Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Burgerparticipatie: een kwestie van loslaten?

Dit themanummer over participatie is een langgekoesterde wens van onze lezers. Maar wat is burgerparticipatie precies en waarom is het een toverwoord geworden? Waar liggen de verschillen en raakvlakken met overheidsparticipatie, burgerinitiatieven, de doe-democratie (of doe-het-zelf democratie), de improvisatiemaatschappij, enzovoorts?
In het sociale domein gaat het te pas en te onpas over burgerparticipatie. Burgerinitiatieven moeten de ruimte krijgen en de overheid moet leren loslaten. Maar wat en wie laat de overheid dan los, welke initiatieven krijgen wel of niet de ruimte en wat verwachten we dan van de burger? Of is het alleen maar: we geven wel de ruimte maar niet de middelen?
De overheid moet leren loslaten, zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Alleen dan worden burgerinitiatieven niet in de kiem gesmoord. Maar kom je dan, zoals Albert Jan Kruiter in een interview in dit themanummer betoogt, niet in de gevarenzone van een samenleving waarin vooral de goed opgeleide en mondige burger initiatieven neemt en deze ook weet te ontplooien doordat hij of zij meer hulpbronnen tot zijn beschikking heeft? Hulpbronnen zoals kennis (van onder andere de werking van de overheid), toegang tot instituties en financiële middelen. Zijn burgerinitiatieven voor de happy few? Menno Hurenkamp legt in zijn betoog de relatie met de visie van minister Plasterk, die wijk- en dorpsraden wil laten ontstaan als democratisch antwoord op opschaling. In het sociale domein wordt gesproken over burgerinitiatieven waar burgers concrete taken overnemen die eerder door de overheid werden uitgevoerd. Zie het voorbeeld van Aukelien Jellema uit Den Helder. Wie heeft niet gelezen over het zwembad in Valthermond, dat dankzij de inzet van bewoners open blijft tegen veel lagere kosten. Belangrijk in de strijd tegen de ontvolking van het dorp. Dat kan alleen dankzij de inzet van de bewoners en vooral dankzij de inzet van die ene supervrijwilliger die je altijd treft in dit soort situaties.
Nederland is al koploper op het gebied van vrijwilligerswerk en mantelzorg. Is het dan terecht om nog meer te verwachten van burgers? Ook in eerdere decennia werden buurthuizen en buurtinitiatieven gedragen door buurtbewoners, en dorpshuizen door dorpelingen. We hebben dit geprofessionaliseerd omdat we het niet goed vonden dat bepaalde groepen de buurtvoorzieningen domineerden. Nu zeggen we: als u wilt dat het buurthuis open blijft, moet u dat zelf maar regelen, de supervrijwilliger die al zijn vrije tijd in het buurthuis steekt is weer back in business. Krijgen we dan ook weer de buurtburgemeester terug, die als geen ander wist wat goed was voor de buurt? Kiezen we nu voor nieuwe buurtburgemeesters door het loslaten tot norm te verheffen? En wat doen we als er geen initiatieven van de grond komen? Laten we de buurt dan in de kou staan? Of vinden we dat in die gevallen er toch een rol van de overheid verwacht mag worden om te voorkomen dat de nieuwe beweging van loslaten ook daadwerkelijk leidt tot een losgelaten burger in een losgeslagen samenleving? 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer