkoop.’

Is in deze organisatiestructuur helder bij wie de risico’s liggen?
‘De gemeente houdt toezicht of het financieringsmodel wel klopt, om te voorkomen dat er niet teveel geld wordt geleend wat de scholen niet terug kunnen betalen uit hun jaarlijkse subsidies. Het risico ligt uiteindelijk toch bij ons, want als er iets mis gaat wordt de gemeente er op aangesproken dat kinderen niet in goed onderhouden gebouwen naar school kunnen.’

Wat zijn de do’s en don’ts van het Bredase systeem?
‘Heel belangrijk is, dat je iemand vanuit het scholenveld hebt die heel goed kan verbinden, die het scholenveld bij elkaar kan houden en het algemene belang van de stad naar voren kan brengen en daar iedereen in kan meenemen. Zo iemand heb je echt nodig, omdat er toch veel concurrentiestrijd is tussen de scholen. Verder moet je in het begin goed duidelijk maken dat het puur om huisvesting gaat en dat je je als gemeente niet inhoudelijk met het onderwijs gaat bemoeien. Daar waren veel medezeggenschapsraden bang voor. En we hebben ook geleerd dat er goede financiële afspraken moeten worden gemaakt aan het begin van het proces. In de eerste jaren hebben we veel vrijheid aan de coöperatie gegeven, maar daardoor raakte het ambtelijk zicht op de coöperatie vertroebeld, en daarmee ook het zicht op mogelijke risico’s. Dat is nu ook opgelost, er is een reglement opgesteld waarin alle wederzijdse afspraken staan. Dat is in feite een soort contract.’

Wie: Jan Nieuwenburg
Wat: Wethouder in Haarlem

In Haarlem is het onderhoud van schoolgebouwen al een tijd geleden bij schoolbesturen neergelegd. De financiering loopt tot nu toe nog wel via de gemeente. Wat verwachten jullie van de nieuwe wet?

‘Wij zijn als gemeente nu nog eindverantwoordelijke voor het onderhoud, dat verandert met de komst van de nieuwe wet natuurlijk deels. Ook zullen we minder inkomsten uit het gemeentefonds krijgen doordat budgetten rechtstreeks naar schoolbesturen zullen gaan. We weten op dit moment nog niet wat dat voor consequenties heeft voor schoolbesturen. Voor ons als gemeente betekent het in ieder geval minder geld en minder verantwoordelijkheden.'

Verwacht je dat de nieuwe wet een positief effect zal hebben?

'Er zijn hier 15 schoolbesturen met een wisselend aantal scholen onder zich. Er zitten eenpitters tussen, maar er zijn ook besturen met 10 tot 15 scholen. Die laatste categorie zal organisatorisch beter in staat zijn om het financiële beheer te regelen dan de eerste, die hebben daar minder slagkracht voor.'

Wat als dat hen niet lukt, kan de gemeente dan ingrijpen?

'De gemeente blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van onderwijshuisvesting op zich, we proberen daarom zoveel mogelijk af te stemmen met de scholen. Daartoe wordt al jarenlang een strategisch huisvestingplan opgesteld waarin per jaar wordt afgestemd waar de middelen naartoe zullen gaan. Daar gaan we ook onder de nieuwe wet mee door.'

Zijn er onderhoudsachterstanden in Haarlem?

'Er zijn nog wel achterstanden op bepaalde plekken, die zijn allemaal in kaart gebracht en in het huisvestingplan is daar rekening mee gehouden. Grote onderhoudsachterstand doet zich niet voor. En op korte termijn komt er nieuwbouw.'

Verandert er veel met de nieuwe wet?

'Dat weten we nog niet goed. De verdeling van de budgetten is nog niet duidelijk. We proberen hier via de G32 duidelijkheid over te krijgen. En we kijken hoe we de kleine scholen het beste kunnen gaan ondersteunen. We hebben goed overleg met de scholen, onder andere over hun omvang. Het is belangrijk dat er voldoende diversiteit is zodat ouders en kinderen ook echt wat te kiezen hebben. Daar wordt met de huisvestingsplannen ook rekening mee gehouden.'

Wat zie je als belangrijkste voor- en nadelen van de nieuwe wet?

'De centrale regie verdwijnt. Sommige scholen zullen de verantwoordelijkheid goed over kunnen nemen, voor kleinere scholen is dat nog wat onduidelijk. Heel eerlijk gezegd vind ik niet echt dat er een probleem wordt opgelost, ik zou het prima vinden als het blijft zoals het is.'

Wie: Hannie Kunst
Wat: Wethouder
Waar: Nijmegen


Is er ook in Nijmegen achterstallig onderhoud aan schoolgebouwen?

'Veel scholen zijn verouderd. Vaak gaat het om gebouwen die in de jaren '50, '60 en '70 met veel te weinig geld zijn gebouwd. De problemen betreffen dan vaak niet zozeer zaken als het schilderwerk, maar meer kwesties met betrekking tot duurzaamheid, energiebesparing, luchtkwaliteit en inrichting.'

Nijmegen is ook al vroeg gestart met doordecentralisatie toch?

'Vanaf 2001 hebben we het geld dat beschikbaar is voor buitenonderhoud al doorgedecentraliseerd. Er was toen een ingewikkelde discussie over hoeveel budget dat dan zou zijn en wie hoeveel zou krijgen. Uiteindelijk zijn de afspraken die daar uit voort zijn gekomen een stuk efficiënter en effectiever gebleken dan hoe het daarvoor ging. Op het geld dat voorheen voor overleg en discussies nodig was, kon nu worden bespaard. We hoeven nu niet meer voortdurend om tafel en scholen maken zelf planningen voor hun onderhoud.'

Hoe ging dat voorheen dan anders, wat ging er dan mis?
'Elke school vroeg eigenlijk structureel meer dan er beschikbaar was. Als gemeente had je de neiging om iedereen in elk geval maar iets te geven. Er waren twee kapiteins op één schip voor een gebouw en dat werkte gewoon niet.'

 

Het budget voor huisvesting is dus doorgeschoven naar de scholen, maar de verantwoordelijkheid voor goede huisvesting blijft toch bij de gemeente?
'We zijn nog verder gegaan dan alleen het doordecentraliseren van de budgetten. In 2010 hebben we met bijna alle schoolbesturen afgesproken dat zij zowel economisch als juridisch eigenaar worden van hun scholen. Daar zitten wel haken en ogen aan, want gemeentelijke regie is nu natuurlijk een beetje een zoektocht. Maar iedereen lijkt tevreden met deze manier van regelen. Wij vinden het belangrijk dat kinderen naar goede, kwalitieve scholen kunnen gaan, die duurzaam zijn, waar het klimaat goed is en waar flexibiliteit mogelijk is.'

Welke regie heeft de gemeente nog? En wat zijn de resultaten tot dusverre?

'We hebben afspraken met de schoolbesturen over welk aantal scholen in welk stadsdeel of zelfs welke wijk kan komen. Het type aanbod wordt goed besproken, zodat spreiding van soorten onderwijs goed geregeld is. Ook zijn er privaatrechterlijke afspraken over de monitoring van de besteding van huisvestingsgelden. Als dat eventueel niet goed gaat, heeft de gemeente bijvoorbeeld het recht om een school terug te kopen. Al met al zijn er van de 44 scholen inmiddels al 10 vernieuwd. '

Jullie hebben de ambitie om in 40 jaar alle scholen te renoveren. Is dat niet een wat erg lange periode?

'Vergis je niet: er zitten ook scholen tussen die in de jaren '90 zijn gebouwd en dus voorlopig niet aan renovatie toe zijn. Vandaar die termijn. Het gaat vooral om de kwaliteit. Zo hebben we er in de plannen ook voor gekozen om niet per se nieuwbouw te doen als grootschalige renovatie van een monumentaal gebouw ook een optie is.'

Wat vind je van het idee van een coöperatie zoals in Breda?

'Ik vind dat wij het nog handiger doen. Scholen kunnen nu rechtstreeks schatkistbankieren. Ze kunnen erg goedkope leningen bij de overheid krijgen, dus die coöperatieve vorm is niet nodig.'

Wat zijn de voor- en nadelen van doordecentralisatie zoals die in Nijmegen georganiseerd is?

'Voordelen zijn dat geld voor onderwijshuisvesting ook echt daar naartoe gaat. Tevens voorkomt het jaarlijks overleg en gedoe. Maar het belangrijkste is dat het een kwaliteitsimpuls verzorgt. Nadelen zijn dat je als gemeente verlies kunt lijden als je een school terug moet kopen. Je moet ook wel erg alert zijn op de spreiding van type scholen over de stad en op de verantwoording van de bestede budgetten.'

Hoeveel geld heeft Nijmegen nog nodig voor achterstallig onderhoud?

'Dat weten we nog niet precies. Er komen nog bezuinigingen aan, dan is er nog minder geld beschikbaar. Wij vinden het schrijnen dat er 256 miljoen op onderwijshuisvesting wordt bezuinigd vanaf 2015. Houd daar eerst maar eens mee op.'

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 12 December 2013
Reageer