Deze website gebruikt cookies

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet.
Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en reactiemogelijkheiden op blogberichten.
Wil je meer informatie over hoe www.lokaalbestuur.nl om gaat met uw privacy en welke cookies worden opgeslagen, lees dan ons cookiebeleid.

Inloggen mijn CLB

Betrek lager opgeleiden via loting bij participatie

Kirsten Verdel

Burgerparticipatie is vaak een zaak van hogeropgeleide mensen. Hoe bereik je dat ook lager opgeleiden meedoen? Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam, denkt dat een lotingsysteem helpt om meer evenwicht te krijgen. ‘Als je mensen uitnodigt om mee te doen, voelen ze zich eerder verantwoordelijk.’

Hoe definieer je burgerparticipatie?
‘In de jaren ’70 ging het vooral over meepraten, daarna werd een tijd lang gesproken over ‘interactief beleid’ en sinds de eeuwwisseling gaat het meer over ‘meepraten én meedoen’ en ‘zelf laten doen’. Die verschuiving is duidelijk zichtbaar.’

Heeft dat te maken met de economisch slechte tijden?
‘Nee, de omslag kwam in een tijd dat het economisch gezien goed ging. Burgers kregen steeds vaker budgetten om zelf te besteden. Maar alle oude doelstellingen  waren er nog: mensen invloed geven, meer draagvlak voor beleid creëren, zelfontplooiing aanmoedigen, kennis over politieke besluitvorming overdragen. Een nieuwe doelstelling werd ‘verantwoordelijkheid’. Sinds de eeuwwisseling heeft dat alleen maar aan kracht gewonnen. Eigen verantwoordelijkheid is heel hip geworden. Burgerparticipatie als inspraak werd in de praktijk teveel ervaren als ‘aan het infuus van beleid hangen’, de nadruk lag op wat men níet wilde of wat moeilijk was. De reactie daarop was: doe het dan zelf maar, dan krijgen we positievere energie en wordt er gedacht in termen van mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden.’

Was er ook na het uitbreken van de economische crisis geen verband met de verschuiving naar ‘zelf laten doen’?
‘De trend was allang gezet, maar de bezuinigingen versterken hem wel. Vergelijk het met een puber, die je zakgeld of kleedgeld kunt geven. Als je iemand zelf z’n geld laat beheren, ontdekt die persoon vanzelf wel dat je dat geld maar één keer kunt uitgeven. Het is overigens niet alleen zo dat de overheid burgers zelf zaken wil laten oplossen. Omgekeerd willen burgers ook zélf meer doen, omdat de ervaring met 'meepraten' leerde dat er vaak toch niet werd geluisterd of dat projecten eindeloos lang duurden zonder dat er iets gebeurde. De gedachte werd: als we zaken zelf kunnen regelen wordt het tastbaarder en kan het veel sneller.’

Is burgerparticipatie niet al gauw een instrument voor hoogopgeleide, toch al betrokken burgers?
‘Helaas wel. Dat geldt overigens niet alleen voor burgerparticipatietrajecten, maar voor politieke participatie in het algemeen. Er zijn ook veel mensen die niet eens stemmen. Hoe actiever de rol is die je van mensen verlangt, hoe meer mensen met een hogere opleiding je aantrekt. Maar daar is iets aan te doen. Je kunt bijvoorbeeld met een lotingsysteem werken, waarbij je uit de totale groep van inwoners van een buurt, wijk of gemeente een aantal mensen inloot. Per brief informeer je hen hierover. Je ziet dan dat mensen die zich niet zelf hadden gemeld, dan al snel denken: ‘hee, ik ben geselecteerd, dus laat ik maar meedoen ook.’ Ze voelen zich verantwoordelijk. Zo kun je een veel representatievere doorsnee van de bevolking krijgen dan wanneer je mensen oproept om zichzélf aan te melden.’

Wordt er in Nederland met dergelijke lotingsystemen gewerkt?
‘Heel sporadisch. Terwijl je het met veel onderwerpen kunt doen. Van voorstellen van hervorming van de gezondheidszorg tot het herzien van het kiesstelsel, alles kan. Wat je wel moet doen, is zorgen voor voldoende opleiding en training voor participanten. Dat wordt vaak onderschat. Veel mensen hebben te weinig politieke kennis en vaardigheden, dat moet worden aangeboden. Ook moet je er voor zorgen -  lotingsysteem of niet - dat bijvoorbeeld wijk- en dorpsraden representatief zijn. Niet alleen in de zin dat ze een afspiegeling van de bevolking zijn, maar ook dat ze  de achterban daadwerkelijk representeren. Stel dat je als 50-jarige Marokkaanse man door een wat oudere Marokkaanse achterban in een bepaald orgaan wordt gekozen waar je moet spreken over jeugdbeleid, dan moet je wel in gesprek gaan met jongeren. Dat klinkt ontzettend logisch, maar het gebeurt praktisch nooit. Laat zo iemand gewoon met tien jongeren uit de buurt praten’

Hoe kun je lager opgeleiden helpen met het nemen van eigen initiatieven?‘Kleine wijkbudgetten uitdelen kan al helpen. Dan is de drempel niet zo hoog. Maar het belangrijkste is dat je direct durft te faciliteren en niet meteen allerlei eisen gaat stellen. Zo was er bijvoorbeeld een groepje Marokkaanse vrouwen dat Arabische les wilde krijgen. De welzijnsinstelling wilde die les wel geven. Toen ze daarna een groepje wilden vormen om hun problemen te bespreken, bood de woningcorporatie ruimte. Uiteindelijk groeide het groepje uit tot een organisatie die hulpverlening biedt aan Marokkaanse vrouwen. Dat is natuurlijk echt interessant. Je moet dan als overheid - of in dit geval als woningcorporatie - wel durven loslaten en faciliteren.’

Zijn succesvolle burgerinitiatieven overal kopieerbaar?
‘Nee, je moet je goed realiseren dat de meeste initiatieven lokaal en vaak ook persoonsgebonden zijn. Soms gaat het ook om publieke belangen: wat voor de één heel positief is, kan door de ander als heel negatief worden ervaren. Daar moet je als overheid ook rekening mee houden in je kaderstelling.’


Wat zijn do’s en don’ts van burgerparticipatie?
‘Denk niet dat als mensen zichzelf organiseren, het daarmee ook representatief is. Laat niet mensen van alles voorbereiden wat daarna toch niet kan worden uitgevoerd omdat het niet mag van de brandweer of de politie. Biedt duidelijkheid  over kaders en middelen, om teleurstellingen te voorkomen. Een goed systeem van meepraten en meedoen is bedacht door Archon Fung, onder de titel ‘empowered participation’. Daarbij worden mensen zelf in de gelegenheid gesteld om de prioriteiten van bijvoorbeeld een school of de politie te bepalen, en zelf mee te werken aan het realiseren daarvan. Dat is een mooie combinatie van meepraten, met heel veel mensen, én meedoen.’ 

 

Uit publicatie Lokaal Bestuur, Jaargang 37 nr. 9 September 2013
Reageer