Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Burgemeesters anno 2016: over politieke kleur, kwetsbaarheid en een bontkraag

Jurjen Sietsema

Hoe is het om burgemeester te zijn anno 2016? Ben je nog dezelfde burgervader of -moeder die boven de partijen staat als 25 jaar geleden? Of vraagt het hoogste ambt in een gemeente misschien een andere instelling in een tijd waarin veranderingen elkaar in hoog tempo opvolgen? En wat zijn de gevolgen voor het PvdA-gehalte van onze burgemeesters? Jacqueline Kalk (secretaris van het Centrum voor Lokaal Bestuur) ging in het hart van onze democratie, Den Haag, om tafel met zes burgemeesters van PvdA-huize om te peilen hoe de vlag erbij hangt. Het zijn Paul Depla (Breda), Maarten Divendal (De Ronde Venen), Carol van Eert (Beuningen), Sicko Heldoorn (waarnemer in Dantumadeel), Miranda de Vries (Geldermalsen) en Marga Waanders (Dongeradeel).

‘Ik merk dat mensen de (lokale) overheid steeds meer als een last ervaren’, zegt Maarten Divendal aan het begin van dit gesprek. ‘Ik zie het dan ook als mijn taak om mensen het geloof in de overheid, als instelling die onze democratie waarborgt, te laten behouden. We staan als gemeente voor steeds ingewikkelder problemen waarvoor vaak geen gemakkelijke oplossingen zijn. Dat vraagt soms om moeilijke beslissingen en compromissen en die moet je blijven uitleggen. Bovendien moet je er als burgemeester voor waken dat groepen burgers die het zonder de overheid niet zouden redden, kunnen blijven meedoen.’
Marga Waanders: ‘Dat laatste lijkt me iets wat, als het goed is, sowieso al in de genen zit van de gemeente. Daar speel ik als burgemeester geen bepalende rol in. Ik ervaar bovendien niet dat er zoveel weerstand tegen ons als overheid is dat het ons zou hinderen. Als burgemeester vind ik het wel belangrijk om de gemeenteraad te helpen haar positie te bepalen in eenveranderend landschap. De overheid dicteert natuurlijk niet meer wat er moet gebeuren. Je helpt bij het zoeken naar erkenning van die veranderende rol en naar de plaatsbepaling van een gemeente.’

Indirecte politieke kleur
Carol van Eertintroduceert zichzelf als zij-instromer. Hij is pas vier jaar burgemeester en werkte daarvoor in de ambtelijke organisatie. ‘Vroeger was de rol van de burgemeester en daarmee ook zijn politieke kleur veel meer gekoppeld aan zijn daden. Een burgemeester had 25 jaar geleden nog veel meer doorzettingsmacht. Misschien niet formeel maar op zijn minst informeel. Je kon nog zeggen “zo gaan we het doen”. Mijn voorganger hield zich nog bezig met de kleuren van de dakkappellen in een nieuwe woonwijk. Tegenwoordig staan wij op veel grotere afstand. Onze taak is het bewaken van de kwaliteit van de besluitvorming op ieder vlak. Wat Maarten zegt over de kwetsbare groepen is voor mij vanzelfsprekend. Wat ik ook doe, is ervoor zorgen dat partijen die in de raad niet komen bovendrijven, omdat ze niet de grootste mond of het hoogste aantal zetels hebben,wél aan bod komen.’
Betekent dit dan dat je je politieke kleuring niet meer duidelijk kunt laten zien? Carol: ‘Jawel, maar meer indirect dan direct. Ik ben burgemeester zoals ik mens ben. Mijn politieke kleur speelt voor niemand in mijn gemeente eigenlijk een rol. Tot het moment dat er iets aan de hand is. Bijvoorbeeld toen duidelijk werd dat we vluchtelingen gingen opvangen. Dan speelt het ineens een rol voor mensen die daar iets minder mee hebben.’

Boven de partijen
In het vervolg hierop kaart Marga aan dat ze het boven de partijen staan misschien nog wel het lastigste vindt aan het burgemeesterschap.Miranda: ‘En zelfs als je denkt dat je boven de partijen staat, kunnen mensen daar heel anders over denken. Een columniste in mijn gemeente schrijft dat ik mijn eigen hobby’s aan het beoefenen ben. Dat is dan blijkbaar het bouwen van asielzoekerscentra. Zo word je geframed. En dat terwijl er collegebreed unaniem is ingestemd met het verzoek van het COA (Centraal Orgaan Asielopvang). Dat maakt je kwetsbaar.’

Ik besta
Sicko wijst op een pamflet over de sociaaldemocratische burgemeester. ‘Daarin stond dat burgemeesters een ietwat verloren groepvormen binnen de partij.Wethouders lijken geliefder dan burgemeesters. Dan denk ik, daar ben je zelf bij. Daar moeten wij als burgemeesters zelf aan werken.’ Miranda: ‘Toch heb ik heel veel steun ervaren vanuit de partij toen het in Geldermalsen moeilijk werd in de kwestie rond het azc. Toen dacht ik: hé, ik besta. En dat bedoel ik zeker niet cynisch. Ik heb er veel aan gehad.’
Marga: ‘Iedere vorm van natuurlijk gezag is weggevallen. Of je nu arts bent, notaris, leraar, politieagent of burgemeester. Als je burgemeester wordt dan krijg je gezag toegekend, maar je moet het ook verdienen en daar vind ik op zich niets mis mee. Daarbij is je eigen persoonlijkheid erg belangrijk. Natuurlijk heb je bepaalde competenties nodig, maar als je persoonlijkheid niet matcht met de gemeente of de ambtelijke organisatiedan is je politieke kleur in mijn beleving volstrekt onbelangrijk. Als de verbinding er niet is en men vertrouwt of gunt het je niet dan is het een bekeken zaak.’ Ook Maarten noemt een goede samenwerking met ambtenaren onontbeerlijk. ‘Je kunt het niet allemaal zelf. Je hebt je medewerkers nodig om zaken voor elkaar te krijgen.’
Sicko: ‘Ik denk wel dat er partijen zijn die last hebben van het verlies van statuur van het ambt.’ Paul: ‘Ik vind dat je een té romantisch beeld hebt van de PvdA. Ik ken nog teveel PvdA-collega’s die erg hechten aan de status van het burgemeesterschap. Dat komt denk ik ook omdat veel van onze burgemeesters al heel lang in het lokaal bestuur zitten. De VVD bijvoorbeeld levert vaak jongere burgemeesters dan wij. Ik zie een duidelijk verschil in de manier waarop zij naar het ambt kijken.’
Volgens Paul past bescheidenheid bij de huidige manier van besturen. Zeker als burgemeester. ‘Toen ik wethouder was in Nijmegen had ik een duidelijke eigen agenda waarbinnen zaken gerealiseerd moesten worden. Daar was ik tenslotte voor gekozen. Tegenwoordig merk ik dat mijn gezag veel meer blijkt uit mijn rol in de samenleving.’Marga: ‘Dat heeft volgens mij ook te maken met dienstbaarheid, wat mij betreft een kenmerk van het ambt. Dat betekent niet dat je een tandenloze tijger bent, maar je bent veel bezig met coachend leiderschap. Mensen op zaken attenderen en verbindingen maken. Vervolgens trek je je terug en laat je de wethouder zijn of haar werk doen.’ Maarten: ‘Wat je kunt doen, heeft minder te maken met de politieke dossiers, maar vooral met dat wat je kunt betekenen voor de inwoners van je gemeente.’

Kwetsbaar
Tijdens het gesprek duikt het onderwerp asielzoekerscentra telkens weer op. Carol zegt dat hij er in zijn gemeente voor heeft gekozen om, vanuit zijn kleur als PvdA’er, dingen anders aan te vliegen dan gebruikelijk. Hoe vertelt hij er niet bij, maar wel dat hij, als hij daarom had moeten opstappen, later graag aan zijn kleinkinderen zou vertellen dat het om dit onderwerp was. Maarten: ‘Je hebt als burgemeester heel vaakte maken met onderwerpen waarvan je denkt: doe ik het wel of doe ik het niet? Denk bijvoorbeeld aan het kinderpardon. Dan maak je altijd de afweging, schaadt het niet het belang van je functioneren als burgemeester in zijn totaal?’ Paul: ‘En stel je jezelf dan ook de vraag wat je ervan zou vinden als een burgemeester van een andere partij dit zou doen in deze gemeente.’

Partijpolitieke schuring
Paul merkt op dat je als burgemeester vandaag de dag meer in de frontlinie staat omdat een burgemeester meer taken heeft dan vroeger. ‘Daardoor word je in sommige situaties een soort wethouder. Dat maakt je kwetsbaarder.’ De anderen beamen dat.
Als het over de partijpolitieke kleuring van de burgemeester gaat, zegt Carol dat hij verwacht dat ook burgemeesters in de toekomst steeds meer partijloos zullen zijn. Marga: ‘In de praktijk gaat dat partijpolitieke steeds meer schuren. Bij dossiers als vluchtelingen of sociale dossiers kun je misschien nog je kleur laten zien, maar bij de meeste dossiers vrijwel niet. Dan is de vraag: hoe profileer ik mij nog? De kwaliteit van iemand en hoe iemand opereert, worden belangrijker dan de partijpolitieke factor. Zeker op lokaal niveau. Als erkend wordt dat je zo af en toe nog iets zinnigs doet, kun je wat meer ruimte nemen. Maar het vraagt wel dat je goed je ogen openhoudt. Ik doe dat nooit vanuit het partijbelang. Toen ik solliciteerde in Dongeradeel, een gemeente met een sterk christelijke signatuur, wist ik al dat ik daar rekening mee had te houden. Anders moet je niet solliciteren.’

Bontkraag
‘Een eigentijdse PvdA-burgemeester is laagdrempelig en benaderbaar voor iedereen’, zegt Paul. ‘Ik sta drie uur bij de afsluiting van het carnaval. Dat is de manier waarop je verbinding maakt. De inhoud is op zo’n manier minder belangrijk maar je bent er.’
Paul brengt de ‘bontkraag’ ter sprake. ‘Die bontkraag is het dikste rond de hals van de burgemeester. Er zijn allerlei mensen die voor jou willen zorgen. Mensen die je het directe contact met de burger bijna willen ontnemen. Ik zeg, neem afscheid van die bontkraag, hoe comfortabel die soms ook is. Mijn secretaresses wilden brieven namens mij beantwoorden. Ik mocht het niet zelf doen. “Dat zullen we nog weleens zien”, zei ik.’Maar waar zit de balans tussen de bontkraag en het directe contact met de burger? Paul: ‘Ik probeer die bontkraag zo dun mogelijk te houden.’ Marga: ‘Dat kan heel goed als je blijft beseffen dat je burgemeester bent en in functie bent. Daarmee bouw je geen muur om je heen maar bescherm je jezelf wel. Nabijheid in distantie.’ Paul: ‘Ik had in het kabinet op een gegeven moment zestien hulpburgemeesters die allemaal namens mij meenden te kunnen spreken. Dat heb ik doorbroken. Daar maak je geen vrienden mee, maar je bent wel duidelijk. Dan maar regentesk, maar mensen hebben volgens mij liever een authentiek, regenteske burgemeester dan iemand die gemaakt vriendelijk is.’

Een hele mooie baan
Op de vraag of de burgemeesters de werkdruk aankunnen, wordt instemmend geknikt. Carol: ‘Dat is geen enkel probleem’. Paul: ‘Raadsleden moeten alles zelf organiseren en doen het raadslidmaatschap naast een andere baan. In verhouding is onze werkdruk fysiek niet problematisch, maar je moet je er wel van bewust zijn dat de werkdruk aan de publiekskant hoog kan zijn. Dat moet je beseffen als je kiest voor het burgemeestersambt.’
Vinden de burgemeesters hun werk plezierig of komen ze ook onplezierige zaken tegen? Miranda: ‘Op een enkel incident na, ervaar ik mijn werk als erg plezierig. Zowel het contact met de burger als het bestuurlijke werk vind ik heerlijk om te doen. Er wordt altijd heel zwaar gedaan over extra taken die we erbij krijgen, maar daar zijn wij voor.’ Maarten: ‘We moeten onszelf ook niet belangrijker maken dan we zijn. We zitten nog steeds in een mooie omgeving waar het plezierig werken is.’ Sicko: ‘Het is toch prachtig om op bezoek te gaan bij honderdjarigen of echtparen die zestig jaar getrouwd zijn.’ Marga: ‘Het is een hele mooie baan. Als het je niet bevalt moet je gewoon iets anders gaan doen.’

Afbeelding: Jurjen Sietsema

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 40 nr. 1 Maart 2016
Reageer

Gerelateerde artikelen:

Marjolein Wessels

Jongeren, de verleidingen van het snelle drugsgeld en doortastende burgemeesters

Lees artikel

Kirsten Verdel

Aboutaleb: Ik wil boven de partijen staan, mét een kleur

Lees artikel

Jan Chris de Boer

Elf burgemeesters in negen maanden

Lees artikel