Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Burgerparticipatie: Op zoek naar de gemene deler

Jurjen Sietsema

Burgerparticipatie, utopisch ontwerp van de ambtelijke tekentafel of onmisbare bouwsteen voor een civil society? En welke rol is er voor de PvdA weggelegd? Onderzoeker, ondernemer en auteur dr. Albert Jan Kruiter pleit samen met zijn compagnons Harry Kruiter en Eelke Blokker, verenigd in het Instituut voor Publieke Waarden (IPW), voor de herwaardering van de publieke zaak. Nederland verkeert volgens hen in een identiteitscrisis. Wat hebben samenleving, middenveld, bedrijfsleven en Binnenhof nog gemeen, en waar doen we het eigenlijk voor? Volgens Kruiter en het IPW moet er niet van bovenaf, maar van onderop worden gebouwd aan een betere, goedkopere maar vooral waarde-gedreven verzorgingsstaat.

Burgerparticipatie. Een woord waarbij bij sommige bestuurders en ambtenaren het klamme zweet uitbreekt als ze het horen. Beelden van eindeloze inspraakprocedures en van goedbedoelde participatie-initiatieven die veel geld en menskracht kosten, en negen van de tien keer op niets uitlopen. Hoe kijkt Kruiter naar het begrip? ‘Burgerparticipatie is puur een beleidsterm. Zelf hebben burgers het er nooit over. Die zijn met hele andere dingen bezig. Tegenwoordig hoor je ook nog weleens de term ‘overheidsparticipatie’. Die is al net zo top- down geformuleerd. Het zijn trouwens ook geen nieuwe termen. Volgens mij hebben we het er al zeker sinds de jaren ’90 over. Je hoort het telkens als er moet worden bezuinigd. Dan moeten burgers het ineens weer zelf gaan doen.’

De oorspronkelijke gedachte achter burgerparticipatie was het creëren van draagvlak om zo de legitimiteit van het openbaar bestuur te vergroten. ‘Daarom is er jarenlang geïnvesteerd in ‘inspraak’ en ‘interactieve beleidsvorming’. Participatie stond dus in het teken van de democratie. Dat is veranderd. Nu komt het steeds meer in het teken van de verzorgingsstaat te staan. Anno 2013 moet de burger de gevolgen van de terugtredende verzorgingsstaat opvangen. Burgerparticipatie is tegenwoordig daarom fundamenteel anders dan, zeg, in de jaren 1990 tot 2005.’ 

‘De vraag is ook waar je als burger nu precies in participeert? Als jij een probleem hebt en ik help je daarbij en de overheid zit daar verder niet tussen, is dat dan participatie? In de democratische theorie zijn dit burgers die samen een probleem oplossen. Niet meer en niet minder. Maar de overheid wil daar vervolgens nog iets mee. Die wil ‘faciliteren’. Maar wat is dat?’

Greep verloren

Volgens Kruiter lijkt het er op dat de overheid haar greep op bepaalde punten heeft verloren. ‘Kijk maar eens naar het klassieke overheidsinstrumentarium. Dat is uitgewerkt. De overheid kan voorlichten, overtuigen door middel van communicatie, subsidiëren en reguleren. Maar dat overtuigen werkt in Nederland niet meer zo goed. Dat vinden we paternalistisch. Zeker sinds de zuilen zijn verdwenen slaat dat niet meer zo aan. Voor subsidiëren hebben we geen geld meer, en reguleren staat haaks op de terugtredende overheid. Dus moeten die burgers zelf maar iets gaan doen en gaat de overheid dat faciliteren. Waarom eigenlijk?’

‘Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat mensen best iets zelf willen doen, maar niet omdat de overheid zich terugtrekt of omdat de overheid dat zegt. De overheid wil op haar beurt graag ‘partijen bij elkaar brengen’. De ervaring leert echter dat je in 80% van de gevallen het conflict alleen maar vergroot. Aan de andere kant veroorzaken burgers wel steeds meer publieke problemen. Daar moet je als overheid iets mee. Maar wat? En welk beleidsinstrument gebruik je daarvoor? Waar stuur je op? Niet op subsidies, en niet op regels. Dan blijft het voorlichten en overtuigen over. Het moreel appel. Maar dat werkt ook niet meer. Daarvoor zijn de waarden in dit land te gefragmenteerd.  Je kunt er geen rode draad meer door rijgen. Mensen geven gul aan het Wereld Natuur Fonds of aan milieuclubs, maar willen wel in een four wheel drive rijden. Ze willen zichzelf het allerbeste verzekeren, maar vinden dat andere mensen niet zoveel moeten claimen van diezelfde verzekering. Alle waarden die vroeger in één set bij elkaar zaten, zijn door elkaar gaan lopen.’

U vraagt, wij draaien

‘Bovendien heeft de overheid ons geleerd dat je vooral goed voor jezelf moet zorgen. In de jaren ’90 waren we ‘klanten’. Het individualisme dat daardoor ontstond, is door de overheid zelf aangejaagd. In de jaren ’90 zei de overheid: ‘u vraagt, wij draaien’. Er kwam één loket voor alles, er werden informatiewinkels ingericht en ga zo maar door. Mensen kregen te horen dat ze toch vooral hun eigen belang en hun eigen vraag moesten benadrukken omdat anders het systeem niet functioneerde. Met de ‘klant’ ontstond een ander soort burger. Iemand voor wie het publieke belang ondergeschikt was aan het eigen belang. Egocentrisme werd de norm.’

De overheid is volgens Kruiter steeds centralistischer en bureaucratischer geworden en de burger steeds individualistischer. ‘Dat heeft elkaar versterkt. Hoe individualistischer de mensen werden, hoe meer de overheid zei: ‘dan gaan wij de publieke problemen oplossen’. Hoe meer de overheid dat zei, hoe meer mensen zeiden ‘dan gaan wij ons eigen tuintje wel aanharken’.’

‘De Nederlandse overheid houdt er de volgende, nogal naïeve, analyse op na: ‘we zijn centraal en individualistisch. Wat we willen is decentraal en burgerschap. Dat is van een probleem een ontwerp maken. Einstein leerde al dat je nooit een oplossing kunt verzinnen vanuit het zelfde analyseniveau als waarop het probleem is vastgesteld. Dat is precies wat er nu wel gebeurt.’

‘De decentralisaties bieden heel veel kansen. De nieuwe uitdaging is om rechtvaardigheid in diversiteit te zoeken in plaats van in gelijkheid. Maar het is absoluut niet gezegd dat als de overheid zich terugtrekt, er burgerschap ontstaat. Misschien gebeurt dat wel helemaal niet. Misschien wordt de overheid wel steeds bureaucratischer en individualiseert de burger nog verder.’

Controlestaat

‘De kortetermijnreactie hierop is dat de verzorgingsstaat zich terugtrekt en de controlestaat oprukt. Ook naar aanleiding van de stroom aan fraudegevallen. Dan krijg je dus een overheid die gaat controleren of mensen wel goede burgers zijn. Binnen vijf jaar gaat dat gesanctioneerd worden, zo van: “als jij niet voor je buren zorgt, heb je geen recht meer op geld uit de WMO”.  Als dat gebeurt, als de overheid burgerschap gaat definiëren en sanctioneren, dan houdt de democratie op te bestaan.’

‘Verschrikkelijk naïef is ook het ideaalbeeld dat iedereen een zelfredzame burger zou zijn. Dat je feitelijk geen overheid nodig hebt. Op basis van dat wensbeeld wordt allerlei beleid gemaakt. Nu kom je er achter dat dat helemaal niet zo is, dat mensen frauderen, en heb je controleregels nodig om dat ideaalbeeld bij te stellen en tegelijkertijd veilig te stellen.’

‘Wat we nu in Nederland zien, heet in de sociologie ‘de tragedie van de meent’ (the tragedy of the commons). Het systeem waarbij je als samenleving gezamenlijk zaken wilt regelen en daar een overheid voor aanstelt, holt zichzelf uit. Mensen doen dat zelf. Elk systeem wat je bedenkt, wordt op een gegeven moment uitgehold. De Franse filosoof Foucault zegt het mooi: “als het beleid niet meer effectief is, dan moet de doelgroep effectief zijn.” Dat is wat je nu ziet. De overheid zegt: “Ons beleid werkt niet meer dus moet iedereen zich maar weer normaal gaan gedragen.” De overheid heeft steeds meer moeite om het publieke belang te definiëren.’

‘Achteraf gezien had er tijdens Paars al iets moeten gebeuren. In plaats van die extreme hang naar eigenbelang tegen te gaan toen we genoeg geld hadden, hebben ze het versterkt. Tijdens de Franse revolutie ging het volk de barricaden op om de overheid ter verantwoording te roepen. Nu gaan politici en ambtenaren de barricaden op om de burger ter verantwoording te roepen. Dat is triest. Het is krankzinnig en absoluut antidemocratisch dat de overheid burgerschap gaat definiëren. Maar het gebeurt. Toch heeft het verhaal meer kanten. De overheid zit met de handen in het haar, maar de burger is ook niet te vertrouwen. Ik ben de laatste die zal zeggen dat dit alleen iets van de overheid is.’

Uitsluiting

‘Burgerparticipatie als opvang voor een terugtredende verzorgingsstaat. Je ziet het op sommige plekken al wel ontstaan. Er zijn wel initiatieven, vaak op microniveau, maar die zijn vaak exclusief op een bepaalde groep gericht. Van die broodfondsen waar een werkloze bouwvakker van 43 in elk geval niet terecht kan. Uitsluiting ligt in ieder geval op de loer. Je creëert met je definitie van wat een burger is, ook een groep mensen die niet aan die definitie voldoet. Als je die vervolgens uitsluit van voorzieningen, dan heb je een nieuwe onderklasse van ‘niet-burgers’. Dáár zou de PvdA zich op moeten richten. Volgens mij was de partij daar oorspronkelijk ook voor bedoeld. Kijken naar dat relatief kleine percentage mensen dat echt buiten de boot valt en je hulp echt nodig heeft om te kunnen blijven functioneren en daarin onderscheidend zijn.’

‘Er zijn geen panklare antwoorden, zegt Albert Jan aan het slot van het gesprek. “Maar wat je dan niet moet doen, is net doen of ze er wel zijn. Ik zou zeker op lokaal niveau, als wethouder, zeggen: ‘Sorry jongens, wij weten het ook niet, maar we gaan met jullie naar antwoorden zoeken. We gaan samen met jullie de publieke zaak opnieuw vormgeven. Als sociaaldemocraat vind ik daarin deze, deze en deze waarden belangrijk. Wat vinden jullie?’ Zoekende wijs ergens proberen te komen. Dat wordt hartstikke moeilijk, maar dat is het nu ook. Het is ook niet iets wat je van de ene op de andere dag moet willen regelen. Er zijn geen kortetermijnantwoorden. Ik spreek trouwens ook niet zoveel burgers die zeggen dat ze het morgen opgelost willen hebben.’

Herwaardering

‘Een eerste stap daar naartoe is het herwaarderen van wat we gezamenlijk hebben. Overheid, politiek en civil society moeten veel meer benadrukken wat ze voor publieke winst genereren. Dat is een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot een welbegrepen inschatting van onze belangen. Wishful thinking? Vanzelfsprekend. Ondoenlijk? Wellicht. Tegelijkertijd moeten we constateren dat we in deze tijd de capaciteit hebben om individueel gelukkig te zijn terwijl we publiek treuren. Dat moet op zijn minst betekenen dat de krachten in een van de hoogst ontwikkelde landen ter wereld verkeerd gericht zijn. Als wij het niet kunnen, kan niemand het. Herwaardering van wat we gezamenlijk hebben en delen, is een eerste betekenisvolle stap. Niet omdat het ethisch, moreel of politiek correct zou zijn, maar omdat we er belang bij hebben. Gezamenlijk belang, wel te verstaan.

 

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer