Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Fractiedag prima voorbereiding op raadsverkiezingen 2014

Harriët van Domselaar

De gemeenteraadsverkiezingen zijn dichterbij dan je denkt! Nog iets meer dan een jaar te gaan en dan gaan we weer naar de stembus. Lokaal Bestuur helpt je met deze verkiezingsserie bij de voorbereidingen. Dit eerste deel gaat over de fractiedag.
In het laatste jaar voor de verkiezingen is het belangrijker dan ooit dat je als fractie samen een goede ploeg vormt die een ijzersterke boodschap uitdraagt. Een fractiedag of -weekend kan je daarbij helpen. Maar hoe maak je die tot een succes? Gaat het vooral om de inhoud, of meer over onderlinge relaties? Is het alleen voor de fractie, of betrek je het bestuur er ook bij?
Wij staken ons licht op bij trainer-coach Jan Blom en vroegen raadsleden (en Statenleden) naar hun ervaring.

Jan Blom heeft een eigen bedrijf (Ajana) dat gespecialiseerd is in opleidingen, trainingen en adviezen voor mensen die werkzaam zijn in de politiek. ‘Ik werk nu twaalf jaar als trainer/adviseur voor de PvdA en richt me vooral op praktische dingen. Geen gezweef, maar bijvoorbeeld helpen bij het samenstellen van een verkiezingsprogramma. Dat is hard nodig. Veel afdelingen hebben namelijk een veel te hoog ambitieniveau. “Iedereen gelukkig en altijd mooi weer” klinkt mooi, maar is niet haalbaar, dus dat mag je ook niet beloven. Het moeten wel realistische doelstellingen zijn die je je kiezers voorhoudt.’
Jan organiseert regelmatig fractiedagen. Daarnaast bemiddelt hij in conflicten, doet hij individuele coaching, losse trainingen en langdurige begeleidingstrajecten. Hij studeerde maatschappijleer, met als specialisatie ethiek, heeft bestuurlijke ervaring als wethouder en is momenteel werkzaam in een managementfunctie bij een overheidsorganisatie. ‘Het politieke wereldje ken ik van meerdere kanten.’

Afspraken maken

Dat zijn achtergrond en inzet enthousiast ontvangen worden, blijkt al gauw bij een bezoekje aan een van ‘zijn’ fractiedagen. Meteen bij binnenkomst, halverwege de dag, valt op dat de sfeer goed is. Vanzelfsprekend voert de één vaker het woord dan de ander, maar iedere aanwezige krijgt de ruimte om zijn of haar zegje te doen. Zowel de onderwerpen integriteit en gedragscode, als het campagne voeren en omgaan met de media komen spelenderwijs aan de orde.
Met lichte drang begeleidt Jan Blom de mannen en vrouwen in hun proces naar de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen. Vragen als ‘hoe zou je dat als actie omschrijven?’ en ‘willen jullie meteen een denktank opzetten of werken we dit eerst uit?’ leggen de verantwoordelijkheid voor beslissingen bij de fractie zelf, maar sturen vriendelijk doch dringend wel in een bepaalde richting. ‘We zijn hier niet om interne discussies over te doen, maar om actiepunten vast te stellen op weg naar de volgende verkiezingen,’ aldus Blom. ‘Kijk dus niet terug, maar vooruit. We gaan een plan van aanpak maken. Als houvast. Daar hoeft niet in te staan hoe je erbij moet kijken, maar wel hoe je mét elkaar tot een eensluidende visie komt. Nieuwe plannen maken en doelen stellen. De uitwerking daarvan komt pas later aan de orde.’
Aan het slot van de dag constateert de trainer/begeleider dat er heel veel besproken is, maar dat iedereen goed moet beseffen dat het na deze bijeenkomst allemaal pas echt begint. ‘Het kan geen kwaad om het af en toe even over de inhoud te hebben, maar hou vooral het proces in de gaten. Zet lijnen uit. Durf mij en elkaar om hulp te vragen. We hebben afspraken gemaakt. Hóu je daaraan!’

Hoepeltje springen

Eigenlijk zou het verplicht moeten zijn dat je een nieuwe raadsperiode begint met een fractieweekend, vindt Jan Blom. ‘op dat moment is het vooral erg belangrijk dat je elkaar leert kennen. Je hebt immers niet elkáár gekozen, dat heeft een kandidaatstellingscommissie gedaan. Dat wordt nogal eens vergeten. Het is belangrijk dat je weet wie er naast je zit. Als je al niet in je medefractieleden geïnteresseerd bent, hoe kun je je dan geloofwaardig maken naar buiten toe? Belangrijk is ook, dat je weet dat niet iedereen door hetzelfde hoepeltje kan springen. Kijk dus vooral naar elkaars vakkundigheden en ga naar aanleiding daarvan taken verdelen. Je hebt nu eenmaal dossiertijgers en doeners. Laat de één lekker lezen en de ander op werkbezoek gaan of op de fiets springen om te kijken wat er lokaal aan de hand is. Dan kunnen later beide ervaringen aan elkaar verbonden worden. Zo blijf je niet bij de stukken hangen, maar breng je politiek bij de mensen. Je handelen moet praktijkgericht zijn. Hou dus in de gaten wat er buiten verandert, zodat je doelstellingen actueel zijn. En laat je als lokale politici vooral niet verleiden tot het willen oplossen van wereldproblemen. Daar gaat een gemeenteraad niet over.’

Egootjes

‘Iedere gemeente is weer anders. Mijn training beperkt zich tot het geven van algemene adviezen en tips. Een handleiding, een strategie ten opzichte van de oppositie bijvoorbeeld. Maar ook het durven duiden van onderlinge verhoudingen. Er zitten namelijk nogal eens egootjes bij. Maar mijn ervaring is dat degene met de grootste mond als eerste ‘op de mat’ ligt. En ook: in elk team heb je hardlopers en achteroverzitters. Daarom moet je duidelijke afspraken maken over wie wat doet, zodat je weet wat er van je verwacht wordt. Iemand van buitenaf, zoals ik, heeft er vaak beter zicht op hoe een fractie functioneert en kan ook meer zeggen en de vinger op een zere plek leggen. Waarna er uiteindelijk nuttige besluiten genomen worden. Dat is een proces dat soms veel tijd kost, maar onontbeerlijk is op weg naar een gezamenlijk doel. En dát moet je hebben in de politiek.”

 ‘We staan er nu weer als een sterk team’

Over het algemeen worden fractiedagen en/of -weekenden als prettig ervaren. Niet alleen als aanloop naar de verkiezingen, maar ook halverwege een periode kan een pas op de plaats heel nuttig zijn. Dat geldt niet alleen voor raadsleden en Statenleden, maar ook voor fractiemedewerkers en bestuursleden (zowel lokaal als provinciaal). Wel is er licht verschil van mening als het gaat over de duur, frequentie en/of de bezetting van de dagen, zo blijkt als we wat lokale en provinciale politici benaderen.

Annelies Boode, Statenlid in Flevoland, vindt bijvoorbeeld dat eenmaal per jaar voldoende kan zijn. ‘Wij hebben als start een tweedaagse gehad, waarin we werden begeleid door iemand van buitenaf. Dat komt het opbouwen van onderling respect ten goede. Ook hebben we toen een aanzet gegeven tot ons werkplan. In een later stadium is dat in een benen-op-tafel bijeenkomst zelfstandig verder uitgewerkt. Ook onlangs hadden we weer een fractiedag, waarin we de politieke actualiteit bespraken. Dat kan heel goed zonder begeleiding, maar het moet dan wel minimaal één maal per jaar plaatsvinden. Dat is belangrijk voor de inhoudelijke voortgang en teambuilding.’
Voor haar collega in Noord-Brabant Antoinette Knoet-Michels is een heel weekend een beetje te veel van het goede. ‘Wij komen tweemaal per jaar een volle zaterdag bij elkaar. Dat is noodzakelijk om af en toe eens ‘los van de stukken’ aan de slag te gaan met elkaar. Om de agenda als oppositie ook een beetje zelf te bepalen en dus niet uitsluitend reactief bezig te zijn. Een vol weekend voegt weinig meer toe, lijkt me, en is bovendien een te grote aanslag op werkweek en privétijd. Ik zou dan liever kiezen voor drie zaterdagen.’
In de gemeente Haarlem houdt de PvdA-fractie jaarlijks een heel weekend. Raadslid Jeroen Fritz: ‘Met daarnaast meestal nog twee fractiemiddagen over de begroting en de kadernota. Uiteraard met de prioriteiten voor het komende jaar op het programma, maar daarna doen we ook altijd iets gezelligs. Een buitenspel of een quiz. Alle fractieleden en de wethouder zijn daarbij aanwezig. Soms ook het afdelingsbestuur. Dat heeft volgens mij echt een meerwaarde. Tot nu toe hebben we overigens nog geen gebruik gemaakt van professionele begeleiding. De fractievoorzitter en vicevoorzitter bereiden - samen met de medewerkers - de bijeenkomsten voor en het wordt allemaal betaald vanuit het scholingsbudget van de gemeente Haarlem.’
Peter van Heemst, raadslid in Rotterdam, heeft ook fractie-ervaring in de Staten en in de Tweede Kamer. Hij onderschrijft het enthousiasme van zijn Haarlemse collega: ‘Het klinkt misschien gek, maar bijna elk fractieweekend dat ik heb meegemaakt - een stuk of dertig gok ik - was goed bestede tijd. Je leert een aantal collega’s beter kennen, praat over dingen waar je in gewone vergaderingen niet aan toe komt en als het goed is ben je met de héle PvdA: bestuurders én vereniging. Alleen dan kun je een sterke ploeg vormen.’
Een conclusie die Liesje Klomp, oud-Statenlid in Noord-Holland met tevens bestuurservaring, ook trekt. ‘Het is essentieel voor een goed functionerende fractie. Dat geldt voor alle geledingen. Eens per jaar kan dan namelijk de tijd worden genomen voor strategie en reflectie: ‘waar staan we als partij?’, ‘welke plannen hebben we?’ en ‘waar gaan we naar toe werken?’ Een trainer van buitenaf vergroot het slagingspercentage. Om optimaal te profiteren is het ook van belang dat íedereen van de fractie er is. Ver vooruit plannen, dan lukt dat. En eerlijk gezegd is mijn ervaring dat het voor de teambuilding beter is als een groot deel van het weekend uitsluitend met de fractie is. Bestuur en/of gedeputeerden en wethouders kunnen dan eventueel later aansluiten.’
Paul Verbruggen, fractievoorzitter PvdA Alkmaar, toont zich uitermate tevreden over de wijze waarop Jan Blom te werk gaat. ‘We hebben net een fractieweekend in Schoorl achter de rug. Halverwege het traject richting de verkiezingen komen we nogmaals bij elkaar om te kijken hoe het met de gemaakte afspraken staat. Dat is bovendien een stok achter de deur. Voor de vorige fractiebijeenkomst hadden we een haptonoom uitgenodigd. We waren namelijk uit het college geknikkerd. Dat hakte er flink in. Het was toen dus van groot belang ons allereerst te focussen op ‘resetten’, waardoor we nu gelukkig weer op het juiste spoor zitten. Hoewel - dat moet ik toegeven - de pijn van het verraad nog niet helemaal verdwenen is…’
Nu, met Jan Blom, stond op de eerste dag van het weekend ‘het formuleren van praktische doelen’ centraal. Dat wordt in de komende maanden verder geconcretiseerd, zodat in februari 2013 alles weer kan worden besproken met de complete ploeg. Ons verkiezingscredo is ‘iedereen doet mee’ en daarom ben ik ook zo blij dat álle fractieleden er waren, en enkele bestuursleden. Zelfs de net ingestroomde fractieassistenten deden volop mee.’
‘Onze tweede dag in Schoorl, heerlijk rustgevend hier in de duinen, stond in het teken van debatvaardigheden. Het is onze wens om scherper de discussie aan te kunnen gaan en ons minder snel uit het lood te laten slaan door vervelende vragen. Er werden ons handvatten aangereikt, waar we veel mee geoefend hebben. Met als eindresultaat dat we er weer vol vertrouwen tegenaan gaan de komende periode. We staan er weer als een sterk team en kunnen gezamenlijk werken aan het verbeteren van onze rol in de lokale politiek. Ongeacht of we in de coalitie zitten of niet.’

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 36 nr. 12 December 2012
Reageer