Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Boze boeren, steeds hogere mesthopen en de erfenis van Mansholt

Jan Erik Keman

Met boze boeren die het Malieveld dreigen te bezetten, lijken de jaren negentig weer helemaal terug van weggeweest. Nu de nieuwe fosfaatwet onder druk van Europese Commissie een jaar is uitgesteld en pas 1 januari 2018 van kracht zal worden, voelen melkveehouders zich in de steek gelaten door staatssecretaris Martijn van Dam. De onduidelijkheid over het uitstel en vooral het feit dat de Commissie de derogatie dreigt in te trekken zorgen voor slapeloze nachten bij veel boerengezinnen.

Volgens de derogatieregeling mogen Nederlandse melkveehouders meer mest over hun grasland uitrijden dan boeren in andere EU-lidstaten. Daardoor kunnen er in Nederland zo’n 480.000 extra koeien lopen. Een van de voorwaarden is wel dat de uitstoot onder het fosfaatplafond blijft. En precies dat wordt al een tijdje ruim overschreden. ‘Eigenlijk is het direct na het afschaffen van het melkquotum in april 2015 misgegaan,’ zegt het Overijsselse Statenlid Annemieke Wissink. ‘Veel boeren dachten: fantastisch, nu kunnen we eindelijk uitbreiden en hebben dat dan ook massaal gedaan.'

Het probleem is vrij simpel: er zijn teveel koeien

En meer koeien betekent automatisch meer mest en vervuiling. De overschrijding van het fosfaatplafond komt dus niet uit de lucht vallen. Toch lijken veel boeren daar geen boodschap aan te hebben. ‘Sterker, sinds het uitstel van de fosfaatwet is aangekondigd zijn sommige boeren weer gaan uitbreiden en is het probleem nog groter geworden. Vreemd genoeg hoor je collega-boeren of landbouworganisaties hier niet over,’ zegt Wissink. ‘Terwijl ze dus weten dat die derogatie als een soort zwaard van Damocles boven de sector hangt. Helaas bewijzen ze hiermee dat de sector de verantwoordelijkheid niet aankan.’

Wat voor het individu ‘gezonde bedrijfsvoering’ heet, kan voor de sector als geheel de nekslag betekenen. Een beetje goedkoop is de kritiek van de boeren wel, vindt ook Tweede Kamerlid Henk Leenders. Toch is hij er niet voor om de derogatie te laten varen en de melkveehouders aan hun lot over te laten. ‘De sector moet dan zo’n 30% krimpen en verliest in totaal €116 miljoen. Dat zou veel goedwillende boeren de kop kosten, terwijl de kapitaalkrachtige grote spelers overeind blijven. Precies het tegenoverstelde van wat de PvdA wil bereiken.’

Verduurzaming met verhandelbare fosfaatrechten

Er zit dus een zekere asymmetrie in de regelgeving. In principe kunnen melkveehouders na de afschaffing van het melkquotum individueel bepalen hoeveel ze produceren. Tegelijkertijd zit daar voor het collectief een grens aan in de vorm van het fosfaatplafond. ‘Met de verhandelbare fosfaatrechten wil staatssecretaris Van Dam dat ondervangen,’ legt Leenders uit. Voor iedere koe, die een boer op 2 juli 2015 had, krijgt hij een fosfaatrecht. Die rechten kan hij vervolgens verhandelen.

‘Maar eerst vindt er een algemene korting plaats en wordt bij elke transactie 10% “afgeroomd”. Op die manier dwing je de sector dus om te krimpen,’ zegt Leenders. Maar omdat die fosfaatrechten met een totale waarde van €8 miljard in 2017 eenmalig uitgedeeld zouden worden, oordeelde de Europese Commissie in oktober dat er sprake was van ongeoorloofde staatssteun. Ongeoorloofde staatsteun aan een sector die zich met de ruimschootse overschrijding van het fosfaatplafond bovendien in het geheel niet als het beste jongetje in de klas heeft gedragen.

De schaalvergroting en intensivering van de huidige melkveesector is niet langer houdbaar

En dus volgde er een oekaze in de vorm van een jaar uitstel. Een jaar waarin de uitstoot onder het fosfaatplafond moet komen. Een absolute noodzaak, want de schaalvergroting en intensivering van de huidige melkveesector zijn niet langer houdbaar, vindt het Gelderse Statenlid Anna-Lena Hedin-Penninx. ‘Het idee, dat we vanuit Nederland de wereld moeten voeden, is achterhaald. Er zijn grenzen aan wat we aankunnen. Met techniek is niet alles op te lossen: je blijft met een enorm mestprobleem zitten en dat is schadelijk voor het milieu, de natuur en de leefbaarheid op het platteland.’

‘Bedrijven moeten beseffen dat ze ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben,’ zegt Hedin-Penninx. ‘Zeker de intensieve veeboeren kunnen op dat gebied nog best wat leren van grondgebonden boeren en de biologische sector.’[1] Ook het kabinet zet hier op in. ‘Van Dam heeft de afgelopen tijd subsidies in het leven geroepen om een transitie richting duurzame landbouw te bewerkstelligen. Dat heb je echter morgen nog niet geregeld.’

Perverse prikkels en een oneerlijke rekening

Om de gedupeerde boeren tegemoet te komen heeft Van Dam €23 miljoen vrijgemaakt. Hij heeft aangegeven dat hij hiermee koeien wil gaan opkopen. Een beetje een gekke gedachte, volgens Hedin-Penninx. ‘In feite zeg je daarmee: prima, dat jullie het fosfaatplafond hebben overschreden, hier heb je nog een zak geld. Fout gedrag wordt beloond.’

Ook bij de verhandelbare fosfaatrechten speelt dit volgens Hedin-Penninx en Wissink. ‘Grondgebonden en biologische boeren dragen niet bij aan de overschrijding van de normen, toch zouden zij ook een deel van de fosfaatkorting voor hun kiezen krijgen. Dat is natuurlijk niet eerlijk,’ aldus Wissink.

Leenders is het met die kritiek wel eens, maar geeft aan dat het vooralsnog niet anders kan. ‘Tot nu toe is er geen meerderheid voor. Onder meer de VVD en het CDA liggen dwars. De PvdA-fractie ziet het graag anders en zal bij de behandeling van de wet alles op alles zetten om te voorkomen dat grondgebonden en biologische boeren een gedeelte van de rekening moeten betalen.’

Een alternatief voor de verhandelbare fosfaatrechten, ziet Leenders echter niet zitten. ‘Op het moment dat je die bijvoorbeeld niet verhandelbaar maakt, scheep je boeren met enorme problemen op. Uitbreiden is dan immers onmogelijk, ook voor melkveehouders die op een duurzame manier willen boeren. Boeren krijgen namelijk een beperkt aantal fosfaatrechten en kunnen die onderling niet doorverkopen.'

Bovendien worden boerderijen onverkoopbaar. ‘Fosfaatrechten zijn in dat geval niet overdraagbaar, dus je koopt de stenen en de grond zonder dat je mag boeren. Aangezien veel melkveehouders hypotheken hebben en zich in de schulden steken, is dat eigenlijk niet uit te leggen.’ 

De overgang naar een duurzamere landbouw is broodnodig, maar het is de vraag of de fosfaatwet daarbij helpt

Hedin-Penninx blijft op haar beurt sceptisch over de mogelijkheden die het systeem van verhandelbare fosfaatrechten biedt. ‘Fosfaatrechten werken kostprijsverhogend. Zorg liever voor een duidelijke grens aan het aantal koeien, dat een bedrijf per hectare mag houden. Bij biologisch is dat 2 GVE per hectare.[2] Voor regulier zou dit bijvoorbeeld maximaal 4 GVE kunnen zijn. Houd de melkveesector stevig grondgebonden: mestoverschotten dienen tot het verleden te behoren. En zorg ervoor dat boeren kunnen blijven investeren in landschap, weidevogels, een gezonde bodem, een goede waterkwaliteit en koeien in de wei.’

Volgens de Statenleden is het de vraag of de fosfaatwet aan de transitatie naar een duurzamere landbouw gaat bijdragen. ‘Je brengt de productie wel onder controle, dus wat dat betreft is het jammer dat het uitgesteld wordt,’ stelt Wissink. ‘Het is een feit dat de melkveesector zal moeten krimpen en dat het anders moet. Maar het is niet redelijk, dat de overheid na decennialang stimuleren van intensieve landbouw zegt: “We gaan het vanaf morgen helemaal anders doen, deal with it.” De overheid zal daarin de boeren moeten bijstaan.’

Ook wanneer dat gebeurt, is het niet eenvoudig die overgang tot stand te brengen. Er zijn nogal wat beren op de weg. Zo produceert de boer natuurlijk niet voor niets extreem efficiënt en goedkoop. De consument vraagt daar om. Ook zij moeten eraan geloven, zegt Hedin-Penninx. ‘Duurzaam geproduceerde producten, voor een eerlijkere prijs. Minder zuivel en vlees, en meer groenten: het zijn niet alleen de boeren die voor een transitie staan.’

 

Bijschrift afbeelding: Duurzame boeren voelen zich benadeeld door de nieuwe fosfaatwet en zijn boos.

Afbeelding: Phil Nijhuis | Hollandse Hoogte



[1] Grondgebonden boeren hebben genoeg land voor hun vee en dragen dus niet bij aan het mestoverschot en het overschrijden van het fosfaatplafond

[2] GVE: Grootvee Eenheid. De meeteenheid van het aantal koeien, dat een boer per hectare mag houden  

Uit publicatie Nieuwsbrief, 30 oktober 2016

Gerelateerde artikelen:

Erwin Buter

Megastallen en stankoverlast op het platteland

Lees artikel

Ton Langenhuyzen

Uit de Kamer

Lees artikel

Kirsten Verdel

CO2-uitstoot: Hoe vervullen gemeente en provincie hun zorgplicht?

Lees artikel