Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Culturele identiteit, het ongemak van links en een eigen verhaal

Maarten van den Bos

Identiteit en cultuur waren centrale thema’s in de afgelopen verkiezingscampagne. De vragen wat Nederland bij elkaar houdt, wat ons maakt tot wie we zijn, wie er nu eigenlijk bij ‘ons’ hoort en wie niet werden veelvuldig gesteld. Met een oproep tot progressief patriotisme wilde Lodewijk Asscher een antwoord vinden op dit soort vragen. Helaas werd de kiezer niet overtuigd en stierf het progressief patriotisme een stille dood. Maar de worsteling blijft.

De vraag wat Nederland eigenlijk Nederland maakt is eenvoudig te stellen, maar niet gemakkelijk te beantwoorden. De meesten zullen zich de rel rond de uitspraken van – toen nog – prinses Maxima wel kunnen herinneren. Toen zij ter gelegenheid van de presentatie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland aangaf dat zij, na haar kennismaking met de Nederlandse samenleving, tot de conclusie was gekomen dat er niet zoiets bestond als de Nederlandse identiteit, ontstond er kortstondige maar hevige opwinding.

Die opwinding is tekenend. Uitspraken over identiteit en cultuur zijn in het publieke debat al jaren een recept voor gekrakeel. Of het nu gaat om de opmerking van voormalig minister Ella Vogelaar dat Nederland over enkele decennia een joods-christelijkislamitische cultuur zou kennen of de oproep van CDA-leider Sybrand Buma om kinderen elke ochtend staande het Wilhelmus te laten zingen, elke keer weer leiden dit type uitspraken tot hevige debatten waarin verontwaardiging en verongelijktheid elkaar naar de kroon steken. Je zou bijna zeggen dat het eigene van Nederland vooral gevonden kan worden in het gegeven dat er geen overeenstemming is over wat dat eigene dan precies is.

De discussie over identiteit en cultuur is vast verknoopt geraakt met die over integratie en immigratie

Een tweede probleem is dat de discussie over identiteit en cultuur vast verknoopt geraakt is met die over integratie en immigratie. In de vaak felle discussies over de huisvesting van vluchtelingen en statushouders viel het afgelopen jaar op hoezeer de vraag daarbij centraal is komen te staan hoeveel immigratie Nederland eigenlijk kan dragen zonder dat ‘onze cultuur’ en ‘onze sociale zekerheid’ daaronder te leiden heeft. In een recent interview in het Algemeen Dagblad stelde Ahmed Aboutaleb aan de orde dat juist de PvdA ervoor zou moeten pleiten immigratie te begrenzen. De burgemeester van Rotterdam wil daarom dat het Vluchtelingenverdrag uit 1951 wordt aangepast.

Aboutaleb gaat ervan uit dat nieuwkomers Nederland per definitie voor onoplosbare problemen stellen. Het is al jaren de toon van het debat: immigratie is een probleem en nieuwkomers zijn een bedreiging. In dat debat heeft de PvdA geen heldere boodschap. De reacties op de uitspraken van Aboutaleb laten dat ook wel zien, naast stevige kritiek was er ook waardering voor zijn oproep. Het zoeken is daarom – ook in aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen– naar een helder, sociaal-democratisch verhaal over integratie, immigratie en identiteit.

Vijftien jaar ongemak

Het debat over deze thema’s ligt sinds het einde van de jaren negentig als een enorme steen middenin het Nederlandse politieke landschap: iedereen moet er wat mee, maar niemand krijgt er beweging in. De PvdA worstelt eigenlijk al vijftien jaar met haar positie in dit debat, waarin zij vermorzeld wordt tussen twee beelden. In de eerste plaats het beeld van de partij als ‘Partij van de Allochtonen’, een partij met een grote achterban onder nieuwe Nederlanders en een partij die daarmee ook in hoge mate verantwoordelijk zou zijn voor eigenlijk alle reële en minder reële problemen met integratie en immigratie. Het is een beeld dat Fortuyn graag gebruikte, en dat door Wilders met soms sardonisch plezier is overgenomen. De PvdA staat daarin model voor een combinatie van een naar zelfhaat neigend cultuurrelativisme en naïviteit over de vermeende gevaren van met name die nieuwkomers uit Islamitische landen.

Daartegenover weerklinkt in de achterban van de PvdA al langer de klacht dat vraagstukken rond discriminatie en achterstelling te weinig aandacht krijgen, dat de gekozen toon van de PvdA in het debat rond integratie en identiteit van de weeromstuit steeds rechtser is geworden. De opkomst van DENK valt hieruit te verklaren. Die partij maakt de PvdA het verwijt te zijn opgeschoven naar rechts om weggelopen kiezers terug te winnen, maar ondertussen te zwijgen over racisme en achterstelling van nieuwkomers.

De gekozen toon van de PvdA in het integratiedebat is steeds rechtser

Het eerste is weinig meer dan politieke retoriek. Historici Jan en Leo Lucassen laten helder zien dat beleid rond de permanente vestiging van voormalig gastarbeiders uit Marokko en Turkije gemaakt is door regeringen waarin VVD en CDA zitting hadden. Dat veel nieuwe Nederlanders traditioneel in de PvdA hun politiek thuis vonden, had veel meer te maken met sociaaleconomische vraagstukken dan met thema’s als identiteit en immigratie.

Het tweede beeld is echter niet geheel onterecht. Op thema’s als etnisch profileren door de politie, racisme en uitsluiting op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven was de lijn van de partij niet altijd even helder. Tegelijkertijd werd, zeker de laatste jaren, veelvuldig gehamerd op zogenoemde kernwaarden die nieuwkomers onverwijld zouden moeten onderschrijven door een participatieverklaring te ondertekenen. Deze combinatie riep het beeld op dat binnen de PvdA een steeds steviger toon over integratie hand in hand ging met een gebrek aan aandacht voor achterstelling en discriminatie als reële problemen.

Verbinding meer dan mooie woorden

In de campagne probeerde Asscher met zijn oproep tot een progressief patriotisme een brug te slaan tussen een heldere lijn over Nederlandse kernwaarden, acceptatie van nieuwkomers en een scherpe veroordeling van racisme en achterstelling. Maar die boodschap bleek lastig te verkopen, stelt Giselle Schellekens. Als raadslid in Nijmegen was zij de afgelopen jaren zeer actief betrokken bij de huisvesting en integratie van statushouders in de stad. In de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen – Schellekens stond op plaats 28 op de kandidatenlijst – vestigde zij met filmpjes de aandacht op bijvoorbeeld discriminatie op de arbeidsmarkt. ‘Dat begrip, patriotisme, daar herken ik me niet in,’ aldus Schellekens. ‘Dat gaat uit van een soort gevoel alsof onze cultuur, alsof wij, beter zijn dan anderen. Dat uitgangspunt alleen al werkt niet, het begrip slaat niet aan.’

Het is noodzaak dat de PvdA, of links in meer algemene zin, een eigen verhaal weet te ontwikkelen over burgerrechten en identiteit, meent ook René Rouwette. Rouwette is directeur van de vorig jaar opgerichte burgerrechtenorganisatie Kompass en is al jaren bezig thema’s als etnisch profi leren, racisme en discriminatie van vrouwen en ouderen op de politieke agenda te zetten. ‘Het verhaal van links gaat te veel over integratie en te weinig over inclusiviteit,’ oordeelt Rouwette. ‘Dat betekent dat je een debat aan het voeren bent in de taal van je politieke opponenten, dan is het per definitie moeilijk om echt je eigen verhaal te vertellen. Links zou moeten werken aan een beeld van Nederland waarin echt iedereen er – zonder voorbehoud – bij hoort. Een inclusieve identiteit, gebaseerd op universele mensenrechten, waarin verschillende groepen Nederlanders solidair zijn met elkaar.’

De zoektocht naar een dergelijk verhaal is van belang, zeker ook op lokaal niveau, oordeelt Saami Akrouh. Als raadslid in Hilversum ziet hij in de dagelijkse praktijk hoe belangrijk verbinding tussen verschillende groepen is: ‘Durf maar duidelijk te maken dat het een zoektocht is, de vraag wie we zijn en hoe we ervoor zorgen dat we met elkaar door een deur kunnen.’ Dat is geen thema van ‘rechts’, maar van ons allemaal. Voor de lokale overheid is het dan wel belangrijk daarbij ook te helpen.

Het verhaal van links gaat teveel over integratie en te weinig over inclusiviteit

‘Er moet wel ruimte zijn om saamhorigheid en verbinding op een goede manier te laten ontstaan,’ zegt Akrouh, die wijst op een evenement als de Hilversum City Run. ‘Als ik zie hoeveel mensen daarbij betrokken zijn, vrijwilligers, deelnemers, toeschouwers. En hoe belangrijk dat is voor de onderlinge saamhorigheid. Zonder het belang van een meer abstract debat over identiteit te willen bagatelliseren is een goed evenementenbeleid misschien nog wel wezenlijker. Daarmee stimuleer je als gemeente onderling contact en ontstaat verbinding van onderop.’

Schellekens kan zich daar wel in vinden. De afgelopen jaren hamerde zij bijvoorbeeld onvermoeibaar op gemengde wijken en scholen. ‘Daar ligt de basis voor integratie: in samen wonen, spelen en leren. Als mensen elkaar niet tegenkomen, is er ook geen basis om een gedeelde identiteit te ontwikkelen. Natuurlijk is het belangrijk dat we als partij een eigen verhaal over integratie en identiteit ontwikkelen, maar nog veel wezenlijker is dat we lokaal de handen uit de mouwen steken om de inclusieve samenleving te bouwen die we toch voorstaan. Alleen dan is een dergelijk verhaal ook geloofwaardig. Inclusiviteit begint bij basisvoorzieningen als scholing en wonen.’

Volgens voormalig Tweede Kamerlid en raadslid in Amsterdam Amma Asante is het daarbij wel belangrijk dat we ons realiseren dat inclusiviteit betekent dat mensen er ook echt onvoorwaardelijk bij horen. ‘Geen tolerantie dus, maar acceptatie. Waarbij we niet moeten verwachten dat mensen die uit een cultuur komen met bijvoorbeeld hele traditionele opvattingen over de rol van de vrouw van de ene op de andere dag alles waarin zij geloven overboord gooien. Dat kost tijd. En laten we ook niet vergeten dat nieuwkomers ook waarden koesteren die onze samenleving verrijken, dat het mensen zijn met een verhaal waarvan wij kunnen leren. Integratie, zei Job Cohen ooit, is als ritsen op de snelweg. Ook daar zijn respect en elkaar een beetje ruimte geven van groot belang, zonder dat we de basale verkeersregels opgeven. Uiteindelijk hoort iedereen in Nederland zich aan de wet te houden, discriminatie is gewoon verboden. Of het nu gaat om de achterstelling op grond van sekse, seksuele voorkeur of etniciteit. Punt.’

Een verbindend en vooral eigen verhaal

Om de dominantie van rechts te doorbreken, zijn twee dingen nodig. Allereerst is het zaak in aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen lokaal goed na te denken over wat nodig is om verder te bouwen aan een waarlijk inclusieve samenleving. Met een open oog voor achterstelling van welke groep dan ook en met concrete maatregelen om de toegankelijkheid van wijken, scholen en voorzieningen voor iedereen te waarborgen. Juist in de verkiezingsprogramma’s die nu overal in het land geschreven worden mag een paragraaf over inclusiviteit dan ook niet ontbreken. Welke samenleving willen we en hoe zorgen we ervoor dat die er komt?

Het is vervolgens heel goed mogelijk op deze lokale fundamenten verder te bouwen aan een links verhaal over Nederland. Een verhaal dat verbindend is en niemand uitsluit. Een verhaal waarin duidelijkheid over een aantal belangrijke waarden en bereidheid tot dialoog met andersdenkenden hand in hand gaan. Een verhaal waarin niet integratie centraal staat, maar inclusiviteit. Cruciaal daarbij is dat de PvdA vervolgens zelf beseft (en uitdraagt) dat een dergelijk verhaal niet naïef is, of relativistisch, maar juist optimistisch en hoopvol. Dát is een verbindende politiek die ons werkelijk iets geeft om trots op te zijn.


Afbeelding: Nationale Beeldbank

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 41 nr. 2
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Leonie Wildeman

Met horten en stoten richting de arbeidsmarkt

Lees artikel

Jan Erik Keman

Succesvol integreren in een containerwoning

Lees artikel

Marjolein Wessels

Vluchtelingen aan het werk: lastig, maar niet onmogelijk

Lees artikel