Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Gemeente kan veel meer doen aan dierenwelzijn

Jan Chris de Boer

Het is bar gesteld met het dierenwelzijnsbeleid in de gemeenten. Vaak zijn ze niet op de hoogte van hun wettelijke taken en daarnaast spelen onkunde, onwetendheid en desinteresse een grote rol. Dat vindt de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, beter bekend als de Dierenbescherming. Is het echt zo erg? Lokaal Bestuur sprak met lector dierenwelzijn Hans Hopster en keek met raadslid Patty Wolthof naar de praktijk in de gemeente Zwolle.

dierenwelzijn sept2014Cartoon Timothy Schelhaas

Feit is dat de gemeenten slechts één wettelijke taak hebben op het gebied van dierenwelzijn, namelijk de verplichte opvang van zwerfdieren. Maar feit is ook dat het in veel gemeenten mis gaat met deze toch niet al te ingewikkelde verplichting. ‘Daarnaast’, zegt dr. ing. Hans Hopster, part-time lector welzijn van dieren aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden, ‘kunnen en mogen de gemeenten meer doen.’
Dierenwelzijn werd in 1964 een politiek thema. Aanleiding was de verschijning van het boek Animal Machines van Ruth Harrison. Deze Britse dierenactiviste en schrijfster gaf in het boek een inkijkje in nieuwe ontwikkelingen binnen boerenbedrijven, waar bijna geruisloos legbatterijen en kistkalveren gemeengoed waren geworden. Ze legde de vernederingen en het lijden van de dieren, die gaandeweg werden beschouwd als productie-eenheden, bloot en zorgde daarmee voor een dermate grote publieke verontwaardiging dat de politiek zich gedwongen zag tot ingrijpen. Het boek vormde ook de basis van het Europees Verdrag tot de bescherming van Dieren voor Landbouwdoeleinden.
Anno nu mag worden verwacht dat dierenwelzijn gebeiteld op de politieke agenda staat, zeker nu de Partij voor de Dieren geen eendagsvlieg is gebleken en dit de aandacht voor dierenwelzijn ook in andere partijen deed opbloeien. Maar het blijft spannend, zegt Hopster. ‘Dierenwelzijn kan ook gemakkelijk weer van de politieke agenda verdwijnen. De overheid heeft schaarse middelen en wil niet overal verantwoordelijk voor zijn. Dierenwelzijn is over het algemeen Europees beleid en de huidige overheid wil daar niet op vooruit lopen. Concurrentiekracht en werkgelegenheid zijn harde waarden die het tijdens deze laagconjunctuur onder liberaal bewind gemakkelijk winnen van de zachte.’

Conferenties

Tot 2011 organiseerde Hogeschool Van Hall Larenstein samen met het ministerie van Economische Zaken en de Dierenbescherming conferenties over gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid. ‘Die werden goed bezocht’, zegt Hopster. ‘En daar zag je juist dat de belangstelling voor dit onderwerp door alle partijen liep. Joost Eerdmans (nu wethouder Leefbaar Rotterdam, red.) en Robert Blom, destijds VVD-wethouder in Alphen aan de Rijn, waren trouwe bezoekers; het zijn dus niet alleen linkse partijen die dierenwelzijn belangrijk vinden. In 2011 trok de Dierenbescherming zich terug en dat betekende het einde van die conferenties. Dat was jammer. Maar ik merk bij veel gemeenten nog wel ambities als het om dierenwelzijn gaat, alleen moet dit onderwerp concurreren met de rest van wat er in gemeenten speelt. En dat is nogal wat.’

Zwerfdieren

De gemeenten zijn dus wettelijk verplicht zwerfdieren op te vangen. Dat gaat niet overal rimpelloos. Want wie moet opdraaien voor de kosten? Niet zelden ontstaat er een conflict tussen gemeente en asiel. En als een gemeente al bereid is de portemonnee te trekken, is er vaak gesteggel over de hoogte van de kosten. Bijvoorbeeld omdat de asiels de uren van vrijwilligers in rekening willen brengen. ‘In een studentenopdracht hebben we eens een rekenmodel ontwikkeld, maar toch zie je een grote diversiteit in aanpak’, zegt Hopster. De Dierenbescherming roept de gemeenten op jaarlijks twee euro per inwoner te reserveren voor de opvang van zwerfdieren. ‘Dat bedrag lijkt me vrij fors, maar dat hangt natuurlijk af van het aantal dieren dat opvang nodig heeft. Vraag is natuurlijk wel wat je met gewonde dieren doet. De wet zegt dat als je als burger een gewond dier aantreft, je hulp moet bieden. Maar hoe ver gaat die hulp? Daarover kun je een eindeloze ethische discussie voeren. Ik vind dat je je goed moet afvragen in hoeverre oplappen zin heeft. Dat geldt wat mij betreft zowel voor een gewonde golden retriever als voor een gewonde egel, ook al kan de afweging verschillend uitpakken. Vaak staat bij het eindeloos doordokteren niet het belang van het dier voorop, maar vooral  het egocentrisch belang van de mens.’

Agressieve honden


Hopster vindt dat gemeenten naast de opvang van zwerfdieren meer kunnen doen. ‘Denk bijvoorbeeld aan schuilstallen in weilanden, waar pony’s, paarden, schapen onderdak kunnen vinden bij rare weersomstandigheden. Er zijn gemeenten waar het bestemmingsplan de bouw van dit soort stallen verbiedt. Gemeenten zouden zelf een ontwerp moeten maken voor schuilstallen en dat aan moeten bieden aan de hobbydierhouders. Een ontwerp dat past in het landschap.’
‘Een ander punt is: hoe ga je als gemeente om met agressieve honden? In 2008 is de Regeling Agressieve Dieren, de pitbullwet, afgeschaft. Je ziet nu dat gemeenten heel verschillend omgaan met agressieve honden, als er al beleid is. Je kunt meteen de bestuursrechter inschakelen, maar je kunt ook in overleg treden met de eigenaar en kijken of bijvoorbeeld resocialisatie van de hond een optie is. Gemeenten kunnen een veel actievere rol spelen door zelf hondenbeleid te ontwikkelen.’
‘Datzelfde geldt voor voorlichting over dierenwelzijn. Het is belangrijk in het onderwijs hier aandacht aan te besteden. Daarnaast kunnen gemeenten burgerschapszin bevorderen. Er liggen veel mogelijkheden voor gemeenten, maar wettelijk zijn ze er niet toe verplicht. De dit jaar door de Dierenbescherming geactualiseerde nota met aanbevelingen voor gemeenten biedt voldoende inspiratie.’

Zwolle


De gemeente Zwolle formuleerde een jaar of zes geleden beleid op het gebied van welzijn van dieren en heeft sinds de raadsperiode 2010-2014 zelfs een portefeuillehouder dierenwelzijn. Maar dat biedt geen enkele garantie. Want in mei werd bij het grasmaaien van een braakliggend bouwterrein een aantal nesten met jonge weidevogeltjes verhakseld. PvdA-raadslid Patty Wolthof: ‘Beleid in onze gemeente was dat er voor 15 juni geen bermen en braakliggende terreinen worden gemaaid. Daar is dit jaar een uitzondering op gemaakt omdat er klachten van omwonenden kwamen over pollen en zaden. De gemeente heeft daarop opdracht tot maaien gegeven. Vooraf zijn alle nesten gemarkeerd. Maar door het hoge gras is een aantal nesten over het hoofd gezien. Het college heeft meteen besloten dat er niet weer voor 15 juni wordt gemaaid.’
In 2008 werd op initiatief van fractievoorzitter William Dogger van de lokale partij Swollwacht de Werkgroep Dierenwelzijn in het leven geroepen. De aanleiding was onduidelijkheid over de financiën van het dierenasiel. De Werkgroep Dierenwelzijn, met daarin vertegenwoordigers van alle raadsfracties, formuleerde vervolgens het Zwolse dierenwelzijnsbeleid. Wolthof: ‘De hoofdpunten waren dat er jaarlijks 80.000 euro moest worden vrijgemaakt voor onder andere opvang van andere dieren dan alleen honden en katten, verbetering van de samenwerking tussen dierenasiel en dierenambulance, inzet van een dierenarts bij ondraaglijk lijden, extra toezicht bij dierenweides, een bijdrage aan het zwerfkattenproject en communicatie en ondersteuning van particuliere initiatieven.’

Resultaten


Wat heeft dit beleid de afgelopen zes jaar opgeleverd? Wolthof: ‘Vorig jaar is er een evaluatie geweest en toen is vastgesteld dat het dierenwelzijn in die vijf jaar duidelijk is verbeterd en dat Zwolle inmiddels een diervriendelijk imago heeft.’
Ook zijn er nieuwe maatregelen doorgevoerd, zoals ecologisch bermbeheer, het gifvrij bestrijden van onkruid en de aanleg van een oeverzwaluwwand en amfibieëntunnels. Wolthof: ‘Het dierenwelzijnsbeleid wordt regelmatig getoetst aan de actuele wet- en regelgeving en daarnaast uitgebreid. Zo komt er nu ook aandacht voor de jacht en de sportvisserij en komt er beleid voor schuilstallen voor dieren die als hobby worden gehouden. En er wordt door dierenambulance, dierenasiel en de gemeente sinds kort voorlichting gegeven over bijvoorbeeld het chippen van katten en sterilisatie of castratie van honden en katten. Binnenkort ga ik om de tafel met een aantal fracties en ambtenaren om te kijken wat de plannen zijn voor de komende jaren.’

Glijdende schaal


Dierenwelzijn. Het is een begrip waaraan iedereen een andere uitleg kan geven. Dat je je hond, je poes, je boerderijdieren niet mag verwaarlozen, daar zal iedereen het wel over eens zijn. Dat bijen nuttige beestjes zijn, zal ook niet worden bestreden. Maar hoe nuttig zijn ze nog als je ze in je kruipruimte hebt? Of heel veel ganzen die je weilanden kaal eten? Hopster: ‘Je krijgt inderdaad met een glijdende schaal te maken. Dat van die hond en poes is duidelijk. Maar muskusratten, bijvoorbeeld. Waarom mogen we die verdrinken? Alle dieren hebben een intrinsieke waarde die moet worden afgewogen tegen het nut en de noodzaak van ons handelen met dieren. En daar oordeelt iedereen verschillend over. Maar er is geen reden je zorgen te maken over dierenwelzijn in ons land. Je hebt mensen die alleen gericht zijn op de exploitatie van dieren. Aan de andere kant heb je het Dierenbevrijdingsleger. Dat zijn extremen. Daar tussenin zitten heel veel mensen die dierenwelzijn serieus nemen. Dat geldt ook voor de ondernemers. Natuurlijk mag je de vraag stellen waarom een boer niet zorgt voor schaduwplekken voor zijn koeien als de zon hoog aan de hemel staat. Je kunt hem als gemeente er op wijzen, hem stimuleren, hem de goede kant op sturen. Maar vaak zitten die ondernemers ook gevangen in kaders die hun een beperkte speelruimte geven. Neem van mij aan dat ondernemers over het algemeen het beste voor hebben met hun dieren. Dat zal ook één van de redenen zijn dat de overheid de sturing op het gebied van dierenwelzijn uit handen heeft gegeven. Met alle voordelen en risico’s, overigens. Voordelen voor de dierhouderijen, maar met het risico dat ondernemers hun verantwoordelijkheid zonder betere prijzen onvoldoende kunnen oppakken. De vleessector is daar een sprekend voorbeeld van.’

Minder aandacht


Hopster constateert een afnemende belangstelling van de overheid voor dierenwelzijnsonderzoek en -onderwijs. ‘Dat heeft met krimpende budgetten en prioriteiten te maken. Onder landbouwminister Veerman kreeg dierenwelzijn duidelijk minder aandacht, maar zijn opvolger Verburg blies het weer nieuw leven in. Momenteel dreigt die aandacht wel heel erg te worden gereduceerd. Voor dierenwelzijnsonderzoek, een verantwoordelijkheid van de overheid, wordt het budget volgend jaar met 75 procent teruggebracht. En wat wat mij betreft een gemiste kans is, is dat de overheid weinig oog heeft voor de zegeningen die dieren burgers bieden. Dieren betekenen iets voor mensen, ze hebben duidelijk meerwaarde. Jaarlijks gaat er in de gezelschapsdierenbranche ongeveer twee miljard euro om. Een teken dat het mensen veel waard is om dieren te houden. En kijk ook eens naar de opkomst van hondenbegraafplaatsen, dierencrematoria…  Min of meer per ongeluk ben ik sinds kort ook een hondenbezitter. Je moet het dier regelmatig uitlaten waardoor je in beweging bent en je raakt gemakkelijk in gesprek met andere mensen die hun honden uitlaten. Nou heb ik geen last van vereenzaming en ook niet van obesitas, maar voor veel mensen is het hebben van een hond echt een zegen. En dat geldt ook voor andere dieren in de huiselijke sfeer. Dieren hebben voor burgers betekenis. Doe daar wat mee, gemeenten!’

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 9 September 2014
Reageer