Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

De rode victorie van 1986

Jan de Roos

Fasten your seatbelts…we gaan landen in 1986. Ook toen werden er op 19 maart gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Die leverden een daverende overwinning op voor de PvdA. Zelfs in dat andere topjaar, 2006, hebben we niet zo’n goed resultaat geboekt.


Op 19 maart jl. verloor de PvdA in de 380 gemeenten waar verkiezingen werden gehouden 352 raadszetels. We hielden er 793 over. Tellen we daar de zetels bij van de combinatiepartijen waarvan de PvdA deel uitmaakt, plus de zetels die we hebben in de 23 gemeenten waar in november vorig jaar al verkiezingen waren gehouden of komend najaar nog plaatsvinden,  dan komen we op ruim 900 zetels uit. Dat is nog niet een derde van het zetelaantal dat we in 1986 hadden. In dat jaar kwamen we uit op maar liefst 3016 raadszetels, een winst van 733.  

emmen 1986De gemeenteraad en het college van Emmen na de raadsverkiezingen van 19 maart 1986. Met 22 zetels had Emmen na Rotterdam de grootste PvdA-fractie van het land. Op de bovenste rij, derde van rechts, PvdA-fractievoorzitter Gezienes Evenhuis. Op de voorste rij het college van B&W. Van links af de wethouders Johan Harmsen (CDA), Herman Lange (PvdA), Alle Pijlman (PvdA), burgemeester Hans Ouwerkerk (PvdA), gemeentesecretaris Piet Duiverman, wethouder Lies van Urk (PvdA, de eerste vrouw in het Emmense college), Piet Snel (PvdA) en adjunct-secretaris Reinier ter Avest, die Duiverman een paar maanden later zou opvolgen.

Foto gemeente Emmen (met dank aan Peter Kraan)

 

Andere planeet

Als je de politieke kaart van 1986 bekijkt, krijgt je het idee op een andere planeet te zijn geland. Allereerst valt op, dat er toen veel meer gemeenten waren dan nu: 714 om precies te zijn. Sinds 1 januari van dit jaar hebben we er nog maar 403. In een kwart eeuw daalde het aantal zelfstandige gemeenten dus met meer dan 300! De kleinste gemeente was destijds Katwoude (Noord-Holland) met 241 inwoners en zeven raadsleden, allemaal van plaatselijke lijsten. De grootste gemeente was, en is nog steeds, Amsterdam, dat is gegroeid van 675.000 inwoners toen naar 811.000 nu. Meer gemeenten betekent dat er destijds natuurlijk ook meer raadszetels te verdelen waren: ruim 11.000 tegen nu nog geen 8.000.
Als je kijkt naar de zetelverdeling in de raden en naar de samenstelling van de colleges in 1986, valt op dat er nog relatief weinig versnippering was, dat lokale partijen alleen in het zuiden echt iets voorstelden, maar vooral - en daar gaat het in dit artikel om - dat de PvdA ongekend sterk was. Niet alleen lokaal, ook landelijk. We hadden begin 1986 103.760 leden (nu ruim 51.000) en 47 zetels in de Tweede Kamer (nu 38). Ook toen had de landelijke politiek grote invloed op de lokale verkiezingen. De PvdA zat in de oppositie. Zij voerde onder leiding van Joop den Uyl het verzet aan tegen het  kabinet-Lubbers-I (CDA-VVD), dat fors bezuinigde en dreigde met plaatsing van kruisraketten in ons land. De opkomst bij de raadsverkiezingen was hoog: 73,2 procent (tegen 53,8 procent in maart jl.), wat gunstig was voor de PvdA. Verder hielp het feit dat ‘buitenlanders’ - zoals men ze toen ook in de PvdA nog aanduidde - voor het eerst naar de stembus mochten, mits ze vijf jaar in Nederland woonden. Hun stemmen gingen voor het grootste deel naar de PvdA. Van de linkse partijen leverde vooral de CPN in en daar profiteerde de PvdA van. De SP speelde nog maar een geringe rol. De lokale partijen deden het niet bijster goed bij deze verkiezingen. De VVD kreeg een forse tik, coalitiepartner CDA boekte wel een goede uitslag.

Twintig grootste steden

Zowel in de grote steden als in veel kleinere gemeenten werd de PvdA op 19 maart 1986 de grootste of de tweede partij in de raad. Zo zag het er in de (toen) twintig grootste steden uit:

 

PvdA

CDA

VVD

D66

Overig

Amsterdam

(45 zetels)

676.268 inw.

21

6

7

3

6 Links Akk.

1 Gr A’dam

1 CP*

Rotterdam

(45 zetels)

571.374 inw.

24

8

7

2

2 Links R’dam

1 SGP/GPV-RPF 1 CP

Den Haag

(45 zetels)

443.851 inw.

18

10

11

2

3 PSP/CPN-

PPR 1 SGP-

GPV/PPR

Utrecht

(45 zetels)

229.500 inw.

19

10

7

2

3 PSP 1 PPR

1 SP 1 CPN

1 CP

Eindhoven

(39 zetels)

190.900 inw.

14

16

6

2

1 PSP/PPR-

CPN

Groningen

(39 zetels)

167.994 inw.

18

6

6

2

2 GPV 2 PSP

1 CPN 1 SP

1 PPR

Tilburg

(39 zetels)

153.703 inw.

13

14

4

1

3 KleinLinks

1 SP

3 overig

Haarlem

(39 zetels)

149.996 inw.

16

10

8

3

2 Links

Haarlem

Nijmegen

(39 zetels)

147.131 inw.

16

10

4

2

5 Radikaal

Links

2 SP

Apeldoorn

(39 zetels)

145.774 inw.

13

12

8

2

1 PSP/PPR-

CPN 1 RPF

1 SGP 1 BR

Enschede

(39 zetels)

144.052 inw.

20

10

6

1

1 CPN/PPR-

Onafh.

1 GPV

Zaanstad

(39 zetels)

128.254 inw.

18

8

6

1

2 CPN

2 PSP/PPR

2 ZOG

Arnhem

(39 zetels)

127.972 inw.

18

10

7

2

1 SP

1 PSP

Breda

(39 zetels)

119.174 inw.

14

13

8

2

1 PSP

1 LISA

Maastricht

(39 zetels)

114.552 inw.

18

14

4

1

1 Seniorenp.

1 Zalm

Dordrecht

(39 zetels)

106.906 inw.

17

9

7

1

2 PSP/CPN-

PPR 1 GB 2 SGP/RPF/GPV

Leiden

(39 zetels)

105.200 inw.

16

8

8

2

3 PSP/PPR-

CPN 1 SP 1

Leiden Weer Gezellig

Heerlen

(37 zetels)

93.870 inw.

12

14

3

-

2 CPN/PPR-

PSP/EVP 1 SP

5 overig

Emmen

(37 zetels)

91.775 inw.

22

11

3

1

Geen andere

partijen

Den Bosch

(37 zetels)

89.228 inw.

14

10

5

1

3 Knillis

2Linksesamenw

2 Bosch bel.

*         De extreem-rechtse Centrum Partij (Hans Janmaat)

Absolute meerderheid

Uit deze tabel blijkt, dat de PvdA in drie van de twintig grootste gemeenten de absolute meerderheid behaalde: Rotterdam, Enschede en Emmen. Dat was ook het geval in 22 andere gemeenten: Almere, Barsingerhorn, Boarnsterhiem, Borger, Brummen, Delfzijl, Eenrum, Heerenveen, Hoogezand-Sappemeer, Muntendam, Nieuweschans, Nieuwolda, Odoorn, Oosterbroek, Ooststellingwerf, Oude Pekela, Sleen, Termunten, Usquert, Veendam, Warffum en Winschoten.

In 175 gemeenten de grootste

De tabel laat verder zien, dat we in maar liefst zeventien van de twintig grootste gemeenten de grootste partij waren, waaronder katholieke bolwerken in het zuiden als Breda, Den Bosch, Nijmegen en Maastricht. In Tilburg en Eindhoven lukte dat net niet.
Alles bij elkaar werd of bleef de PvdA in 1986 in 175 gemeenten de grootste partij. Daartoe behoorden, behalve de hiervóór al genoemde zeventien grootste en 22 andere gemeenten, onder meer Alkmaar, Almelo, Apeldoorn, Assen,  Beverwijk, Bergen op Zoom, Capelle aan den IJssel, Delft, Deventer, Doetinchem, Dordrecht, Enkhuizen, Epe, Goes, Gorinchem, Gouda, Groesbeek, Den Helder, Hengelo (O.), Hilversum, Hoorn (een groeikern waar de PvdA van 7 naar 13 zetels ging!), Kerkrade, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maarssen, Maassluis, Meppel, Middelburg, Nieuwegein, Papendrecht, Purmerend, Rheden, Ridderkerk, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Stadskanaal, Steenwijk, Tiel, Velsen, Vlaardingen, Vlagtwedde, Vlissingen, Wageningen, Weesp, Winterswijk, Zoetermeer, Zutphen en Zwolle. Plus nog 87 kleinere gemeenten, waarvan er vele  nu niet meer bestaan:  Alblasserdam, Anloo, Appingedam, Beilen, Bellingwedde, Bergambacht, Binnenmaas, Borculo, Brielle, Broek in Waterland, Brouwershaven,  Cromstrijen, Dalen, Diemen, Diepenheim, Diever, Dodewaard, Doesburg, Druten, Dwingeloo, Echteld, Eelde, Gasselte, Giessenlanden, Gieten, Goor, Gramsbergen, ’s Gravendeel, Heerde, Heerewaarden, Hellevoetsluis, Hendrik Ido Ambacht, Hooge en Lage Zwaluwe, Kantens, Korendijk, Kortgene, Krimpen aan den IJssel, Landsmeer, Leek, Leens, Leerdam, Neerijnen, Leeuwarderadeel, Lienden, Lochem, Markelo, Marum, Maurik, Meeden, Menaldumadeel, Midwolda, Millingen aan de Rijn, Moordrecht, Nederlek, Nieuwe Pekela, Nieuw Lekkerkerk, Noorderkoggenland, Oostburg, Oostflakkee, Oostzaan, Opsterland, Oud-Beijerland, Oudenbosch, Ouderkerk, Peize, Rolde, Rozenburg, Ruinen, Scheemda, Sleen, Slochteren, Smallingerland, Strijen, Vaals, Vledder, Vries, Westerbork, Westervoort,  Weststellingwerf, Wieringen, Winsum, Wormer, De Wijk, Zaltbommel, ’t Zandt, Zierikzee en Zweeloo.

Gedeelde eerste plaats

Dan waren er nog 82 gemeenten waar de PvdA (een enkele keer als onderdeel van een progressieve combinatie) op de eerste plaats eindigde met een andere partij, vaak het CDA, soms de VVD of een lokale partij. Zo veroverden we in Amersfoort en in Helmond net als het CDA twaalf zetels. In Zeist eindigden we samen met de VVD op één (ieder negen zetels), in Zwijndrecht was de eerste plaats voor ons samen met het CDA (ook ieder negen). In Achtkarspelen, Sneek en Heemskerk eindigden we eveneens ex aequo met het CDA (ieder acht).

Politieke monocultuur

Veel zetels halen is één, in het college komen is (soms) iets heel anders. Maar ook dat lukte over het algemeen uitstekend. De PvdA kreeg in 1986 in totaal 574 wethouders. (Nu zijn het er rond de 150). In zeven gemeenten was zelfs sprake van een politieke monocultuur omdat zowel de burgemeester als alle wethouders van de PvdA waren: Bellingwedde, Nieuwolda, Spijkenisse, Termunten, Vlaardingen, Winschoten en Zutphen. Hebben we in 2014 nog 97 PvdA-burgemeesters (inclusief een flink aantal waarnemers), in 1986 waren dat er 148. Van de 25 gemeenten waar de PvdA in 1986 de absolute meerderheid behaalde, hadden er slechts vier een niet-PvdA’er als burgemeester: Delfzijl (Ivo Opstelten, VVD), Muntendam (Hayo Apotheker, D66), Oosterbroek (H. Tees, VVD) en Warffum (E. Kamerling, VVD).  In Rotterdam (waar we 24 van de 45 zetels hadden) kreeg PvdA-burgemeester Bram Peper gezelschap van zeven PvdA-wethouders, één D66’er en één VVD’er. Enschede (burgemeester was daar de vorig jaar overleden Ko Wierenga) kreeg naast vier PvdA-wethouders twee VVD’ers. Emmen (burgemeester Hans Ouwerkerk) zette een CDA’er naast de vier  PvdA-wethouders, Almere (burgemeester Cees de Cloe) een VVD’er.

Geen afspiegeling

Het voert te ver om alle gemeenten waar de PvdA de grootste partij was of bleef langs te lopen, maar toch een paar opmerkingen over de collegevorming in die gemeenten. Daarbij is het goed om te weten, dat het landelijke gemeenteraadsprogramma van de PvdA vóór de verkiezingen had geadviseerd om colleges te vormen die niet breder waren dan strikt noodzakelijk was om te komen tot een werkbare meerderheid in de raad. Geen afspiegelingscolleges dus. Maar ook, op enkele uitzonderingen na, geen exclusief PvdA-college waar dat getalsmatig had gekund. Meestal werden CDA of VVD bij de collegevorming betrokken, soms ook andere partijen. De VVD had flink verloren bij de raadsverkiezingen maar kwam relatief toch beter uit de strijd dan het CDA. De liberalen bleken op veel plaatsen niet vies van een college met de PvdA ten koste van het CDA. Een voorbeeld is Heemskerk, waar op die manier een einde kwam aan de jarenlange dominantie van de christendemocraten. In Dordrecht, Capelle aan den IJssel, Rijswijk, Vlissingen en op het eiland Marken smeedden PvdA en VVD eveneens een coalitie. In Hengelo (O.) moesten de drie CDA-wethouders plaats maken voor drie PvdA’ers. In Maastricht was de PvdA met achttien zetels even sterk geworden als CDA en VVD samen. Getalsmatig haalde de PvdA echter niet het onderste uit de kan – er kwam een college van drie PvdA’ers, twee VVD’ers en één CDA’er. Dat gebeurde tijdens openbare onderhandelingen, die door een bomvolle publieke tribune werden gevolgd. De winst zat voor de PvdA vooral in de programafspraak dat er meer openbare scholen in Maastricht zouden komen. Ook elders speelde de ‘schoolstrijd’ een rol: in Voorschoten werd deze beslecht door twee wethouders onderwijs te laten doen: de CDA-wethouder kreeg uiteraard het bijzonder onderwijs onder zijn hoede, zijn PvdA/PPR-collega het openbaar onderwijs.  In Oude Pekela kwam er een CPN-wethouder naast zijn PvdA-collega te zitten. In Muntendam gebeurde hetzelfde. Pikant feit: PvdA-wethouder N. Boddema was daarvóór wethouder voor de CPN geweest! In Usquert en Nieuweschans koos de PvdA voor samenwerking in het college met Gemeentebelangen. In Vlagtwedde was de PvdA met zes zetels de grootste, maar ze kwam toch niet in het college doordat de drie andere partijen (CDA, Gemeentebelangen en VVD) front maakten en de collegezetels onder elkaar verdeelden. 

Wisselende coalities

Opmerkelijk was de uitkomst in de gemeente Den Haag. Daar hielden VVD (11 zetels) en CDA (10 zetels) elkaar zó vast, dat de PvdA (met achttien zetels de grootste) het over een linkse boeg gooide. Resultaat was een college met vijf PvdA-wethouders (onder wie het huidige Eerste Kamerlid Adri Duivesteijn), één D66’er en één wethouder namens PSP/CPN/PPR. Samen met 23 zetels goed voor de kleinst mogelijke meerderheid in de raad. In Heerenveen maakte de coalitie van de PvdA met ‘klein links’ plaats voor samenwerking met de VVD, die begerig één wethouderszetel binnensleepte. ‘Se hawwe har yn ’e bleate kont oanbean’ (‘ze heeft zich in haar blote kont aangeboden’) smaalden de oppositiepartijen CDA, Links Heerenveen, FNP en D66. In Hengelo (O.) verdreven drie PvdA-wethouders het CDA naar de oppositiebanken. In Apeldoorn kwam de PvdA, nu de grootste fractie geworden, ook op het pluche. Zutphen, waar de PvdA elf van de 23 zetels had, kreeg een geheel uit PvdA’ers bestaand college. Door een programakkoord met PPR en D66 (ieder één zetel) ontstond daar een krappe meerderheid. Datzelfde gebeurde in Spijkenisse (vijftien van de 31 zetels), waar de SP een college van vier PvdA-wethouders aan de meerderheid hielp. Wormer zag de wethouders van CDA en VVD plaats maken voor een college van PvdA en PPR/PSP/CPN.  

Voor het eerst

In tal van kleinere gemeenten kwam de partij voor het eerst in het college. Enkele voorbeelden zijn Schoonebeek, Ruinerwold, Tubbergen, Dalfsen, Raalte, Weerselo, Den Ham, Vriezenveen, Haaksbergen, Duiven, Hulst, Kapelle, Aardenburg, Middenschouwen, Sas van Gent, Sluis, Geertruidenberg, Putte, Dinteloord, Made, Oeffelt, Sint-Oedenrode, Best en Gilze-Rijen. De PvdA kreeg er in 1986 in één klap enkele honderden wethouders bij. Maar niet overal ging het van een leien dakje. Vlagtwedde is al genoemd. In Gieten viel de PvdA (vier van de elf zetels, en daarmee de grootste partij) door intern geruzie buiten de collegeboot. In Oldenzaal ging de PvdA van drie naar zes zetels, maar de PvdA-wethouder – die er al vier termijnen zat - kon naar huis; er kwam een college van CDA, Werknemers Groepering en VVD. In Duiveland (waar we drie van de elf zetels hadden) verdween de PvdA uit het college en kwam er een SGP/RPF-wethouder voor in de plaats. En verder waren er toch nog heel wat kleinere gemeenten waar CDA en VVD de PvdA buiten de deur wisten te houden, vooral in het katholieke zuiden. Niettemin steeg in Limburg bijvoorbeeld het aantal PvdA-wethouders van negen naar 25.

Waarschuwing

Al met al was 1986 voor de PvdA dus een fantastisch verkiezingsjaar. Pieter Nieuwenhuijsen, destijds eindredacteur van dit blad, sprak over ‘de grote sprong voorwaarts’ en over ‘een ongekend grote bestuurlijke macht.’ Maar hij liet ook een waarschuwing horen: ‘Gewaakt zal moeten worden voor een sluipende machtsverschuiving van raad naar college, en voor een toestand waarin de feitelijke zaken worden gedaan in de PvdA-fractiekamer. Meer dan ooit zal het voor de PvdA aankomen op democratische machtsuitoefening.’ Dàt lijkt, na de verkiezingsnederlaag van 19 maart, in ieder geval niet meer ons grootste probleem.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 6 Juni 2014
Reageer