Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Duurzame revolutie voor iedereen

Erwin Buter

Nu zelfs het bedrijfsleven een lobby is gestart voor een overheidsbeleid dat meer op duurzaamheid is gericht, komt de boel op gang. Het moet groener. We willen af van aardgas en olie en werken aan een duurzame, energie-neutrale leefomgeving. Klinkt mooi, maar hoe werk je als lokale bestuurder op een sociaal-democratische manier aan de verduurzaming - zonder de solidariteit uit het oog te verliezen?

Het is een vrijdagmiddag in Loppersum. Wethouder Bé Schollema staat op het punt om met zijn tweedehandse elektrische auto te vertrekken naar de opening van het eerste zonnedak in deze Groningse gemeente. Het dak, op de loods van een rietdekkersbedrijf, is een initiatief van bewoners in dit aardbevingsgebied en is mede tot stand gekomen door een subsidie van de provincie. De bewoners hebben zich verenigd in een coöperatie, de Lopster Energie Coöperatie ofwel Lopec. De coöperatie is voor en door de bewoners opgericht, de gemeente heeft er geen aandeel in. ‘Bij bewoners kwam zelf de gedachte op om samen in zonne-energie te investeren,’ geeft Schollema aan. De gemeente heeft hun daarbij gesteund. ‘Ze konden bij ons in het gemeentehuis samenkomen en dachten we mee: “Hebben jullie al aan vergunningen gedacht of het aanpassen van het bestemmingsplan?”’ Waar mogelijk werden vergunningen snel verleend en plannen aangepast.

Prima dat er een technische voorhoede is, maar iedereen moet mee kunnen doen

Inmiddels worden er meer plannen voor duurzame energie bedacht in Loppersum. Mede dankzij het schadefonds voor het aardbevingsgebied krijgen deze ideeën vleugels. Anders dan bij Lopec kunnen bewoners inmiddels voor iedere € 1000 die zij aan schade hebben door de bevingen aanspraak maken op € 4000 subsidie voor energiebesparende maatregelen. Een van die plannen is Middenstroom. Deze coöperatie uit het nabijgelegen Middelstum, dat onder Loppersum valt, wil een kleine windmolen. Alleen kan die volgens het bestemmingsplan niet zomaar neergezet worden. Boeren mogen dat al wel, mits voor eigen gebruik. ‘Dus gaan we met elkaar om tafel om te zien wat kan. “Een beetje soepel” noemen we dat,’ zegt Schollema. ‘Laagdrempelig en met lage instapbedragen. En mensen zien meteen de opbrengsten in hun portemonnee’, verklaart Schollema de grote animo. Na Lopec melden meer mensen zich nu aan. ‘Het werkt als een olievlek. Mensen spreken erover op verjaardagen en feestjes. Je ziet letterlijk de energie onder mensen terugkomen. Ze kunnen weer sturen op hun toekomst.’

Lopec is inmiddels bezig met een tweede zonnedak, en denkt nadrukkelijk na over de mogelijkheid voor mensen met een kleine beurs om ook mee te kunnen doen, dankzij alternatieve financieringsvormen. Bovendien praat Schollema over andere duurzame initiatieven in zijn gemeente. Het gaat over laadpalen bij sporthallen, het opslaan van energie in de accu’s van elektrische auto’s die deel uitmaken van een ‘smart grid’.

Loppersum en haar inwoners hebben flinke ambities, maar wetenschappers waarschuwen voor te veel optimisme. Shivant Jhagroe is er daar een van. De onderzoeker promoveerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam op stedelijke transitiepolitiek, en de vraag of iedere bewoner hiervan op een gelijke manier kan profiteren. Dat bleek nogal tegen te vallen: ‘Er bestaat een soort consensus dat als iedereen over duurzaamheid praat, dat dit vanzelf een gegeven wordt. We zetten een paar laadpalen neer en dan gaat vanzelf iedereen aan de elektrische auto. Maar zo werkt het natuurlijk niet.’

Duurzaamheid als lifestyle

Volgens Jhagroe hebben lokale overheden minder oog voor de schaduwkanten en ongelijkheden die streven naar duurzaamheid met zich meebrengt: ‘Duurzaamheid volgens de huidige neoliberale opvatting is er een van en voor marktpartijen. Het is ook een lifestyle voor mensen om zich te onderscheiden van de mensen die zich dit niet kunnen veroorloven.’

De onderzoeker vervolgt: ‘Iemand zei pas: duurzaamheid is duur. Voor biologisch vlees of een elektrische auto heb je immers voldoende geld nodig. Het zijn vaak mensen met een bepaalde opleiding, hbo-plus, die ook nog eens de subsidie-routes kennen. Dat is het dilemma voor een gemeenteambtenaar bij het verlenen van subsidies voor bijvoorbeeld isolatie. De intentie om te verduurzamen is goed, maar het effect is dat niet iedere inwoner profiteert van de maatregelen van de gemeente.’ Dat het niet alleen om subsidies gaat, illustreert hij met een voorbeeld uit Rotterdam. ‘Hier plaatste de gemeente in een achterstandswijk geen bomen, maar een groot doek met daarop bomen afgebeeld. Daar is niets duurzaams aan natuurlijk.’

Wie duurzaam wil leven, is meer geld kwijt

Jhagroe staat niet alleen in zijn kritiek. Hoewel iedereen gediend is bij de vermindering van de CO2-uitstoot, zijn het vooral de hogere inkomens die profiteren van duurzame maatregelen. Dat de energierekening iets hoger zal worden door allerlei investeringen en belastingen, voelen zij minder in hun portemonnee. En doordat zij in hun koophuis vaak wel zonnepanelen op hun dak of een warmtepomp kunnen plaatsen profiteren ze van subsidies en betalen ze in verhouding zelfs minder.

Vrijwillig versus verplichtend

We praten inmiddels in Nederland al dertig jaar over een duurzame toekomst, constateert Wijnand Duyvendak in zijn bijdrage aan de bundel Rood-Groene politiek voor de 21e eeuw. Een pact tussen generaties. Al in 1986 waarschuwde VVD’er Pieter Winsemius vlak voor zijn vertrek als minister van Milieu dat het CO2-probleem zo groot is dat corrigerende actie ingrijpend dient te zijn. Duyvendak centreert de kern van het klimaatprobleem rond de vraag of het overheidsbeleid vrijwillig moet zijn of verplichtend. Kiezen we voor subsidies en convenanten of voor heffingen en reguleringen? Ofwel: voor hen die kunnen of voor iedereen?

Gezondheid en duurzaamheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

Lambert Verheijen, namens de PvdA lid van de Eerste Kamer en bestuurder van het Waterschap Aa en Maas, ziet met lede ogen aan dat er de laatste twaalf jaar – sinds Balkenende en Bos – niet veel gepoogd is om sturend in te grijpen. ‘Pas nu staat het klimaatbeleid weer sterk op de agenda. Je kunt via heffingen en belastingen sturen op gedrag. Daarbij zal je mensen met een modaal inkomen kunnen beschermen tegen de gevolgen voor hun netto besteedbaar inkomen. Dat kan via een verlaging van heffingen op arbeid, of ontheffingen voor lagere inkomens. Punt is wel dat dit een meer ingewikkelde belastingheffing oplevert, dan bijvoorbeeld het CDA met zijn vlaktaks wil. Ook met gemeentelijke en waterschapbelastingen kun je differentiëren. Denk aan afvalheffingen en de OZB - daar kun je gericht mee sturen.’

Hij zoekt de oplossingen in fiscale maatregelen die solidair kunnen werken. Verheijen: ‘De klimaatverandering treft het meest de versteende delen van een stad. Dat zijn juist de delen waar mensen met een kleine beurs wonen. Ouderen overlijden hier eerder en er komen meer longziektes voor.’ Volgens Verheijen zijn gezondheid en duurzaamheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gaat om hygiëne en niet om luxe, zegt hij. ‘Het zijn hele basale zorgen. Blauwalg kwam vijftien jaar geleden amper voor. Nu heeft iedere gemeente wel een keer per jaar blauwalg in een van haar vijvers.’

Duurzame maatregelen zijn volgens de waterschapbestuurder makkelijk te realiseren voor de hele gemeente. ‘Waarom belonen we mensen niet als zij hun voortuin groen houden in plaats van deze met tegels te bestraten? Zoiets heeft een groot effect voor de waterhuishouding en is belangrijk voor de bewustwording onder mensen. Ik wil heel graag de discussie over groene belastingmaatregelen, ook lokaal en bij waterschappen, dieper voeren.’

De vuilnisman is de ambassadeur van de nieuwe circulaire economie

Verheijen krijgt bijval van Rolf Steenwinkel, voorzitter van het netwerk PvdA Duurzaam en ook waterschapbestuurder, maar dan bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. ‘De overheid moet meer sturing geven. We mogen het niet overlaten aan de vrije markt. Prima dat er een technische voorhoede is die de nieuwste technieken omarmt, maar iedereen moet kunnen meedoen. Dat betekent bijvoorbeeld dat je anders moet kijken naar financiering van projecten. In het bedrijfsleven moet een investering binnen vijf jaar winstgevend zijn, bij duurzame projecten verdien je je geld pas na tien of twaalf jaar terug. Door dit korte termijn denken laat men veel winst liggen. Investeren in duurzaamheid levert echt veel geld op.’

Zelf zet het waterschap Amstel, Gooi en Vecht slib om in energie en verdient het geld met fosfaten die hieruit worden teruggewonnen. ‘En zo zijn er nog veel meer toepassingen te bedenken, maar we mogen als sociaal-democraten wel wat creatiever worden in oplossingen.’

Vuilnisman als ambassadeur van verduurzaming

Heleen de Coninck is hoofddocent innovatiestudies bij milieuwetenschappen aan de Radboud Universiteit. Ze is een van de redacteuren van Rood-Groene Politiek voor de 21e eeuw. Daarin betoogt ze dat de energietransitie van iedereen moet zijn, niet alleen van de elite die kan profiteren van subsidies op duurzame projecten. De vuilnisman is bijvoorbeeld instrumenteel in de verduurzaming. ‘Hij of zij is de ambassadeur van de circulaire economie. We proberen toe te werken naar een wereld zonder afval. Iedereen moet hierbij betrokken worden. De afvalbedrijven zijn belangrijk en het succes staat of valt met de motivatie van de werknemers. Het werkt echt niet als het alleen gedragen is door hoogopgeleiden.’

Als ander voorbeeld noemt ze natuureducatie, en toegang tot groen. ‘Kinderen, ook die uit de stad, moet je de natuur laten voelen en laten begrijpen waar voedsel vandaan komt.’ Verder pleit ze voor meer collectieve voorzieningen, ook financiële. ‘In mijn stad Nijmegen worden windturbines naast een volkswijk gepland, op een terrein waar sinds de jaren tachtig een kolencentrale stond die sinds anderhalf jaar dicht is. De projectontwikkelaar vreest protesten tegen de windturbines; mensen daar zijn gewend aan hun kolencentrale en niet aan windmolens. Ze moeten er vanuit hun huis tegenaan kijken en hebben er niets aan. Maar als de gemeente het financieel mogelijk zou maken om hun deel te laten nemen, kan de weerstand vanzelf verdwijnen.’

Almeerse bluf

In Almere willen ze iedere bewoner laten profiteren van duurzame energie, zegt wethouder Tjeerd Herrema. De gemeente wil af van aardgas en is actief bezig om energie-neutraal te worden. Zo worden woningen, die verkocht worden aan mensen die uit een sociale huurwoning komen, aangepast zodat er nul op de meter komt. ‘Geen aardgas, wel een iets hogere hypotheek. Maar de maandlasten dalen en je bent zelfvoorzienend, terwijl je inkomen niet hoeft te groeien. En er komt intussen een sociale huurwoning vrij, dat is weer goed voor de doorstroom.’

Ook voor die groep heeft Almere iets bedacht. ‘In huurwoningen laten we zonnepanelen plaatsen via een leaseconstructie. Daarmee is het gratis en ligt het voordeel bij de huurder. Het werkt ook nog eens veel beter dan via de corporaties. Zo kun je voor ieder probleem wel een systeem bedenken. Intussen worden bewoners steeds meer baas over hun eigen energie en krijgen ze meer binding met duurzaamheid.’

Ander voorbeeld van Herrema: het openbaar vervoer. Wetenschapper Jhagroe waarschuwde dat er weliswaar meer laadpalen verschijnen, maar het openbaar vervoer verschraalt. Herrema erkent dat de budgetten voor het OV omlaag zijn gegaan. Met trots: ‘Maar met de nieuwe aanbesteding hebben we wel meer OV gekregen voor minder geld en ook nog eens groener. Binnenkort rijden hier de eerste elektrische bussen.’

Gemeenten kunnen veel, maar voor sturing is Den Haag nodig

In het straatbeeld verschijnen als het aan Herrema ligt binnenkort ook de eerste elektrische deelauto’s. De gemeente houdt er bij nieuwbouw rekening mee dat huishoudens elektrische auto’s gaan delen. ‘Dat vergt een andere aanpak: hoe ga je om met parkeerruimte? En wat heb je nodig aan techniek? Hoe ziet de wijk er straks uit?’

Veel kan Almere al zelf doen, maar helemaal op eigen kracht kan Herrema het ook niet. De wethouder kijkt naar steun uit Den Haag. Om nieuwe technieken zoals geothermie of aardwarmte te kunnen toepassen zijn fikse investeringen nodig. ‘Boren in aardlagen is niet goedkoop. Dat gaat het budget van de gemeente te boven.’ En ook het aanpassen van de levensstijl is een zaak van de landelijke overheid, vindt hij. ‘Ik vind dat je ongezond eten duurder mag maken via de belastingen, ook voor lagere inkomens. En gezondere en lokale producten mag je stimuleren.’

Dat is lastig als 80% via de supermarkten wordt verkocht. Daarom probeert Almere met de supermarkten samen te werken. Zo worden er meer lokale producten aangeboden en worden levensmiddelen die tegen de houdbaarheid aan zitten opgehaald en gebruikt in lokale zorginstellingen. ‘Afval is herverdeling. We gooien nu teveel voedsel weg. Dat kunnen we bij uitstek lokaal oplossen.’

 

Afbeelding: Nationale Beeldbank

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 2
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Jan Erik Keman

Neem de noordeling serieus

Lees artikel

Jan Erik Keman

Voorbij het eigen gelijk: het klimaatpact in Den Haag

Lees artikel

Erwin Buter

De smalle marges van de gemeentelijke en provinciale duurzaamheidspolitiek

Lees artikel