Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

De vloek van het aanbesteden

Arnold Biesheuvel

Pantein in Brabant, Heerendordt in Emmen en TSN; verschillende thuiszorgorganisaties vielen het afgelopen jaar om of verkeerden in zwaar weer. De bestuurders van deze organisaties beweren steevast dat de oorzaak hiervan ligt in de grote discrepantie tussen kostprijs en het tarief dat gemeenten betalen voor huishoudelijke hulp. Een merkwaardige redenering, omdat deze organisaties uit vrije wil contracten met gemeenten zijn aangegaan. De discrepantie is dus vooral het gevolg van het onder de kostprijs aanbieden van die huishoudelijke hulp. Voor wie het nog weet, bij de eerste grote aanbestedingsronde in de thuiszorg in 2007 deed zich hetzelfde verschijnsel voor. De oorzaak van het probleem moet volgens mij dan ook gezocht worden in het proces van aanbesteden zelf.

Meer marktwerking en meer concurrentie in de zorg zouden goed zijn voor de kostenontwikkeling én de kwaliteit in de zorg, zo besloot de politiek destijds.Tegelijkertijd met deze redenering ontstondeen soort mantra dat openbaar aanbesteden vervolgens de beste manier was om van die marktwerking te profiteren. De impliciete veronderstelling dat dit op de particuliere markt een dominante vorm van gunning is, berust op weinig kennis van die markt. Zelfs in de bouw, van oudsher een echte aanbestedingsmarkt, komt een een-op-een aanbesteding (bouwteam) veel vaker voor dan aanbesteding in concurrentie.

Twee kwaden
Het omarmen van openbaar aanbesteden komt mede voort uit de bouwfraude. Door illegale prijsafspraken tussen aannemers werd de prijs kunstmatig verhoogd en werd de concurrentie uitgeschakeld. Veel te weinig is benadrukt dat dit het gevolg was van aanbesteden in een overspannen markt, een markt waar veel werk is. In zo’n overspannen markt werkt openbaar aanbesteden inderdaad prijsopdrijvend. Heel anders werkt het op een krappe markt. Dan doe je er alles aan om maar aan het werk te blijven.
In het geval van de zorgaanbieders betekent dit een keuze tussen twee kwaden: het risico de aanbesteding te verliezen of een te lage prijs bieden. In beide gevallen loopt de continuïteit van de organisatie gevaar. Veel aanbieders kiezen voor de laatste optie, met de hoop dat er in de loop van de tijd iets ten gunste verandert of dat ze door een dreigend faillissement alsnog budgetuitbreiding krijgen. Gebeurt dat niet, dan ga je er alsnog aan.

Kwetsbare positie
Bieden onder de kostprijs heeft in ieder geval twee vervelende bijwerkingen: Ten eerste zal de aanbieder er in de uitvoering alles aan doen om nog wat terug te verdienen (de beruchte anderhalf uur-discussie) en ten tweede ligt altijd een faillissement op de loer. In het eerste geval moet je als opdrachtgever alles op alles zetten om te zorgen dat het bedrijf zijn werk goed blijft doen en in het tweede geval staan je vertraging en extra kosten te wachten.
TSN was niet voor niets de grootste. Klaarblijkelijk is zij bij veel gemeenten (fors) onder de prijs gedoken om zo kleinere regionale en lokale aanbieders uit de markt te drukken. Ze plukken daar nu de wrange vruchten van. Maar de vervelendste gevolgen van dit proces zijn voor klanten en personeel. Klanten, mensen in een kwetsbare positie, worden nog onzekerder dan ze vaak al zijn en het personeel krijgt bij de overstap naar een nieuwe werkgever vaak niet dezelfde arbeidsvoorwaarden terug. De gemeenten krijgen uiteindelijk de schuld van deze situatie. Zij laten hun burgers in de kou staan en beschermen de werkgelegenheid onvoldoende.

Het kan ook anders
De vloek van het aanbesteden dus, maar het kan ook anders. De overheid is volgens een richtlijn van de EU weliswaar verplicht om te gunnen diensten boven een drempelwaarde openbaar aan te besteden, maar ze hoeft dat niet per se op prijs te doen. Binnen deze richtlijn is het namelijk ook mogelijk om aan te besteden op de ‘economisch meest voordelige inschrijving’ (EMVI). Bij die economisch meest voordelige inschrijving kun je alle denkbare criteria hanteren als ze maar objectief zijn, niet discrimineren, transparant zijn en een gelijke behandeling van inschrijvers mogelijk maken.
Die criteria mogen dus ook bepaalde bedrijfsorganisatorische aspecten van de aanbieder betreffen. Het kan hier gaan om arbeidsvoorwaardelijke criteria (uitbetalen conform de CAO), maar ook om risicoverantwoording en dus de kostprijs. Op die wijze kan een gemeente erop toezien dat er niet onder de kostprijs wordt geboden en daarmee dus het risico op discontinuïteit beperken. De gemeente Houten hanteert, samen met een aantal regionale partners, het begrip ‘bestuurlijk aanbesteden’. Daarbij worden criteria gehanteerd die met name selecteren op een gezonde en verantwoorde bedrijfsorganisatie van de aanbieder. Deze criteria zijn:

a. de aard en omvang van de te verrichten taken;

b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;

c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;

d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;

e. kosten voor bijscholing van het personeel.

Natuurlijk kun je, ook met deze criteria, niet alle risico’s uitsluiten, maar de kans op een faillissement van de aanbieder wordt aanzienlijk beperkt. Toch zou de beste oplossing, ook vanuit kostenperspectief (de aanbestedingsronde in 2007 kostte bijna 50 miljoen euro), liggen in enkelvoudige aanbestedingen. Hierbij wordt de opdracht in nauw overleg met de aanbieder onderhandeld 


Aanbesteden, hoe doe je dit? Voor veel fracties is dit een actuele en moeilijke vraag. Zie ook het voorbeeld van Leeuwarden op MijnCLB. Een kleine greep uit hun uitgangspunten:

  • De maximale tarieven die de gemeente stelt, bieden een reële mogelijkheid voor bedrijven die voldoen aan de kwalitatieve voorwaarden om te bieden. Hierbij is het minimum de kostprijs of een andere landelijke normering zoals in de Code verantwoord marktgedrag Thuisondersteuning.
  • Goede, faire salariëring en contracten voor iedere werknemer van de aanbieder is het uitgangspunt.
  • De ”clientenraden” worden optimaal betrokken voor, tijdens en na de aanbestedingsprocedure.
  • De gemeente hanteert criteria voor maximaal toegestane overhead en past de wet Normering Topinkomens toe.
  • Kwaliteit wordt tevens afgemeten aan de mate van samenwerking die netwerkpartners betrachten zoals die tot uitdrukking komen in het gestelde principe 1 kind/gezin, 1 plan, 1 regie (is niet gelijk aan 1 hulpverlener) en liefst ook 1 budget.
  • De gemeente moet ruimte en maatwerk bieden voor zorg/participatie-initiatieven, zoals mogelijk gemaakt wordt door het Right to Challenge.

Afbeelding: Hollandse Hoogte/Herman Engbers

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 1 Maart 2016
Reageer