Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Fatsoenlijk land

Aukelien Jellema

blijven we een fatsoenlijk land voorzijde jpegToen voormalig partijvoorzitter Ruud Koole zo’n tien jaar geleden in de partijbeginselen het woord fatsoenlijk gebruikte, viel onze halve partij over hem heen; wat een oerconservatief CDA-woord! Terwijl Koole er vooral mee wilde uitdrukken dat in een fatsoenlijke samenleving iedereen voldoende middelen heeft om te participeren. De schrijvers van het boekje Blijven we een fatsoenlijk land? Gemeenten en de verzorgingsstaat hebben een decennium later klaarblijkelijk de schouders opgehaald over zoveel polemiek en bedacht dat in deze tijden van werkloosheid, voedselbanken en inkomensongelijkheid, iedereen haarfijn aanvoelt wat er met een fatsoenlijke samenleving wordt bedoeld. Als je dan tóch over een woord wilt vallen, dan kan er vandaag de dag volop gestruikeld worden over het begrip participatie. Beleidsmakers breken zich collectief het hoofd over de vraag hoe zij - als de decentralisaties straks een feit zijn - de burger zoveel mogelijk kunnen uitdagen om ‘mee te doen’.
Het boekje Hoe blijven we een fatsoenlijk land is door onze onvolprezen partijgenoot Maarten van Rossem van een inleiding voorzien. Hij sombert er zes pagina’s Rossemiaans op los, vindt dat de verantwoordelijken voor de Wmo van destijds zich voor eeuwig mogen gaan schamen en beschouwt de retoriek van zelfredzaamheid, een hot item in de decentralisaties, als veel te optimistisch. Na dit ten geleide ben je als lezer benieuwd of Van Rossems verwachtingen - die net zo zwart zijn als zijn coltrui - door de auteurs van het boekje worden bevestigd dan wel weerlegd.
Coauteur Nicole Teeuwen, tot enkele maanden geleden PvdA-wethouder in de gemeente Houten, blikt in een van de eerste hoofdstukken terug op de invoering van de door Van Rossem zo verguisde Wmo. Een wet die in 2007 aan de gemeenten werd overgedragen. Toen was geldgebrek eigenlijk nog nauwelijks een issue. Maar door de klassieke procedures pakten de aanbestedingen voor de huishoudelijke zorg in veel gemeenten desastreus uit. Zorgaanbieders boden onder de kostprijs en tekenden daarmee op termijn hun eigen doodvonnis. Achteraf, zo stelt Teeuwen, waren we allemaal zoekende. Zij waarschuwt er vervolgens voor dat gemeenten bij de invoering van de decentralisaties niet dezelfde fouten maken als destijds bij de Wmo. Die fouten liggen dan voornamelijk op het gebied van het niet voldoende geïnformeerd zijn van de gemeenten, te weinig kennis hebben van de sector en de verstikkende, procedurele aanpak in de aanbestedingen, terwijl ruimte geven voor innovatie en experimenten juist zo nodig is.
Gemeenten moeten aan het roer gaan staan en bij de decentralisaties blijk gaan geven van - zoals de auteurs het noemen - goed strategisch opdrachtgeverschap. Samendoen is daarbij het sleutelwoord. Maar daarin schuilt ook de crux; gemeenten zijn traditioneel nogal van het bedisselende soort. Loslaten doen ze vaak net zo moeizaam als een hond die zijn kluif moet afstaan. Maar als het kwartje eenmaal is gevallen, zo voorspellen de schrijvers, dan worden de juiste sleutels gaandeweg gevonden, wordt de gemeente een meewerkend voorman en het vertrouwen van de burger zienderogen gewonnen.
Appeltje eitje? Helaas niet. De voorspelling is dat het hele proces van transformatie zeker een generatie zal duren. Nu wilt u, als beleidsmaker, college- of raadslid  natuurlijk snel en voortvarend dóórpakken met de decentralisaties. Dat mag, maar pak er tussen de bedrijven door tóch maar dit boekje bij. Als diepte-investering. En heeft u - gezien de oplopende tijdsdruk tot aan 1 januari - ècht geen tijd om het nu te lezen, doe dat dan over een jaar of vijf. Altijd aardig om te bezien of er achteraf een voorspellende waarde aan toe te dichten valt. En natuurlijk om te ontdekken of Van Rossem (on)gelijk heeft gekregen.

Aukelien Jellema
lid redactie Lokaal Bestuur

Hoe blijven we een fatsoenlijk land? Gemeenten en de verzorgingsstaat. Auteurs: Nicole Teeuwen, Mary van den Wijngaart en Hans Moors, 148 blz.,  € 19,95.  Uitg. Boom-Lemma. ISBN 978‐94‐6236‐401‐1

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 7 Juli 2014
Reageer