Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

De rijken worden rijker...

Jacqueline Kalk

capitalMarx zei het al halverwege de negentiende eeuw: de rijken worden rijker, de armen armer, en dat is een onlosmakelijk gevolg van het ongebreidelde kapitalisme. Aanhangers van deze gedachte zullen hebben gesmuld van de wederopleving van dit adagium door het werk van de Franse econoom Thomas Piketty, die zijn boek vast niet voor niets Capital heeft genoemd.

Foto Hollandse Hoogte


Marx schreef Das Kapital in de tijd dat het kapitalisme zijn ware vorm kreeg. In een tijd dat de rijken niet hoefden te werken maar het werk overlieten aan de arbeiders, aan hun personeel, hun ‘horigen’. Een houding in Rusland (bakermat van het marxisme) die uiteindelijk leidde tot het verval en de ondergang van de Russische adel. De adel die met elke nieuwe generatie luier werd dan de vorige, jonkheren en baronnen die niets meer konden behalve interen op het vermogen van hun voorouders.
Piketty denkt dat het anders werkt en dat uiteindelijk de rijken alles zullen hebben. Het rendement op hun vermogen nam in de loop van de tijd toe en zal steeds groter worden dan de inkomensgroei van mensen die leven van een loon. Daardoor zullen de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer. Het is de vraag of de nieuwe generatie rijken niet hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Russische adel. In tegenstelling tot wat Piketty veronderstelt, zullen de rijken dan hun eigen vermogen opsouperen met feesten en partijen, alcohol en drugs, voetbalclubs en jachten, minnaars en minnaressen. De invoering van een betere, veel hogere, vermogensbelasting heeft dan hoogstens een versnellende werking op het imploderen van deze rijkdommen.
De discussie over meer vermogensbelasting moet echter wel gevoerd worden. Veel mensen hebben al het idee dat zij steeds harder moeten werken maar er steeds minder aan over houden. Dit is funest voor het draagvlak onder allerlei maatregelen die solidariteit in een samenleving mogelijk maakt en bevordert. Zeker als daar tegenover een groep staat die steeds rijker wordt, wier kinderen een betere start kunnen maken op allerlei gebied alleen dankzij het vermogen van hun ouders en voorouders. De grootschalige verheffing van de arbeidersklasse op het gebied van onderwijs heeft niet geleid tot meer gelijkheid in vermogensposities over de generaties heen. Nu kun je denken dat het nog te vroeg is om dat al zo te kunnen stellen, maar voor het bestrijden van de effecten van de vermogensverschillen is verheffing van één groep niet genoeg. Daar moet een andere vorm van ‘naheffing’ bij de andere groep tegenover staan. Anders krijgt Marx alsnog gelijk.
Discussiëren over vermogen ligt altijd gevoelig. Of het nu gaat om familievermogen, spaargeld of vermogen door het verkopen van nutsbedrijven, vermogen van de overheid. Wij kennen in Nederland zeer vermogende provincies en armere provincies. De rijke provincies schermen hun vermogen af met het argument dat het hún nutsbedrijf was waarvan de verkoop zoveel geld heeft opgeleverd voor hún inwoners, bijna alsof hun inwoners vaste familieverbanden zijn en waarvan de koude kant moet worden uitgesloten. Vermogen waar zij nu goede dingen mee kunnen doen voor hún inwoners, duurzaamheidfondsen, extra investeringen in de infrastructuur en werkgelegenheid. Vermogens die renderen, waardoor de rijke provincies rijker worden en de arme armer. Rijke provincies die door betere voorzieningen meer bedrijven trekken, mensen met een hoge opleiding die er eerder gaan wonen, hun inwoners die het beter krijgen. En aan de andere kant gebieden die op alle fronten achterblijven en verder verarmen. De rijke provincies worden rijker, de arme armer. Marx zou het wel weten: ook de discussie over vermogensvereffening moet gevoerd kunnen worden.

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 38 nr. 6 Juni 2014
Reageer