Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Gaat de peuterspeelzaal verdwijnen?

Jan Chris de Boer

Veel gemeenten bezuinigen fors op het peuterspeelzaalwerk. In sommige gevallen is er zelfs een streep gegaan door het volledige subsidiebedrag. De kinderopvang is een alternatief, maar niet voor alle ouders betaalbaar. Het gevolg is dat de kleintjes thuis worden gehouden. Hier en daar hebben ouders zich georganiseerd en regelen ze nu zelf de opvang van de peuters. ‘We gaan terug naar de jaren zeventig, zestig zelfs.’

2013 maart coverfotoDe peuterspeelzaal is voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar. Normaal gesproken gaan ze twee dagdelen per week naar de speelzaal. De gemeenten subsidiëren het werk en de ouders betalen een maandelijkse bijdrage die veelal gerelateerd is aan hun inkomen. Voor kinderen met een taal- of een ontwikkelingsachterstand geldt de VVE, de voor- en vroegschoolse educatie. De voorschoolse educatie vindt plaats op de peuterspeelzaal (vier dagdelen in de week) of in de kinderopvang, de vroegschoolse educatie in de eerste groepen van de basisschool.


Begin 2010 is de Wet OKE door de Tweede Kamer aangenomen. Deze wet regelt onder meer dat aan peuterspeelzalen en kinderopvang dezelfde kwaliteitseisen worden gesteld. Het nieuwe VVD-PvdA-kabinet werkt aan een verdere harmonisering van peuterwerk en kinderopvang. De bedoeling is om peuterspeelzalen in de toekomst aan te merken als kinderopvang. Tweeverdieners en alleenstaande werkende ouders, ook met een kind dat de (oorspronkelijke) peuterspeelzaal voor enkele dagdelen bezoekt, kunnen dan een beroep doen op de kinderopvangtoeslag. Een gemeentelijke subsidie is dan alleen nog nodig voor de ouders die geen beroep kunnen doen op die toeslag. Dan gaat het om ongeveer 40 tot 60 procent van de ouders met een kind op de peuterspeelzaal. 

‘Deze maatregelen leiden er toe dat voor de gemeenten het peuterspeelzaalwerk goedkoper wordt en tegelijkertijd gaat de kwaliteit omhoog door de nieuwe kwaliteitseisen’, zegt Angelique de Leeuw, adviseur en projectleider bij Buitenhek Management & Consult in Utrecht. ‘Maar ik denk dat het nog wel even gaat duren voordat die harmonisatie op landelijk niveau geregeld is.’

Deventer

Een aantal gemeenten wil daar niet op wachten en ziet zich vanwege de crisis genoodzaakt om te bezuinigen op het peuterwerk. Deventer, bijvoorbeeld. Die gemeente heeft het peuterwerk per 1 september vorig jaar ondergebracht bij de kinderopvang en dat betekent dat de bekostiging ook via de Wet Kinderopvang is gaan lopen. Dat houdt in dat ouders met een speelzaalkind, en dan met name ouders uit de hogere inkomensgroepen, flink meer moeten betalen. Heeft de maatregel ertoe geleid dat er minder kinderen naar de peuterspeelzalen (die in Deventer overigens nu Kindcentra heten) gaan? PvdA-raadslid Çetin Yildirim: ‘Uit cijfers blijkt dat in Deventer de afgelopen paar jaar steeds minder peuters naar de speelzaal gaan. Maar er heeft geen enkele oorspronkelijke peuterspeelzaal vanwege de overgang naar Kindcentra de deur hoeven sluiten. Maar of er nu minder kinderen als gevolg van de transitie naar toe gaan, weet ik niet. We moeten de eerste evaluatie afwachten.’
Deventer heeft de educatie aan de VVE-peuters wel veiliggesteld. Yildirim: ‘De gemeente koopt voor de ouders die geen recht hebben op de kinderopvangtoeslag een kindplek in en bovendien is de ouderbijdrage voor deze kinderen bij wijze van experiment afgeschaft. Als tegenprestatie daarvoor moeten de ouders zich acht uur in de week maatschappelijk inzetten, vrijwilligerswerk doen. Of dit slaagt, is ook afwachten.’ Al met al bezuinigt Deventer nu jaarlijks 429.000 euro op het peuterwerk. De PvdA steunde het collegevoorstel. ‘We moesten bezuinigen en de uitgaven aan het peuterwerk waren niet langer verantwoord. Wij hebben ons als fractie ingezet voor de VVE-peuters en de educatie aan die groep is nu gewaarborgd.’ Volgens Yildirim waren er nauwelijks protesten van de ouders tegen de beslissing van de gemeente.

Veendam

In Veendam lag dat heel anders. Daar stelde het college vorig jaar voor de subsidie aan het peuterspeelzaalwerk stop te zetten en dat leidde meteen tot ‘maatschappelijke ontrust’, zoals fractievoorzitter Ans Grimbergen van de PvdA dat noemt. ‘En wij als PvdA waren ook tegen. Wij zien de peuterspeelzaal als een basisvoorziening. Het college wilde alleen nog subsidie verstrekken voor de VVE-kinderen. Wij vinden de peuterspeelzaal belangrijk voor de ontwikkeling van de kinderen. En die kinderen zouden lang niet allemaal naar de kinderopvang gaan als de subsidie zou worden geschrapt, want dat is veel duurder. Bovendien vonden wij het uitsluitend werken met de doelgroepkinderen, de VVE-peuters dus, nogal stigmatiserend.’
De PvdA-fractie diende een amendement in waarin het college werd opgeroepen de voorgestelde bezuinigingen voor 2012 en 2013 ongedaan te maken en om op een andere wijze tot bezuinigingen te komen. Grimbergen: ‘Het kan, denk ik, wel goedkoper. Zo zou je het peuterwerk misschien onder kunnen brengen bij basisscholen. Ons uitgangspunt is in elk geval het peuterwerk toegankelijk en betaalbaar te houden voor alle kinderen. Bovendien kun je meer inkomsten vergaren. Iedereen die 30.000 euro of meer verdient, betaalde bij ons hetzelfde bedrag aan ouderbijdrage. Daar kun je meer staffels aan toevoegen zodat de subsidie terecht komt waar dat echt nodig is.’
Het amendement kreeg ruime steun; alleen de VVD stemde tegen. ‘De wethouder zei: de kinderen kunnen toch ook bij moeder thuis blijven? Ik dacht: hallo, welkom in de tegenwoordige tijd.’

Leeuwarden

In Leeuwarden is een bezuinigingsoperatie van 500.000 euro op het peuterwerk gaande. Anders dan in Deventer en Veendam heeft deze gemeente gekozen voor een oplossing die het kabinet nu ook voor ogen staat. ‘Al in 2009 is bij ons de discussie gestart over de subsidiëring van het peuterwerk. Dat kwam eigenlijk omdat we een flinke uitbreiding van het jongerenwerk wilden en dat was nogal prijzig’, zegt PvdA-raadslid Jelmer Staal.
Het college kwam volgens Staal in eerste instantie ‘met een wat vaag plan om 500.000 euro te bezuinigen zonder een plan van aanpak.’ Dat leidde tot onrust, maar geleidelijk werden de contouren van de bezuiniging bekend en maakte onrust plaats voor begrip. Staal: ‘Er is hier eigenlijk ook geen sprake van een sec bezuiniging; het is geen klassieke bezuiniging. We hebben peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en VVE in elkaar geschoven. Dat bleek een slimme combinatie. Daarom is namelijk het VVE-programma beschikbaar gekomen voor alle kinderen en is dus de kwaliteit toegenomen. Want alle leidsters zijn nu VVE-geschoold.’
In Leeuwarden kunnen tweeverdieners en alleenstaande werkende ouders met een kind op de peuterspeelzaal nu een beroep doen op de kinderopvangtoeslag en voor andere mensen geldt een bijdrage naar inkomen. Om het kostendekkend te maken, heeft Leeuwarden nog 450.000 euro van de oorspronkelijke 950.000 euro voor het peuterwerk beschikbaar. De VVE is ongemoeid gelaten. Staal: ‘De VVE moet laagdrempelig blijven, dus daarvoor betaalt de gemeente.’
Volgens Staal heeft de door de gemeente Leeuwarden gekozen oplossing niet geleid tot fors hogere bijdragen voor de ouders. ‘Tot aan een inkomen van 75.000 euro zijn de kosten nauwelijks gestegen.’

Kort door de bocht

De aanpak van Leeuwarden spreekt adviseur en projectleider Angelique de Leeuw van Buitenhek Management aan. Ze hekelt daarentegen de ‘botte bezuinigingen’ die een aantal andere gemeenten heeft doorgevoerd. ‘Ik maak me zorgen over het peuterspeelzaalwerk. Ik zie dingen om me heen gebeuren die me erg tegen de borst stuiten. Sommige gemeenten gaan wel heel kort door de bocht door de subsidie op het peuterwerk ineens naar nul terug te brengen. Ze doen alleen nog de educatie van de VVE-kinderen, omdat dat nu eenmaal moet. De rest moet maar naar de kinderopvang of thuis blijven. Maar kinderopvang is zonder gemeentelijke subsidie alleen mogelijk voor kinderen van ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag. Je ziet nu her en der moeders de peuteropvang overnemen, maar daarmee gaan we terug naar de jaren zeventig, de jaren zestig zelfs.’
In een aantal gemeenten, zoals Leeuwarden, werd ook de vraag gesteld of subsidiëring van het peuterspeelzaalwerk nog wel verantwoord was. Immers, het aantal peuters liep sterk terug (in Leeuwarden in korte tijd van 950 naar 750) en de kinderopvang was een prima alternatief. ‘Krom’, noemt De Leeuw die redenatie: ‘Het aantal kinderen op de peuterspeelzaal daalde inderdaad de afgelopen jaren, maar dat kwam omdat de kinderopvang relatief goedkoop was. Nu de kinderopvangtoeslag is versoberd, zie je weer een stijging van het aantal kinderen dat naar de speelzaal gaat. Peuterspeelzaal en kinderopvang zijn communicerende vaten.’
De harmonisatie, waar het kabinet nu aan werkt, vindt De Leeuw ‘een heel mooie ontwikkeling’. ‘Het voorkomt dat straks de kinderopvang alleen maar voor kinderen van rijke ouders betaalbaar is en de minderbedeelden zijn aangewezen op de peuterspeelzaal. Zo’n situatie moet voorkomen worden.’

Niet realistisch

De Leeuw ziet het liefst alle kinderen naar de peuterspeelzaal of de kinderopvang gaan, maar dat kan ze voorlopig vergeten. Tenminste, volgens Tweede-Kamerlid Keklik Yucel van de PvdA: ‘Ik wil ook het liefst dat er een basisvoorziening is voor alle kinderen voor een aantal dagdelen met een bescheiden bijdrage voor peuterspeelzaal of kinderopvang, maar dat is nu niet realistisch. We hebben een crisis en we moeten fors bezuinigen. Daarom richt onze fractie zich nu op de peuters die extra aandacht nodig hebben. Daar moet geld voor beschikbaar blijven. Onze prioriteit ligt bij een goede start op de basisschool voor alle kinderen en dat ouders kunnen blijven werken.’
Het harmoniseren van alle kindregelingen juicht Yucel toe, maar wat er allemaal geregeld moet worden en op welke wijze, daar wil ze niet op ingaan. ‘We willen minister Asscher de kans geven dat op zijn manier uit te werken. Natuurlijk zullen we onze visie met hem bespreken. Een structurele oplossing waarbij de toegankelijkheid en de kwaliteit goed geregeld zijn, is voor ons heel belangrijk.’   

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 3 Maart 2013
Reageer